Posts tonen met het label Archiefschatten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Archiefschatten. Alle posts tonen

woensdag 15 januari 2014

Een Japans parelcollier misgelopen...




Wie denkt dat een kranten- of tijdschriftenactie iets is van de laatste decennia, heeft het mis. Al bladerend in het breekbaar geworden weekblad ‘Ons Zuiden’ van 5 februari 1932 valt mijn oog op een actiebon. De vormgeving laat veel te wensen over. Er staat met grote rode letters ‘gratis’ op.


Dit sloeg op een voorstelling met de veelbelovende en spannende titel ‘Dat interesseert iedere Huisvrouw,’ die op vrijdag 12 februari 1932 in het Luxor Theater aan de Hoge Steenweg 15 in ’s-Den Bosch zou plaatsvinden. Als je er als de kippen bij was, kon je mét die bon kans maken op iets “dat iedere Huisvrouw interesseert”: een écht bontje bijvoorbeeld of een luxe parelcollier. 

Een gewild Japans parelcollier
Toen ik de bon beter bestudeerde (ik wilde toch wel weten welke cadeaus ze gratis weggaven) las ik op de achterzijde: “Bent U de gelukkige bezitter van een der onderstaande nummers?” Achter het nummer staat het cadeau dat je als geluksvogel dan kon winnen: Een Juweel van Pastel Nertsbont, een echt Blueback Zeehondenbont, een Juweel van Safierkleurig Nersbont of een echt Zilver Zeehondenbont (zielig!), en dat gaat zo nog even door…

Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt, want welk nummer stond er eigenlijk op de bon in dit oude magazine uit ons archief? Ongelofelijk, is het heus: 598873? We hebben iets gewonnen, met terugwerkende kracht weliswaar! Wij zijn een luxe Japans parelcollier misgelopen. Kom je er 82 jaar na dato achter dat er in ons archief een tijdschrift met een winnend lot ligt… of is het gewoon een goedkope marketingstunt?  


En waar lag nou precies het Luxor Theater, de plek waar jaren geleden deze lucratieve voorstelling heeft plaatsgevonden en waar hippe bontjes werden uitgereikt? Als je een beetje bekend bent in Den Bosch weet je dat in dit prachtige pand nu de modewinkel Mexx zit. Het is een schitterend pand trouwens, met een bijzondere gevel van zandsteen met daarop allerlei Art Deco-elementen. Het theater werd in 1919 geopend om de stad te voorzien van een modern filmtheater. De nieuwste films werden aangeprezen met grote borden die boven de ingang werden geplaatst. In de nissen naast de pilaren werd vaak reclame gemaakt voor de films en theaterstukken die in het gebouw werden getoond. Helaas sloot het theater in 1976 zijn deuren. Verschillende kledingwinkels hebben het pand sindsdien flink verbouwd, maar nog steeds is de vorm van dit theater in ‘Tuschinskistijl’ te herkennen. Sinds 2012 is ook de oorspronkelijke naam ‘Luxor’ weer zichtbaar.
Als ik in de etalage van Mexx kijk moet ik glimlachen. Een mooi stukje geschiedenis da's waar, maar die parelketting zijn we wel mooi misgelopen.
Zo zag het Luxor Theater er uit rond 1925 (Bron: Teletijd - Den Bosch / foto: Gerrie van Geffen)

Het Luxor Theater heeft nu een andere bestemming gekregen (foto: Gerrie van Geffen)

woensdag 17 april 2013

Grote verzameling werktekeningen Bossche School

...Ontwerptekening van de kerk in Oeffelt, door architect Nico van der Laan (1952, vroege Bossche School)... 

Een grote verzameling ontwerptekeningen en foto’s van kerken, scholen, huizen en andere gebouwen in Brabant en ver daarbuiten tref je aan in het archief van Architectenbureau Van der Laan en Van Hal (1946 – 1995). Het BHIC heeft dit gevarieerde archief openbaar en beschikbaar gesteld voor onderzoek. Ben je geïnteresseerd in de Bossche School, dan is dit archief het neusje van de zalm. 

De theorie van de Bossche School was namelijk een onophoudelijke inspiratiebron voor het werk van architect Nico van der Laan (1908-1986). Samen met zijn broer, de benedictijner monnik Dom Hans van der Laan, heeft hij deze architectuurstroming ontwikkeld.

In het najaar van 2012 heeft de zoon van Nico van der Laan, de architect Hans van der Laan van het huidige Bureau van der Laan, het archief door een schenking overgedragen aan het BHIC. Zijn vader begon in 1946 een architectenbureau in de Peperstraat in ’s-Hertogenbosch. Na verschillende verhuizingen en naamswijzigingen was het bureau als laatste tot maart 2010 gevestigd aan de Oude Dieze 19 te ’s-Hertogenbosch.

De Bossche School
De naam van de stroming Bossche School is ontleend aan de cursus Kerkelijke Architectuur die in de periode van de Wederopbouw tussen 1946 en 1973 in het Kruithuis in Den Bosch is gegeven. De opleiding was bedoeld om architecten te begeleiden bij de herbouw en nieuwbouw van de katholieke kerken na de oorlog. Docenten werden de benedictijner monnik Dom Hans van der Laan (1904-1991), Nico van der Laan, Cees Pouderoyen en later ook o.a. Jan de Jong en Harry van Hal.

In de eerste jaren tot ca. 1958 stond de cursus nog dicht bij de traditionele opvattingen van de Delftse School, was het onderricht georiënteerd op de vormentaal van het vroege christendom en hield men zich vooral bezig met de verkenning en bewuste hantering van een universeel maatsysteem, in 1929 ontdekt: het zogenaamde plastisch getal. In het begin van de jaren zestig verandert dit beeld ingrijpend. De cursus ontwikkelt zich dan tot een onderzoeksinstituut voor het hele terrein van de architectuur en stedenbouw. Onder de bezielende leiding van pater Hans bestuderen de architecten een compleet stelsel van nieuwe theoretische inzichten en ontwikkelen daarbij geheel eigen, gezamenlijke vormentaal die de Bossche School ging heten.

Vormgeving
De periode voor 1958 werd gekenmerkt door een sterke invloed van de vroegchristelijke architectuur. Later wordt een belangrijk kenmerk van de Bossche School de sobere vormgeving en afwerking van de gebouwen. Er wordt op een heel directe manier gebruik gemaakt van eenvoudige materialen, zoals baksteen, beton en hout. Opvallend is steeds de heldere geometrie, gebaseerd op het maatsysteem van het plastisch getal. Meer ornament, meer gedetailleerde middelen dan de strikt noodzakelijke worden gemeden.
Het archief bevat foto’s, presentaties en werktekeningen van huizen, kapellen, kerken, grafstenen en andere gebouwen en monumenten in Brabant en daarbuiten, maar bevat ook onderwijsgegevens met tekeningen. De inventaris van het archief is hier in te zien.


...De Bossche School manifesteert zich niet alleen in de kerkenbouw van kort na de oorlog, maar drukt ook een kenmerkend stempel op de Brabantse stads- en dorpsgezichten in de tweede helft van de twintigste eeuw. Hier een foto van het oude Raadhuis van Haaren ontworpen door architect Nico van der Laan...
...Maquette van de latere verbouwing en renovatie van hetzelfde Raadhuis in Haaren, foto uit het archief van het architectenbureau...



maandag 20 augustus 2012

Saaie carnavalsfeesten in het Roomse Zuiden...

...Veel tieners gaan met carnaval gekleed als hun idool Lady Gaga ...
"Wat wordt het dit jaar met carnaval? Hoe ga ik verkleed, als Egyptische prinses of Romein misschien?" Het lijkt misschien nog ver weg maar vele Nederlanders van 'onder de rivieren' zijn het hele jaar bezig met de voorbereiding van carnaval. Deze traditie is al eeuwenoud, maar toch hebben de katholieken zich niet elk jaar van onze geschiedenis feestelijk kunnen uitdossen.

In het jaar 1919 werd door het Militair Gezag bekendgemaakt dat het op 2,3,4,9 en 30 maart verboden was "zich gemaskerd, vermomd of verkleed op den openbaren weg te vertoonen".
Dit verbod gold alleen voor de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland ‘ten zuiden van den Boven-Rijn.' Alleen voor het Roomse Zuiden dus. Dit ging ongetwijfeld over carnaval!


Het verbod van het Militair Gezag op maskers en verkleedpartijtjes tijdens carnavalsfeesten in 1919

In 1919 waren de Europese grootmachten nog steeds verwikkeld in de Eerste Wereldoorlog, ondanks de wapenstilstand die in november 1918 gesloten was. Nederland was ingesloten tussen verschillende landen die met elkaar in oorlog waren. De definitieve vrede werd pas op 28 juni 1919 in Versailles getekend.

Bovenstaand verbod moet in de context van deze oorlog gezien worden. De genoemde dagen in maart komen precies overeen met het carnavalsfeest van dat jaar. Op 30 maart vond overigens het ‘halfvasten’ plaats, dat vroeger ook uitbundig gevierd werd met bijvoorbeeld balfeesten. Tijdens de carnavalsfeesten gingen vele katholieken verkleed en vaak ook gemaskerd de straat op. Maar in oorlogstijd kan dit tot zeer gevaarlijke situaties leiden, bedacht het Militair Gezag. Met al die feestelijke maskers, kostuums en hoedjes waren mensen immers onherkenbaar en wie weet wat er onder al die vrolijke rokjes en tenues schuilging!
In 1916, toen de Eerste Wereldoorlog nog volop aan de gang was, werden er pas echt draconische maatregelen door het Militair Gezag genomen. Niet alleen mocht je geen maskers of kostuums dragen, maar je mocht ook geen toneelstukken opvoeren en zelfs het maken van muziek was uit den boze. Bovendien moesten alle "lokalen bestemd tot gezellig verkeer" om 12 uur ’s nachts hun deuren sluiten!

Gedeelte van de strenge maatregelen van het Militair Gezag in 1916
Ook vandaag de dag zien we voorbeelden van dit soort veiligheidsmaatregelen. Zo verklaarde George W. Bush in 2001 de oorlog aan het terrorisme. Tijdens een oorlog is het namelijk gemakkelijker om bepaalde zaken te verbieden. Steeds vaker hoor je in verschillende landen stemmen opgaan voor een boerkaverbod. Daarbij speelt zeker mee dat je dragers van een boerka moeilijk kunt herkennen en in deze tijden van dreigend terrorisme zou dat volgens sommigen gevaarlijk kunnen zijn.

Bovenstaande bekendmakingen van het Militair Gezag moeten dus als een veiligheidsmaatregel worden gezien ten tijde van oorlog. Al met al zullen het tussen 1914 en 1919 bijzonder saaie carnavalsfeesten zijn geweest, zo zonder muziek en al die verklede piraten, ridders en prinsessen!

 

maandag 13 augustus 2012

#OS1912 in d'Eerd

Zo dachten ze in Brabant 100 jaar geleden over de reclame rond de aankomende Olympische Spelen in Stockholm


Oké, mosterd na de maaltijd, maar té leuk om pas weer over vier jaar tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro uit onze archiefdozen te toveren. Bovendien kregen we bovenstaand artikeltje met foto van onze trouwe inzender Tony van Geffen. Een reden te meer om dit na de grootse afsluiting van de Spelen in Londen toch nog even onder jullie aandacht te brengen.

In 1912 vonden veel Brabanders dit affiche té pikant
Bovenstaand krantenartikel spreekt eigenlijk voor zich. Het maakt onder andere duidelijk hoe de echtgenote van een brave Brabantse onderwijzer aankeek tegen het affiche ter promotie van de Spelen in Stockholm in 1912. En zij zal niet de enige zijn geweest in Eerde! Eigenlijk zou je verwacht hebben dat juist die brave onderwijzer zijn vrouw deze afbeelding wilde besparen…;-)

Toegegeven, dit soort pr-uitingen met half ontblote lijven van atleten waren voor de meeste mensen in die tijd erg gewaagd. Bovendien was er nog geen tv en het live volgen van wedstrijden via livestreams en sociale media zoals Facebook en Twitter was al helemaal een utopie. Nu zit iedereen tijdens de Spelen massaal voor de buis gekluisterd en ziet de meest prachtige beelden voorbijkomen van energieke hockeydames in erg korte rokjes en van atletische turners die uiterst soepel aan de rekstok zwaaien.

Nee, de ‘#OS1912’ hadden bij lange na niet de mondiale impact en uitstraling die ze nu hebben en dat was te merken!
  


vrijdag 3 augustus 2012

Verraders opgepast!



De president van de Rechtbank, mr. Vliegenthart, tijdens de eerste zitting van het Hof ter berechting van verraders en collaborateurs (foto: Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, 1945)

“Zyn taak is niet gemakkelyk. Het volk vraagt gerechtigheid en kleine straffen stelt het niet tevreden. Hy moet beslissen waar gerechtigheid ophoudt en wraak begint.”  Deze originele tekst staat achterop een foto uit 1945, afkomstig van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

Op de foto staat een fronsende, voorover gebogen grijze man, mr. Vliegenthart, president van de rechtbank. De foto is gemaakt tijdens de eerste zitting van het Hof ter berechting van verraders en collaborateurs. Hij fungeerde als beroepsrechter van de zuidelijke tribunalen. We snuffelen in zijn archief, dat belangrijke informatie bevat uit de bijzondere rechtspleging na de Tweede Wereldoorlog.

De Nederlandse regering in Londen stelde in 1943 de bijzondere rechtspleging in, waarmee meteen na de bevrijding een begin werd gemaakt. De bijzondere gerechtshoven deden de zware misdaden, de tribunalen beoordeelden collaborateurs, NSB’ers en profiteurs. In alle 19 arrondissementen werd een tribunaal gevestigd, dat maatregelen kon opleggen aan ‘foute’ Nederlanders zoals internering, ontzetting uit bepaalde rechten en verbeurdverklaring van het vermogen.

Voor de beroepsmogelijkheid werd de zogenaamde ‘Hoge Autoriteit’ in het leven geroepen. In ’s-Hertogenbosch werd hiervoor mr. A.J. Vliegenthart (1881-1950) benoemd, die al dan niet zijn fiat gaf aan uitspraken van de tribunalen in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland.

In juni 1948 werden de tribunalen opgeheven, maar de afrondende werkzaamheden werden tot midden jaren vijftig voortgezet. Vliegenthart was tevens werkzaam in de documentatiecommissie voor de zuivering van het overheidspersoneel voor het district ’s-Hertogenbosch, dat de drie provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland omvatte. Hij had ook zitting in een zuiveringscommissie voor leden van de rechterlijke macht.

In 1995 werd duidelijk dat het bureau-archief van Vliegenthart bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch stond. Het werd overgedragen aan het voormalige Rijksarchief en bleek een schat aan informatie te bevatten over de berechtiging na de Tweede Wereldoorlog. Zo bevat het de zogenaamde fiatteringsrapporten van de Hoge Autoriteit te ’s-Hertogenbosch en stukken over de zuivering van overheidsfunctionarissen.

Weet wel trouwens dat dit archief pas in 2035 vrijelijk kan worden geraadpleegd en dat je het nu alleen onder bepaalde voorwaarden kan inzien.

woensdag 25 juli 2012

Van de straat


Graafwerkzaamheden ten behoeve van de verbetering van de Aa

De Melkertbanen van de jaren dertig, zo zou je de werkverschaffing kunnen noemen waarmee voor de oorlog de werklozen ‘van de straat’ werden gehouden. In het BHIC is er veel van deze overheidsbemoeienis bewaard gebleven.

Je vindt bij ons bijvoorbeeld het archief van de Stichting Werkverschaffing en Ontginning Noord Brabant. De oprichting van deze stichting in 1937 kan gezien worden als het sluitstuk van een baaierd van werkverschaffingsprojecten. Het was een breed gedragen initiatief van provinciaal bestuur, landbouworganisaties en vakcentrales. Lang heeft de stichting trouwens niet bestaan. Zij werd in 1942 na een forse ruzie tussen het bestuur en de Duitse bezetter opgeheven.

Ontginning was het hoofddoel van de stichting. Als je gaat snuffelen in de archiefstukken zie je heel treffend hoe en tegen welke kosten grote delen van de Brabantse heidevelden geschikt werden gemaakt voor de landbouw. Zo kostte de ontginning van een stuk heide onder Liempde dat eigendom was van het Mannengasthuis uit Esch precies 1800 gulden. Daarbij werd rekening gehouden met een uurloon van 22 cent. De gemeente moest dan wel de planken en de kruiwagens ter beschikking stellen.

Persconferentie in het nieuwe zwembad De Kienehoef in Sint-Oedenrode. Het zwembad is aangelegd tijdens de werkverschaffin rond 1937 (Foto: BHIC)
 Op onze site vind je meer foto's met werkverschaffingsprojecten.











vrijdag 13 juli 2012

Samen sterk tegen Rome!

Wervingsfolder Christelijk Hulpbetoon te vinden in de archieven van Christelijk Hulpbetoon 1844-1972 in het BHIC

Ontwikkelingshulp en zendingswerk in eigen land. Zo is in het kort de taak samen te vatten van de protestantse organisaties Maatschappij van Welstand en Christelijk Hulpbetoon.

Beide instellingen zijn ontstaan in een tijd waarin de protestanten in Brabant hun dominerende positie begonnen te verliezen. Functies die eerst alleen door protestanten werden vervuld, kwamen in handen van de katholieken. Ds. J. van Heusden (1757 – 1841) trachtte dit tij te keren door in 1822 te Breda De Protestantsche Maatschappij ter bevordering van Welstand, door ondersteuning en voorlichting op te richten. Van Heusden was een voorstander van een vreedzaam samenleven van protestanten en katholieken.

De Maatschappij kocht land en boerderijen in Noord-Brabant ten behoeve van armlastige protestanten en verstrekte hen geldleningen opdat zij konden investeren. De leden van de Maatschappij, die in het hele land woonden, brachten met een jaarlijkse contributie het kapitaal bijeen. De Maatschappij hing haar activiteiten trouwens niet aan de grote klok om de tegenstelling katholiek-protestant niet te vergroten.

Een andere vergelijkbare instelling ontstond toen een groep protestanten in Noord-Brabant de ‘strijd tegen de macht van Rome’ nog wat steviger wilde aanzetten. Ook wilden ze het werkgebied niet beperken tot Noord-Brabant. Daarom werd op 1 juli 1844, op initiatief van ds. C.W. Pape (1788-1872), te ’s-Hertogenbosch de Protestantsche vereeniging onder zinspreuk ‘Christelijk Hulpbetoon’ opgericht. 
Het belangrijkste doel was in het hele land “voor het Protestantisme te waken en werkzaam te zijn door Protestanten, in het bijzonder behoeftigen, tegen de invloed der Roomsche propaganda te beveiligen en te behoeden tegen afval van hun belijdenis”. In de eerste jaren van haar bestaan besteedde Christelijk Hulpbetoon veel geld aan de verspreiding van godsdienstige lectuur, het stimuleren van christelijk onderwijs en de organisatie van bijbellezingen. Later kwam de nadruk meer te liggen op de financiële ondersteuning van kleine zelfstandigen in plaatsen met een duidelijke protestantse minderheid en van protestantse instellingen in het zuiden des lands.

Voor de meesten is dit natuurlijk geen dagelijkse kost. Maar, stel, je bent geïnteresseerd in het protestantse deel van de Noordbrabantse bevolking, dan kunnen de archieven ‘Maatschappij tot Bevordering van Welstand’ en ‘Christelijk Hulpbetoon’ je een goed inzicht geven in de ondersteuning van dit bevolkingsdeel. Oh ja, beide archieven zijn te vinden in het BHIC.



maandag 25 juni 2012

Vincent van Gogh = x (3872)


Met de Regiohistoricus op pad...





“Vincent van Gogh is voor de kunstgeschiedenis wat het x-deeltje is voor de natuurkunde!” Aldus Robbert Dijkgraaf, de scheidende president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, op 21 juni in het Van Gogh Museum te Amsterdam. Dijkgraaf nam daar het eerste exemplaar in ontvangst van Van Gogh: New Findings, deel 4.

X (3872) zoals het x-deeltje officieel heet, is voer voor specialisten, maar de verhalen eromheen hebben ook een groter publiek warm gemaakt voor de theoretische natuurkunde. Op dezelfde manier brengen ontdekkingen rondom de persoon en het werk van Vincent van Gogh veel mensen op de been, juist ook buiten het kringetje van kunsthistorici. Publieksbereik dus, volgens Dijkgraaf een absolute noodzaak voor elke tak van wetenschap, juist in deze tijd van bezuinigingen op wetenschap en cultuur.

Robbert Dijkgraaf (links) afgelopen donderdag tijdens het symposium in het Van Gogh Museum te Amsterdam
Eén van die ontdekkingen betrof een brief van Vincent uit 1872, toen hij nog maar 19 jaar oud was. Deze brief werd aangetroffen in het archief van de Helvoirtse familie De Jonge van Zwijnsbergen, dat berust in het BHIC. Vincents vader was destijds dominee in Helvoirt en ook van hem en Vincents opa zijn brieven in dat archief bewaard.

Onze brief van Vincent van Gogh is nu, inclusief contextinformatie, opgenomen in www.vangoghletters.org

Maar er was meer nieuws te melden. Erg leuk was Teio Meedendorps relaas over de juiste plek van Vincents atelier aan de Rue Lepic in Parijs. Dat bevond zich volgens de literatuur op de derde verdieping  van een oud, nog bestaand woonblok, maar toen Meedendorp voor de deur stond, bleek het bewuste appartement niet toegankelijk te zijn. Via tussenkomst van een makelaar kon hij wel het appartement op de 4e etage betreden, exact boven de afgesloten woning.


Toen Meedendorp daar uit het raam keek, ontdekte hij dat Van Gogh daar zijn atelier moest hebben gehad. Het uitzicht op de omliggende huizenblokken kwam namelijk precies overeen met enkele door Van Gogh  geschilderde uitzichten. Deze bevinding werd ondersteund door een later ontdekt citaat van een tijdgenoot van Vincent: het atelier bevond zich op de vierde verdieping!

Introductie door Chris Stolwijk (Hoofd Kunst, Van Gogh Museum; Editor-in-chief Van Gogh Studies)
over de Van Gogh Studies en het lopend onderzoek

Met een frisse blik kijken naar het al bekende, dat was de boodschap van deze middag in ‘het Van Gogh’. Zo ontstaan nieuwe verhalen op een moment dat we denken dat we alles al weten. Verhalen waar je ook als niet-specialist ’n hele middag geboeid naar zit te luisteren….

woensdag 20 juni 2012

Een échte Van Gogh in je handen

De brief van Vincent van Gogh aan Hendrik Verzijl, 26 oktober 1872 (Collectie BHIC: familiearchief De Jonge van Zwijnsbergen)
Het zal je maar gebeuren. Je werkt als onderzoeks-documentaliste voor het Van Gogh Museum en krijgt kopieën van documenten onder ogen. Vooralsnog niks bijzonders natuurlijk, totdat blijkt dat je een échte Van Gogh brief in je handen hebt...

Dit overkwam Fieke Pabst in het BHIC. “Ik herkende het handschrift en de signatuur van Vincent van Gogh onmiddellijk. Die signatuur met de voorletters ‘VW’ tegen elkaar aan geschreven kwam overeen met die van 4 augustus 1873 in het bezoekersregister van de Dulwich Picture Gallery. Vanwege de onduidelijke initialen was nog niet eerder herkend dat het om een brief ging van Vincent van Gogh. Het document werd in het BHIC daarom omschreven als: ‘J. van Gogh (?) aan Hendrik Verzijl, 1872’.”

Het gaat om een brief uit 1872 van de jonge Vincent van Gogh aan de verzamelaar Hendrik Verzijl te Helvoirt. Het schrijven dateert van 26 oktober 1872. Vincent van Gogh was toen negentien jaar en werkzaam bij de kunsthandel Goupil & Cie in Den Haag. Voor de gepensioneerde onderwijzer Hendrik Verzijl uit Helvoirt had hij getracht op een veiling een aantal boeken te kopen. Dit was helaas niet gelukt, omdat alle biedingen de hem opgegeven limieten hadden overschreden. Van Gogh schrijft hierover in deze brief. Hoogstwaarschijnlijk liet hij de brief via zijn vader – destijds dominee te Helvoirt – bezorgen.

Verzijl woonde in bij de familie De Jonge van Zwijnsbergen, die tot de kennissenkring van de familie Van Gogh behoorde. Zo is deze brief dus terecht gekomen in het familiearchief De Jonge van Zwijnsbergen in het BHIC. In dat archief bevinden zich veel brieven van de familie Van Gogh waaronder van Vincents vader en grootvader.

De zomervakantie begint, hét moment om op pad te gaan. Heb je zin en interesse om deze brief (en nog véél meer over Vincent van Gogh) te gaan bewonderen, dan zijn er volop mogelijkheden! De brief maakt namelijk een reis door Brabant.

Signatuur van Vincent van Gogh...
Expositie van de nieuw ontdekte brief:

Maar je kunt hem ook gewoon online bekijken natuurlijk! Klik hier voor het volledige persbericht.

Als je veel meer van Van Gogh wilt zien, ga dan zeker naar het Van Gogh Museum in Amsterdam!


maandag 18 juni 2012

En dan nu ... muziek!

Compilatie van bladmuziek uit het archief van de BBA


Zou hij gespeeld zijn, de Zuid Nederlandsche Stoomtrammarsch, toen op 24 juli 1890 de lijn Princenhage-Rijsbergen-Zundert-Wuestwezel van de Zuid-Nederlandse Stroomtramwegenmaatschappij in gebruik genomen werd? Vast wel. Want rond die tijd moet de bladmuziek van deze mars, gecomponeerd door C. Dellaert en opgedragen aan de directie van de maatschappij, verschenen zijn. Prijs voor piano f 0,40, prijs voor harmonie f 1,00. 

Wilt u hem eens spelen: de pianopartij is te vinden in het archief van de BBA, de Brabantse Buurtspoorwegen en Autodiensten.
Houdt u meer van een smartlap? Ook dan kunt u in het BHIC terecht: 'Oonbegrenst vermoogen, kunt gij 't gedoogen, dat m' ons uit onse waerelt sleept ...', zo begint het eerste couplet van de Klagten van een Afrikaner in de Mijnen van Peru. Het blad maakt, samen met een tekening van een lezende soldaat - het verband is onduidelijk - deel uit van de kaarten-, prenten- en tekeningenverzameling.

Andere muziek, ook in gevangenschap ontstaan, bevindt zich in het archief van de Oud-gijzelaars van Sint Michielsgestel. Verschillende kampliederen, maar ook een complete ballade voor zang en piano. Bent u benieuwd naar het verband tussen vrijheid en het dragen van een baard, lees (en zing) dan deze Ballade 'Heer Gijzelbaard'. Hij is geschreven door J.C. Schröder en op muziek gezet door J.H. Taat.

Interesse in de oud-gijzelaars van Sint-Michielsgestel? Dan vind je hier foto's en verhalen.


vrijdag 8 juni 2012

Nederland - Brazilië: Niet altijd voetbal



Slaven in Brazilië omstreeks het midden van de zeventiende eeuw

Het EK staat voor de deur en Nederland is er klaar voor. Straten zijn in oranje gehuld, de giveaways van supermarkten zijn niet aan te slepen en dames hebben hun Bavaria-jurkje gestreken en wel in de kast hangen. Iedereen hoopt op een topprestatie van “onze jongens” en denkt stiekem terug aan die glanzende overwinning tijdens het WK voetbal in 2010, toen de twee beste teams van de wereld het tegen elkaar op moesten nemen. Nederland – Brazilië: 2 - 1. Heel lang geleden hadden we een andere verbintenis met Brazilië…

In 1828 zeilen 125 Braziliaanse schepen de haven van Rio de Janeiro uit en varen 24 Nederlandse koopvaardijschepen diezelfde haven binnen. Twee jaar later is deze activiteit flink verminderd en arriveren er nog maar acht Nederlandse schepen in Rio, terwijl slechts 21 Braziliaanse schepen de haven verlaten.
Deze cijfers zijn te lezen in de handelsverslagen die de Bosschenaar Jonkheer E.M.A. Martini, vice-consul bij het consulaat-generaal en de diplomatieke missie in Brazilië tussen 1826 en 1836 naar het vaderland stuurde. Martini geeft niet alleen cijfers, hij verklaart ze ook. 
Zo hebben de Nederlandse schepen in 1828 onder andere bedrukte katoenen stoffen, geweren, kaas en jenever aan boord en gaan de Braziliaanse schepen op weg naar de Afrikaanse kust. Ze keren terug met bijna 48.000 slaven, van wie er onderweg ruim 2.500 sterven en meer dan 1.200 door kopers worden geroofd. Per 1 maart 1830 wordt de slavenhandel voor Brazilië verboden en daalt de afzetmarkt voor Nederlandse stoffen en geweren.
Wanneer je meer onthullende feiten wilt lezen, of wanneer je wilt weten wat Martini in 1831 tijdens de lange bootreis terug naar huis schreef over de Braziliaanse volksaard en andere kwesties, verdiep je dan eens in de collectie Martini te vinden in de studiezaal van het BHIC.

Oh ja, voor de voetballiefhebbers onder ons nog even dit YouTube-filmpje om die spannende wedstrijd in 2010 weer vers op het netvlies te krijgen. Per slot van rekening begint geschiedenis bij gisteren ;-)




maandag 28 mei 2012

Ónze schatkist...

Vel met assignaten uit de Bestuursarchieven 1795-1814. Zoals de onderste hoektekstjes aangeven, bestrafte de wet vervalsers met de doodstraf, maar werden verklikkers door de natie beloond...
Tussen de ongeveer 200.000 archiefdozen in de depots van onze Citadel staat één doos die tot aan de rand toe is gevuld met geld. Even voor de duidelijkheid: geen geld dat we op het eerste gezicht nog als zodanig zouden herkennen, maar wel degelijk waardepapieren! Het gaat om een dikke stapel vellen uit 1793, bedrukt met zogenaamde assignaten. Deze vellen met assignaten bevinden zich in de archieven van de Gewestelijke en Departementale Bestuursinstellingen tussen 1795-1814 (ofwel de Bataafs-Franse tijd).

In feite gaat het hier om het eerste papiergeld dat in de Nederlanden in gebruik is geweest. De oorsprong van dit papiergeld lag een paar jaar daarvoor in Frankrijk. In het begin van de Franse Revolutie kampte de revolutionaire regering met een ernstig staatstekort. Om dat te bestrijden besloot men in 1789 tot de nationalisatie van de kerkelijke eigendommen. Met deze bezittingen als onderpand werden assignaten uitgegeven. De bedoeling was ze te vernietigen als het onderpand, de grond, verkocht zou worden. Maar die verkoop van genationaliseerde goederen liep niet zo heel hard, en de regering begon de assignaten ook te gebruiken voor lopende uitgaven, dus als echt papiergeld. Toen in 1792 de oorlog uitbrak werden opnieuw grote hoeveelheden assignaten uitgegeven, waardoor de dekking (zoals in onze tijd de goudvoorraad van de Nederlandse staat dekking is geweest voor ons papiergeld) in feite steeds fictiever werd.

Dat had grote negatieve invloed op de waarde, of om het anders te zeggen: de inflatie was reusachtig. Einde 1794 was de koers van de assignaten nog maar 22 procent van de nominale waarde. In 1796 kreeg je nog maar 1/883 van de oorspronkelijke waarde terug. Dat was natuurlijk onhoudbaar en op 19 februari 1797, inmiddels 215 jaar geleden, werden de assignaten uit de omloop gehaald en vervangen door nieuw papiergeld tegen 1/30 van de waarde.

Je zult je nu afvragen, hoe is dat pak assignaten in godsnaam in die archiefdoos beland? In het najaar van 1794 trok een Bataafs-Frans leger Noord-Brabant binnen om met militair geweld in de Republiek der Verenigde Nederlanden een nieuw bestel af te dwingen. Dit gezelschap moest natuurlijk gevoed en gehuisvest worden en men betaalde daarvoor in de hele provincie met assignaten. Deze zouden later kunnen worden ingewisseld voor contanten. De Commissie belast met vergoedingen voor assignaten en oorlogsschaden handelde dat tussen 1797 en 1799 af. Dat heeft onder andere een tamelijk dit boek opgeleverd waarin per plaats in Noord-Brabant de namen van mensen staan die dit eerste papiergeld in de Nederlanden hebben ingeruild voor “echt” geld. En een volle doos biljetten dus!   
Reislustige predikant
Boeit deze tijd je en wil je er meer over weten. Ga dan ook eens naar het blog van de reislustige predikant Stephanus Hanewinckel: Reizen door de Meierij. Brabant door de ogen van Stephanus Hanewinckel. Van 1791 tot 1798 was Stephanus predikant in de naburige plaatsen Aarle, Beek en Lieshout. Zijn volgende standplaats was Oostgrafdijk in Noord-Holland bij Alkmaar. In deze periode schreef hij zijn bekende boeken over de Meierij met onder andere veel notities en dagboekaantekeningen, die via dit weblog worden gepubliceerd.

Hanewinckels negatieve oordeel over de katholieken en het katholicisme verhinderde niet dat hij een scherp waarnemer en een zeer betrouwbaar verslaggever was

vrijdag 20 april 2012

Monnikenwerk

Een compilatie uit het archief van Hein Mandos (BHIC)

Wie zijn werkkamer ooit heeft bezocht moet gedacht hebben dat Hein Mandos een ouderwetse kamergeleerde was: overal boekenrekken en kaarten bakken, tijdschriften en losse briefjes. Zijn huis was zijn werkkamer, maar zijn wereld was heel wat groter.

Met contactpersonen over heel de wereld had hij een netwerk opgebouwd dat hem moest helpen aan gegevens over het onderwerp waarop hij misschien ooit nog eens zou gaan promoveren: spreekwoorden.

Hein Mandos tijdens een lezing (collectie Hein Mandos, BHIC)

Naast het leraarschap, dat hij met verve en grote bekwaamheid bekleedde, was Mandos vooral bekend als heemkundige, volkskundige en als expert op het gebied van Brabantse dialecten en spreekwoorden. Hein Mandos, geboren op 4 november 1907, had een brede belangstelling voor met name twee aspecten: taal en geschiedenis. Wat doen en deden de Brabanders en hoe zien we de neerslag in onze taal daarvan? Hij en zijn vrouw Miep hebben hierin ontzettend veel energie en tijd gestopt. De kaartenbakken vormden de stille getuigen daarvan. De niet-stoffelijke getuigen bestonden uit zijn functies in het culturele leven in Noord-Brabant en de rest van het oude hertogdom. Zo was hij een van de oprichters van de Heemkundige Studiekring Kempenland, hielp hij andere heemkundekringen mee opzetten en was hij vele jaren lang voorzitter van de overkoepelende Stichting Brabants Heem en bestuurslid bij het Provinciaal Genootschap.

Miep Mandos-Van de Pol signeert een exemplaar van het boek De Brabantse Spreekwoorden (collectie BHIC)





Zijn weduwe Miep wijdde de rest van haar leven aan de voltooiing van Heins levenswerk. Samen met een groep gelijkgezinden richtte zij de Hein Mandosstichting op om het geesteskind van haar man toch nog het levenslicht te laten zien. De financiën voor de publicatie werden geregeld en op 24 november 1988 werd het eerste exemplaar van De Brabantse Spreekwoorden gepresenteerd. De weduwe Mandos-van de Pol liet bij testament de door Hein en haarzelf vergaarde collectie taalkundig en volkskundig materiaal en hun zeer uitgebreide bibliotheek na aan het BHIC. Interesse? Maak een keer een afspraak met onze studiezaal en kom een kijkje nemen. Hier nog meer over Hein Mandos.

De drs. Hein Mandosplaats in Waalre 

woensdag 4 april 2012

Perfecte tekeningen van een ‘geniale’ dienst

“Teekening van het wachthuis op het terrein ‘Kijk in de Pot’ nabij Bergen op Zoom, van de Genie 3e Commandement, Bergen op Zoom 10 october 1893”
Tja, het is jammer dat ze niet allemaal bewaard zijn gebleven, want de tekeningen en registers van de Genie in Noord-Brabant zijn bijna even monumentaal als de gebouwen en werken waar ze voor gemaakt zijn. In het BHIC zijn deze tekeningen en registers te raadplegen.
 

Het Wapen der Genie was belast met populair gezegd ‘het zand en de stenen’. Met andere woorden: ontwerpen, bouwen en onderhouden van gebouwen en vestingwerken zoals kazernes, militaire scholen, magazijnen en verdedigingslinies. De formele opdrachtgever, die ook het ontwerp beoordeelde, was tot 1795 de Raad van State daarna de Minister van Oorlog. De aannemers waren in het algemeen lokale ondernemers. Werd er in de burgermaatschappij vaak niet zo nauw gekeken bij het ontwerpen en tekenen, in het leger was het precisiewerk. Dat is aan de tekeningen te zien. Het zijn in hun soort vaak fraaie kunstwerken. In het BHIC bevinden zich zo’n 1300 bouwtekeningen uit de periode 1735 – 1979. Jammer dat er ook veel verloren is gegaan.

De onderzoeksmogelijkheden van de tekeningen zijn trouwens legio, bijvoorbeeld voor onderzoek naar de bouwhistorie van een pand of naar de gebruikte bouwmaterialen en de voorwaarden waaraan deze moesten voldoen. Ook de genieregisters zijn een onmisbare bron als je geïnteresseerd bent in de (bouw)geschiedenis van militaire werken. In deze ‘registers voor de dienst der Genie’ zoals ze officieel heten, werden alle militaire werken in het ressort zo volledig mogelijk in hun onderdelen beschreven. Alles werd verduidelijkt met behulp van tekeningen.

Belangstelling? Dan wil je vast weten welke registers van militaire werken je in het BHIC kunt raadplegen. Dat zijn die van onder meer Breda, Dordrecht, ’s-Hertogenbosch, Middelburg en Willemstad.

woensdag 22 februari 2012

Van sterren en geesten en een domineeszoon


Lang zou hij worden en verre reizen zou hij maken, Willem Eliza van Brakel, geboren op 3 april 1756 om 13.00 uur te Rotterdam. Althans, als we zijn geboortehoroscoop mogen geloven. Deze is te vinden in het BHIC in de Collectie Van Brakel.


Volgens bewaard gebleven paspoorten uit dezelfde collectie zit het met die lengte wel goed: de latere advocaat werd tussen de 1.70 m en 1.80 m lang en dat zal rond 1800 niet klein geweest zijn. Maar verre reizen? Dat kan een tochtje van Breda naar Tilburg toch niet genoemd worden. En veel verder kwam hij niet.

Als je wilt weten hoe het met de andere voorspellingen zit, lees dan zelf deze horoscoop. Overigens meent de opsteller daarvan dat het is ‘als met de blinde, tastende nae het geenne hij niet weet: zijnde alleen maar hersenschimmene…”, dat zal Cornelis Johannes van Heusden (1791 – 1872) waarschijnlijk niet gezegd hebben van het contact met geesten van overledenen.

In het archief van deze jurist en domineeszoon bevindt zich namelijk een verslag van een spiritistische séance waarin het medium de geest onder andere vraagt naar de werkzaamheden van de synode en naar de waarde van de moderne, dat wil zeggen de vrijzinnige theologie. Met dat laatste onderwerp hield Van Heusden zich intensief bezig. Zo intensief, en vooral zo publiekelijk, dat het hem in conflict bracht met de Hervormde Kerk en hij geschorst werd als lid van de synode. Meer over deze man en zijn publicaties kun je vinden in het Archief van de familie Van Heusden en in de bibliotheek van het BHIC.

maandag 7 november 2011

Ouders, wat kiest U?

 

Wie zou in de “Inventaris van gedeponeerde archieven van Sint-Michielsgestel” (een verzameling van grotendeels particuliere archieven en collecties) zo gauw de “Catalogus van affiches en documenten uit de Tweede wereldoorlog” ontdekken? Want daar staat deze archiefschat in. Samen met nog ruim 130 andere affiches en brochures die allemaal te maken hebben met voorlichting en vooral ook propaganda in de periode 1941-1945.

Allemaal uitgevaardigd door de overheid, zowel door de Duitse bezetter als door de Nederlandse overheid, maar ook door de militaire bevelhebber van de geallieerden. Luchtaanvallen, Nederlandsche Unie, zwarte handel, Waffen-SS, Vrijwilligerslegioen Nederland, Nationale Jeugdstorm, schaarste, Winterhulp Nederland, de bevrijding, Binnenlandse Strijdkrachten: het komt allemaal terug in vaak pakkende beelden.

Want dat moet gezegd: de meeste propaganda-affiches, zeker degene die afkomstig waren van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK), waren van een geraffineerde psychologie, ondersteund door een overtuigende grafische vormgeving. Veel van die affiches zijn verloren gegaan. Maar een ambtenaar uit Sint-Michielsgestel met een vooruitziende blik heeft al die affiches (na ze soms flink te hebben bestempeld met het gemeentestempel) zorgvuldig weggeborgen. Daarmee is een unieke collectie materiaal uit de periode 1941-1945 bewaard gebleven.

Een voorbeeld is het hierboven afgebeelde propaganda-affiche voor de Nationale Jeugdstorm met de tekst “Ouders, wat kiest u?” uit oktober 1943. Op demagogische wijze worden hier ouders keuzen voorgehouden. “Ziet ge Uw zoon niet liever hier bij staan – flink en zelfbewust… dan dat hij met zijn ziel onder den arm rondhangt?” of “Vindt U het prettig als Uw dochter alleen maar aandacht heeft voor haar lippenstift… of ziet U liever, dat zij haar handen op deze manier gebruikt?” Alsof het enige alternatief voor vernielingen aanrichtende (“baldadigheden” heette dat toen nog) hangjongeren of voor leeghoofdige wufte meisjes de Nationale Jeugdstorm (discipline!) was.