Posts tonen met het label egodocumenten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label egodocumenten. Alle posts tonen

vrijdag 20 mei 2016

Moment van bezinning voor de pastoor


De afgelopen drie vrijdagen konden we een kijkje krijgen in de wereld van Bonifacius Beerenbroek. We hebben de beschikking over een reisverslag van zijn trip naar Rome en een dagboek over enkele jaren uit het laatste decennium van de achttiende eeuw. Deze handschriften geven enorm veel informatie over wat Beerenbroek allemaal heeft meegemaakt en hoe hij dit heeft beleefd. Maar wat vertellen ze eigenlijk over de hoofdfiguur zelf?

Hoewel het slechts om twee – door hemzelf geschreven (!) – bronnen gaat, valt er wel degelijk het een en ander te vertellen over Beerenbroek. Allereerst heeft hij alleen al met het vastleggen van zijn belevenissen gedacht aan zijn naasten en aan latere generaties, die eventueel geïnteresseerd zouden zijn (geweest) in zijn bestaan. Het beeld dat hij van zichzelf schetst, is dat van een positief man. In zijn reisverslag klaagde hij weinig over de omstandigheden van zijn reis; hij genoot juist volop van wat hij zag (en de goede wijnen).

Daarnaast lijkt het alsof Beerenbroek zijn lezers niet heeft willen lastigvallen met hetgeen hemzelf niet interesseerde. Regelmatig liet hij dat wat hij niet mooi vond links liggen. In zijn dagboek, wanneer hij schrijft over de plunderende Franse troepen en andere barre omstandigheden, spreekt hij weliswaar zijn ongenoegen uit, maar komen klaagzangen over een ongelukkig bestaan niet voor.

Verder wordt uit zijn reisverslag en dagboek duidelijk dat Beerenbroek zich nauwelijks uitliet over politieke en religieuze kwesties. Zo had hij in zijn reisverslag los kunnen gaan over Duitse, ‘Luthers-gezinde’ steden en dorpen, of in zijn dagboek over de strijd tussen Orangisten en patriotten. Dit doet de Norbertijn echter niet; wat hem naar mijn mening wat saai maakt, maar tegelijkertijd ook weer charmeert. Het is maar net hoe je het bekijkt.

In het achterhoofd moet echter worden gehouden dat dergelijke egodocumenten creaties zijn van de schrijver, die een bepaald publiek in gedachte heeft. Ik vergelijk zo’n bron graag met een foto. Op het moment dat iemand een foto maakt, kiest hij of zij ervoor - bewust of onbewust - bepaalde dingen vast te leggen en weg te laten, te benadrukken en te belichten, te verschuilen en te verzwijgen. Zo werkt het ook met het schrijven van een egodocument, of het nu om een dagboek of reisverslag gaat. Dit maakt het leren ‘kennen’ en begrijpen van een historisch figuur ingewikkeld, maar tegelijkertijd ook zo interessant.

Geschreven door: 
Jurian ter Horst

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Kijkje in kerkelijke archieven
- Kapelaan achter de tralies

De beste verhalen via e-mail ontvangen?








vrijdag 29 april 2016

Op pad met pastoor Beerenbroek

...Abdij van Tongerlo naar pentekening De Noter (1760)...

Hij was kapelaan in Tilburg, pastoor in Drunen en ondernam als jongeling een reis naar Rome, de Eeuwige Stad. Omdat deze Bonifacius Beerenbroek (1745-1811) een dagboek bijhield, kunnen we eenvoudig zijn sporen volgen. Voordat we op pad gaan, eerst meer over Bonifacius zelf...

Egodocumenten brengen ons dichter bij een persoon uit het verleden. Zo krijgen vaak onbekende historische figuren plotseling een stem. Dergelijke bronnen kunnen bijvoorbeeld meer inzicht geven in hoe een dorp, stad,  rivier of gebouw er in andere tijden uit zag, of wat een hongersnood, oorlog of feestelijkheden met een bevolking deed. Een egodocument vertelt echter altijd het meest over diegene die het geschreven heeft. Met wat geluk van overlevering kunnen latere generaties te weten komen hoe iemand uit het verleden tegen bepaalde zaken aankeek en wat voor persoon hij of zij was. Bonifacius Beerenbroek is hier een goed voorbeeld van.

Bonifacius Beerenbroek (16 maart 1745, Eindhoven – 2 november 1811, Drunen) behoorde tot de Orde van Norbertijnen. Deze kloostergemeenschap werd rond 1120 door de edelman Norbert van Gennip (ca. 1082-1134) gesticht in het Franse plaatsje Prémontré. Om die reden worden de kloosterlingen ook wel Premonstratenzers genoemd. Rond 1130 werd er in Tongerlo een abdij gesticht voor de Orde, waar ook Beerenbroek eeuwen later zou intreden.

Net als vele andere Norbertijnen volgde Bartholomeus, zoals zijn seculiere naam luidde, een opleiding Theologie aan de Universiteit van Leuven. Op 20 mei 1764 werd de jongeling gewijd tot bisschop van Antwerpen. Tussen 1770 en 1773 verbleef hij aan het Norbertijnencollege in Rome ter voltooiing van zijn studie. Over zijn reis naar Rome schreef de Brabander een reisverslag. Hij benoemt de noemenswaardige gebouwen, met name de kerken, en de aanwezige relieken die hij is tegengekomen, en vertelt regelmatig over wat hij onderweg heeft beleefd.

Na zijn terugkomst uit Rome werd Beerenbroek kapelaan in Tilburg, waar hij onder andere in 1785 een volkstelling verrichtte. Na supprior en novicenmeester te zijn geweest, hield hij zich in 1790 bezig met het administreren van de goederen van het convent. In 1791 werd Beerenbroek pastoor van Drunen, waar hij tot zijn dood in 1811 in functie bleef. Gedurende enkele jaren als pastoor van Drunen hield Beerenbroek een dagboek bij, waarin hij onder andere vertelt over Franse belegeringen van de Langstraat, contacten met Franse soldaten, plunderingen en overstromingen. Een kopie van het dagboek is terug te vinden in het Brabants Historisch Informatie Centrum.

Het is tijd om aan de hand van zijn reisverslag en zijn dagboek meer kleur te geven aan het bestaan van Bonifacius Beerenbroek. Volgende week meer over zijn reisverslag naar Rome. Ga je mee op pad?

Geschreven door: 
Jurian ter Horst

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Kijkje in kerkelijke archieven
- Kapelaan achter de tralies

De beste verhalen via e-mail ontvangen?