maandag 23 mei 2016

Spaanse held uit Ravenstein


Oud is hij niet geworden, Ignace Marie Petrus Alphonse Wils uit Ravenstein (1849-1873). Maar met zijn 24 jaar heeft hij een indrukwekkend leven gehad. Hij sneuvelt bij de slag van Igualada in Catalonie, als kolonel commandant van het korps Carlistische Zouaven.

“Onze onverschrokken aanvoerder, uw zoon heeft zijn leven aan eene driewerf heilige zaak opgeofferd. Wij, die het geluk hadden aan zijne zijde en onder zijne hoogst ervarene leiding te strijden, wij kunnen niet nalaten immer dat gevoelig verlies te beweenen. Immers Mevrouw het is ons zoet te zeggen: als vriend aanbaden wij hem, als soldaat bewonderden wij hem”, zo schrijven officieren van het Carlistische Zouaven-korps aan de moeder van Ignace na zijn dood.

In 1861 werd het Koninkrijk Italië uitgeroepen. Rome werd gekozen als nieuwe hoofdstad ondanks dat het op dat moment nog onderdeel vormde van de pauselijke staat. Een conflict tussen het jonge Italië en de paus was onvermijdelijk. In reactie hierop trokken honderden Nederlandse katholieken naar Rome om de pauselijke soevereiniteit te beschermen.

...uit Boxmeers Weekblad 10-04-1873...
Ignace is één van hen, hoewel hij er met zijn 15 jaar officieel nog een jaar te jong voor was. Mede omdat hij de Franse taal machtig is (dankzij zijn Franse moeder) weet hij het tot kolonel te schoppen. Dergelijke hoge rangen waren normaal alleen weggelegd voor mensen van adel, niet voor eenvoudige Ravensteinse burgerjongens.

Als Rome in 1870 valt en er één koning komt voor heel Italië, wordt het Zouavenleger ontbonden. Ignace blijft onder de wapenen en vecht in de Frans-Duitse oorlog en daarna als Zouaaf met de Carlisten in Spane. En daar sneuvelt hij. “Den banier, dien hij met zijn eigen bloed geverfd in de laatste oogenblikken zijns levens ten hemel hief, roept ons aanhoudend onzen heldhaftigen aanvoerder voor den geest. Spanje heeft een held, het Zouaven-korps een vader verloren.”

De straat waar Ignace werd geboren – destijds de Maasstraat – heet inmiddels de Kolonel Wilsstraat. Benieuwd of de broer van Ignace ook vertrekt naar de Spaanse strijd? Of wat de kranten nog meer schreven over Ignace zelf? Klik dan hier en lees verder.

Met dank aan onderzoeker Wim Jaegers voor de tip!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



vrijdag 20 mei 2016

Moment van bezinning voor de pastoor


De afgelopen drie vrijdagen konden we een kijkje krijgen in de wereld van Bonifacius Beerenbroek. We hebben de beschikking over een reisverslag van zijn trip naar Rome en een dagboek over enkele jaren uit het laatste decennium van de achttiende eeuw. Deze handschriften geven enorm veel informatie over wat Beerenbroek allemaal heeft meegemaakt en hoe hij dit heeft beleefd. Maar wat vertellen ze eigenlijk over de hoofdfiguur zelf?

Hoewel het slechts om twee – door hemzelf geschreven (!) – bronnen gaat, valt er wel degelijk het een en ander te vertellen over Beerenbroek. Allereerst heeft hij alleen al met het vastleggen van zijn belevenissen gedacht aan zijn naasten en aan latere generaties, die eventueel geïnteresseerd zouden zijn (geweest) in zijn bestaan. Het beeld dat hij van zichzelf schetst, is dat van een positief man. In zijn reisverslag klaagde hij weinig over de omstandigheden van zijn reis; hij genoot juist volop van wat hij zag (en de goede wijnen).

Daarnaast lijkt het alsof Beerenbroek zijn lezers niet heeft willen lastigvallen met hetgeen hemzelf niet interesseerde. Regelmatig liet hij dat wat hij niet mooi vond links liggen. In zijn dagboek, wanneer hij schrijft over de plunderende Franse troepen en andere barre omstandigheden, spreekt hij weliswaar zijn ongenoegen uit, maar komen klaagzangen over een ongelukkig bestaan niet voor.

Verder wordt uit zijn reisverslag en dagboek duidelijk dat Beerenbroek zich nauwelijks uitliet over politieke en religieuze kwesties. Zo had hij in zijn reisverslag los kunnen gaan over Duitse, ‘Luthers-gezinde’ steden en dorpen, of in zijn dagboek over de strijd tussen Orangisten en patriotten. Dit doet de Norbertijn echter niet; wat hem naar mijn mening wat saai maakt, maar tegelijkertijd ook weer charmeert. Het is maar net hoe je het bekijkt.

In het achterhoofd moet echter worden gehouden dat dergelijke egodocumenten creaties zijn van de schrijver, die een bepaald publiek in gedachte heeft. Ik vergelijk zo’n bron graag met een foto. Op het moment dat iemand een foto maakt, kiest hij of zij ervoor - bewust of onbewust - bepaalde dingen vast te leggen en weg te laten, te benadrukken en te belichten, te verschuilen en te verzwijgen. Zo werkt het ook met het schrijven van een egodocument, of het nu om een dagboek of reisverslag gaat. Dit maakt het leren ‘kennen’ en begrijpen van een historisch figuur ingewikkeld, maar tegelijkertijd ook zo interessant.

Geschreven door: 
Jurian ter Horst

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
Kijkje in kerkelijke archieven
- Kapelaan achter de tralies

De beste verhalen via e-mail ontvangen?








woensdag 18 mei 2016

Wilhelmus van Erp: vader aller Geffenaren!


De auteurs: Arnout van Erp (stagiaire archief assistent bij het BHIC) en zijn vader Willie van Erp (toegevoegd-kandidaat-gerechtsdeurwaarder bij Van Lith Gerechtsdeurwaarders te Eindhoven) 
Wilhelmus van Erp wordt in 1833 benoemd tot burgemeester. Hij wordt de tweede en langst zittende burgemeester van de gemeente Geffen. Tijdens zijn 25-jarige ambtsjubileum wordt hij toegezongen door het Geffense volk met de slotwoorden “ hij was en is de Vader aller Geffenaren” .

In zijn regeerperiode is er overal armoede. De ontwikkeling van de mensen is gering. Het onderwijs is nog slecht en wordt zeer onregelmatig door de kinderen gevolgd. Burgemeester, pastoor, notaris, dokter en enkele andere notabelen, waren de enige ontwikkelde mensen. Het is een tijd van traditie en stilstand, of een heel langzame vooruitgang in sommige sectoren. In 1862 beëindigt Wilhelmus van Erp zijn burgemeesterschap.

Hij koopt in 1864 molen De Vlijt, een molen die de grote reis van Boxtel naar Geffen doorstaan heeft. Het hele verhaal van deze molen met al zijn eigenaren wordt in het boek beschreven. In 1883 overlijdt Wilhelmus van Erp in Geffen op 80-jarige leeftijd. Hij is niet meer ‘bij zijn verstand’. Tijdens het leven van Wilhelmus heeft Geffen een ander gezicht gekregen. Het centrum van het dorp is vanaf “De Heuvel” naar de Molenstraat verplaatst met de in 1840 gebouwde burgemeesterswoning en het in 1856 opgerichte gemeentehuis en plein, genaamd ’t Dorp. In 1876 verplaatst Wilhelmus van Erp molen De Vlijt vanaf de Papendijk naar een perceel naast zijn burgemeestershuis. Samen met molen De Zeldenrust, eveneens gesitueerd aan de Molenstraat, vormt dit het nieuwe beeld van Geffen.

In 1881 wordt de spoorlijn tussen ’s-Hertogenbosch en Nijmegen geopend. Een nieuwe tijd staat voor de deur. Geffen verandert in een snel tempo. Heden is van het beeld van Geffen van de negentiende eeuw weinig over. Een van de gebouwen die nog herinnert aan die tijd, is molen De Vlijt.

De boekpresentatie, in samenwerking met Heemkundewerkgroep Vladerack, zal plaatsvinden op zaterdag 21 mei van 14.00 tot 16.00 uur bij molen De Vlijt, met muzikale ondersteuning van blaaskapel De Pompzwengels. Bij voorinschrijving kost het boek 13 euro 50, bij inschrijving 15 euro 50.

Geschreven door:
Arnout van Erp

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?




maandag 16 mei 2016

Mooie verhalen over ‘goeie ouwe tijd’

...boekje boordevol verhalen over vroeger...
"Is het nostalgie? Of folklore?", vraagt Giel Langens zich af in het voorwoord van zijn boekje Momenten. Momenten staat vol met verhaaltjes die de tijd van vroeger - met name in Giel's geboortedorp Nuland - tot leven brengen. Over vakanties naar bedevaartsoorden, het geluid van manchester broek of over de pastoor, zoals het verhaal hieronder…

De herdertjes

Op een mooie zomeravond – lang geleden – fietste een pastoor met zijn kapelaan (dat is lang geleden) naar huis, naar hun pastorie. Het was laat geworden. Ze kwamen van de zogenaamde ‘krans’: ik weet niet of de pastoorskrans tegenwoordig nog bestaat. Toentertijd was de ‘krans’ en bijeenkomst van pastoors en kapelaans van enkele nabijgelegen parochies, buurtparochies.

Op deze ‘kransen’ werden diverse parochieaangelegenheden besproken, waarbij ook de aangename dingen des levens niet vergeten werden. Het is algemeen genoegzaam bekend, dat de pastorieën vroeger over een uitstekende wijnkelder beschikten.

De taak van de geestelijken in die tijd was veelzijdig en veeleisend: elke dag ’s morgens de H. Mis opdragen, op school godsdienstles geven, dopen, trouwen, biechthoren, de administratie verzorgen, de kinderen voorbereiden op de Eerste Communie, Plechtige Communie, Vormsel, geestelijk adviseur van de verenigingen, op zieken- en huisbezoek gaan en vooral die gezinnen bezoeken, waar de gezinsuitbreiding wat langer op zich liet wat wachten.

Ook de jaarlijkse rogge-, eier- en boteromgang eiste de nodige aandacht en activiteit van de pastoor (en van de koster). Om van de beslommeringen van de afgelopen week te bekomen en om nieuwe energie op te doen voor de komende week werden de pastoorskransen gehouden. Zoals gezegd: ook de geestelijkheid was niet afkerig van de geneugten des levens en menige fles wijn werd ‘soldaat’ gemaakt.

Genoemde pastoor en kapelaan fietsten dus huiswaarts, nog nagenietend van de geslaagde krans. Een goed waarnemer zou opgemerkt hebben, dat de stemming opperbest was, misschien iets te: het zij zo! Helaas kreeg een zekere bravoure de overhand, ofwel had de stuurmanskunst wat aan zuiverheid ingeboet. Op een fataal moment raakten ze elkaar met het stuur. Geschrokken door de onverwachte aanraking, onzeker door de invloed van de heerlijke wijn, verloren ze de macht over hun rijwiel en maakten een (on)zachte landing op moeder aarde.

Een boer, die van een N.C.B.-vergadering huiswaarts keerde, (ze waren het toen nog niet zat) had beide eerwaarde heren op enige afstand gevolgd en de nederwaartse manoeuvre waargenomen. Hen passerend, mompelde hij met gepaste eerbied: “kijk, kijk! De herdertjes lagen bij nachte!”

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Beziet U Selve!
- Burgemeester van de Citadellaan

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 13 mei 2016

"Ellendig gekerm van menschen en beesten"

...kaart van Drunen en Langstraat in de 18de eeuw...
In 1794 belegerden Franse Revolutionaire troepen de Langstraat in Staats-Brabant en daarmee het dorpje Drunen. Bonifacius Beerenbroek, in die tijd pastoor van het dorp, vertelt ons in zijn dagboek onder andere over hoe hij de belegeringen, ontmoetingen met Franse soldaten, plunderingen en overstromingen in de jaren 1794-1795 heeft beleefd.

Al vrij snel na de komst van de eerste Franse troepen kwam Beerenbroek erachter dat het geen gezellige tijd zou worden. Op 24 februari 1794 plunderden vijf soldaten het huis van de pastoor. ‘In een kwartier uurs was er geen hoekje, (…) alle de vertrekken, zolder of kerk, dat niet doorsnuffelt was.’ De schade viel gelukkig mee, met name met het oog op twee nieuwe plunderingen die later op de dag en de daaropvolgende morgen zouden plaatsvinden.

Na de eerste van de twee invallen herkende Beerenbroek zijn huis niet meer: ‘kelders, kamers, alles ledig; gebrokene flesschen en potten, vuiligheid verspreid onder en boven.’ Om zeven uur ’s morgens begon de volgende roof, die tot vier uur ’s middags duurde. De dieven vonden een verscholen kelder en namen zo’n 300 flessen wijn mee, ‘zoo dat er niets meer te vinden was, en ik gerust met open deuren kon slapen,’ aldus Beerenbroek.

Na de overname van ’s-Hertogenbosch door de Fransen in oktober kregen Beerenbroek en de andere inwoners van Drunen het nog zwaarder te verduren. De boeren in Drunen moesten een groot aantal paarden en karren afstaan, en doordat de waterwegen richting Holland waren afgesloten door middel van een dijk, ontstond er al snel een gebrek aan onder andere koffie, zeep en zout. Het weinige voedsel en drinken dat men in Drunen had, werd voornamelijk opgekocht door de Fransen. Het waren zware tijden voor de Brabanders.

Toen de Fransen in januari 1795 Drunen hadden verlaten, waren die zware tijden nog niet voorbij. De Drunenaren hadden de pech dat binnen een week tot drie keer toe de dijken doorbraken. ‘Ellendig was het gekerm van menschen en beesten,’ laat Beerenbroek weten. In zijn eigen verblijf stond het water een halve meter hoog en ‘Den drift was zoodaanig, dat het houtwerk van de achterkeuken, door de binnen keuken, gang en sacristie dreef.’

Pastoor Beerenbroek heeft fragmenten van enkele lastige jaren uit zijn leven vastgelegd in een dagboek, een fenomeen dat ter herinnering wordt geschreven. Nu er meer dan twee eeuwen later nog steeds uit zijn dagboek kan worden gelezen, is dat doel in ieder geval bereikt.

Geschreven door: 
Jurian ter Horst

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
Kijkje in kerkelijke archieven
- Kapelaan achter de tralies

De beste verhalen via e-mail ontvangen?









woensdag 11 mei 2016

Boete voor de molenaar!

...Een eigengereide Kilsdonkse molenaar bezorgt grondeigenaren stroomopwaarts natte voeten. Bij gebrek aan wind, gaat het peil in de Aa omhoog voor stuwkracht van de watermolen...
De Kilsdonkse molen is wijd en zijd bekend. De zeldzame combinatie van een water- en windmolen maakt het bouwwerk tot een waardevol erfgoed. De gerestaureerde molen heeft geen invloed meer op de waterstanden in de Aa. De loop is veranderd. Dat was ooit anders. Op 4 maart 1856 bericht de Noord-Brabanter over de toestanden die "zeker molenaar uit de gemeente Dinther" veroorzaakt. 

Molenaar Cornelis van Aart houdt zich niet aan de eeuwenoude afspraak met Veghel dat de molen alleen in de winter mag malen. Van Aart maalt ook 's zomers. Als compensatie voor de niet altijd werkende windmolen. Hij heeft allerlei voorzieningen getroffen die de stroomopwaartse hooilanden in een drassige soep veranderen. Het regent klachten uit Veghel. Dinther komt in actie, constateert dat Van Aart zich niet aan de regels houdt en daagt hem voor het kantongerecht.

Molenaar Van Aart krijgt een boete van 100,- guldens aan zijn broek. Aangezien hij in hoger beroep gaat, wordt de zaak in Den Bosch voortgezet. In de Bossche archieven wordt een akte uit 1492 opgeduikeld waaruit blijkt dat Kilsdonk een wintermolen is. De rechtbank acht Van Aart strafbaar. Wie denkt dat daarmee de kous af is, heeft het mis. Van Aart heeft er maling aan. Ondertussen bemoeit de provincie zich met de kwestie, komen er stapels onderzoeken over te hoge waterstanden op tafel en wordt Van Aart meerdere malen beboet. Het leidt niet tot oplossingen.

Hoewel de provincie zich mild opstelt, vergist Van Aart zich in de standvastige houding van de gemeente Veghel die alles in het werk wil stellen om de waterafvoer in de Aa te verbeteren. Veghel trekt aan het langste eind. Na de dood van molenaar Van Aart blijven de erfgenamen met een onverkoopbare molen achter. Bij gebrek aan interesse wenden ze zich in 1880 tot Jonkheer Victor de Kuijper, burgemeester van Veghel en Erp.

Die grijpt zijn kans. Als eigenaar van Huize Zwanenburg in Dinther heeft hij wateroverlast aan den lijve ondervonden. Namens Veghel en Erp koopt hij de Kilsdonkse molen. Het verwijderen van sluizen, raderen en maalwerk luidt het definitieve einde in. Maar juist de door Veghel gemaakte tekeningen van het molenwerk worden later gebruikt bij de reconstructie van de watermolen. Die draait nu weer als vanouds. Zonder dat iemand natte voeten krijgt.

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 9 mei 2016

Mgr. Bekkers in Zomergasten!


Precies vijftig jaar geleden overleed bisschop Bekkers; "ons Rinie uit Rooi". De eerste televisiebisschop van Nederland die in 1963 voor KRO's Brandpunt stelde dat geboorteregeling een gewetenskwestie was tussen man en vrouw. Iets waarmee de kerk zich niet moest bemoeien. Nederland haalde opgelucht adem. Een paar jaar later overleed de populaire bisschop.



Deze week vind je iedere dag een verhaal over bisschop Bekkers op onze website. Oud SP-voorman Jan Marijnissen legt uit waarom hij bij het VPRO's programma Zomergasten juist het fragment van de begrafenis van bisschop Bekkers koos. Verder staan we stil bij de ware betekenis van deze bijzondere bisschop, zijn vooruitstrevende ideeën, gecombineerd met traditionele Brabantse waarden.


Of wil je meer weten over de liefde van Bekkers voor Pia Bella? Of welke koffiekopjes de bisschop uitkoos voor het bisdom? Hou dan deze week onze website éxtra in de gaten!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?