Posts tonen met het label Baarle-Nassau. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Baarle-Nassau. Alle posts tonen

vrijdag 6 februari 2015

Een overspelige dominee

Moet ghij noch een hoer in huijs brengen?
...alhier tot narichtinge sal worden geregistreert... 
De Raad van Brabant had niet alleen rechtsprekende taken, maar was ook betrokken bij  het toezicht op overheidsfunctionarissen. In dit geval op de overspelige en frauduleuze dominee Matheus Knaaps, predikant in Terheijden en voorheen in Baarle-Nassau, die al eerder met de Raad van Brabant  in strafrechtelijke zin in  contact was geweest. Maar deze kwestie fungeerde ook als een soort  jurisprudentie voor de te volgen procedure bij het ontzetten van predikanten uit hun ambt en de invloed van de Provinciale Synode in dit soort zaken.

De Provinciale Synode in Rotterdam had de classis Breda in juli 1680 op de vingers getikt omdat dominee Knaaps niet in de gelegenheid was gesteld om zijn standpunt eerst aan de synode voor te leggen, vóór hij door de classis Breda op 7 maart 1680 uit zijn ambt ontzet was. Een onbekende was Knaaps voor de Raad van Brabant zeker niet. Rond 1676 was er al een crimineel proces tegen hem gevoerd wegens overspel, verduistering van diaconiegelden in Baarle-Nassau en ander wangedrag.

Raadplegen we daarnaast ook zijn lijvige dossier in het archief van de Classis van Breda, dan worden we alleen maar bevestigd in het frauduleuze en overspelige gedrag van deze bedienaar van het Goddelijke woord. Eerst had hij in zijn studententijd in Groningen Sara de Homel als getrouwd man met zijn amoureuze avances om de tuin geleid.
...Sara de Homel...
...Lijsbeth de Waal...
...Lijsbeth de Wael een spinhuijs hoer…
Nog meer ‘vleeschelijke conversatie’ had hij met Lijsbeth de Waal, bij wie hij zelfs drie kinderen verwekte. Lijsbeth verbleef  in Rotterdam in het ‘dolhuis’ waar hij haar via zijn netwerk had uit had weten te krijgen. Illustratief voor deze zaak zijn de suggestieve vragen die de classis had opgesteld voor een verhoor van de overspelige dominee. Deze liegen er niet om, al worden die niet gestaafd door antwoorden van Knaaps zelf...

...moet ghij noch een hoer in huijs brengen?...
‘of zijn echte vrouw  - als hij Lijsbeth tot Baarle bracht – niet tegens hem Knaaps seyde: hebt gij aan mij geen vrouw genoegh, moet ghij noch een hoer in huijs brengen? 
Toen die situatie onhoudbaar werd, had hij een kamer voor Lijsbeth gehuurd in Breda. En toen hij haar zwanger had gemaakt, moest zij tijdens de bevalling noodgedwongen een andere man – met de toepasselijke naam Nicolaas Uit de broeck -  als de vader van haar kind aanwijzen. Toen hij haar voor de tweede keer zwanger had gemaakt, probeerde hij er weer onder uit te komen. Maar hij was niet te lui om ‘omtrent drie weeken kraams sijnde… haar 3 ducatons gevende en seggende ‘vat mij eens in uw armen, dan sullen wij ’t noch eens doen’
...Sullen wij ’t noch eens doen?...
Het derde kind probeerde hij uit te besteden, zodat hij er zelf niet voor hoefde te zorgen..
Mooi dat de archieven van de Raad van Brabant een kijkje geeft in het soms onstuimige leven van mensen. Dit verhaal over de ‘foute’ dominee leest als een film. Het script ligt klaar om ontcijferd te worden.. Terheijden of Baarle-Nassau, zijn jullie er klaar voor?

Annemarie van Geloven

Onderzoek doen in het archief van de Raad en Leenhof van Brabant, een van de belangrijkste archieven bij historisch onderzoek in Brabant tot 1811, is nu nog eenvoudiger geworden. Dat komt omdat het BHIC in ’s-Hertogenbosch nieuwe online zoekingangen heeft gemaakt. Daarnaast zijn grote delen van het archief gescand. Het betekent een schat aan personen, plaatsen en gebeurtenissen. In een serie blogs lees je enkele van deze pareltjes uit dit archief.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Kerkgang en einde huisarrest
- Smokkelaar

donderdag 27 mei 2010

Kleren, schoenen en ondergoed


Op 2 november 1916 stuurt A. Berkhouwer een ansichtkaart vanuit Baarle-Nassau naar zijn ouders en broer in Zuid-Scharwoude (N-H). Het is er een in een lange rij. Ze worden, in een prachtig versierd album, bewaard in het BHIC. Op het eerste gezicht zijn het gewone dorpsgezichten en landschappen, maar als je beter kijkt, of als Berkhouwer een handje helpt met bijschriften, dan is er opeens een elektriciteitsdraad, een grenswacht of een ander blijk van grensbewaking te zien. A. Berkhouwer is gemobiliseerd in Noord-Brabant en gebruikt zijn vrije tijd om wat van de omgeving te zien en daarvan de thuisblijvers deelgenoot te maken.

Of zijn broer in de tussentijd zijn kleren en schoenen afdroeg, weten we niet, maar dat dat in die jaren veel voorkwam, kunnen we lezen in een rapport dat de secretaris van het Provinciaal Comité voor Noord-Brabant der Nationale Vereniging tot Steun aan Miliciens op 7 juni 1916 schrijft aan het hoofdbestuur van de vereniging. Dit rapport bevindt zich in het archief van het Provinciaal Comité dat te vinden is in het BHIC. Daarin bevindt zich ook een overzicht van de daadwerkelijke hulp door lokale afdelingen waaruit eveneens de grote behoefte blijkt aan kleren, schoenen en zelfs ondergoed.

Om hulp van het comité te krijgen moest je als gedemobiliseerd militair beschikken over een groene kaart. Maar een groene kaart kreeg je niet zomaar en als je hem had, kon je hem ook zo weer kwijtraken. Ongeveer vier maanden voor je demobilisatie of klein verlof vulde je een rode kaart in met een verzoek om steun bij thuiskomst. Die kaart leverde je in bij je compagniescommandant. Was die tevreden over je dan ging er een witte kaart naar het nationale comité, dat tenslotte de gewenste groene kaart afgaf.
Maar o wee als je je in de tussentijd ‘berispelijk’ gedroeg, dan moest meteen ‘een nieuwe witte kaart met afgeknipte rechterbovenhoek ingestuurd worden en de uitgereikte c.q. opgelegde groene kaart worden vernietigd.’ Zo staat het tenminste te lezen in een circulaire uit 1918.

De meesten zullen er wel voor gezorgd hebben die kaart niet kwijt te raken, want het comité had het druk. ‘Ik zit tot over de ooren in de correspondentie, ben van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig’, schrijft de secretaris van het hoofdbestuur op 18 februari 1916 aan de secretaris van de Noord-Brabantse afdeling. En hij vervolgt: ‘Nu staat op ’t oogenblik mijn bureau vol met menschen v/d lichting 1911, over de honderd, ik heb er politietoezicht bij voor de orde, die lui moet ik een voor een te woord staan, dat duurt zoo minstens 14 dagen, de andere dagen komen er niet zoo veel te gelijk, maar toch den geheelen dag door.’

Ze hebben het niet alleen druk, de comités, er gaat ook heel wat geld om. Zo stuurt het hoofdbureau in november 1916 duizend gulden aan het provinciale comité. Gewoon, in een envelop. Kenmerk van het biljet: AA047733.

Foto: een mooie ansichtkaart mét bijschrift van A. Berkhouwer uit het archief van het Provinciaal Comité voor Noord-Brabant der Nationale Vereniging tot steun aan miliciens, 1916