Posts tonen met het label 1806. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1806. Alle posts tonen

woensdag 17 juni 2015

Hanewinckel? Schandelijke laster!

...Van de Graaff neemt het op voor de inwoners van de Meierij...

Inwoners van de Meierij werken van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, leven matig en houden zich met weinig tevreden. Een ieder die iets anders verkondigt, verkoopt pure laster. Die duidelijke boodschap van Servaas van de Graaff is gericht aan Stephanus Hanewinckel en zijn boeken "Reize door de Majory van ’s Hertogenbosch in den jaare 1798 en 1799”.

Als er in 1806 een ‘statistische beschrijving’ van het Koninkrijk Holland moet worden opgesteld, bedenkt Van de Graaff zich geen seconde, zo lezen we in Taxandria in 1912 (T136.19/1318). “Van alle onze Departmenten is er geen dat minder bekend is dan dit en hetwelk echter wel verdient van naderbij gekend te worden.” Van de Graaff is verontwaardigd over de manier waarop de inwoners van de Meierij van Den Bosch zijn vastgelegd in de boeken “Reize door de Majory van ’s Hertogenbosch in den jaare 1798 en 1799”. (Hanewinckel schreef deze boeken maar liet ze anoniem uitkomen).

Zoo men de naamlooze Schrijvers van de Eerste en Tweede Reize door de Majory van ’s Hertogenbosch in 1798 en 1799 geloven wil, dan zijn er geen misdaden, geen ondeugden of ligchaams- en zielsgebreken, waaraan de Meyerijenaars niet onderhevig zijn”. Maar dat slaat nergens op, zo heeft Van de Graaff ondervonden. “De inwoners der Meijerij van ’s Hertogenbosch zijn, over het algemeen beschouwd, een zeer goed slag van menschen, waaronder men zeer wel en genoeglijk kan leven.”

Hij vervolgt: “Niet alleen dat men de Meyerijenaars van domheid, bijgeloof en valschheid beschuldigt, maar men betigt hen ook van eene voorbeeldelooze ongevoeligheid, liefdeloosheid en ombarmhartigheid.” Van de Graaff weerlegt al die aspecten aan de hand van schrijnende voorbeelden. “Eene bijna naakte moeder, met nog naakter kinderen, zonder ligging noch zitplaats, zonder voedzel noch drank dan een weinig geitenmelk”, bleek in al haar goedheid nog een arme zieke vrouw van hulp te voorzien.
...uit het artikel in Taxandria...
Ook de kritiek dat er weinig goeds wordt voorgebracht in het gebied, weerlegt de schrijver met “uitmuntende hoeden uit Eindhoven, lakens van Tilburg en Geldrop en manufacturen uit Helmond.” Conclusie van Van de Graaff: het boek Reize door de Majorij is een lasterschrift. 

En over de schrijver ervan stelt Van de Graaff afsluitend: “Wat zou de Rotterdamsche Erasmus niet met verachting hebben neergezien op een wezen, dat om zijn zo hatelijk, op iedere bladzijde zijner brochture in de oogen lopend oogmerk te bereiken, de manier der onderwijzing eener taal aanrand, alleen om de personen, wier caracter hem in de oogen valt, hatelijk te maken.” 

Marilou Nillesen (met dank aan collega Hanneke voor de tip!)

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Hanewinckel, reporter en berucht schrijver
- Goede reis

woensdag 3 december 2014

"Van tijd tot teid turf steken"


...prent van het turfsteken in vroeger tijden...
Als brandstof voor eigen gebruik of om er mee de markt op te gaan: het steken van turf was onder meer in de Peel een belangrijke aangelegenheid. Maar dat betekende niet dat je dat zomaar overal kon doen.  In de schepenbank van Vught kunnen we zien wat er allemaal bij kwam kijken. Dat kan nu ook online want sinds kort staan ruim 155.000 scans van schepenprotocollen van Berlicum, Esch, Helvoirt, Schijndel, Sint-Michielsgestel, Vught en Cromvoirt online bij het BHIC. 

Hiermee is deze historische bron (van de vrijwillige rechtspraak) voor het hele lokale werkgebied van het BHIC nu voor iedereen beschikbaar. En zo kunnen we eenvoudig meelezen in het verzoekschrift van Adrianus van Lith, Abraham van Lith, Josephus van Lith, Dirk van Lith, Nicolaas Schaft, Wouterus Schaft, Geertruij Spierings, Catharina Spierings, Maria Anna Spierings de weduwe van Jan van Tiel en Catharina Geertruda Mahie, eigenaren van een hoeve te Vught.

Zij verzoeken aan het Bestuur van Brabant om een moerveld behorend tot de hoeve te mogen uitmoeren om turf te maken. Het Bestuur van Brabant geeft toestemming mits voldaan wordt aan nauwkeurig omschreven voorwaarden.
..."van tijd tot teid uittemoeren en tot turf te maken"...
Eerst moeten allerlei vormen van belastingen en cijns worden betaald voordat er mag worden vermoerd. Maar ook mag er geen uitgestoken grond of turf worden vervoerd buiten het "Koninkrijk Holland." Pas als aan die voorwaarden is voldaan, mag er daadwerkelijk turf worden gewonnen. Dit filmpje uit 1940 geeft een impressie hoe er dit aan toeging.




Het wel en wee van het leven van en met de Peel is beeldend beschreven in het boek "Mijn kinderen eten turf" van Toon Kortooms. Het beschrijft het verhaal van het echtpaar Lange met veertien kinderen, waarvan vader werkt in een turfstrooiselfabriek in de Peel en daarmee de kost voor zijn kinderrijke gezin moet verdienen.


Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook: