Posts tonen met het label 1876. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1876. Alle posts tonen

vrijdag 4 december 2015

Het monster uit de wildernis


Sommigen in Velp en Reek meenden dat ze idioot was. Anderen vonden haar kwaadaardig. Misschien zat ze ook wel achter de branden die de twee dorpen de laatste tijd teisterden. Een monster, zowel lichamelijk als geestelijk. Dat was misschien wel de beste omschrijving van het meisje met de woeste, flonkerende ogen…

15 jaar oud was ze, deze Maria van der Linden. Ze kwam uit Reek, uit een buurt die bekend stond als ‘de Wildernis’. Zei dat niet genoeg? Niemand stond ervan te kijken toen ze op de avond van donderdag 6 oktober 1875 in opdracht van marechaussee Sellschop werd opgepakt. Had zij, eerder die dag, niet ook als enige geweigerd mee te zoeken naar de verdwenen dochters van Antoon Laarackers uit Reek, 6 en 9 jaar oud?

Ze lachte het toegestroomde publiek brutaal uit toen ze naar de Graafse gevangenis werd gevoerd. Maar eenmaal binnen kwam het al gauw tot een bekentenis van ‘het kind van de wildernis’.
Ja, zij had die ochtend de twee meisjes vermoord. Ze was in Velp eikels aan het rapen toen de twee haar, niet voor het eerst, uitscholden. Haar toeriepen dat zij geen centen had voor de kermis en de twee zusjes lekker wél.

Ze had haar knipmes gepakt en de oudste, Henrica, een bosje ingelokt. Had het kind een snee toegebracht en vervolgens in de ogen gestoken. Nog een steek was nodig om het kind te doden. Vervolgens had ze het 6-jarige zusje, Theodora, in een sloot geduwd en net zo lang onder water gehouden totdat ze niet meer spartelde.

De rechters die op 21 februari 1876 de dubbele moord behandelden, troffen tegenover zich geen meisje aan. Daar stond een jongen. In de gevangenis was aan het licht gekomen dat de jonge dader – klein van stuk, met een bleek aangezicht en een kuiltje in de kin – een penis had. „Ik ben altijd als meisje opgevoed en heb er nooit aan gedacht dat ik een jongen zou kunnen zijn”, zei hij tegen de rechters. Hij had een zeldzame afwijking aan zijn geslachtsorgaan: hypospadie. Bij zijn geboorte was er maar voor gekozen het kind als een meisje te beschouwen…

Afwijking of niet, de rechters oordeelden dat de jongen in koelen bloede zijn daden had gepleegd. En dat er niets mis was met zijn geestelijke vermogens. Vijftien jaar verbeterhuis, zo luidde het vonnis een week later.
Toen hij, als vrij man, in 1903 wilde trouwen, was er een probleem. Volgens de geboorteakte was hij immers een vrouw. De rechtbank kwam er opnieuw aan te pas. Nu om te verklaren dat die geboorteakte moest worden gewijzigd: vrouwelijk werd mannelijk en Maria werd Marinus.

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Een beestachtig moordenaar
- De Goede Stad: crimineel of niet

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 1 april 2013

Held of schurk: Jan Wap

...het boek van Jan Wap...
Het BHIC in Grave zit nu vijf jaar aan de Arnoud van Gelderweg 73 in Grave. In het kader van het lustrum verzorgt Leny van Lieshout drie maanden iedere maandag een blog over bijzondere archiefstukken. Vandaag deel zeven.

Eeuwenoude oorkondes uit Grave werden geïnventariseerd en beschreven door Jan Wap. "Doctor Wap" staat er dan ook bij deze zogeheten charters vermeld. Maar steeds vaker rijst de vraag of dat Wap wel dit werk heeft verzet of dat het eigenlijk het werk was van pater Hermans...

Er zijn vier hoofdrolspelers in dit stuk: de literator Jan J.F. Wap, de Graafse patriciërs Petrus Hermans en Petrus Walter en Hermans’ broer pater Bonaventura Hermans o.cist., trappist in de abdij van Westmalle. Alle vier hadden ze te maken met Graafse charters: Wap beschreef ze, P. Hermans en Walter verzamelden ze, en B. Hermans bekeek ze. De Hermansen worden uitbundig bedankt in het werk dat Jan Wap in 1858 in Utrecht liet verschijnen, Geschiedenis van het land en der Heeren van Cuyk (inmiddels integraal te vinden op Google books).

...Aan Cuyk verwante geslachten...
Het was de handelseditie, zoals dat tegenwoordig heet, van zijn antwoord op een door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant in 1854 uitgeschreven prijsvraag over hetzelfde onderwerp. Wap was doctor, in de wijsbegeerte, en dat wilde hij weten ook: alle door hem geïnventariseerde charters hebben een klein etiketje met daarop in fors gedrukte letters: Doctor Wap. Het valt in hem zeer te prijzen dat hij die charters ook heeft benut, in zijn boek, maar dat dan alleen als zijn boek ook echt zijn pennevrucht was.

En dat wordt sterk betwijfeld: niet Wap, maar pater Hermans zou de auteur zijn geweest. Als dat zo is, dan heeft Hermans zijn lot met waarlijk kloosterlijke zelfopoffering gedragen: hij heeft er nergens iets over vastgelegd. Wap, van zijn kant, doneerde in 1876 een exemplaar van de inzending op de prijsvraag in bijbehorende houten kist aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, als onderdeel van een grote schenking die de herinnering aan zijn prestaties voor het nageslacht moest bewaren.

...illustratie van de Burg van Grave...
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Een zeergeleerde zeereerwaarde
- Schrijver uit Boxmeer vertrekt met de noorderzon