Posts tonen met het label #stukvanhetjaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #stukvanhetjaar. Alle posts tonen

woensdag 1 oktober 2014

Steun het 'ongelukkige Schepzel' Jenneke van Hal #StukvanhetJaar2014


In het kader van de Maand van de Geschiedenis organiseren De Nederlandse Archieven de verkiezing ‘Stuk van het Jaar’. Het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) nomineert dit jaar een brief uit 1797 van het Vughtse dorpsbestuur over de zorg voor de oude en gebrekkige Jenneke van Hal.
...fragment uit Stuk van het Jaar 2014...
Die nominatie heeft alles te maken met de actualiteit: met ingang van 2015 legt het Rijk veel zorgtaken neer bij de gemeenten. Niet iedereen is er nog van overtuigd dat dat allemaal zomaar goed zal verlopen. Maar er zijn lichtende voorbeelden van gedecentraliseerde zorg uit het verleden, zoals deze Vughtse brief.
In de achttiende eeuw was het zo dat mensen die tot armoede vervielen, een beroep konden doen op de lokale armenkas van hun geboorteplaats, dus ook als ze inmiddels ergens anders woonden. Dat is wat er gebeurde met Jenneke van Hal. Zij werd geboren in Vught en trouwde in 1737 in Helvoirt met de geboren Helvoirtenaar Harman van Iersel. Ze kregen in ieder geval één kind, Joanna. Toen Jenneke hoogbejaard was, werd zij ziek en begon te tobben. Of haar man en dochter toen nog leefden, weten we niet. Maar als je geen dokterskosten kon betalen, moest je toch een beroep doen op de armenkas, en wel die van Vught. En dat deed Jenneke.

Tot zover lijkt alles volgens de toen heersende procedures te gaan. Wat de brief van het Vughtse dorpsbestuur, waarin het de zorg voor Jenneke op zich neemt zo bijzonder maakt, is de toon waarop de president-schepen A.H. van der Heijden zich tot zijn collega in Helvoirt wendt om de zaken te regelen. Hier wordt niet een procedure gevolgd via de Wet Maatschappelijke ondersteuning voor een scootmobiel of goedkoop taxivervoer, maar hier wordt daadwerkelijk bezorgdheid geuit voor een medemens in moeilijkheden, een ‘ongelukkig Schepzel’. (Let bijvoorbeeld op het “warm inpakken”).

Om die reden nomineren we dit jaar ‘Zorgplicht gemeenten’ voor de uitverkiezing als Stuk van het Jaar: als lichtend voorbeeld uit Vught van een menselijke uitvoering van maatschappelijke zorgplicht. Zo doen we dat in Vught. En we roepen iedereen dan ook op dit ‘ongelukkige Schepzel’ opnieuw te steunen en ‘Zorgplicht gemeenten’ van het BHIC tot hét mooiste archiefstuk van Nederland te kiezen. Stem vanaf 1 oktober via http://www.stukvanhetjaar.nl/bhic.


De winnaar met het ‘Stuk van het Jaar 2014’, wordt op woensdag 29 oktober in het Stadsarchief Rotterdam bekendgemaakt, meteen na afloop van de Maand van de Geschiedenis. 

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

vrijdag 15 augustus 2014

Marilou kiest: brein achter Osse Bende #stukvanhetjaar2014

...PV van J. Vossenberg (T: 523, inventarisnr 81)...
Op de foto in de krant kijkt ze me goedmoedig aan. Hoofd tikje schuin, handen ineen gevouwen en met een vriendelijke glimlach om de lippen. In niets lijkt ze op “waarschijnlijk de grootste misdadiger in Oss”, zoals de president van de rechtbank haar omschrijft in 1935. Mijn Stuk van het Jaar gaat over het proces-verbaal van Hanneke van Martekus.

...Hanneke van Martekus...
Ik probeer me voor te stellen hoe een president tot een dergelijke uitspraak komt. De Bende van Oss moet hem al tijden hebben beziggehouden. Al bijna 100 man zijn veroordeeld. Omdat ze mensen hebben afgeperst, mishandeld of vermoord. Dan staat uiteindelijk ook de 46-jarige Johanna Vossenberg voor hem.“Zij kan gelden als de vrouwelijke hoofdpersoon van het Ossche misdadigerskamp. Algemeen bekend onder den bijnaam Hanneke van Martekus hield zij in de beruchte buitenwijk van Oss een stille kroeg waar de bende vele rooftochten op touw heeft gezet. Meermalen gaf zij “tips”en kocht zij gestolen goed. In het beruchte perceel, waar zij den schepter zwaaide, zijn vele misdadigers gekweekt en voor het “vak” heeft opgeleid”, schrijft godsdienstig-staatskundig dagblad De Tijd in 1935.

Nieuwsblad van het Noorden voegt er nog aan toe dat “haar invloed op de Ossche jongens funest is geweest en zonder haar zouden vele misdrijven niet gepleegd zijn. Voor uitlokking kan zij niet veroordeeld worden maar moreel is zij de uitlokster van vele misdrijven geweest gedurende tien, twintig jaar.” Ook wordt er geïnsinueerd dat deze “verleidelijke” vrouw het jonge manvolk op z’n minst het hoofd op hol bracht. “Een ware leerschool in de misdaad waarbij jongelui werden binnengelokt”, gaan de kranten verder.

Zelf horen we Johanna haast niet. De president – in de krant - tot verdachte: “Zou u nu niet eens bekennen?” Verdachte (bijna onhoorbaar): “Het is verschrikkelijk!” President: “Het is verschrikkelijk wat u gedaan hebt. Daarover kunt u in de gevangenis nadenken.” Dat maakt mij nieuwsgierig naar haar veroordeling – mijn Stuk van het Jaar – want wat heeft Hanneke allemaal op haar kerfstok? Welnu, zij wordt veroordeeld tot vijf jaar voor het “eene gewoonte maken van het opzettelijk koopen van door misdrijf verkregen voorwerpen”. Wat? Heling? En da’s alles? Voor “twee flesschen jenever en eenige kippen”. Maar het Limburgsch Dagblad laat verdediger Zinnicq Bergmann zeggen dat de rechtbank verdachte “niet zozeer had gestraft wegens heling dan wel omdat zij de Ossche jeugd zedelijk had bedorven.”
...Marilou met haar Stuk...

Dat maakt het raadsel alleen maar groter. Is Hanneke van Martekus het criminele brein achter de Osse bende? Is haar café niets minder dan een leslokaal voor nietsvermoedende jongens die via haar bedstee in de criminaliteit worden gestort? Of wordt haar rol door de kranten en de president van de rechtbank sterk overschat? De president lijkt niet te twijfelen. Zodra Hanneke zegt dat van alle tenlasteleggingen niets waar is, reageert hij: “Dat is een brutaliteit. Heel Oss weet het. Van alle misdadigers te Oss bent u waarschijnlijk de grootste.” 

Omdat archieven vaak veel prijs geven maar soms toch niet alles, is dit met kop en schouders Mijn Stuk van het Jaar 2014.

Vind je dit interessant? Lees dan ook: