Posts tonen met het label 1818. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1818. Alle posts tonen

maandag 14 september 2015

Zes jaar cel voor stelen van hemd en haargetouw

...plattegrond van het plaats delict, opgemaakt door de burgemeester...
Het BHIC heeft een archief waarin de vonnissen van de krijgsraad met de dossiers liggen opgeslagen. Dit archief wordt nu toegankelijk gemaakt en de index hiervan komt binnenkort online. Eén van die dossiers (20-802) gaat over soldaat Dingenis Lindhout uit Oud-Vossemeer. Op weg naar zijn garnizoen in Breda pleegt hij een diefstal die uiteindelijk zware gevolgen voor hem zullen hebben.

Dingenis Lindhout wordt geboren op 7 april 1781 in Oud-Vossemeer als zoon van bakker Andreas Lindhout en moeder Janna Haze. Zijn vader overlijdt op 46-jarige leeftijd en zijn moeder zet de bakkerij voort, totdat zij een jaar later ook overlijdt. Het zijn roerige tijden met de Fransen als overheersers. Op 11 maart 1814 wordt Dingenis als militair opgeroepen.

Volgens een extract uit het Stamboek dat op 24 september 1818 wordt gemaakt, trekt hij bij de oproeping nummer 131. Hij heeft een dik en vol aangezicht, een vlak voorhoofd, lichtbruine ogen, een spitse neus, een ordinaire (=gewone) mond, een ronde kin en zwart haar en wenkbrauwen. Als bijzonder kenmerk wordt genoteerd dat hij een litteken op zijn linkerschouder heeft. Volgens het extract heeft hij een lengte van 4 voet 11 duim 0 streek. Dat zou omgerekend ongeveer 1,50 meter zijn.

In 1818 heeft Lindhout verlof, maar op een bepaald moment moet hij terug naar zijn legeronderdeel in Breda. Dat doet hij lopend vanaf Oud-Vossemeer en in Wouw brengt hij de nacht door. Als hij de volgende ochtend, 16 september 1818, vertrekt om het laatste deel naar Breda af te leggen, neemt hij uit de schuur waar hij heeft geslapen een haargetouw weg en van een bleekveld seelt hij drie hemden. Dat komt hem duur te staan, want nog voor hij uit het dorp vertrekt, wordt hij door de veldwachter aangehouden en door de burgemeester ondervraagd.

Er volgt een lang proces en Dingenis verandert zijn versie van wat er is gebeurd. Burgemeester J.B. Adan zet zijn tanden in de kwestie en maakt onder meer een plattegrond van het plaats delict. Die plattegrond kan bijna zo op het huidige stratenpatroon worden gelegd (zie de illustratie hier boven). Diverse getuigen worden gehoord en op 8 januari 1819 spreekt de krijgsraad in 's-Hertogenbosch het vonnis uit. De krijgsraad ‘verklaard den gedetineerde ter zake voormelde vervallen vanden militaire Stand welke hij bekleede, en te zijn eerloos - verklaard wijders dat de gedetineerde zal worden geconfineerd (=opgesloten) voor den tijd van zes jaar’. Ook de eis tot betaling van alle kosten werd overgenomen.

...het vonnis, uitgesproken op 8 januari 1819 en bevestigd op 22 januari...
Dingenis Lindhout wordt overgebracht naar de Citadel in ’s-Hertogenbosch. Binnen de Citadel is in 1789 een ‘Huis van Arrest’ voor militaire misdadigers gebouwd. Lang duurt zijn gevangenschap niet: Dingenis overlijdt op 9 juli om half negen 's avonds. De doodsoorzaak wordt niet aangegeven. Pas tien maanden later wordt het overlijden in de gemeente Oud-Vossemeer ingeschreven.

Benieuwd wie nu precies getuigden tegen Dingenis? Of voor hoeveel geld hij zijn gestolen waar te koop aan bood? Lees hier dan het volledige en interessante verhaal van René Hermans, met daarin ook aandacht voor de Wouwse hoofdpersonen in deze kwestie.

Deze gastblog is van de hand van René Hermans. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in!

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Udense soldaat veroordeeld voor dessertie
- Fransen geexecuteerd in Den Bosch en Ravenstein

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 14 oktober 2013

Vier kantjes drama uit de 19de eeuw

...uit het archiefstuk gemeente Werkendam...
Het handschrift is onberispelijk, het taalgebruik evenzeer. Maar de inhoud van de vier kantjes toont een aaneenschakeling van dramatische gebeurtenissen. Vrijwilliger Han Vrinten wees ons op dit archiefstuk vol leed.

"Op heden zaterdag den zestienden Mei agtien hondert agtien S morgens om half acht uren", zo begint het relaas, "is door Klara Kieboom, weduwe van Johannes Sigmond bij het bestuur dezer Gemeente verklaard dat haar ongehuwde Dogter Gerritje gepasseerd Dingsdag avond om zeven uren, zijnde geweest den Twaalfden Mei, was bevallen van eend dood kind, zijnde van het vrouwelijke geslagt, verzoekende permissie om het Zelve ter aarde te bestellen." Dat is op zich al een intrieste gebeurtenis maar in dit verhaal pas het begin van nog meer veel leed.

Want wat blijkt? Het meisje is bevallen op het toilet en daar is het kindje ook in beland. Dat vindt de burgemeester van Werkendam ook een "zonderlinge wijze van bevallling". En ook de verdere omstandigheden worden als "zeer vreemd voorkomend" betiteld. De overbuurman wordt ingeschakeld om het lichaampje weer boven water te krijgen. Dat lukt maar vervolgens heeft de buurman "hetzelfde Kindje weder in de put van 't Secreet laten zinken."

...keihard leed in een keurig handschrift...
Op aandringen van de vrouw van de buurman wordt het meisje weer opgediept en buiten neergelegd. Maar ook dat gebeurt niet zonder huiveringwekkende details. "Zij heeft vervolgens twee dakpannen erover heeft gelegd opdat de honden hetzelve niet Zoude wegslepen." En zo gaat het verder, over de ontstellende "plons in het secreet" die is gehoord na de bevalling. Los van al deze angstwekkende beschrijvingen zijn we door dit archiefstuk getuige van een inktzwarte gebeurtenis in een vermoedelijk troosteloos leven. "Kieboom is in arrest genomen en in verzekerde bewaring gesteld."
 
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Glas-in-dood
- Ondergang van de familie Cuppen