Posts tonen met het label levensverhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label levensverhaal. Alle posts tonen

vrijdag 17 oktober 2014

Begin de dag met een verhaal

...Begin de dag met een verhaal...
Waarom vertellen mensen verhalen? Hoe voorkom je dat verhalen destructief worden? Hoe zorg je ervoor dat verhalen mensen juist verbindt? De kracht van verhalen werd pas geleden onder de loep genomen tijdens een studiedag in de Osse bibliotheek. “Begin de dag met een verhaal”, luidde het advies van Joke Hermsen, één van de sprekers die dag.

Vanuit verschillende invalshoeken werd deze dag naar de kracht van het verhaal gekeken. Terloops kwam in de diverse presentaties ook het archief aan bod. “Mensen gaan prat op hun afkomst op de Batavieren; of hun stamboom waar is, dondert niet”, vermeldde hoogleraar sociale wetenschappen Christien Brinkgreve in haar verhaal. Terwijl schrijfster en filosofe Joke Hermsen er nog eens voor pleitte zorgvuldig met archief om te gaan, “en met de geur van oud papier.” Filosoof Jeroen Vanheste wees op het belang van de persoonlijke herinnering in een verhaal.

Nou, van dat laatste weten we bij het BHIC inmiddels het één en ander. Vorige maand zetten wij het 5000ste historische verhaal online. Ruim een derde van deze verhalen is geschreven door geschiedenisliefhebbers en vaak staan ze bol van persoonlijke herinneringen. Het 5000ste verhaal is het verhaal 'Het Martinushuis' van Willie Damen van de Mosselaer uit Sint-Oedenrode.

Veel mensen vinden het heerlijk om oude foto’s en films te bekijken en nog eens terug te keren naar hun Brabantse roots. Herinneringen aan een oude dorpsdokter, de pastoor, hun school of een plein waar zij als kind veel gespeeld hebben en dat door een nieuwe woonwijk is verdwenen. Dat zijn precies de gegevens waar we sinds de start van onze online geschiedenisboekjes in 2006 voortdurend naar op zoek zijn. Met deze verhalen geven mensen de geschiedenis van hun woonplaats kleur.  

Door de enorme toename van digitale archieven en bronnen heeft de (lokale) geschiedschrijving de laatste jaren een andere invulling gekregen. Mensen kunnen gewoon thuis achter hun bureau graven in het verleden. Voor (stamboom-)onderzoek, maar bijvoorbeeld ook om foto’s en films te bekijken en hun lokale geschiedenis te ‘ontdekken’. Het BHIC heeft zich daar de afgelopen jaren op gefocust door open te staan voor nieuwe publiekswegen, te experimenteren met nieuwe media en samen te werken aan digitale projecten.

Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

dinsdag 12 oktober 2010

Vrijpostig en nieuwsgierig?

Soldaat, politicus, theatercriticus en kunstminnaar Adriaan van der Willigen liet vijf dagboeken na, waarin hij openhartig vertelt over zijn bewogen leven.
De nieuwsgierige en soms vrijpostige Adriaan schreef zijn levensverhaal met humor en een scherp oog voor detail. Afgelopen donderdag is in het BHIC het eerste exemplaar overhandigd van de autobiografie ‘De levensloop van Adriaan van der Willigen (1766 – 1841)' aan een nazaat van Van der Willigen.


Onderstaand fragment uit het boek speelt zich af in 1787. Van der Willigen is dan te voet op weg van Cuijk naar Grave en ontmoet onderweg een paar kennissen uit Grave. Een van hen nodigt hem uit mee te rijden:

“Eindelijk raakte ik niet zonder moeijte met mijn vriend op de chais, maar weldra berouwde het mij dat ik niet te voet gegaan was, daar ik bespeurde dat hij buijten staat was en evenwel met geweld zelve wilde rijden, en dat wel zoo hard als het paard lopen kon. Wij raakte dan ook bijna aan het hollen. Gelukkig greep ik de lijsters nog en gaf ze hem ook, hoe misnoegd hij was, niet weder. Nu raakte hij in slaap en het scheelde zeer weijnig of hij viel uit de chais. In deeze onaangenaame gesteldheid kwamen wij tot bij De Graaf. Hier ontrukte hij mij de lijste en wilde zelfs de stad in rijden. Nauwelijks had hij die in de hand, of wij raakte tegen een paal en vielen om. Gelukkig was er niets gebroken. Hij had zich een weijnig bezeerd, maar was door de schrik bijna nugtere geworden. Ik had mij volstrekt niet bezeerd, hoezeer hij op mijn lijf was gevallen, en had in ’t vervolg geen reden om mij over dit toeval te beklagen, omdat ik daardoor kennismaakte met een zeer lief meijsje, dat zig onder de personen bevond die ter hulp waren toegeschoten en die mij met zeer veel deelneeming bij herhaaling vroeg of ik mij ook zeer gedaan had, waardoor ik meende te bespeuren dat ik haar niet onverschillig was, zooals de bevinding mij ook in ’t vervolg duijdelijk toonde...”


Wil je meereizen op zijn vele tochten en lezen over de meest vreemde onderwerpen, van spookgeschiedenissen en bijgeloof tot kannibalisme? Dan is dit boek beslist een aanrader!


Foto: Vanuit Cuijk kwam je via de Brugpoort Grave binnen. Zo moet Adriaan het tijdens zijn tocht naar Grave gezien hebben. Prent van Hendrik Tavenier, 1786 (Brabant-Collectie, Tilburg)

Foto boven: Omslag boek, editeurs: C.J.M. van der Heijden en J.G.M. Sanders, Uitgeverij Verloren, ISBN 978-90-8704-179-3