maandag 11 januari 2016

Tragische lijkroof gesneuvelde soldaat in 1940

In Zijtaart in de gemeente Veghel staat langs de Zuid-Willemsvaart sinds 1941 een oorlogsmonument voor zes Nederlandse militairen van het 17e Regiment Infanterie, die al één dag na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, op 11 mei 1940 in de strijd tegen de Duitse bezetter zijn gesneuveld. Meer over deze gevechtshandelingen kun je lezen op deze website.


Soldaat Piet Vogelsangs uit Bakel
Onderaan op dit monument staat de naam van de 27-jarige soldaat P. Vogelsangs. Ook in Gemert staat de naam van Piet Vogelsangs op het herdenkingsmonument, op de spiraal onder de witgranieten Vredesmaagd.

Piet (Petrus Antonius Albertus) Vogelsangs was geboren op 22 november 1912 te Sambeek. Zijn vader was Johannes Vogelsangs en zijn moeder Huberdina P. Arts. Hij woonde en werkte bij zijn ouders op de boerderij in Bakel in de buurtschap Overschot, maar had daarvoor ook elders als boerenknecht gewerkt. Of hij een vriendin had of verloofd was, weten we niet, maar hij was niet getrouwd. Zijn graf bevindt zich op de RK begraafplaats te Bakel.
 ...https://oorlogsgravenstichting.nl   RK begraafplaats te Bakel, vak/rij/nummer 2...
Over wat er met het stoffelijk overschot van de op 11 mei 1940 gesneuvelde soldaat Piet Vogelsangs gebeurde, gaat dit verhaal. Een openbaar geworden strafzaak in hoger beroep voor het Gerechtshof in ’s-Hertogenbosch uit 1940, geeft aan de hand van de verklaringen van getuigen en de verdachte een kijk op wat er zich afspeelde, die 1e Pinksterdag op 12 mei.

Uit een proces-verbaal van de gemeentepolitie van Veghel van 24 mei 1940, blijkt dat het stoffelijk overschot van Piet Vogelsangs ’s avonds op 12 mei 1940 is overgebracht naar het lijkenhuisje op het RK kerkhof te Eerde onder Veghel. Het was de rijksveldwachter in Veghel op die 1e Pinksterdag omstreeks 8 uur verteld dat het zakhorloge dat de soldaat bij zich droeg, zou zijn ontvreemd. Hoe hij aan deze informatie kwam, vertelt het proces-verbaal niet, maar geruchten kunnen snel gaan in een kleine gemeenschap… Bij de kistlegging van het stoffelijk overschot op 14 mei werd geconstateerd dat er nog een stuk horloge ketting aan het horlogezakje in de broek van de overledene hing en dat er geen horloge meer in zat. Tijdens de begrafenis op 15 mei op het RK kerkhof in Eerde informeerde de veldwachter bij de familie of hun zoon een horloge bij zich had gedragen, waarop zij bevestigend antwoordden. Vraag was of het horloge vóór of na het overlijden van de soldaat ontvreemd was. De politie probeerde verdachte uit zijn tent te lokken. Op 17 mei was er door de burgemeester van Veghel in overleg met de Duitse autoriteiten een bekendmaking uitgevaardigd over de onmiddellijke aangifte van gewonde soldaten, lijken van soldaten en militaire uitrusting. Een exemplaar hiervan werd diezelfde avond nog door de politie bij het ouderlijk huis van de verdachte thuis uitgereikt en mondeling toegelicht. Maar dit was blijkbaar geen reden voor verdachte om het horloge van de gesneuvelde soldaat meteen aan te geven…


Verdachte en zijn vader kregen het blijkbaar toch een beetje benauwd en zochten trucs om de verdenking bij de politie weg te nemen. De vader van verdachte kwam op zondag 19 mei twee doosjes scherpe geweerpatronen bij de politie inleveren, waarover hij verklaarde ‘dat hij deze had gevonden in de omgeving van zijn woning’. Toen op dinsdag 21 mei de politie de verdachte met vader en zijn zussen in de buurt van de boerderij in de gaten hielden, riep de verdachte tegen de politie ‘dat hij nog militaire goederen in zijn bezit had’. Die zouden door iemand uit Veghel op een zandweg zijn neergelegd en verdachte had deze bij hen in de stal gelegd. Verdachte overhandigde toen aan de ene politieagent een paar onderdelen van een machinegeweer en een leren patroontas. De andere politieagent vroeg toen weer aan verdachte of hij soms nog meer goederen van militairen in zijn bezit had, waarop hij ontkennend antwoordde. ‘Alstoen vroegen wij verbalisanten, om ons het horloge ter hand te stellen hetwelk hij had ontvreemd van den Hollandschen soldaat Vogelsangs die was gesneuvelde nabij de Boterpad vlak bij hem in de buurt. Hierop antwoordde de verdachte ‘O ja die heb ik nog en die zal ik wel even halen, waarop hij bedoelde horloge van een opkamer uit zijn woning haalde, en aan ons verbalisanten overhandigde’.

 ‘Ik zal het maar vatten, want als ik het niet vat, dan vat het toch een ander ‘

De politie stelde nu een officieel onderzoek in. Getuigen werden op 22 mei door de politie verhoord. De 65-jarige buurman van de verdachte, verklaarde dat hij zich met verdachte en nog vijf andere mannen (buurtbewoners en broers verdachte) op 1e Pinksterdag 12 mei 1940 omstreeks half 7 ophield op het Boterpad in de buurtschap Doornhoek onder Veghel. Ze hadden horen zeggen dat er ter plaatse een soldaat was doodgeschoten, en dat deze daar in een weiland lag. Op een afstand van ongeveer 9 à 10 meter zagen zij in een sloot langs een weiland een persoon liggen in soldaten uniform. De soldaat lag geheel bebloed op zijn rug dood in de sloot. Een paar meter van die dode soldaat lagen twee zakboekjes, welke door de andere mannen die bij hem waren, werden opgeraapt en bekeken. Wat ze er verder mee hebben gedaan, weet hij niet. Toen zij allen bij de dode soldaat stonden, zag hij dat verdachte een horloge uit het horlogezakje van die dode soldaat haalde en het horloge even bekeek. Aan het horlogezakje hing nog een stuk van de een horlogeketting, die vermoedelijk van te voren stuk was. Hij had niet gezien dat verdachte de horlogeketting heeft stukgetrokken. De verdachte stak het horloge in zijn zak en is met zijn broers naar huis gegaan.
Een andere getuige uit het gezelschap meldde dat één van de zakboekjes toebehoorde aan soldaat Petrus A.A. Vogelsangs uit Bakel. Hij was nog even een eindje doorgelopen om te kijken of er nog meer dode of gewonde soldaten lagen, maar had verder niemand aangetroffen. De broer van verdachte verklaarde dat de sloot, waarin de soldaat werd aangetroffen, geheel droog was.

Alle verklaringen wezen één verdachte aan, de 34-jarige boer uit Veghel. Hier kunt u een fragment lezen uit de verklaring van de verdachte zelf:


Bij het invoegteken staat in de marge:


De burgemeester van Veghel die op verzoek van de Officier van Justitie inlichtingen over de verdachte verschafte, gaf aan dat hij geen dronkaard was en niet onder invloed was van sterke drank tijdens het vergrijp. Hij stond in de gemeente niet ongunstig bekend, en zijn financiële toestand was niet slecht. Hij was niet getrouwd en woonde bij zijn vader, die eigenaar was van een boerderij.

Vonnis Arrondissementsrechtbank ’s-Hertogenbosch: schuldig aan diefstal en gevangenisstraf 2 jaar

Op dezelfde dag dat het proces-verbaal was opgemaakt, op 24 mei, werd verdachte door de politie voorgeleid aan de Officier van Justitie en overgebracht naar het Huis van Bewaring in Den Bosch. Op 20 juni moest hij verschijnen voor de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch. Het vonnis van de rechtbank werd op 4 juli 1940 uitgesproken: schuldig aan diefstal en een gevangenisstraf van 2 jaar. Een zeer strenge straf werd gerechtvaardigd omdat hij zelfs na de uitreiking van de bekendmaking van de burgemeester van 17 mei bij hem thuis niet uit zich zelf aangifte van het horloge had gedaan. De brief van de Reclassering aan de Rechtbank van 14 juni 1940, die verzachtende omstandigheden voor verdachte aanvoerde, had niet tot strafvermindering geleid. Hier een fragment uit deze brief. ‘Hoe onsympathiek lijkroof ook is’ en ‘Fijngevoeligheid, maar dit is veelal niet de hoofddeugd van een boer’. Hier een fragment uit deze brief:


  In hoger beroep bij het Gerechtshof

Op 26 augustus 1940 ging de veroordeelde in hoger beroep bij het Gerechtshof in Den Bosch. Zijn raadsman voerde familieomstandigheden als verzachtende omstandigheden aan in zijn brief aan de Edel Groot Achtbare Heeren. In het procesdossier van het Gerechtshof treffen we daarnaast brieven aan van oude werkgevers, die ontlastende verklaringen over het gedrag van de schuldige van vóór zijn veroordeling aflegden. Deze varieerden van ‘een sterk en ijverig werkman op wiens gedrag hij niets wist aan te merken, terwijl hij speciaal op het gebied van oneerlijkheid zelfs geen spoor heef kunnen ontdekken’ tot ‘als melkrijder bij de stoomzuivelfabriek gedurende acht jaar, een zeer eerlijk man, al de gelden der leden heeft afgedragen, dat al die jaren op geen enkele wijze op genoemde is aan te merken’.

Ook al bleef de jonge boer schuldig aan de diefstal, uiteindelijkheden leidden de omstandigheden van de dader tot een half jaar strafvermindering.
Hier een fragment uit het arrest van het Gerechtshof op 9 september 1940


Ik moet even terugdenken aan de woorden van de Reclassering in 1940.

Geschreven door:
Annemarie van Geloven

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Bij de brandweer
- Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



NOOT: In aansluiting op de reactie van Marc van den Berkmortel, hierbij een krantenartikel uit de Tilburgsche Courant van 28 mei 1940 over de horlogeroof: 


6 opmerkingen:

Marc van den Berkmortel zei

Hallo Annemarie,

Bedankt voor deze uitgebreide beschrijving van de horlogeroof op soldaat Piet Vogelsangs. Voor www.oudzijtaart.nl ben ik altijd benieuwd naar verhalen over de gesneuvelde militairen aan de kanaaldijk te Veghel/Zijtaart. Naast de 7 vermelde gesneuvelden op het monument aan de kanaaldijk te Zijtaart is er nog een 8e slachtoffer te vermelden. Van 1-II-2RI is aan de kanaaldijk te Veghel op 11 mei 1940 gewond geraakt: Dpl. Sergeant Gerardus Antonius Trines uit Eindhoven. Hij staat niet op het monument vermeld, omdat hij pas op 13 mei 1940 gestorven is in Huize Lidwina te Schijndel. Zijn vrouw was juist met de fiets op weg vanuit Eindhoven naar Schijndel maar kwam net te laat!
Met een kleindochter van Gerard Trines heb ik contact; zij is op zoek naar informatie omtrent het sneuvelen van haar opa. Daartoe zijn we de gezichten en verhalen van de gesneuvelden van II-2RI, die op het Monument van Odiliapeel staan vermeld, in beeld aan het brengen. Enkelen van II-2RI zijn in de meidagen van 1940 gesneuveld en velen later in de oorlog in het verzet. Het blijkt een regiment 'bikkels' te zijn.

Vriendelijke groet,
Marc van den Berkmortel

BHIC zei

Beste Marc, goed dat je het 8e slachtoffer uit de anonimiteit haalt!
We houden contact over informatie bij BHIC.

BHIC zei

Een interessant archief met informatie en foto's over o.a. de gesneuvelde militairen bij Zijtaart is:
toegang 7707 1e Compagnie van het II-de Bataljon van het 17-de Regiment Infanterie te Zijtaart
Het betreffende archief is de neerslag van correspondentie rond de jarenlange bijeenkomsten van de oudstrijders en aanhang. Het is begonnen in 1963 en bijgehouden door sergeant Ad Helmonds te Breda, later te Helmond.
U kunt dit archief in de studiezaal van BHIC op de locatie Den Bosch raadplegen.

Margot Trines zei

Hee Marc,
Wat een mooi stukje heb je geschreven, dankjewel!
Groet, Margot Trines

Marc van den Berkmortel zei

Hoi Annemarie,

Het blijft natuurlijk gissen maar als ik de verklaring van de verdachte lees, zie ik dat hij twee zakboekjes bij de gesneuvelde Vogelsangs heeft gevonden. Eén heeft hij bij de gesneuvelde Vogelsangs in de buitenzak van zijn jas gestoken en één heeft hij bovenop hem gelegd.
Zou dit tweede zakboekje van Gerardus Antonius Trines geweest kunnen zijn? Deze Trines zat bij het zelfde regiment (II-2RI) als Vogelsangs, is gewond geraakt en op 13 mei 1940 gestorven in huize Lidwina in Schijndel.
Zijn kleindochter Margot heeft ook eens een reactie geplaatst en is nog steeds op zoek naar informatie over haar opa.

Vriendelijke groet,
Marc van den Berkmortel

Anoniem zei

Beste Marc, dat is inderdaad gissen!
Misschien kun je een keer in alle rust deze zaak in de studiezaal bestuderen. De stukken zijn openbaar.
Misschien kun je nog interessante details uit getuigenverklaringen halen.