Posts tonen met het label diefstal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label diefstal. Alle posts tonen

vrijdag 26 februari 2016

Een zeeman met Sambeeks kerkzilver

De Sambeekse kerk, waar in 1861 een zilverdief actief was
De Venlose zilversmid vertrouwt het voor geen cent. Het is dinsdag 31 juli 1861. De onbekende kerel die voor hem staat, met een dikke neus en een hoog voorhoofd, biedt wat ongebruikelijke spulletjes te koop aan. 

Zilveren stukjes van een rozenkrans, maar ook een zilveren kruisje en wat plaatjes. Ik trap er niet in, denkt de smid. Hij waarschuwt de marechaussees en die grijpen de kerel in zijn kraag. Al gauw denkt de politie te weten wie ze in hun cachot hebben: de dief van het Sambeekse kerkzilver!

Twee dagen eerder, op zondagmorgen, is het ontdekt. Het zilver waarmee het Lieve Vrouwebeeld in de Sint Jan de Doperkerk van Sambeek wordt opgesierd, is verdwenen. De koster meent dat op zaterdag alles er nog lag, in een glazen kastje bij het beeld, zo zal hij later tijdens de rechtszitting in Den Bosch verklaren. Maar zondag is alles foetsie. Een zilveren kroon van de Madonna zelf en het kleinere kroontje van het kindje Jezus. Plus een verzilverde rozenkrans en wat zilveren plaatsjes die voorwerpen voorstellen, zoals wat hartjes en een hoofd. De gelovigen zijn geschokt. Wie steelt er nu uit een kerk?

Na de arrestatie in Venlo denkt Justitie wel te weten wie de onverlaat was. Cornelis Kuijpers, zo heet de zilverdief die in de Limburgse stad is opgepakt. Hij komt uit Gorinchem, is 25 jaar oud en zeeman van beroep. In Venlo probeerde hij de gestolen goederen te verpatsen, meent het Openbaar Ministerie.

Die laat een aantal getuigen opdraven tijdens de zitting. Zoals de Boxmeerse herbergier bij wie Kuijpers een paar dagen heeft gelogeerd. De zaterdagmiddag waarop de diefstal vermoedelijk is gepleegd, was de zeeman vertrokken uit het logement. Een paar dagen eerder had de herbergier hem over de Sambeekse kerk horen spreken. Ook een getuige uit Sambeek had de vreemdeling met bewondering over het kerkzilver horen praten. De zeeman had navraag gedaan over de kerk. De gereformeerde Kuijpers zou zelfs overwegen om 'Roomsch' te worden.

En wat oordeelt de rechter? Die vindt het bewijs te dun. De verdachte zegt dat hij voor iemand anders, die Venlo niet binnen durfde te gaan omdat hij schulden had, de spulletjes te koop had aangeboden. Omdat er lichte twijfel is of de teruggevonden stukjes wel echt die uit de kerk zijn en omdat er verder geen sluitend bewijs is, wordt de zeeman vrijgesproken.

Vijf jaar later belandt Kuijpers toch nog in de bak. Wegens landloperij. De gevangenisdirecteur noteert in het register dat de gevangene van het gereformeerde geloof is. Toch maar niet Roomsch geworden...


Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- "Dorus, Dorus, ge slaat mij dood..."
Een tragische moord in Haps

De beste verhalen via e-mail ontvangen?




maandag 14 september 2015

Zes jaar cel voor stelen van hemd en haargetouw

...plattegrond van het plaats delict, opgemaakt door de burgemeester...
Het BHIC heeft een archief waarin de vonnissen van de krijgsraad met de dossiers liggen opgeslagen. Dit archief wordt nu toegankelijk gemaakt en de index hiervan komt binnenkort online. Eén van die dossiers (20-802) gaat over soldaat Dingenis Lindhout uit Oud-Vossemeer. Op weg naar zijn garnizoen in Breda pleegt hij een diefstal die uiteindelijk zware gevolgen voor hem zullen hebben.

Dingenis Lindhout wordt geboren op 7 april 1781 in Oud-Vossemeer als zoon van bakker Andreas Lindhout en moeder Janna Haze. Zijn vader overlijdt op 46-jarige leeftijd en zijn moeder zet de bakkerij voort, totdat zij een jaar later ook overlijdt. Het zijn roerige tijden met de Fransen als overheersers. Op 11 maart 1814 wordt Dingenis als militair opgeroepen.

Volgens een extract uit het Stamboek dat op 24 september 1818 wordt gemaakt, trekt hij bij de oproeping nummer 131. Hij heeft een dik en vol aangezicht, een vlak voorhoofd, lichtbruine ogen, een spitse neus, een ordinaire (=gewone) mond, een ronde kin en zwart haar en wenkbrauwen. Als bijzonder kenmerk wordt genoteerd dat hij een litteken op zijn linkerschouder heeft. Volgens het extract heeft hij een lengte van 4 voet 11 duim 0 streek. Dat zou omgerekend ongeveer 1,50 meter zijn.

In 1818 heeft Lindhout verlof, maar op een bepaald moment moet hij terug naar zijn legeronderdeel in Breda. Dat doet hij lopend vanaf Oud-Vossemeer en in Wouw brengt hij de nacht door. Als hij de volgende ochtend, 16 september 1818, vertrekt om het laatste deel naar Breda af te leggen, neemt hij uit de schuur waar hij heeft geslapen een haargetouw weg en van een bleekveld seelt hij drie hemden. Dat komt hem duur te staan, want nog voor hij uit het dorp vertrekt, wordt hij door de veldwachter aangehouden en door de burgemeester ondervraagd.

Er volgt een lang proces en Dingenis verandert zijn versie van wat er is gebeurd. Burgemeester J.B. Adan zet zijn tanden in de kwestie en maakt onder meer een plattegrond van het plaats delict. Die plattegrond kan bijna zo op het huidige stratenpatroon worden gelegd (zie de illustratie hier boven). Diverse getuigen worden gehoord en op 8 januari 1819 spreekt de krijgsraad in 's-Hertogenbosch het vonnis uit. De krijgsraad ‘verklaard den gedetineerde ter zake voormelde vervallen vanden militaire Stand welke hij bekleede, en te zijn eerloos - verklaard wijders dat de gedetineerde zal worden geconfineerd (=opgesloten) voor den tijd van zes jaar’. Ook de eis tot betaling van alle kosten werd overgenomen.

...het vonnis, uitgesproken op 8 januari 1819 en bevestigd op 22 januari...
Dingenis Lindhout wordt overgebracht naar de Citadel in ’s-Hertogenbosch. Binnen de Citadel is in 1789 een ‘Huis van Arrest’ voor militaire misdadigers gebouwd. Lang duurt zijn gevangenschap niet: Dingenis overlijdt op 9 juli om half negen 's avonds. De doodsoorzaak wordt niet aangegeven. Pas tien maanden later wordt het overlijden in de gemeente Oud-Vossemeer ingeschreven.

Benieuwd wie nu precies getuigden tegen Dingenis? Of voor hoeveel geld hij zijn gestolen waar te koop aan bood? Lees hier dan het volledige en interessante verhaal van René Hermans, met daarin ook aandacht voor de Wouwse hoofdpersonen in deze kwestie.

Deze gastblog is van de hand van René Hermans. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in!

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Udense soldaat veroordeeld voor dessertie
- Fransen geexecuteerd in Den Bosch en Ravenstein

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



woensdag 12 oktober 2011

Beurs gevonden? Gauw een kalf kopen!


Achter de kille letters van de rechtbank gaat vaak een persoonlijk drama schuil. Ookal is het strafbare feit niet zo heel erg groot. Maar hoelang droomt Dina Kerkhof al van een eigen kalf? En hoe ver is zij bereid daarvoor te gaan?

In het vonnis van de Arrondissementsrechtbank in Den Bosch lezen we wat er op die mooie lentedag 7 mei 1900 in Den Dungen precies gebeurt. De negenjarige Leentje vindt een portemonnee met flinke inhoud. Tien guldens, vier rijksdaalders, twee guldens, twee kwartjes, een dubbeltje en vijf centen. Om precies te zijn 22 gulden 65. Leentje brengt de beurs naar haar moeder Dina die viavia al over de vondst van haar dochter heeft horen praten.

Dina handelt snel en doordacht. Zij neemt de beurs van haar dochtertje en geeft haar een zakje met steentjes waarmee Leentje buiten moet gaan spelen. Liefst in de buurt van diegenen die hebben kunnen zien dat Leentje iets heeft gevonden. De portemonnee zelf verbergt Dina snel in een kast. Een paar dagen later geeft Dina haar man 21 gulden om een kalf te kopen. De rest van het geld bergt ze weer op in de kast.

Maar de rechtmatige eigenaar, Petrus Raaijmakers, heeft ook horen praten van de vondst van Leentje en vindt het wel erg toevallig dat dat gebeurde op het moment dat hij zijn portemonnee verloor. Hij gaat verhaal halen bij Dina, in bijzijn van brigadier der Marechaussee Boogerd. Die vindt de beurs met het overgebleven geld. En Dina moet mee.

De officier van justitie eist zes weken gevangenisstraf maar de rechter beslist dat Dina veertien dagen achter slot en grendel moet. "Rechtdoende in Naam der Koningin verklaart beklaagde schuldig aan diefstal", zo staat te lezen.