Posts tonen met het label 1872. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1872. Alle posts tonen

maandag 25 juni 2012

Vincent van Gogh = x (3872)


Met de Regiohistoricus op pad...





“Vincent van Gogh is voor de kunstgeschiedenis wat het x-deeltje is voor de natuurkunde!” Aldus Robbert Dijkgraaf, de scheidende president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, op 21 juni in het Van Gogh Museum te Amsterdam. Dijkgraaf nam daar het eerste exemplaar in ontvangst van Van Gogh: New Findings, deel 4.

X (3872) zoals het x-deeltje officieel heet, is voer voor specialisten, maar de verhalen eromheen hebben ook een groter publiek warm gemaakt voor de theoretische natuurkunde. Op dezelfde manier brengen ontdekkingen rondom de persoon en het werk van Vincent van Gogh veel mensen op de been, juist ook buiten het kringetje van kunsthistorici. Publieksbereik dus, volgens Dijkgraaf een absolute noodzaak voor elke tak van wetenschap, juist in deze tijd van bezuinigingen op wetenschap en cultuur.

Robbert Dijkgraaf (links) afgelopen donderdag tijdens het symposium in het Van Gogh Museum te Amsterdam
Eén van die ontdekkingen betrof een brief van Vincent uit 1872, toen hij nog maar 19 jaar oud was. Deze brief werd aangetroffen in het archief van de Helvoirtse familie De Jonge van Zwijnsbergen, dat berust in het BHIC. Vincents vader was destijds dominee in Helvoirt en ook van hem en Vincents opa zijn brieven in dat archief bewaard.

Onze brief van Vincent van Gogh is nu, inclusief contextinformatie, opgenomen in www.vangoghletters.org

Maar er was meer nieuws te melden. Erg leuk was Teio Meedendorps relaas over de juiste plek van Vincents atelier aan de Rue Lepic in Parijs. Dat bevond zich volgens de literatuur op de derde verdieping  van een oud, nog bestaand woonblok, maar toen Meedendorp voor de deur stond, bleek het bewuste appartement niet toegankelijk te zijn. Via tussenkomst van een makelaar kon hij wel het appartement op de 4e etage betreden, exact boven de afgesloten woning.


Toen Meedendorp daar uit het raam keek, ontdekte hij dat Van Gogh daar zijn atelier moest hebben gehad. Het uitzicht op de omliggende huizenblokken kwam namelijk precies overeen met enkele door Van Gogh  geschilderde uitzichten. Deze bevinding werd ondersteund door een later ontdekt citaat van een tijdgenoot van Vincent: het atelier bevond zich op de vierde verdieping!

Introductie door Chris Stolwijk (Hoofd Kunst, Van Gogh Museum; Editor-in-chief Van Gogh Studies)
over de Van Gogh Studies en het lopend onderzoek

Met een frisse blik kijken naar het al bekende, dat was de boodschap van deze middag in ‘het Van Gogh’. Zo ontstaan nieuwe verhalen op een moment dat we denken dat we alles al weten. Verhalen waar je ook als niet-specialist ’n hele middag geboeid naar zit te luisteren….

woensdag 20 juni 2012

Een échte Van Gogh in je handen

De brief van Vincent van Gogh aan Hendrik Verzijl, 26 oktober 1872 (Collectie BHIC: familiearchief De Jonge van Zwijnsbergen)
Het zal je maar gebeuren. Je werkt als onderzoeks-documentaliste voor het Van Gogh Museum en krijgt kopieën van documenten onder ogen. Vooralsnog niks bijzonders natuurlijk, totdat blijkt dat je een échte Van Gogh brief in je handen hebt...

Dit overkwam Fieke Pabst in het BHIC. “Ik herkende het handschrift en de signatuur van Vincent van Gogh onmiddellijk. Die signatuur met de voorletters ‘VW’ tegen elkaar aan geschreven kwam overeen met die van 4 augustus 1873 in het bezoekersregister van de Dulwich Picture Gallery. Vanwege de onduidelijke initialen was nog niet eerder herkend dat het om een brief ging van Vincent van Gogh. Het document werd in het BHIC daarom omschreven als: ‘J. van Gogh (?) aan Hendrik Verzijl, 1872’.”

Het gaat om een brief uit 1872 van de jonge Vincent van Gogh aan de verzamelaar Hendrik Verzijl te Helvoirt. Het schrijven dateert van 26 oktober 1872. Vincent van Gogh was toen negentien jaar en werkzaam bij de kunsthandel Goupil & Cie in Den Haag. Voor de gepensioneerde onderwijzer Hendrik Verzijl uit Helvoirt had hij getracht op een veiling een aantal boeken te kopen. Dit was helaas niet gelukt, omdat alle biedingen de hem opgegeven limieten hadden overschreden. Van Gogh schrijft hierover in deze brief. Hoogstwaarschijnlijk liet hij de brief via zijn vader – destijds dominee te Helvoirt – bezorgen.

Verzijl woonde in bij de familie De Jonge van Zwijnsbergen, die tot de kennissenkring van de familie Van Gogh behoorde. Zo is deze brief dus terecht gekomen in het familiearchief De Jonge van Zwijnsbergen in het BHIC. In dat archief bevinden zich veel brieven van de familie Van Gogh waaronder van Vincents vader en grootvader.

De zomervakantie begint, hét moment om op pad te gaan. Heb je zin en interesse om deze brief (en nog véél meer over Vincent van Gogh) te gaan bewonderen, dan zijn er volop mogelijkheden! De brief maakt namelijk een reis door Brabant.

Signatuur van Vincent van Gogh...
Expositie van de nieuw ontdekte brief:

Maar je kunt hem ook gewoon online bekijken natuurlijk! Klik hier voor het volledige persbericht.

Als je veel meer van Van Gogh wilt zien, ga dan zeker naar het Van Gogh Museum in Amsterdam!


vrijdag 7 oktober 2011

Strafblad voor grazen van schapen

Het zal je maar gebeuren. Ben je een 15-jarige schaapsherder, moet je de bak in omdat je je schapen hebt laten grazen op de grond van een ander. Het overkwam Robertus Poppeliers uit Riethoven in 1872.

We hebben een aardig beeld van de jongeman in kwestie: een gezonde knul van 15 jaar, nog maar 1.35 meter hoog, blauwe ogen en blond haar. Ovaalvormig gezicht, rond voorhoofd, spitse neus en ronde kin. Een baard was nog niet te bekennen.

Zijn wieg stond in Riethoven, waar hij op 14 augustus 1858 geboren is. Zijn ouders  Willibrordus (soms ook Wilhelmus genoemd) Poppeliers en Elisabeth Smolders hadden een keuterboerderijtje aan de Hobbel, dat voor een deel eigendom was van de Armen van Riethoven. Robertus  scharrelde zijn kostje bij elkaar als schaapherder. Laten we hem hier Bertus noemen.


Bertus werd beschuldigd van twee "misdrijven". Op 5 en 7 augustus 1873 had hij opzettelijk zijn kudde schapen laten grazen in de hakbossen ofwel kreupelhout van Christiaan van Lieshout en Petrus van de Waarden. De straf van twee geldboeten van elk drie gulden, konden blijkbaar Bertus noch zijn ouders betalen. Bertus moest daarom de cel in. Van 11 tot 13 maart 1873 zat hij zijn straf uit in het Huis van Bewaring in Eindhoven.

Hoe liep het af met Bertus? Bertus (Norbertus bij zijn huwelijk) trouwde als 30-jarige man op 25-1-1889 met Maria Catharina Vermeulen uit Hoogeloon en bleef daar ook de rest van zijn leven wonen. Schaapherder was hij al lang niet meer. Hij verdiende de kost als metselaar en bleef dat tot aan zijn dood. Kinderen kreeg het echtpaar niet, maar zij namen doorlopend kostgangers in hun huis op. Op 20 april 1917 is Robertus in Hoogeloon op 58-jarige leeftijd overleden.