Posts tonen met het label 's-Hertogenbosch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 's-Hertogenbosch. Alle posts tonen

maandag 11 april 2016

Rondzwerven door erfgoed in Den Bosch


...de nieuwe website werd vorige week in het Tuighuis gepresenteerd...
Wil je wandelen op de Markt in Den Bosch in 1500? Heb je meer belangstelling in historische kaarten en hoe de huidige situatie daaruit is ontstaan? Of toch meer interesse in opmerkelijke plekken in Den Bosch? Via de kaart 's-Hertogenbosch op de kaart vind je het allemaal. En nog veel meer. 

Want met deze kaart zijn verschillende bronnen aan elkaar gekoppeld, ook vanuit verschillende partijen. Zo leverden de medewerkers van architectuur de 3D-impressie van het Bossche stadshart in de Middeleeuwen. Maar wie meer wil weten over de achtergrond van een straat in Den Bosch, komt uit op de Bossche Encyclopedie. En die bundeling van informatie maakt de kaart zo sterk, vindt wethouder Huib van Olden die vorige week de opening verrichte.


Het erfgoedcluster dat tekent voor de productie van de kaart is "ongelooflijk jong", stelde Van Olden tijdens bij de lancering van de website. De afdelingen Stadsarchief, Vestingwerken en Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten (BAM) hebben hun krachten - en daarmee de cultuurhistorische kennis van de stad - sinds september vorig jaar gebundeld. "De kracht ligt in de verbinding van diverse partijen, om op die manier erfgoed onder de aandacht te brengen", vond de wethouder.

Communicatiemedewerker Dennis Dekker leidde de aanwezigen rond door de nieuwe site. Maar het opzoeken van deze informatie kan ook vanuit je luie stoel of terwijl je door Den Bosch loopt, met je smartphone. Behalve zoeken op straten of bijzondere plekken zijn er op de kaart ook thema's te vinden, zoals Toen en Nu (in samenwerking met fotograaf Marc Bolsius), Vesting en Poorten en Rijksmonumenten.

Bijzonder is ook dat mensen zelf content kunnen toevoegen aan de kaart. Dus als je oude foto's van Den Bosch hebt die aan een locatie zijn te koppelen, kun je die vrij eenvoudig toevoegen. Staat die ook op de kaart, samen met andere historische plekken van 's-Hertogenbosch.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Twee fraaie Fords en een bijzondere ambulance
- Horeca op suikerzakjes

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 4 april 2016

Executie van een vrouw in ’s-Hertogenbosch in 1820


Op woensdag 12 juli 1820 stond een enorme volksmassa tot ver in de straten rondom de Bossche markt opeengepakt. Voor het stadhuis stond een schavot opgesteld, waaromheen gendarmes te paard, zodat het volk er niet bij kon komen. Een vrouw die haar vader had vermoord, zou ter dood worden gebracht door wurging. 

De kranten van die dagen stonden er vol van en ook in het archief heeft deze daad zijn sporen nagelaten. In het BHIC, in het archief van het Hof van Assisen te 's-Hertogenbosch (Toegang 21, inv. nr. 5, rolnummer 25) vinden we het vonnis van deze zaak. Een ambtelijk stuk waaruit blijkt om wie het gaat (Henrica Haneveer uit Breda) en wat de straf is (doodstraf door wurging).

Een uniek ooggetuige-verslag
Veel beeldender over wat er vervolgens gebeurde is het ooggetuigeverslag van een toeschouwer van deze strafvoltrekking: “Ik stond tegenover het schavot, in de eerste rij, en dus redelijk in de buurt, want ik was er al om 11.30 uur. – Klokslag 12.00 uur werd de ellendige misdadigster op het schavot geleid, in gezelschap van een priester, die in de groene dracht van Breda was gekleed. Haar armen en handen waren gebonden, maar ze kon nog een crucifix in haar handen houden. Sinds ik haar op het stadhuis had gezien, was ze veranderd: magerder en verminkt in het gezicht, maar schijnbaar nog sterk. Toen ze namelijk op de voorste balustrade van het schavot stond sprak ze de menigte met luide stem toe en zei: ‘Lieve kinderen, neem aan mij een voorbeeld hoe de kromme wegen der jeugd tot misdaad leiden.’ En nog enkele woorden, die ik niet begreep. De berouwvolle vrouw ging vervolgens op een bankje of krukje staan, met de rug tegen een paal, waarna ze haar straf moest doorstaan op een afschuwelijke, langzame, barbaarse en onbeschaafde wijze, die weerzin bij mij opriep. Om haar nek werd een dubbel koord gebonden dat door een gat in de pal ging. De drie beulen – vader en twee zonen – trokken het koord hard aan, zodat ze meteen pijnlijke bewegingen begon te maken. Daarna werd met behulp van een stok het koord samengedraaid, waarna ze vreselijk
begon te spartelen, maar zonder haar gezicht te vertrekken, al werden de vreselijke krampen en pijnen in haar hoofd en lichaam nu duidelijker zichtbaar. Haar voeten gleden meteen aan de voorkant van het krukje af. Ze bleven aantrekken….”

En hier laten we het voorlopig maar even bij. Dat de toeschouwer niet alle woorden van de misdadigster begreep, komt misschien omdat hij een buitenlander was. Het gaat om August von Bonstetten, die in november 1815 arriveerde in ’s-Hertogenbosch als Zwitsers officier in dienst van het Nederlandse leger. De begaafde jongeman hield vanaf de eerste dag van zijn vertrek naar Nederland een dagboek bij en maakte talloze tekeningen en schetsen.


Historicus Jac. Biemans ontdekte deze unieke documenten in particuliere en openbare collecties in Frankrijk, Argentinië  en Zwitserland. Hij selecteerde voor deze bloemlezing uit de dagboeken en het schetsenalbum de treffendste fragmenten en illustraties. Met August von Bonstetten voert hij ons terug naar het ’s-Hertogenbosch van het begin van de negentiende eeuw – toen een kleine, overvolle garnizoensstad. We zien het dagelijks leven van een militair, van zijn eet- en drinkgewoonten tot zijn verliefdheden en van zijn omgang met collega’s tot de ontmoetingen met de autoriteiten, burgers en kunstenaars. We proeven de afkeer van het militaire patroon en de verademing van vooral het tekenen en schilderen, in de stad en de wijde omtrek. De ontboezemingen en de vele tekeningen van August von Bonstetten bieden voor het eerst een fascinerende inkijk in het ’s-Hertogenbosch in de eerste jaren van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Eén van de verhalen in dit boek is dat van de Bredase vadermoordenares, waarvan in het BHIC het vonnis wordt bewaard.

August von Bonstetten. Een Zwitsers militair schetst ’s-Hertogenbosch 1815-1824
244 pagina’s | hardcover  | isbn 978 94 6004 245 4 | ligt vanaf 29 februari in de boekhandel voor de introductieprijs van €27,50 (na 29 mei 2016 €29,50)

Dit verhaal is geschreven door historicus Jac. Biemans  
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Goede moordenaar
- Koude kant koudgemaakt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 14 maart 2016

Bliksembezoek per schietschouw

Een zogenaamde 'scietschouw' klaar om het ijs op te gaan
Begin 1814 trekt het Franse leger zich geleidelijk terug uit Nederland. En sinds 30 november van het jaar daarvoor staat, in de persoon van prins Willem Frederik, weer een Oranjevorst aan het roer. Diens zoon, erfprins Willem, 21 jaar oud, is opperbevelhebber van het Nederlandse leger. 

Gesteund door Pruisische troepen neemt hij na een wekenlang beleg op 26 januari de vesting 's-Hertogenbosch in. Noord-Brabant is nu grotendeels in Nederlandse handen.

Protestantse vorst
Erfprins Willem
Erfprins Willem heeft iets speciaals met Zuid-Nederland, en vooral met Tilburg. Dat zal zeker later duidelijk worden tijdens zijn koningschap (1840-1849), maar in februari 1814 blijkt al zijn interesse in het Brabantse.
Om te beginnen brengt hij vanuit 's-Hertogenbosch onverwachts een bezoek aan Tilburg. Daarna maakt ook de regio ten noordoosten van 's-Hertogenbosch kennis met Willem, die natuurlijk niet zomaar rondreist: hij heeft soldaten nodig, en zeker in de regio Oss wil men niet vechten in dienst van een protestantse vorst!

'IJsschuitje'
Op 21 februari arriveert de prins in winters Orthen, in een "cierlijk toegesteld ijsschuitje", dat getrokken wordt door enkele Bosschenaren op schaatsen. Daar stapt het gezelschap over in een koets, die over de dijken verder hobbelt richting Empel, Gewande en Alem, gevolgd door een aantal schaatsers.

Dorpssecretaris Dirk Luijcx van Breugel en de heer L.D. van Tengnagel de Raad vormen het ontvangstcomité. Ten huize van de secretaris maakt de prins 's avonds kennis met burgemeester Lucas Bokstart, de pastoor en de dominee. De kerkklokken luiden, de vlaggen zijn uitgestoken en het "huis der gemeente" is feestelijk verlicht.

De volgende ochtend reist het vorstelijk gezelschap per overdekte schietschouw of sleeschuit over het ijs van de bevroren Beerse Maas van Lithoijen naar Oss. Bij de weduwe van de vroegere schout Le Heu in huis spreekt Willem met deken Duchateau en andere geestelijken uit de regio. Daarmee verdwijnt de kou uit de lucht: het is feest in Oss en de schuttersgilden presenteren zich! Nadien vertrekt de schietschouw weer, richting Lithoijen en Oijen, met aan boord een tevreden prins.

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Heesch op stoom!
- Gevecht met het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 22 februari 2016

Lieropse schoolmeester hardhandig aangepakt

...tekening van schoolmeester in 18de eeuw...
Het zal er niet zachtzinnig aan toe zijn gegaan: schoolmeester Pieter Franken verliest zelfs zijn oog bij het handgemeen met Francois van den Boomen. Maar Van den Boomen heeft zo zijn redenen om de Lieropse schoolmeester naar het leven te staan... Lees maar mee!

Op 12 januari 1749 schrijft de hoog- en laagschout van stad en meierij van ’s-Hertogenbosch, die op dat moment in Den Haag vertoeft, een brief als reactie op een rekest van een zekere Pieter Franken, schoolmeester en koster van Lierop. Die beweert in zijn rekest dat hij op 20 augustus 1747 een bezoek heeft gebracht aan de roomse priester Staijakkers [1]. Op dat moment treft hij aldaar ook de president-schepen Francois van den Boomen aan, die daar aanwezig is namens de secretaris van het dorp.

Francois of Francis, op 29 april 1699 gedoopt als zoon van Nicolaas van den Boomen en Maria Wilbers, in 1738 gehuwd met Anna Voermans, is vier jaren na dit venijnige voorval gestorven op 52-jarige leeftijd. Uit genealogische informatie is af te leiden dat hij en de schoolmeester bepaald geen vrienden waren. [2]  Het bleek nl. dat tijdens de Oostenrijkse Successie-oorlog [1740-1748] de schoolmeester heulde met de vijand en dat schoot bij Van den Boomen, wiens hoeve door de militie was geplunderd, totaal in het verkeerde keelgat.

Wat er allemaal besproken is bij Staijakkers blijft in nevelen gehuld. Feit is wel dat Van den Boomen het huis geïrriteerd moet hebben verlaten. Als Franken, uiteraard van gereformeerde huize, ’s avonds terug wil gaan naar het schoolmeestershuis wordt hij op de voet gevolgd door de president-schepen die hem inhaalt en ineens naast hem loopt. Plotsklaps haalt hij een of ander instrument te voorschijn en slaat de schoolmeester ongenadig hard op diens hoofd en raakt daarbij ongelukkigerwijs ook een van diens ogen.


Terwijl de schoolmeester bijna bewusteloos ter aarde valt, schreeuwt Van den Boomen hem toe: “Daar donder, gij hebt nog geen vacantie gehouden, gij kunt nu vacantie houden!’ De resolutie suggereert dat de schoolmeester meer dan een uur heeft liggen ‘spartelen’ en lag er ‘voor dood bij’, maar dat deert Van den Boomen niet, want hij gaat finaal door het lint en brengt voor die bedreigende schreeuw zijn slachtoffer nog eens twee stevige slagen toe.

Ruim twintig weken heeft de schoolmeester zijn vak niet kunnen uitoefenen en tot overmaat van ramp blijkt na een medische controle dd. 10 juni 1748 dat ‘een oog gansch uit is’. Stadhouder Otto Juijn, de directe vervanger van de hoog- en laagschout, wint de nodige informatie in over het voorval. Beide heren worden voor het ‘officie crimineel’ gedaagd en men stuurt aan op een compromis, maar Van den Boomen weigert elke toelichting.

Toch wordt hem te verstaan gegeven door de stadhouder van kwartier Peelland Gualtheri dat zijn leven niet meer veilig is als hij blijft weigeren. Uiteindelijk komt men tot een akkoord en is de zaak als het ware afgekocht. Slot van het liedje is dat de schoolmeester een ootmoedig verzoek richt aan de Edele Mogenden waarvan hij hoopt dat ze ‘barmhartig gelieven te zijn’ en er zorg voor zullen dragen dat hij, volledig beroofd van zijn kostwinning als onderwijsman, in ieder geval schadeloos wordt gesteld om zijn vrouw en vier kinderen te kunnen onderhouden en dat ze hem in de toekomst in bescherming willen nemen.
 
[1] BHIC toegang 178 inv.nr.360 Resoluties van de Raad van State folio 71v dd. 13 januari 1749; [2] Informatie verkregen via Antoon Vissers uit Deurne die o.a. dataschurk had geraadpleegd en Taxandria jrg. 1938 pag. 82.

Geschreven door:
Henk Beijers

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Fransen geëxecuteerd in Den Bosch
- Veldnamen Vught en Cromvoirt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 15 februari 2016

Principiële kapelaan belandt in het gevang

...bidprentje van Arnoldus Moors...
Zijn bidprentje laat zien hoe bewogen zijn leven is geweest. Kapelaan Arnoldus Moors overlijdt in 1826 op 43-jarige leeftijd in Lith. Zijn beroep heeft ervoor gezorgd dat hij dan menig cel van binnen heeft gezien. Waaronder ook in onze eigen Citadel.

Veel heeft Arnoldus Moors overigens niet op zijn kerfstok. Niets eigenlijk, maar daar denken de Franse bezetters in Nederland anders over. Net als veel andere priesters weigert Moors voor de door de paus geëxcommuniceerde keizer Napoleon het lied Domine salvum fac imperatorem Napoleonem (Heer, zegen onze keizer Napoleon) te zingen. En dat komt hem duur te staan.Want op 16 maart 1810 wordt Noord-Brabant bij het Franse keizerrijk ingelijfd. Franse troepen bezetten Den Bosch zelfs al vanaf 2 februari. En dat brengt met zich mee dat er andere regels gelden, vinden de Fransen (en hun aanhangers).

De apostolisch-vicarus Van Alphen - die overigens ook principieel weigert dit lied ten gehore te brengen - tekent in zijn dagboek hierover op: "De 15de april 1810, op Palmzondag, was kapelaan Moors aan de beurt voor de mis voor de militairen op te dragen, in de St-Cathrien. Hij was bijna gekleed, toen de militaire commandant kwam zeggen: 'Nu wij verenigd zijn met Frank, moet U het Domine salvum fac imperatorem zingen'. Hierop zei Kapelaan Moors dat hij hierover niet was ingelicht door de geestelijke overheid. 'Er is groot verschil tussen een particulier en publiek gebed. Voor dat laatste heb ik permissie nodig van m'n geestelijke overheid. Dat is de wet van de kerk.'"


...fragment uit kaart van een gedeelte van de Meierij van Den Bosch, 1741, met daarop de Papenbril...
Zijn weigering komt hem duur te staan. Na de mis wordt hij opgewacht door twee officieren en via achterstraatjes naar het gevang in de Papenbril (Citadel) gebracht. Van daar gaat hij naar Parijs en wordt zonder verhoor vastgezet in een 'klein kamerke van de gardiëns, met alleen een stoel.' Later wordt hij drie weken alleen gezet in een dergelijk vertrek, later weer gevolgd door een gezamenlijk opsluiting in het kleine kotje, zonder gelucht te worden. "Er was geen wc. De stoelgang werd eensdaags uitgedragen." Zonder ooit verhoord te zijn, wordt eerst Van Alphen op 20 december 1810 ontslagen. "Heel alleen moest ik achterblijven, honderd uren bijna van huis", schrijft Moors. Maar op 1 januari 1811 wordt ook hij ontslagen.

Maar dat betekent niet het eind van zijn gang langs gevangenissen. Want hoewel Moors eerst zijn werk hervat bij een schuilkerk in Den Bosch, moet hij op 13 augustus 1812 opnieuw gedwongen de stad verlaten. Nu wordt hij eerst naar Antwerpen gebracht, vervolgens naar Mechelen om daar twee maanden te worden vastgehouden. Op 10 januari 1813 moet Moors - samen met andere geestelijken - naar Dijon. Moors wordt daar bij particulieren ingekwartierd en heeft een redelijk goed leven met een vaste dagorde: mis opdragen, studeren, lesgeven aan huisgenoten of een kaartje leggen. Na een jaar mag hij weer naar huis. Vanwege de militaire situatie moet dat via Zwitserland en Duitsland. Bij thuiskomst in Den Bosch op 19 februari 1814 treft hij geen Fransman meer aan.

Als kapelaan van de St. Janskerk kan Moors zijn werk hervatten. In 1818 wordt hij benoemd tot pastoor van Lith maar lang kan hij niet genieten van zijn redelijk rustige bestaan want daar overlijdt hij op 30 augustus 1826, twee weken voor zijn 44ste verjaardag.

Met zeer veel dank aan onderzoeker Wim Jaegers die ons wees op het bijzondere bidprentje van deze bijzondere man!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Beziet U Selve!
- Burgemeester van de Citadellaan

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 8 februari 2016

Carnaval leidt tot overlast en ziekten

...letterlijk in twee helften...
“Verbied het zich onkenbaar maken door het dragen van een masker of anderzins op de openbare straat of openbare plaatsen.” Dat voorstel haalde de agenda van de gemeenteraad in… 1882. Want carnaval, dat leidt alleen maar tot losbandigheden en uitspattingen en bedreigt goede zeden en gezondheid.

Er zijn voor- en er zijn tegenstanders van carnaval: dat is 134 jaar geleden niet veel anders. “Ze zijn voorbij de vastenavonddagen, die dagen waarin inwoners van ’s-Hertogenbosch zich letterlijk in twee helften gescheiden, waarin het eene deel der bevolking had te zuchten over de buitensporigheid van het andere”, staat te lezen in stukken uit het archief van J.B. van Son, minister van Zaken der rooms-katholieke Eredienst.

“Verborgen achter een masker, ongekend en dus ongestraft, vervalt in die dagen een deel der bevolking tot dronkenschap en hoogst onzedelijke verkwisting. Niet alleen tot eigen schade en ondergang van het gezin, maar ook tot last en ergernis van de meerderheid der vreedzame ingezetenen wordt dan in deze gemeente aan benden van gemaskerde troepen soms op dolzinnigen gelijkend, gedurende drie dagen vrijheid gelaten om al zingende, schreeuwende en tierende de straten onveilig te maken.”

Het is duidelijk dat hier geen voorstander aan het woord is. Want naast het gedrag van feestvierders heeft hij het ook niet op hun kleding. “Men bedient zich daarbij van kleêren, welke veelal gehuurd worden, die meestal uit den vreemde of van elders worden ontboden, voor hetzelfde doel meermalen gediend hebben en dikwerf niet vrij zijn van onreinheid en smetstof.” Oftewel, niet alleen trekt men lallend door de straten, dat gebeurt ook nog eens in ranzige kleding waar vlooien welig tieren.


Dus het carnavalsfeest zorgt niet alleen voor overlast; het kan ook leiden tot ziekten. “Dronkenschappen en slemperijen verheffen geen volk, maar ontzenuwen zijn beste krachten en maken het bij uitnemendheid vastbaar voor alle ziekten en kwalen”, gaat de briefschrijver verder. En daar hebben niet alleen eerzame burgers last van maar ook kranken en zwakken, bedroefden en stervenden worden in hunne rust gestoord, van slaap beroofd door een hoop onzinnigen, zonder dat de sterke arm zich hiertegen verzet.”

Daarom is de brief gericht aan de gemeenteraad van Den Bosch. Want eerder traden burgemeester van Nijmegen, Tilburg en Maastricht al op door paal en perk te stellen aan het openblijven van tapperijen en café’s. Een voorbeeld dat de gemeente Den Bosch zou moeten volgen door 1. het verbieden van het dragen van maskers in het openbaar en 2. ernstig te waken op de sluiting der herbergen en koffiehuizen, alsmede tegen alle nachtelijke straatgeraas.

Dat is nog maar één schrijven uit het stapeltje brieven dat zich bevindt in het archief van minister Van Son onder de verzamelingnaam “Stukken over de vieren van vastenavond.” Ook andere brievenschrijvers willen vaak “paal en perk” stellen aan openingstijden en pleiten voor krachtig optreden tegen hen “die hunne vloeken en liederen des ontucht in onze woning te doen klinken.”

Met veel dank aan collega Jan voor de tip!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?





woensdag 27 januari 2016

Heesch op stoom!

...met de stoomtram naar Oss...
Nee, dit verhaal gaat niet over een dramatisch verlopen demonstratie in Heesch, compleet met knallen, rookwolken en politiemensen die moeten voorkomen dat de meute het raadhuis bestormt. Er zijn hier in 1885 geen vluchtelingen, geen COA en geen relschoppers. Er is wel rook te zien, maar die komt van een stoomtuig dat een nieuwe tijd aankondigt.

Eigenlijk begint het allemaal met de ingebruikname van het spoortraject Tilburg - ’s-Hertogenbosch – Oss – Nijmegen in 1881. De stoomtrein zal Noordoost-Brabant ontsluiten, maar dan moeten de stations wel bereikbaar zijn. Ja, je kunt te voet of met paard en wagen van Heesch naar Oss, maar sinds kort kent Nederland ook de stoomtram. De eerste reed in 1879 van Den Haag naar Scheveningen. 

Sindsdien duiken overal bedrijfjes op die stoomtramlijnen willen aanleggen en exploiteren. In de Meierij is sprake van twee ambitieuze projecten: een lijn van Tilburg via Oisterwijk, Haaren en Den Dungen naar Oss en Lithoijen, en eentje van ’s-Hertogenbosch via Hintham, Heeswijk en Veghel naar Helmond. Burgemeester Festen van Heeswijk speelt een belangrijke rol in dit wereldje.

In het voorjaar van 1881 ontvangt de gemeenteraad van Heesch vanuit België een verzoek om toestemming voor een tramlijn tussen Oss en Veghel. Het voertuig zal hooguit 15 kilometer per uur rijden, verzekeren de aanvragers. Jammer genoeg laten de Belgen niets meer van zich horen. Dan adviseert de burgemeester de raad om in zee te gaan met zijn Heeswijkse collega, die toch weer handelt namens een Belgisch vervoerbedrijf. Festen bewerkt ook het provinciaal bestuur en de gemeenten Oss, Nistelrode en Veghel. Zo kan de belangrijke tramlijn ’s-Hertogenbosch-Veghel-Helmond vanuit Veghel een aansluiting krijgen op het spoorwegnet in Oss.

Al in 1882 gaat de Heesche raad akkoord met de aanleg van de tramlijn en ruim twee jaar later wordt er proefgereden. Het traject Oss-Veghel komt op 19 januari 1885 officieel in bedrijf. Vanaf dan kun je vanaf het gloednieuwe Stationsplein in Heesch in een kwartier naar Oss reizen en naar Veghel in een uur. Maar de invloed van de boeren blijft groot: de tram mag geen stoom afblazen tijdens het inhalen van een voertuig, bespannen met één of meer paarden! De dieren zouden kunnen schrikken…

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

AANVULLING: Via twitter werden wij gewezen op deze site:
zou de "locomotief " zijn gebouwd in machinefabriek Backer en Reub uit Breda?.

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Toen een auto nog niet gewoon was
- De Hertogswetering
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



woensdag 30 december 2015

Stap op de paardentram naar Den Bosch


Het begon allemaal met een rood lijntje op een oude kaart van Den Bosch. “Dat prikkelde mijn nieuwsgierigheid”, vertelt Bosschenaar Bob van Boekel. De rode lijn bleek een tramlijn en Van Boekel reconstrueerde de geschiedenis van deze paardentram. Het leidde uiteindelijk tot dit Youtube-filmpje dat inmiddels veel wordt bekeken.

Want via het filmpje kun je instappen op tramlijn 37, bij conducteur Martinus Brandenburg die het woord ook rechtstreeks tot je richt. Op die manier rijd je met de paardentram van Vught naar Den Bosch, en dat allemaal zo rond 1900. “Met dat lijntje op de plattegrond in mijn achterhoofd ben ik in de archieven op zoek gegaan naar foto’s van paardentrams. Alle trams hebben een nummer en zo kun je weer achterhalen welke route tram nummer 37 reed. Toen ik op internet conducteur Martinus Brandenburg tegenkwam, wist ik dat ik mijn hoofdrolspeler had gevonden.”

Op het filmpje neemt Brandenburg de kijker mee op de route, langs mooie plekken in de stad. “Ik vond online de kleinzoon van Brandenburg die me weer aan extra foto’s kon helpen. Als je het verhaal laat vertellen door een bestaand persoon, wordt het geheel veel levendiger. Dat is ook een veel gehoord compliment.” Want dit filmpje werd al meer dan 1500 keer bekeken. “Ik maak ze in eerste instantie voor mezelf maar het werkt natuurlijk wel heel motiverend om te merken dat het aanslaat bij een groter publiek.” Als lid van een filmclub is Van Boekel gewend om materiaal mooi in beeld te brengen. “Met mijn voorliefde voor geschiedenis is het maken van dit soort filmpjes een ideale combinatie.” Het maken van een dergelijke productie kost heel wat uurtjes, weet Van Boekel. “Ik kan daar zo maar honderd tot tweehonderd uur mee kwijt zijn. Maar als het je hobby’s is, maakt dat ook niets uit.”

...fragment uit het filmpje over lijn 37...
Als 67-jarige weet Van Boekel prima de social media te vinden voor het verspreiden van zijn materiaal. “Het Facebook-deel neemt mijn vrouw voor haar rekening, hoor. Dergelijke kanalen bieden veel voordelen: je kunt je product aan een veel groter publiek laten zien. En mensen kunnen er ook weer op reageren: die interactie maakt het ook interessant.” Inmiddels is Van Boekel al wel druk bezig met een nieuwe film. “Ik ga er nog niets over vertellen, behalve dat het zich in Den Bosch afspeelt. Sinds 1852 woont onze familie in Den Bosch; de zesde generatie heeft zich hier ook gevestigd”, vertelt hij niet zonder trots. “Het is zo’n mooie stad: daar kun je nog talloze films over maken.”

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 2 november 2015

Hou je keurig aan de regels!

...oorlogshandelingen in Den Bosch...
Tijdens de Oostenrijkse Successie-oorlog wemelde het in garnizoen ’s-Hertogenbosch, buiten de eigen Staatse troepen, van militairen van allerlei pluimage, regimenten en bataljons Zwitserse, Schotse, Engelse, Hannoveraanse troepen, om er enkele te noemen. In de hele Zuidelijke Nederlanden is destijds hard gevochten, zijn er veel soldaten van de hoogste tot de laagste rang krijgsgevangen gemaakt en zijn duizenden zieken en gewonden vanaf het slagveld verscheept, vaak liggend op strozakken, of over land op karren getransporteerd naar diverse hospitalen, waarvan ’s-Hertogenbosch er ook een had.

De resoluties van de Raad van State, vooral van de jaren 1746-1748 onthullen legio berichten over deze oorlogvoering. Het Bossche militaire hospitaal, onder toezicht van een zekere Arnout Walraven, heeft zoveel gewonden en zieken moeten opvangen dat de situatie op een bepaald moment nijpend werd voor de stad en men naarstig moest zoeken naar allerlei opvangplekken, omdat het vaste hospitaal overvol raakte.

Discipline was van belang, vandaar dat door Zijne Hoogheid de Prins van Oranje Nassau destijds een reglement was opgesteld voor alle militaire hospitalen in den lande.
De onderstaande 14 artikelen zijn omgezet in ons huidige taalgebruik en luidden toentertijd als volgt:

In de hospitalen zullen geen andere dan militaire patiënten worden toegelaten en geen vrouwen of kinderen [1]. Zonder permissie mogen er geen vreemden in- en uit gelaten worden [2]. Bij binnenkomst wordt iedereen nader onderzocht want men wil graag weten of er geen sterke drank of verboden fruit mee naar binnen wordt gebracht en zo ja, dan moet dit onmiddellijk afgepakt worden [3]. Het is eenieder verboden eten of drinken buiten het hospitaal te vervoeren hetgeen betekent dat iedereen die zich buiten het hospitaal begeeft zich moet laten visiteren en zal het eten en drinken dat wordt aangetroffen direct afgenomen worden [4]. 
Het is eenieder tevens verboden om hemden lakens etc. als andere landsgoederen te vervreemden, te versnijden of kapot te maken op straffe van een arbitraire correctie [5]. 
Men zal Gods H.Naam niet misbruiken, niet vloeken, niet zweren of enige muiterijen of enig geraas veroorzaken [6].
Niemand mag het hospitaal verlaten zonder verlof van de directeur onder welk voorwendsel dan ook en mocht de directeur afwezig zijn dan wende men zich tot diens gekwalificeerde vervanger [7].

Bij het uitgaan als reconvaliscent [herstelde zieke] zal ieder gehouden zijn aan te tonen dat hij noch aan zijn lijf noch in zijn haverzak enige goederen heeft die het land toebehoren [8].
Ook zal men niet vermogen enige vuiligheid op de vloeren te werpen of de vloer te bemorsen maar ordentelijk naar de gemakken moeten gaan, doch daartoe niet in staat zijnde door ziekte of zwakheid, zal eenieder zich door de oppassers moeten laten helpen; ook zijn bedden of lakens en bedsteden niet te bespuwen, maar in alles zich ordentelijk te gedragen [9].
Men zal ook geen goederen of eten of drinken uit het hospitaal mogen brengen verkopen of vervreemden [10].
Geen herstelde zieke zal uit het hospitaal mogen gaan dan louter naar zijn eigen regiment een  hospitaalbriefje meenemend [11].
De reiniging van het hospitaal zal door de oppassers moeten geschieden voor dat de doctor of chirurgijn zijn functie komt uitoefenen [12].
De poort of deur van het hospitaal zal afhankelijk van het seizoen ‘s avonds tijdig gesloten en ’s  morgens weer tijdig geopend worden en wel in de winter ’s morgens om 8 uur en ’s avonds om 5 uur en zo naar proportie ’s zomers [13].
Men zal ook geen tabak mogen roken bij de zieken of in de ziekenkamer zowel door zieken als oppassers 14].

bron:
BHIC toegang 178 inv.nr. 355 Resoluties van de Raad van State dienstjaar 1747 deel 3 folio 634 verso dd. 10 oktober 1747

Geschreven door:
Henk Beijers

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Fransen geëxecuteerd in Den Bosch
- Veldnamen Vught en Cromvoirt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 28 september 2015

'Handboeksken' van een zwerver

Het 'handboeksken' van arme sloeber Willem van Genabeck
Zo op het eerste oog lijkt het een doodnormale man, die Willem van Genabeck. Bruin haar, blauwe ogen, een gewone neus... Maar achter dit unieke 'handboeksken' gaat een tragisch verhaal schuil. Talloze keren pakt Willem zijn biezen en verkast, op zoek naar een beter leven. Reis mee door Nederland, België én Duitsland met deze arme sloeber uit Grave!

Duitse stempeltjes
Tegenwoordig moet je je overal kunnen legitimeren en op vliegvelden wordt je paspoort zorgvuldig gecontroleerd. Maar ook in de vroege 19e eeuw werd je als reiziger nauwkeurig in de gaten gehouden. Onze Willem uit Grave maakte in de jaren twintig meerdere reizen in de omgeving van Düsseldorf en Enschede. Onderstaande 'Eingangs-pass' had hij hard nodig om de verschillende grenzen te passeren. 

Met deze 'Eingangs-pass' kon de zwerver vrij door Pruisen reizen
Het document bevat een korte beschrijving van de uiterlijke kenmerken van Willem van Genabeck. Rond 1827 lijkt zijn armoede nog enigszins mee te vallen. Hij voert veelvuldige transporten uit in de Duits-Nederlandse grensregio. Ook lezen we dat zijn gezichtskleur toentertijd nog 'Gesünd' was; kennelijk kon hij hier zijn boterham dus nog aardig verdienen.

Kun jij alle steden ontdekken waar Willem met zijn kar te vinden was?

Als we deze pas voorzichtig (!) openslaan, zien we vele aantekeningen van Duitse en Nederlandse beambten, die Willem toestemming verlenen om te transporteren in hun gebied. De precaire toestand van het papier verraadt dat Willem het vaak uit zijn zak heeft moeten halen om een stempeltje te krijgen...

'Handboeksken'
In 1829 was de koek in Duitsland kennelijk op en zoekt Willem van Genabeck zijn geluk in België en Nederland. De Duitse pas was niet meer geldig, dus tijd voor een nieuw paspoort! Begin 19e eeuw sprak men natuurlijk nog niet over ID-kaarten of paspoorten, maar simpelweg over een 'Handboeksken.'

Ook in dit boekje vinden we de uiterlijke kenmerken van Willem met zijn platte voorhoofd en zijn ovale 'aenzigt.' Zijn eerste werkgever was een hoedenmaker uit het Limburgse Blitterswijk, bij wie Willem zich drie maanden 'trou en eerlijk' in het zweet heeft gewerkt.
Onze Willem heeft overal 'trou en eerlijk' gewerkt, maar werd toch overal uit gekickt!
Elke baas geeft de arme Willem slechts enkele weken of maanden werk en zet hem vervolgens weer doodleuk op straat. Uit het 'Handboeksken' blijkt dat hij nergens stennis heeft geschopt of in aanraking is gekomen met de politie. Toch moet hij telkens weer verkassen: van Blitterswijk naar Antwerpen, van Antwerpen via Mechelen en Brussel naar Grave en vervolgens trekt hij langs meerdere Brabantse steden.

Straatarme stakker
Hoe is het afgelopen met deze berooide zwerver, die altijd maar weer naarstig op zoek was naar werk en een dak boven zijn hoofd? Helaas geen mooi sprookjeseinde voor Willem. De harde werker is nooit getrouwd en belandde uiteindelijk in de armenzorg. Op 21 februari 1845 stierf hij in Herpen, waar hij op dat moment in de kost was van het armbestuur.

Willem sterft ook in armoede, niet op 75 jarige leeftijd, zoals we in de memorie lezen, maar toen hij slechts 55 jaar oud was
In de memorie van successie lezen we dat Willem van Genabeck geen roerende of onroerende goederen heeft achtergelaten en dat zijn erfgenamen, die overigens zelf ook 'onvermogend' waren, niets aan zijn overlijden hebben overgehouden. Er viel bij deze straatarme stakker, die tijdens zijn leven nooit enig bezit heeft gehad, natuurlijk ook niets te halen...


Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Echte armoede!
- In en in triest...

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 

woensdag 19 augustus 2015

In en in triest...

Gezicht op Vlijmen rond 1700, vóór de rampspoed. Bron: Streekarchief Langstraat Heusden Altena
Historisch onderzoek doen is een pracht hobby, maar soms heb je te doen met de man en de vrouw in de straat, als je de gebeurtenissen leest. Het zal je anno 1746 maar overkomen, denk je dan. Bij legio huisgezinnen in Vlijmen en Nieuwkuijk moet op dat moment hun hele wereld compleet ingestort zijn...

Het zal wel niet de eerste keer zijn dat dit historisch relaas ergens is gepubliceerd. Henk Beijers laat hieronder een lezing zien van de dramatische gebeurtenissen vanuit de resoluties van de toenmalige Raad van State. Lees mee hoe een gigantische brand de twee dorpen compleet op zijn kop zette.

In zak en as...
Op 2 juni 1746 staat een huis bij de Schutsboom te Vlijmen in lichterlaaie. Het wordt volledig in de as gelegd. Maar wat wil het geval...op dat moment waait er een sterke alles overheersende oostenwind en wordt de bevolking geteisterd door extreme droogte.

Ook andere huizen ontspringen de dans niet. De vonkenregen verspreidt zich pijlsnel en bereikt zelfs ook het naburige dorp Nieuwkuijk. In totaal worden binnen de twee dorpen zo'n 200 huizen met hun schuren en stallen in de as gelegd en komen ook inboedels en vee in de vlammenzee om.

De twee getroffen dorpen op een kaart uit 1896

In Nieuwkuijk blijven nog 46 wat kleinere huizen gespaard en de bevolking zit plotsklaps in zak en as. Vanuit 's-Hertogenbosch had men wel twee brandspuiten met de nodige manschappen laten aanrukken, maar alles tevergeefs. Er hielp geen moedertje lief aan. De ingezetenen verkeerden binnen enkele uren in 'de meest deplorabele en bedroefste staat des werelds' zoals in het rekest stond verwoord.

Echte pechvogels!
Tot overmaat van ramp was de bevolking in 1740 overvallen door een geweldige overstroming met alle gevolgen van dien en in 1744 en 1745 waren de dorpen het slachtoffer geworden van een besmettelijke ziekte onder het rundvee. Beroerder kon het niet zijn voor een uitgesproken agrarische gemeenschap. Probeer de draad dan maar weer op te pakken...

De inwoners van Vlijmen hadden net een dijkdoorbraak achter de rug...
Nadat de vlammenzee zijn verwoestende werk had gedaan waren zo'n 600 tot 700 zielen genoodzaakt of eigenlijk door de omstandigheden gedwongen in het open veld tussen heggen en struiken, zonder graan of brood of voedsel een onderkomen te zoeken. Ze hadden ook geen kans gezien om het een en ander nog te redden, zo vermeldt het relaas. Ze hadden immers allereerst de zorg voor hun hevig geschrokken kinderen voor wie een veilig onderkomen gezocht moest worden!

Smeekbede
Geloof maar dat die gebeurtenis impact heeft gehad op de hele dorpsgemeenschap. Ze richtten ten slotte een emotioneel getinte smeekbede richting Den Haag in de hoop dat hen op een of andere manier schadevergoeding zou worden aangeboden, zodat ze voorlopig in staat werden gesteld om, mede in het zicht van de komende winter, in ieder geval hout te kunnen inkopen waarmee eenvoudige hutten gebouwd konden worden. Bittere armoede beheerste hun leven en onvoorstelbaar leed en verdriet.

Prent van Vlijmen rond 1787. Bron: Streekarchief Langstraat Heusden Altena
Ze herinnerden de Staten Generaal eraan dat negen jaar eerder (1737) zich in Loon op Zand eenzelfde situatie had voorgedaan waar toen 40 huizen in de as waren gelegd. De ingezetenen kregen toen een vergoeding van f8000,-. Dat gaf hun nog enige hoop. Van hogerhand werd de raad en rentmeester generaal der domeinen De Schmeling aangeschreven om zich nader te informeren over wat er was voorgevallen en hem werd verzocht daarover nader te rapporteren.

Bon: BHIC toegang 178, inventarisnummer 351- Resoluties van de Raad van State dienstjaar 1746, folio 488 verso - donderdag 30 juni. Wie overigens over de periode 1648-1746 deze resoluties m.b.t. de Meierij van 's-Hertogenbosch wil nalezen kan bewerkingen vinden via www.henkbeijersarchiefcollectie.nl. Dit project wordt in principe gecontinueerd tot 1795 als de auteur de tijd wordt gegeven om het te voltooien!

Geschreven door: 
Henk Beijers

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Neem een kijkje in een veldhospitaal in 1746
- Feest in Den Bosch in 1744 valt letterlijk in het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 22 juli 2015

Een militair hospitaal in ’s-Hertogenbosch

...oorlogshandelingen in en rond Den Bosch...
In de Resoluties van de Raad van State zijn legio historische nieuwtjes te lezen over de stad ’s-Hertogenbosch en de hele Meierij, maar enigszins onverwacht was het bericht om in de stad een militair hospitaal in te richten tijdens de Oostenrijkse Successie-oorlog [1740-1748]. In dit blog lees je een resumé van de belangrijkste informatie.  Wie het hele verhaal wil lezen kan dit doen aan de hand van de bronvermelding over de jaren 1745/1746. 

Men ontdekte in de stad een groot huis van drie verdiepingen. Eigendom van een zekere Gerbade, één van de Bossche schepenen met aan de kant van de Dieze nog een galerij, die overdekt zou moeten worden. Metselaarsbaas Van Wapperom werd erheen gestuurd om een oculaire inspectie te verrichten en volgens hem zou een ingrijpende verbouwing nodig zijn om er circa 800 zieke of gewonde manschappen te kunnen opvangen. Alleen al op de verbouwde derde verdieping werden 120 zieken ondergebracht. De verbouwing staat in de onderscheiden akten in extenso uitgewerkt. De huurprijs werd gesteld op 1000 gl. voor een periode van 6 jaren. Nadat de overeenkomst was gesloten meldde zich de Bossche apotheker Walraven die de zorg en supervisie over het nieuwe hospitaal op zich wilde nemen. Een timmerman werd benaderd om de nodige ‘kribben’ te maken, zowel 100 eenpersoons als 200 tweepersoons bedden.

Aankomst van zieken en gewonden
Hospitaalmeester Raven stuurde een bericht de wereld in over het arriveren van zieken uit Duitsland en hun goederen o.a. vanuit Stokstad en Nuijs, die aan de zorgen van Walraven zouden worden toevertrouwd, later gevolgd door gewonden en zieken vanuit Brussel onder leiding van chirurgijn Beverleij en frater Helleij en veel later ook nog een groep vanuit Antwerpen.

Als we ons realiseren dat de patiënten destijds per schip werden vervoerd en soms dagen onderweg waren, dan komt de reactie van de Raad van State in een geheel ander daglicht te staan. Men was namelijk bevreesd voor en tevens nieuwsgierig naar het aantal soldaten dat tijdens die overtochten gestorven was en of iedereen wel goed verzorgd werd. De Bossche professor Mobachius Quaat kreeg opdracht het hospitaal regelmatig te bezoeken en over al zijn ervaringen te rapporteren en bovendien overleg te voeren met de beide ‘fraters’ Abbenius en Huijs die als ziekenbroeders actief waren.

...door al het oorlogsgeweld was er behoefte aan een militair hospitaal...
Andere zorgen voor Walraven
Een bijkomend probleem voor Arnout Walraven was het feit dat met de zieken en gewonden uit Duitsland ook enkele ouderloze jongens en ’n meisje waren ingescheept als ook zes vrouwen. Bovendien moest een goed plan worden ontvouwd waarin de geestelijke zorg door een predikant en een rooms pastoor perfect geregeld was met name voor hen ‘die op het uiterste lagen’. Walraven vroeg de Raad van State hoe hij met de aanwezigheid van die kinderen moest omgaan.

Het bleek te gaan om Johan Frederik Schoonhem [14] in Maastricht geboren als zoon van Anthony Schoonhem wiens moeder al enige jaren overleden was, Joseph Decker [14] geboortig van Zutphen zoon van wijlen Caspar Deckers, als ook Anna Maria Hofman [14] geboren te Oxdorff in het Saxishe Gothasche dochter van Johan Christoffel Hofman en en ten slotte een 4e kind, niet ouderloos, genaamd Jan Willemse [15] zoon van wijlen Willem Willemse die ziek uit Duitsland is meegekomen wiens vader nu ziek en blind in het hospitaal lag; bovendien bevonden zich in het hospitaal 6 vrouwspersonen die allen ziek vanuit Duitsland hierheen waren gekomen en wier mannen reeds overleden waren of hier in het hospitaal lagen.

De vrouwen herstelden en vertrokken in de loop van 1746 uit het hospitaal en de kinderen zouden uiteindelijk met het reguliere beurtschip ’s-Hertogenbosch-’s-Gravenhage vice versa overgebracht worden naar een Haags weeshuis. Aan een zekere Pieter Chataigne werden deze jeugdigen toevertrouwd en ook het geld dat zij na het overlijden van hun ouders was overgebleven, werd meegenomen om aan de regenten van het weeshuis over te dragen.
   
Wie het ware verhaal tot in detail wil lezen verwijs ik graag naar de originele bronnen nl. BHIC toegang 178 inv.nr. 348 dienstjaar 1745 dd. 22 oktober, 29 oktober, 17 november, 29 november, 7 december, 8 december, 13 december, 17 december, 20 december, 30 december en inv.nr.349 dd. 3 januari en 11 februari 1746 – voor degenen die kennis willen maken met de inhoud van de Resoluties van de Raad van State vanaf 1648 zie www.henkbeijersarchiefcollectie.nl


Geschreven door:
Henk Beijers

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Fransen geëxecuteerd in Den Bosch
- Veldnamen Vught en Cromvoirt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?





maandag 25 mei 2015

Vijf en twintig Bossche hoertjes in één brief #HistoryPost

De Pijp. Marktstraat gezien vanaf hoek Suikerstraat met brug over Binnendieze.
Op de prentbriefkaart is abusievelijk de naam Tolbrugstraat vermeld.
(collectie Afdeling Erfgoed gemeente 's-Hertogenbosch, nr. 0006752)

Vroeger kon men ze vast feilloos aanwijzen, maar in onze archieven zijn ze tegenwoordig maar lastig terug te vinden: illegale bordelen. En soms heb je geluk. Een mooie brief voor HistoryPost.

Zo stuitte ik op deze brief, gedateerd 16 januari 1881, van de Bossche diender Van Goor, die belast was met toezicht op en ontsmetting van logementen waarvan publieke vrouwen in ’s-Hertogenbosch gebruik maakten. De brief is gericht aan de commandant van het militaire garnizoen in de stad, die zijn militairen blijkens de brief een bordeelverbod had opgelegd. Dat was niet zomaar, dat was in het landsbelang! Militairen waren in garnizoenssteden als Den Bosch trouw afnemer van de diensten van prostituees, maar liepen daarmee ook grote kans op besmettelijke (geslachts)ziekten.

In de brief legt Van Goor aan de garnizoenscommandant uit dat die maand geneeskundige controles zijn gestart en dat “de Geneesheer met dat onderzoek belast heeft verklaard, dat van de vier en twintig door hem onderzochte vrouwen, twaalf zijn behebt gevonden met venerische ziekte, van welke besmette vrouwen elf in het zieken gasthuis alhier worden verpleegd; terwijl één besmette vrouw onze gemeente naar elders heeft verlaten.” Kortom, de helft van alle onderzochte prostituees bleek ziek, maar gelukkig voor de militairen was het besmettingsgevaar inmiddels geweken en kon men weer veilig naar de Bossche hoertjes. Weetje: tussen 1881 en 1884 kelderde het percentage gevallen van venerische ziekte onder de Bossche soldaten van 12,3 naar 5,1%! Ongetwijfeld tot grote tevredenheid van hun commandant.

Voor het garnizoen verboden
Maar naast het relaas over deze officiële bordelen maakt Van Goor ook melding van een illegaal bordeel, ter waarschuwing aan de commandant: “Intusschen komt mij als zéér gewenscht voor, dat ofschoon de mede verboden tapperij van de herbergierster Grietje Kloots, in de tolbrugstraat alhier, niet als bordeel officieel bekend, voor het garnizoen verboden blijft; omdat zij met grond wordt verdacht gehouden binnen hare woning aan bezoekers gelegenheid te geven gemeenschap te hebben met zoogenaamde baan of straatmeiden, die niet aan het geneeskundig onderzoek onderworpen zijn.”

De Tolbrugstraat (gelegen tussen de Markt en de Zuid-Willemsvaart) lag in een wijk die in de volksmond ook wel ‘de Pijp’ werd genoemd. Het was van oudsher al een buurt vol winkeltjes, herbergen en bordelen, zeker toen in 1840 de gemeente ’s-Hertogenbosch besloot om de legale prostitutie in deze straat te concentreren. Dat zou in de rest van de stad minder overlast moeten geven. In deze wijk bevond zich trouwens ook de Tolbrugkazerne, die pas in 1892 zijn functie verloor.

En in deze straat bevond zich dus ook de herberg van Grietje Kloots, die daarin een illegaal bordeel bestierde, als we Van Goor mogen geloven. Hoe dan ook een mooi startpunt in de archieven om verder op zoek te gaan naar dit illegale bordeel. Te beginnen bij de archieven van de rechtbank. De naamindex van het BHIC op criminele vonnissen maakt alvast melding van een Grietje Kloots, in 1889 veroordeeld voor – dat is nou jammer – diefstal. Maar wie weet?

Onder de rokken
Volgens het vonnis is deze Grietje 45 jaar oud, geboren in Rotterdam, ventster en zangster van beroep. Ene C. Herwaarden ontmoet Grietje in een herberg aan de Brede Haven, waar ze liedjes zingt. Hij verklaart “dat hij ongeveer tegelijk met beklaagde die herberg verliet en langs de haven opwandelende met haar in een straatje gegaan is, dat zij daar elkander vast hebben gehouden, en hij beklaagde, onder de rokken gevoeld heeft.” Maar toen Grietje riep dat er volk aankwam en ze elkaar verlieten bleek naderhand zijn portefeuille gerold. Herwaarden ging haar achterna en vond Grietje in de Tolbrugstraat.

Nou goed, voor de rechter verklaarde Grietje dat er allemaal niks van het verhaal klopte, maar uiteindelijk werd ze niet geloofd en moest ze een maand zitten. Bovendien zijn er dus verschillende aanwijzingen dat het zowel in de brief als in het vonnis wel eens om dezelfde Grietje Kloots zou kunnen gaan... En los daarvan laten de oude archieven ons toch weer een sfeervol beeld schetsen van het nachtelijk leven van toen!

Christian van der Ven

Als je dit interessant vindt, lees dan ook:
- Over ontucht en andere onzedelijkheden
- Vunzige verklaringen