Posts tonen met het label militair. Alle posts tonen
Posts tonen met het label militair. Alle posts tonen

woensdag 5 augustus 2015

Neem een kijkje in een veldhospitaal in 1746

...een hospitaal te midden van het strijdgewoel...
Wat kwam er allemaal kijken bij oorlogsvoering anno 1746? Dankzij de archieven kunnen we ons daar een aardig beeld van vormen. Afgaande op de inventaris moet het een imposant schouwspel zijn geweest als een legereenheid een willekeurig dorp passeerde. In deze blog lichten we het veldhospitaal er uit. Stap maar even mee naar binnen...

In een missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling, geschreven tijdens de Oostenrijkse Successie-oorlog, werd melding gemaakt van een rekest van o.a. Gijsbert van Doorn, Jan de Groot, Godefridus Cox en Godefridus Buschman, allen aannemers der tocht- en pontpaarden als ook van de munitie- en hospitaalwagens, karretjes en paarden van de staat. Verbluffend en tegelijkertijd indrukwekkend hoeveel paardenkracht werd ingezet om, naast de infanteristen, de verdediging van het land veilig te stellen.

Uit bovengenoemde missive valt enigszins af te leiden hoe al die edele viervoeters een essentieel onderdeel vormden van een militaire opmars. De Schmeling heeft het hier over 443 kanonpaarden, 240 munitiewagen bespannen met drie paarden, 50 karretjes bespannen met twee paarden en 13 hospitaalwagens bespannen met drie paarden. Vooral het laatst genoemde militair materieel trok onze aandacht nl. die mobiele ziekenhuisjes of veldhospitaaltjes die op het slagveld werden gebruikt. Als je de onderstaande opsomming langs loopt, krijg je een goed beeld: alsof we fictief een 18de eeuws veldhospitaal binnenstappen...

Het veldhospitaal in detail:

[1] lijst van tenten tafels en stoelen voor ’t veldhospitaal: 2 groote saal-tenten, 5 collonels-tenten, 3 capiteins-tenten, 1 keuken-tent, 1 keldermr.-tent, 4 knegt-tenten alles met sijn toebehoren, 12 toeslaande leger-stoelen, 5 tafels en schragen

[2] lijste van sulke utensilia, die tot bereijdinge van spijse en tot de tafel, en het speijsigen der sieken en gequesten, als ook de officieren van het hospitaal en hare en andere bediendens nodig sijn:
ijserwerk – 2 staande bokken, 2 speeten, 2 koekepannen, 7 speeten in soort, 1 braadpan, 2 roosters, 2 vlijs-gaffels, 3 heugel-kettingen, 2 hakmessen, 2 keukenmessen, 12 staale vorken, 12 tafel-messen, 1 asschop, 2 vuur-tangen, 2 consoorten, 1 tonne-boor, 1 fret, 1 nijp-tang, 2 klaauw-hamers, 2 wiggens, 5 snuyters, 1 groote saag, 2 schuymspaanen, 2 strijkijsers, 4 lampjes, 3 drie draads candelaars, 2 bijlen, 2 grote treesten met 3 pooten, 1 spaaij of schop, 6 id. spijkers in soort koperwerk – 2 pannen met drie pooten sonder deksels, 2 dito met deksels, 2 grote vertinde keetels met deksels, 1 marmit en deksel, 3 casarolle met deksels, 1 vergiettest, 1 taartpan met een deksel, 3 pot-lepels, 2 kraanen, 1 theekeetel, 1 bel, 1 rasp, 1 schuimspaan, 1vijsel en stamper


blikwerk: 1 kruyd-doos, 1 rasp, 12 veld-maten in soort, 6 lantaarns met hare lampjes, 1 blaaker, 2 tregters, 2 tontel-doosen met staal en steenen, 1 salaat-emmer, 1 blikke hospitaal-vlag en ijsere spil
tin: 16 bakken of schootels, 1 plaat met gaatjes, 30 borden, 80 leepels, 1 potage-lepel, 2 peeper-bossen, 4 soutvaten, 1 mosterpot, 6 kommen in soort, 4 beekers, 4 waterpotten, 2 potage-kommen of terrairis, 4 inkt-kookers, 3 ondersteeken, 1 bierkan, 1 laafkannetie, 6 candelaars, 1 scheerbekke en kan
houtwerk: 150 houte nappen, 150 dito lepels, 150 dito ronde borden, 2 platte bakken om ’t eeten rond te dragen, 1 bierkit, 1 draag-boom, 2 water-emmers, 2 schaften, 1 was-tobben, 2 kleer-bennen, 7 draag-zeelen, houte kisten, 1 rolstok, swavelstok, 1 doos daarin band garen sayet etc.
lijwat en wat daartoe behoord: 8 tafellakens, 48 servetten in soort, 18 hand-doeken, 12 pot-doeken, 4 stukken gekeepert lint, 1 stuk swart smal lint, 2 pond ruw drie draads-garen, ¼ lb. wit garen, 4 lb. driederleij touw om te binden, ½ lb. carmosijne sijde, 4 brieven groote knopspelden, 6 dito wat klijnder, 100 naay-naaldens diverse groote, 1 sak met werk, 1 pond vlas, 1 lb. katoen

[3] lijst van schrijfbehoeften: 1 riem schrijf-papier, 1 slegter riem exdie, ½ riem post-papier, 2 pond lak, 1 doos ouwels, 12 bospennen, 1 kruik met inkt, 2 lb. was-ligt, diverse gebonde boeken en wel agt in ’t getal, om rekening etc. te houden

[4] lijst van sulke goederen die tot legginge en verpleeginge der sieken en gequesten voor het veld-hospitaal nodig sijn, als ook van de lijwaten tot het verband etc. en wat verder daartoe behoord of specteert: 200 goede lakens, 200 hemden, 200 wolle mutsen, 100 pailliassen en peuluwen, 150 dekens, 30 pailliasjes voor gebroke beenen, 600 scheur-lakens, 600 servetten tot pluksel, 3 mond-sakken voor de paarden

Dan is er in de loop van de eeuwen wel wat veranderd als we dit vergelijken met onze moderne mobiele veldhospitalen...
 
bron: BHIC toegang 178 inv.nr.349 folio 247 e.v.

Geschreven door:
Henk Beijers

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Fransen geëxecuteerd in Den Bosch
- Veldnamen Vught en Cromvoirt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?








woensdag 22 juli 2015

Een militair hospitaal in ’s-Hertogenbosch

...oorlogshandelingen in en rond Den Bosch...
In de Resoluties van de Raad van State zijn legio historische nieuwtjes te lezen over de stad ’s-Hertogenbosch en de hele Meierij, maar enigszins onverwacht was het bericht om in de stad een militair hospitaal in te richten tijdens de Oostenrijkse Successie-oorlog [1740-1748]. In dit blog lees je een resumé van de belangrijkste informatie.  Wie het hele verhaal wil lezen kan dit doen aan de hand van de bronvermelding over de jaren 1745/1746. 

Men ontdekte in de stad een groot huis van drie verdiepingen. Eigendom van een zekere Gerbade, één van de Bossche schepenen met aan de kant van de Dieze nog een galerij, die overdekt zou moeten worden. Metselaarsbaas Van Wapperom werd erheen gestuurd om een oculaire inspectie te verrichten en volgens hem zou een ingrijpende verbouwing nodig zijn om er circa 800 zieke of gewonde manschappen te kunnen opvangen. Alleen al op de verbouwde derde verdieping werden 120 zieken ondergebracht. De verbouwing staat in de onderscheiden akten in extenso uitgewerkt. De huurprijs werd gesteld op 1000 gl. voor een periode van 6 jaren. Nadat de overeenkomst was gesloten meldde zich de Bossche apotheker Walraven die de zorg en supervisie over het nieuwe hospitaal op zich wilde nemen. Een timmerman werd benaderd om de nodige ‘kribben’ te maken, zowel 100 eenpersoons als 200 tweepersoons bedden.

Aankomst van zieken en gewonden
Hospitaalmeester Raven stuurde een bericht de wereld in over het arriveren van zieken uit Duitsland en hun goederen o.a. vanuit Stokstad en Nuijs, die aan de zorgen van Walraven zouden worden toevertrouwd, later gevolgd door gewonden en zieken vanuit Brussel onder leiding van chirurgijn Beverleij en frater Helleij en veel later ook nog een groep vanuit Antwerpen.

Als we ons realiseren dat de patiënten destijds per schip werden vervoerd en soms dagen onderweg waren, dan komt de reactie van de Raad van State in een geheel ander daglicht te staan. Men was namelijk bevreesd voor en tevens nieuwsgierig naar het aantal soldaten dat tijdens die overtochten gestorven was en of iedereen wel goed verzorgd werd. De Bossche professor Mobachius Quaat kreeg opdracht het hospitaal regelmatig te bezoeken en over al zijn ervaringen te rapporteren en bovendien overleg te voeren met de beide ‘fraters’ Abbenius en Huijs die als ziekenbroeders actief waren.

...door al het oorlogsgeweld was er behoefte aan een militair hospitaal...
Andere zorgen voor Walraven
Een bijkomend probleem voor Arnout Walraven was het feit dat met de zieken en gewonden uit Duitsland ook enkele ouderloze jongens en ’n meisje waren ingescheept als ook zes vrouwen. Bovendien moest een goed plan worden ontvouwd waarin de geestelijke zorg door een predikant en een rooms pastoor perfect geregeld was met name voor hen ‘die op het uiterste lagen’. Walraven vroeg de Raad van State hoe hij met de aanwezigheid van die kinderen moest omgaan.

Het bleek te gaan om Johan Frederik Schoonhem [14] in Maastricht geboren als zoon van Anthony Schoonhem wiens moeder al enige jaren overleden was, Joseph Decker [14] geboortig van Zutphen zoon van wijlen Caspar Deckers, als ook Anna Maria Hofman [14] geboren te Oxdorff in het Saxishe Gothasche dochter van Johan Christoffel Hofman en en ten slotte een 4e kind, niet ouderloos, genaamd Jan Willemse [15] zoon van wijlen Willem Willemse die ziek uit Duitsland is meegekomen wiens vader nu ziek en blind in het hospitaal lag; bovendien bevonden zich in het hospitaal 6 vrouwspersonen die allen ziek vanuit Duitsland hierheen waren gekomen en wier mannen reeds overleden waren of hier in het hospitaal lagen.

De vrouwen herstelden en vertrokken in de loop van 1746 uit het hospitaal en de kinderen zouden uiteindelijk met het reguliere beurtschip ’s-Hertogenbosch-’s-Gravenhage vice versa overgebracht worden naar een Haags weeshuis. Aan een zekere Pieter Chataigne werden deze jeugdigen toevertrouwd en ook het geld dat zij na het overlijden van hun ouders was overgebleven, werd meegenomen om aan de regenten van het weeshuis over te dragen.
   
Wie het ware verhaal tot in detail wil lezen verwijs ik graag naar de originele bronnen nl. BHIC toegang 178 inv.nr. 348 dienstjaar 1745 dd. 22 oktober, 29 oktober, 17 november, 29 november, 7 december, 8 december, 13 december, 17 december, 20 december, 30 december en inv.nr.349 dd. 3 januari en 11 februari 1746 – voor degenen die kennis willen maken met de inhoud van de Resoluties van de Raad van State vanaf 1648 zie www.henkbeijersarchiefcollectie.nl


Geschreven door:
Henk Beijers

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Fransen geëxecuteerd in Den Bosch
- Veldnamen Vught en Cromvoirt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?