Posts tonen met het label 1857. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1857. Alle posts tonen

vrijdag 29 januari 2016

Boze cafébezoeker steekt drie broers neer


...wraak voor een caféruzie in Boxmeer...
Vol wrok zat hij, Johannes Verwaijen. De 47-jarige Boxmerenaar kon het maar niet verkroppen dat hij op tweede pinksterdag 1857 door kastelein Jacob Rongen het café was uitgezet. De uitbater van logement De Gouden Leeuw aan de Keistraat in Boxmeer, de tegenwoordige Steenstraat, had die dag genoeg van Verwaijens ‘onbetamelijke en twistzieke gedrag’ en had hem de deur gewezen.

Bijna een jaar lang liep Verwaijen rond met die wraakgevoelens. „Ik zal me wreken”, zei hij tegen wie het maar wilde horen. Dat had ook de 14-jarige Maria Horsten gehoord, die dat later ten overstaan van de rechters in Den Bosch kwam verklaren: „Voordat ik vertrek uit Boxmeer, zal ik me wreken op de gebroeders Rongen.”

Hij was een kruitvat waar alleen nog maar een brandende lont in gestoken hoefde te worden. Dat gebeurde op de avond van 18 april 1858, tegen half elf. Verwaijen betrad de gelagkamer van De Gouden Leeuw, liep naar de tapkast en vroeg Piet Rongen, een van de drie broers die het logement bestierden, om een halve liter bier. Piet weigerde. Omdat, zo zou hij later tegen de rechters zeggen, Verwaijen in een opgewonden houding de herberg was binnengekomen. Piet nam de ongewenste bezoeker bij de arm en begeleidde hem naar de uitgang. Verwaijen stribbelde flink tegen. „Ik wilde het geschil in der minne bijlegen”, zou hij later verklaren. 

Piets broer Jacob, die op een stoel wat zat te sluimeren, sprong op en schoot zijn broer te hulp. Dat deed ook broer nummer drie, Theo. Toen ze bij de deur van de gelagkamer aan het duwen waren, greep Verwaijen onder zijn jasje. Flits ging het en nog eens en nog eens. De drie broers vielen op de grond. Piet met het knipmes geraakt in buik, ribben en hals. Theo was in de borst gestoken en Jacob in de bovenarm.
Ze overleefden het. Piet was er het slechtst aan toe: lag vier weken in bed en kon 36 dagen niet werken. Theo kon tussen acht en tien dagen zijn beroep niet uitoefenen en en Jacob kon twintig dagen niets doen.

Verwaijen werd opgepakt. De rechtbank hoorde meer dan twintig getuigen. Verwaijens raadsman, mr. Laurillard, vond dat zijn cliënt „eene hevige opgewondenheid aan den dag had gelegd”; hij meende dat de oorzaak in krankzinnigheid moest worden gezocht en vond een straf van maximaal 3 maanden wel genoeg. De rechtbank dacht er anders over. Verwaijen kreeg zes jaar tuchthuis opgelegd en twee boetes van elk 25 gulden. En hij moest de rekening voor het dure proces betalen: 230 gulden.

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Een beestachtig moordenaar
Moord in Boxmeer

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 2 november 2011

Een dozijn engelen en twee poppenrompen


Een paar bazaarartikelen uit de winkel van mejuffrouw Meulman uit Veghel
 Op 4 april 1857 verkoopt mejuffrouw de weduwe Meulman te Veghel één dozijn engelen nr. 148 aan H.J. Hellraeth te Rees. Ze handelt in bazaarartikelen en tussen juli 1855 en maart 1859 gaat er nog heel wat meer naar Rees: kisten, vaten, manden en baaltjes vol met rozenkransen, poppenrompen, breinaalden, armbanden, pijpen, gesneden balienen, snuifdozen, tandenborstels, elastieken keelbanden en een half dozijn suikerwaterlepels met houten steel om maar een greep te doen.

Ook haar andere klanten krijgen de meest uiteenlopende zaken geleverd, waaronder ook boeken. Vooral devote met titels als Omgang met God, Liefdesvlammen en Zielversterker. Hónderden artikelen staan er in haar magazijnen opgeslagen.
Als je zin hebt daar eens rond te neuzen, lees dan een uurtje in het in- en verkoopregister dat juffrouw Meulman van haar handel bijhield. Het bevindt zich in een klein bestand van bedrijfs- en andere archieven die werden aangetroffen in het archief van het Kantongerecht Eindhoven. Al lezend kom je terecht in de winkel-van-sinkel waar onze voorouders hun spulletjes kochten. Waarschijnlijk betaalden zij er iets meer voor dan je in juffouw Meulmans register leest, want meneer Hellraeth en zijn collega's moesten er natuurlijk ook wat aan verdienen.

Het register vertelt nog een heel ander verhaal ook. Het eindigt namelijk rond 1866. Daarna staan er gegevens in over de verkoop van tabakswaren. Misschien ging de weduwe over op andere handel. Maar waarom ligt er dan een nota van B. van Speyk uit Gemert in het boek, en een aan hem geadresseerde envelop? Hij was fabrikant in tabak, snuif en sigaren. Dat blijkt uit andere registers in hetzelfde archiefbestand. Daarin is ook te vinden dat hij in Veghel woonde, voor hij naar Gemert kwam. Wie weet is er in die tijd iets moois ontstaan tussen hem en de weduwe. Wie weet heeft zij voor hem haar handel in bazaarartikelen opgegeven. Maar wie weet hoe het afliep toen hun spulletjes eenmaal bij het kantongerecht waren beland!

Een 'winkel-van-sinkel' in Brabant, maar niet die van de weduwe Meulman...
Nieuwsgierig naar meer mooie verhalen in en over Veghel en Erp? Ga dan ook eens naar ons online geschiedenisboekje.