Posts tonen met het label Reek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reek. Alle posts tonen

vrijdag 4 december 2015

Het monster uit de wildernis


Sommigen in Velp en Reek meenden dat ze idioot was. Anderen vonden haar kwaadaardig. Misschien zat ze ook wel achter de branden die de twee dorpen de laatste tijd teisterden. Een monster, zowel lichamelijk als geestelijk. Dat was misschien wel de beste omschrijving van het meisje met de woeste, flonkerende ogen…

15 jaar oud was ze, deze Maria van der Linden. Ze kwam uit Reek, uit een buurt die bekend stond als ‘de Wildernis’. Zei dat niet genoeg? Niemand stond ervan te kijken toen ze op de avond van donderdag 6 oktober 1875 in opdracht van marechaussee Sellschop werd opgepakt. Had zij, eerder die dag, niet ook als enige geweigerd mee te zoeken naar de verdwenen dochters van Antoon Laarackers uit Reek, 6 en 9 jaar oud?

Ze lachte het toegestroomde publiek brutaal uit toen ze naar de Graafse gevangenis werd gevoerd. Maar eenmaal binnen kwam het al gauw tot een bekentenis van ‘het kind van de wildernis’.
Ja, zij had die ochtend de twee meisjes vermoord. Ze was in Velp eikels aan het rapen toen de twee haar, niet voor het eerst, uitscholden. Haar toeriepen dat zij geen centen had voor de kermis en de twee zusjes lekker wél.

Ze had haar knipmes gepakt en de oudste, Henrica, een bosje ingelokt. Had het kind een snee toegebracht en vervolgens in de ogen gestoken. Nog een steek was nodig om het kind te doden. Vervolgens had ze het 6-jarige zusje, Theodora, in een sloot geduwd en net zo lang onder water gehouden totdat ze niet meer spartelde.

De rechters die op 21 februari 1876 de dubbele moord behandelden, troffen tegenover zich geen meisje aan. Daar stond een jongen. In de gevangenis was aan het licht gekomen dat de jonge dader – klein van stuk, met een bleek aangezicht en een kuiltje in de kin – een penis had. „Ik ben altijd als meisje opgevoed en heb er nooit aan gedacht dat ik een jongen zou kunnen zijn”, zei hij tegen de rechters. Hij had een zeldzame afwijking aan zijn geslachtsorgaan: hypospadie. Bij zijn geboorte was er maar voor gekozen het kind als een meisje te beschouwen…

Afwijking of niet, de rechters oordeelden dat de jongen in koelen bloede zijn daden had gepleegd. En dat er niets mis was met zijn geestelijke vermogens. Vijftien jaar verbeterhuis, zo luidde het vonnis een week later.
Toen hij, als vrij man, in 1903 wilde trouwen, was er een probleem. Volgens de geboorteakte was hij immers een vrouw. De rechtbank kwam er opnieuw aan te pas. Nu om te verklaren dat die geboorteakte moest worden gewijzigd: vrouwelijk werd mannelijk en Maria werd Marinus.

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Een beestachtig moordenaar
- De Goede Stad: crimineel of niet

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 3 juli 2015

Zinderende zomertips

Ben jij ook toe aan zo'n lekker ijsje?
Geniet jij volop van deze zomerse dagen of zoek jij misschien klagend de koelte op? Ook begin twintigste eeuw had men een haat-liefdeverhouding met de zon en regende het klachten tijdens een hittegolf. Wellicht breken we morgen alle warmterecords en gaan we die 40 graden écht aantikken. Sla met ons de krant open en ga goed voorbereid dit zwoele weekend in!

Hitteplan
Afgelopen week trad in Nederland een heus hitteplan in werking om zoveel mogelijk het hoofd koel te houden. In 1925 kregen verschillende schoolkinderen vanwege de hitte ook een middag 'vrij-af.'

Vanille ys van Toontje van Hees (Reek, 1930)
Maar de arme kindertjes konden geen duik nemen in het zwembad of de hele middag ijsjes eten. Nee, de hardvochtige meester liet hen een opstel schrijven over de hittegolf. 'Wanneer het warm is, is het overal warm,' zo redeneerde hij. 'Als je het in de klas al niet uit kan houden, hoe wil je dat daarbuiten dan doen? Bovendien, wanneer je gaat spelen, krijg je het nog warmer!'

Hittegolf historie
De kinderen moesten daarom noodgedwongen binnen blijven op die hete zomerdag, zwetend op de moeilijke opdracht. Uiteraard waren hun kamertjes niet voorzien van de huidige airconditioning technieken. In de Graafsche Courant van 1925 werd een klein gedeelte van zo'n opstel afgedrukt. En wat denk je? Hierin vinden we de oorsprong van het woord hittegolf, vlak na de Eerste Wereldoorlog. Lees zelf maar!


Kachel en sneeuw?
Sneeuw in augustus 1931!
Ja, je leest het goed! In 1931 werd er warme chocolademelk gedronken en leden de 'ijscoventers' verlies. In augustus van dat jaar kregen de tuinders in het Land van Cuijk de schrik van hun leven: de vorst had hun velden 'hard' gemaakt en er vielen zelfs sneeuwvlokjes naar beneden! Natuurlijk was deze extreme kou een uitzondering. Een paar weken eerder werd men getroffen door een heuse hittegolf!

Ook in 1944 verlangde men naar de warme zomerzon, maar toen deze eindelijk haar hitte verspreidde, klaagde men steen en been, zo meent een dichter in de Echo.

Zelfs in 1944 was de zomerhitte niet gewenst!
Je zou toch vreugdedansjes verwachten na een barre koude oorlogswinter:

'Zoo'n zonnige zomer vol vreugde
na winter en voorjaar vol kou,
toen zat je te gooch'len met bonnen
en kwam vaak je kachel in 't nauw!'

Maar niets was minder waar! Zelfs middenin de Tweede Wereldoorlog verlangde men in een hittegolf tóch naar een 'frisscheren, koeleren tijd!' De haat-liefdeverhouding met de zon is dus van alle tijden...



Volgende week: vermageren!
Al dat vanille ijs en die liters frisdrank zijn natuurlijk erg lekker op zomerse dagen, maar niet altijd goed voor de lijn. Benieuwd naar dé oplossing voor de overtollige pondjes? Duik dan volgende week met ons mee in het Boxmeers Weekblad van de jaren dertig.

Geschreven door:
Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Drank en drugs
- Wervelstorm in hartje zomer 


De beste verhalen via e-mail ontvangen?




vrijdag 13 maart 2015

Wilde klopjachten!

Oogst van een konijnenjacht in Reek in 1959
Nederland is op dit moment in de ban van de agressieve oehoe, die nietsvermoedende slachtoffers maakt in de omgeving van Purmerend. Er vindt een heuse klopjacht plaats op de angstaanjagende uil, die de (overigens diervriendelijke) vallen tot nu toe heeft weten te ontwijken.

In het verleden werd groter geschut ingezet om 'schadelijk ongedierte' bij de kladden te vatten. Allerhande vogels en ook schattige konijntjes werden met jachtweren omgebracht. Bovendien werd het geschoten wild vaak opgediend op de tafels van de rijken. Ga vandaag mee op jacht in Schaijk, Boxmeer en Grave!

'Een bekwaam konynenverdelger'
De jacht in de twintigste eeuw werd vooral gekenmerkt door het jachtgeweer. Zo is aan tientallen personen in de gemeente Schaijk een vergunning verleend om eksters, kraaien en vooral konijnen af te schieten. Maar niet iedereen viel dit 'geluk' ten deel.
Zo verleende de burgemeester van Schaijk iemand geen vergunning, 'wijl de ondervinding mij leerde dat dit zenuwachtig mensch tamelijk onvoorzichtig en slordig is, zoodat ik hem geen geweer toevertrouw in het publiek,' aldus de burgemeester. Bovendien was de handtekening onderaan het aanvraagformulier vervalst!

Er waren ook bekwame 'konynenverdelgers'  in Schaijk!
Gelukkig waren er ook kundige mensen, die wél overweg konden met een geweer. Zo wordt ene Bressers naar voren geschoven als 'een bekwaam konynenverdelger.' Opvallend is het feit dat bij de jacht gebruik móest worden gemaakt van het geweer. Mensen die honden, vallen of strikken inzetten om dieren te doden, werden bestraft en tevens werd hun vergunning ingetrokken.

Gierige graaf
De jacht was niet alleen bedoeld om dieren te doden die schade aanrichtten op landbouwgronden, maar ook om voornamelijk de rijke bovenlaag te voorzien van smakelijk 'wiltbraed.' Graaf Frans Wilhelm van den Bergh had hier in 1734 iets op gevonden; hij verbood namelijk iedereen in de heerlijkheid Boxmeer om 'wilt, hetzij jonck of oudt' te doden.
 
Verbod op het doden van 'wilt' en het pakken van patrijzen eieren
Ook mochten er geen dieren met de hand worden gevangen en moesten de inwoners van Boxmeer en Sint Anthonis van de kostbare eieren van patrijzen afblijven. Ze mochten deze zelfs niet eens aanraken! Degene die toch een poging durfde te wagen, zou worden gestraft én het gevangen jonge wild moest bovendien aan de graaf worden afgestaan. Deze graaf zal zijn buikje waarschijnlijk goed rond hebben kunnen eten van al het wild dat rond Boxmeer en 'Sint Tunnis' werd gevangen.

Smeekbede
November 1701. In Grave moest alles uit de kast worden gehaald voor de verjaardag van stadhouder Willem III, op dat moment koning van Engeland. Bij een Graafs raadslid werd een 'vrolijke maaltijd' georganiseerd, waarbij natuurlijk vele soorten 'wildbraed' niet mochten ontbreken.

Smeekbede van een arme bode om een paar kruimels wild
De brief zelf is niet het meest opvallend aan dit archiefstuk, maar wel het kleine 'vodje' papier dat er tussen is geschoven. Waarschijnlijk heeft de bode van deze missive de stoute schoenen aangetrokken in de hoop dat de heer des huizes medelijden met hem kreeg.

Hij schrijft namelijk in deze 'PS' of de lezer aan hem wil denken als de 'overvloet' van de maaltijd het lijden kan. De arme bode verzoekt hem een 'braeve maaltijd' te geven, aangezien hij al afhankelijk is van de liefdadigheid van 'confraters en andere goede vrienden.' Laten we hopen dat de rijke graven en hertogen enkele kruimels van het wilde feestmaal voor hem hebben overgelaten...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Dagboek gaat nú voor je open!
- De papegaai van Nuland


woensdag 24 december 2014

Oorlogsverhalen rond de Maas

Vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog worden veelvuldig door Wim Boeijen beschreven
Vanaf 1984 is Wim Boeijen uit Schaijk al bezig met zijn onderzoek naar de oorlogsjaren in het Brabantse en Gelderse grensgebied. Eind december maakt hij zijn trilogie compleet met zijn nieuwe boek 'Mijn jeugd in de oorlogstijd en andere verhalen.' Dit boek geeft de persoonlijke belevenissen van de auteur en van anderen in de Tweede Wereldoorlog weer. 

Wim Boeijen gaf eerder een boek uit waarin hij het vliegveld Keent bij Grave behandelde ('Het vergeten vliegveld Keent / Airstrip B82 Grave') en in een ander werk, 'Vliegen en vechten aan de Maas, 1940-1945', gaat hij hier dieper op in.

Een strooibiljet uit 1943, gepubliceerd in Boeijens eerste boek

Het nieuwe boek geeft een inkijkje in de belevenissen van de auteur en van bekenden tijdens de oorlog. Daarnaast duiken er ook nieuwe thema's op en worden twintig op zichzelf staande oorlogsgebeurtenissen beschreven, die tot nu toe nog niet zijn gepubliceerd.

Wil je dit boek bestellen? Dat kan vanaf 23 december 2014 bij boekhandel Bruna in Schaijk, via de Heemkundekring Schaijk/Reek en bij de auteur zelf (wim.boeijen@ziggo.nl).Tot slot kunt u terecht bij de kersttentoonstelling, die van 26 t/m 28 december 2014 wordt gehouden in het Heemgebouw De Komme te Schaijk, in het kader van de viering van 70 jaar Vrijheid.

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
'Duistere' geldzaken in de Tweede Wereldoorlog 
Bijzondere geschiedschrijving door 90-plussers

maandag 28 april 2014

Opgepast: zedelijke verwording en verwildering!

Twee vrouwen in een 'verfoeide' danstent in Reek
Vorige week kon je al lezen over een bezorgde bisschop uit de negentiende eeuw, die ons waarschuwde voor de almaar oprukkende danswoede. Begin twintigste eeuw was deze 'rampspoed' nog steeds niet geweken, bleek uit een artikel van de Noordbrabantsche Christelijke Boerenbond. Deze week zien we hoe in 1933 verschillende christelijke belangengroepen de handen ineen sloegen in een uiterste poging om het onzedelijke dansende volk weer in het gareel te krijgen...
'Groote rampspoed!'
Noodkreet aan de gemeente Maashees over de 'danswoede'
In oktober 1933 viel bovenstaande brief bij alle gemeenten in het diocees Den Bosch op de deurmat. Verschillende christelijke verenigingen, zoals de NCB, de katholieke onderwijzersbond en meerdere verenigingen van de Bossche Diocesanen, roepen de gemeenten op om 'alle zeilen bij te zetten' in strijd tegen de 'groote rampspoed' die het Nederlandse volk te wachten stond.
Waaruit bestond dan deze grote rampspoed? De christenen spreken van 'zedelijke verwording en verwildering', die onder andere gekenmerkt worden door 'minder behoorlijke kleeding, aan groote vrijheid in manieren (...) en aan allerlei ongepaste vrijheden op den dansvloer.'
Nog erger zijn de gevolgen die deze ongepaste vrijheden met zich meebrengen, namelijk vrije huwelijken, echtscheidingen, misdragingen door gehuwden, 'hoogst ongewenschte vrijage's' en zelfs onwettige geboorten!

Deze brief bevat enkele nadere bepalingen voor dansgelegenheden, waarmee gemeenten een handvat wordt geboden om de danswoede te weren, de zedelijkheid van het volk te redden en bovengenoemde 'ernstige excessen' zoveel mogelijk te vermijden.

Zedelijke dansleiders
Ten eerste moesten de dansleiders grondig gekeurd worden. Zij moesten echter niet alleen danstechnisch geschikt te zijn, maar zij dienden vooral in het bezit te zijn van een bewijs van goed zedelijk en onbesproken gedrag! Dit bewijs kon door de burgemeester van zijn woonplaats worden afgegeven.
Lange lijst met strakke eisen aan dansleiders
Naast dit bewijs waren er nog meer bepalingen waar de dansleiders zich aan moesten houden. Zo konden zij zich tijdens de dansfeesten absoluut niet tegoed doen aan alcoholische versnaperingen. Bovendien moesten zij toezicht houden op de dansende menigte. Ook zij moesten zich onthouden van alcohol. Daarnaast mocht er niet gedanst worden op 'aanstootelijke wijzen', noch door 'persoonen in een kleederdracht, welke die der andere kunne nabij komt of aanduidingen of kenmerken dienaangaande vertoont.'

Geen gedoofde lichten...
Ook aan de danstenten zelf werden vele eisen gesteld. Zo mocht de verlichting tijdens de feesten in geen geval worden gedoofd. Zelfs de toiletgelegenheden moesten behoorlijk verlicht zijn en voldoende gecontroleerd worden om onzedelijke praktijken te voorkomen.

Van binnen moest dus alles zo zichtbaar mogelijk worden gemaakt, maar van buiten mocht juist niemand weten van wat zich daar afspeelde. De danspartij mocht namelijk niet zichtbaar zijn vanaf 'den openbaren weg.' Verder was de burgemeester bevoegd te verbieden dat aan de toegangen aanduidingen werden geplaatst, waardoor op de aanwezigheid van die gelegenheden tot dansen werd gewezen. Reclame maken was dus niet toegestaan.

De brief bevat nog veel meer opmerkelijke bepalingen, zoals het aantal vierkante meter dat per danspaar gerekend moest worden (anderhalve vierkante meter per paar). Met teveel mensen op een kluitje konden er immers meer {ongewenste) aanrakingen plaatsvinden.  Verder mocht er niet gedanst worden vóórdat alle godsdienstoefeningen beëindigd waren.


Vind je dit interessant? Lees dan ook:
 

maandag 21 april 2014

Stop de danswoede!

Dansende boerinnetjes in Schaijk; dit was uiteraard wél toegestaan!
Tegenwoordig is dansen niet meer weg te denken uit onze cultuur; in de zomer feesten we er op los tijdens verschillende festivals, in het weekend kunnen we uit ons dak gaan in allerlei cafés en discotheken en op tv-zenders als MTV zijn 24/7 clips van wereldwijde artiesten te zien.

Dit is niet altijd zo geweest. In de 19e en begin 20e eeuw was er veel verzet tegen deze nieuwe vorm van vermaak, vooral uit christelijke hoek. De bisschop van Den Bosch wilde in 1845 de danspartijen aan banden leggen en de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) waarschuwde ons in 1928 voor de oprukkende danswoede onder Brabantse boerinnetjes...

Danspartijen aan banden
Een bezorgde bisschop uit zijn zorgen...
Het probleem van schaars geklede mensen en 'onzedelijk' gedrag tijdens het dansen is niet voorbehouden aan de 21e eeuw, zo blijkt uit een brief van een bezorgde bisschop uit Den Bosch. Hij schreef deze brief zo'n anderhalve eeuw geleden, in 1845, aan de pastoor van de parochie Reek.
Deze bisschop riep de Reekse pastoor op om paal en perk te stellen aan de uitspattingen tijdens danspartijen. Deze feesten moesten daarom ophouden met 'zonnenondergang'. Voor de Reekse mensen was er dus geen sprake van een 'party all night long', zoals nu vaak wel het geval is. 
Bovendien was er voor de vrouwen nog meer slecht nieuws; zij mochten na de danspartij niet in het gezelschap van de 'broeders' verblijven en het 'vrouwvolk, jong en oud', diende zich naar huis te begeven. Tot slot werden de pastoors erop attent gemaakt 'dat zij hunnen invloed en vermaningen bezigen, om die vergaderingen (...) zoveel mogelijk uit te roeijen.' Gezellig is anders...

'Ware pestholen' en paartjesbussen
De Noordbrabantse Christelijke Boerenbond deelde de zorgen van de bisschop. In het Weekblad van de NCB werd in 1928 een artikel gepubliceerd waarin de danstenten werden omschreven als 'ware pestholen.' Opvallend aan dit artikel is dat zij de 'vreemdelingen', die naar Brabant zijn gekomen voor de opkomende industrie, beschuldigden van de onzedelijke danspartijen en de 'moderne vrouwenkleeding.' De Brabantse boerinnetjes moesten hiertegen beschermd worden. Mogelijk zouden deze boerenmeiden de verderfelijke dans- en kledinggebruiken uit de stad overnemen. 'De mensch stamt wel niet af van de aap, - maar naäpen is een algemeene menschelijke kwaal!' aldus de NCB.
Ook de NCB vreest de danswoede en 'moderne vrouwenkleeding'

De bond spreekt schande van de 'tegenwoordige danswoede' en spreekt zijn afkeer uit van zogenaamde 'paartjesbussen'. Dat zijn autobussen die speciaal reden op tijden dat jongens en meisjes naar danslessen of naar zogenaamde 'dancings' in de stad vertrokken. Zelfs sommige boerenjongens en -meiden werden verleid plaats te nemen in zulke bussen!

Levensgevaarlijke 'Jasz-dans'
Er waren niet alleen morele bezwaren tegen de verregaande danspraktijken. Wetenschappelijk onderzoek in Amerika had immers uitgewezen dat er steeds meer Amerikaanse vrouwen overleden aan ademhalingsziekten als gevolg van onvoldoende kleding en het dansen, met name de 'jasz-dans' was de grote boosdoener. Bovendien was er sprake van een 'verminderde voedselopname', omdat die vrouwen er alles aan deden om slank te blijven. En dat al in 1928!
Boerinnetjes: houd vast aan de oude boerenmode en de voorvaderlijke gebruiken!
Om deze redenen gaf de NCB bovenstaand advies voor de boerinnetjes om vast te houden aan hun oude boerenmode en -gebruiken. Volgende week zullen we zien dat hieraan lang niet overal gehoor is gegeven en dat er ook in 1933 nog genoeg te 'zeuren' viel over het onzedelijke dansvermaak...

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

vrijdag 15 maart 2013

Dé dokter van Reek: dokter Kanters

...uit de beeldcollectie van Ton Cruysen: de auto van dr. Kanters met de fiets op de treeplank...

Geen huisartsenpost of vervangende diensten aan het begin van de vorige eeuw. Had je in Reek een dokter nodig, dan werd dokter Kanters uit Grave gehaald. Kanters had een auto (op zich al een bezienswaardigheid) met een fiets op de treeplank. Voor het geval dat de patiënt aan het einde van een slecht begaanbare weg zou bevinden.

Adianus Johannes Maria Kanters (geboren op 29-10-1883 in Dongen) wordt op 1 juni 1925 benoemd tot 'gemeentegeneesheer' in Reek. Hij volgt dan dokter Filipsen op. Dokter Kanters wordt dan volgens zijn functieomschrijving belast met vaccinatie en doodschouw. Vier jaar later komt daar de armenpraktijk bij en volgens het gemeentearchief volgt vanaf 1 januari 1930 de opmerkelijke omschrijving: 'geneeskundige behandeling van de gemeenteveldwachter'.

...uit het register van gemeenteambtenaren in dienst der gemeente Reek...
In het boek Van boerendorp naar burgerdorp van Ton Cruysen en Tiny School lezen we dat dat dokter Kanters dé dokter in Reek is. Wanneer iemand in Reek de dokter nodig heeft, gaat iemand per fiets of paard en wagen naar Grave om hem te waarschuwen. Dat kost veel tijd en dat komt de toestand van de patiënt vaak niet ten goede. Dit verbetert zodra Reek wordt aangesloten op het telefoonnet. Moest je natuurlijk nog wel eerst naar het postkantoor om de dokter te bellen...

Wil je meer lezen over dorpsdokters? Lees dan ook:
- D'n dorpsdokter uit Lith
- Een geliefde dorpsarts uit Huisseling en Ravenstein

dinsdag 30 november 2010

Sneeuw in november



Misschien heb je er door het weer van de afgelopen dagen even aan moeten denken: de sneeuwstorm van 25 november, vijf jaar geleden. Door deze storm ontstond de langste avondspits in Nederland tot dan toe: om 18 uur stond er 802 kilometer file. Pas de volgende ochtend, tegen half zes waren alle files opgelost. Vele honderden reizigers moesten op zoek naar onderdak.

Wat dat betreft was de sneeuwval van de afgelopen dagen niet indrukwekkend. En toch gaat de avondspits van maandag 29 november de boeken in als de drukste avondspits in de Nederlandse geschiedenis. Door de sneeuw stond er rond zes uur ’s avonds 880 kilometer file op de Nederlandse wegen. Hiermee heeft de avondspits de derde plaats behaald in het lijstje met drukste files ooit.

De nasleep was overigens veel minder vergaand dan in 2005; de files losten vrij snel daarna weer op. Ondanks alle overlast heeft sneeuw ook nog een ander aspect: die van sneeuwpret. Voor jong en oud, zo laat de foto boven zien.

Zin in meer winterverhalen? Lees verder via www.bhic.nl

Foto: Schotse bevrijder vermaakt zich in de sneeuw in Haaren, 1945.

dinsdag 29 juni 2010

Technologie op beslissende momenten


Vraag maar eens aan voetbalfans uit Engeland en Mexico of technologie belangrijk is en het antwoord zal volmondig "ja" luiden. Met hulp van technologische middelen zouden arbitraire dwalingen - zoals nu op het WK voetbal in Zuid-Afrika - ter plekke worden hersteld. Het is nu eenmaal een feit: technologie maakt het leven vaak veel eenvoudiger.

Wie weet kijken we over een paar jaar met lichte verbazing terug naar de voetbalwedstrijden van nu en kunnen we ons ons niet eens meer voorstellen hoe dat zonder hawk eye gebeurde. Het geldt voor veel hulpmiddelen die ons leven insluipen. Na verloop van tijd is het bijna ondenkbaar dat ze er ooit niet zijn geweest.

Want wie zou denken dat tot 1950 een lichtschakelaar in Vinkel ontbrak? Bij gebrek aan elektrisch licht had iedereen gewoon olielampen of kaarsen op tafel staan. Pas op 28 november 1950 komt hieraan een einde, hoewel buurtbewoners al in 1931 al voor de eerste keer hierover aan de bel trekken. Er wordt dan een plechtige petitie op gezegeld papier opgesteld om "den aanleg van het electrische net onder Vinkel te willen bevorderen". Een burgerinitiatief avant la lettre.

Meer weten over de afsluiting over de donkere periode in Vinkel? Lees verder op onze site. Of vertel je eigen ervaring over het gaan slapen met een kaars naast je bed (of dat totaal onterecht afgekeurde doelpunt dat je bij de F'jes maakte).

Foto: een uitvinding die ook niet direct door iedereen met open armen werd ontvangen: telefonie. Hier Piet Hens uit Reek; hij had toen met zijn dochters een postkantoor en telefooncentrale. Jaartal onbekend.

woensdag 3 maart 2010

Niet stemmen? Ben je ziek dan?


"Geen plannen om naar het stembureau te gaan? Mankeer je dan iets?" Nog niet zo heel lang geleden was dat een normale vraag in Nederland. Van 1917 tot 1970 gold een opkomstplicht voor verkiezingen; stemmen hoefde niet per se, als je maar kwam. Wie aandachtig luistert naar sommige archiefstukken hoort een aantal mensen nog kreunen om er onderuit te komen...

"Bij nader onderzoek is mij gebleken dat de reden voor alle de zes bedoelde kiezers waarom zij niet aan de stemming hadden deelgenomen ziekte was. Door mij behoefde dan ook geen verder gevolg aan artikel 149 der kieswet gegeven te worden", schrijft de burgemeester van Reek in 1923.

Het is maar de vraag of deze mensen echt ziek zijn geweest. Zes is ook geen gigantisch aantal dus waarschijnlijk geloofde de burgemeester het wel. Nader onderzoek liet hij achterwege en ook vond hij het niet nodig een geldboete op te leggen.

Overigens geldt voor uiteenlopende landen deze opkomstplicht nog wel. Ooit geweten dat als je, als inwoner van Luxemburg, niet gaat stemmen je niet alleen een geldboete maar ook een gevangenisstraf riskeert? Op papier dan want in de praktijk wordt deze straf al jarenlang niet meer opgelegd. Daar zou vast ook tegen worden gestemd...

Foto: Soms valt het stemmen samen met het Sinterklaasfeest, zoals hier in Beers in 1993

zaterdag 30 januari 2010

De gemiste kans van de iPad...


Steve Jobs van Apple presenteerde deze week zijn nieuwste speeltje: de iPad. Een iPhone had-ie al. De vraag is niet zozeer wat je er wél mee kunt maar meer wat je er níet mee kunt. Mogelijkheden die we een halve eeuw nog niet hadden kunnen bedenken, liggen tegenwoordig voor bijna iedereen binnen handbereik. Toch ontbreekt er iets essentieels aan dit moderne speelgoed...

Ongevraagd word je tegenwoordig op de straat of in de trein op de hoogte gehouden van het liefdesleven van de passerende jeugd. Of je mag meegenieten van hun gedownloade muziek. Want wie gaat nog op pad zonder gsm of mp3-speler?

Hoe anders is dat in 1905. In dat jaar krijgt Veghel een postkantoor mét telefoon. In de tien jaar daarna komen er wel geteld 23 abonnees bij. Dat betekent dat in die beginjaren veruit de meeste mensen gebruikmaken van de telefoon in het postkantoor zelf. Daarmee bel je naar de centrale en de telefoniste die je dan krijgt, verbindt je vervolgens door naar het juiste nummer.

En dit alles gebeurt - let op: nu komt het geniale - in een 'telefoonvertrek' of 'spreekcel'. Dat betekent dat het geluid alleen te horen is voor de mensen die er iets mee te maken hebben! Toch jammer dat de iPad en zo niet zo iets hebben... ;-)

Wil je toch even 'meeluisteren' met het telefoongesprek tussen burgemeester J. Schreven en de Commissaris van de Koningin C. Kortmann? Ga dan naar www.bhic.nl en zie waar die twee het in 1959 over hebben.

Foto: Een kijkje in de telefooncentrale van Reek

zaterdag 9 januari 2010

Waar het gras groener was


Wat brengt een mens er toe te gaan emigreren? In de jaren vijftig, met de vrij algemeen heersende armoede in Nederland en het gebrek aan beschikbare woonruimte, was het antwoord hierop vanzelfsprekend. Immers, veel van bovengenoemde problemen die door de Tweede Wereldoorlog ontstaan waren, bestonden in andere landen niet. Voeg daarbij dat veel mensen op zoek waren naar een nieuw avontuur en de optelsom is snel gemaakt.

Deze foto van emigratiecursisten NCB is gemaakt in Zeeland (gemeente Landerd) op 28 februari 1950, dus bijna zestig jaar geleden!

Misschien zijn er mensen uit Zeeland die personen herkennen op deze foto. Anderen kunnen zich misschien nog iets herinneren van deze emigratiegolf, zijn (waren) zelf misschien geëmigreerd of... maken op dit moment 'wilde' plannen voor de grote uittocht?

Wil je meer verhalen lezen over Zeeland, of één van de andere dorpen die de huidige gemeente Landerd vormen? Kijk dan eens in onze online geschiedenisboekjes van Landerd.

Voor deze belangstellenden nóg een tip: Op donderdag 28 januari 2010 organiseert het BHIC Het Geheugen van Landerd, een avond boordevol lokale verhalen, oude foto's en filmfragmenten.

Foto: Emigratiecursisten NCB Zeeland, februari 1950