Posts tonen met het label Vredegerecht Ravenstein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vredegerecht Ravenstein. Alle posts tonen

maandag 14 mei 2012

"Een karretje op de zandweg reed"


En het vonnis luidt… 



Ter gelegenheid van het online gaan van 6500 vonnissen en akten afkomstig van de vredegerechten Boxmeer en Ravenstein, schotelen we je hier een maand lang élke maandag een bijzondere zaak voor! Volgende week alweer het laatste verhaal...

   

"Een karretje op de zandweg reed"

Inderdaad, zo heette vroeger een kinderliedje. Het gaat over een voerman die lag te slapen in de kar en het paard dat zelf de weg naar huis wist. Dat dit niet zo onwerkelijk is als het lijkt, blijkt uit een vonnis uit het vredegerecht van Ravenstein. Dit keer dus geen verhaal over een brutale dame of criminele heer, maar over de onschuldige zwijmelarijen van Jacobus. Maar óf deze zo onschuldig waren?

Zo moet het er ongeveer uit hebben gezien, toch is dit niet Jacobus Geene. Deze foto is omstreeks 1920 genomen op een landweggetje in de Gemullehoekenweg in Oisterwijk (foto BHIC)
Jacobus Geene wordt geboren op 2 oktober in het jaar 1800 in Oud Zevenaar. Hij is nog net geen 25 als hij als voermansknecht werkt bij de heer Van der Ven in de Zoutkeet te ’s-Hertogenbosch. We komen er in dit vonnis trouwens niet achter bij welke Bossche zoutkeet hij werkt, maar het zou best wel eens zoutkeet De Bloem op het Ortheneinde kunnen zijn. Jacobus heeft het druk en voelt zich erg verantwoordelijk voor de goederen die hij op zijn wagen vervoert.

Het verhaal speelt zich af op een zonnige vrijdagmiddag op twee september in 1825. De heren Pex en Van de Ven van de Marechaussee in Grave keren terug naar hun kazerne, zich verheugend op het naderende weekend hoewel ze op zaterdag uiteraard ook nog paraat moeten staan.

Fragment uit het vonnis
Plotseling valt hun blik op een slingerende paardenkar op de grote weg bij Schaijk. Dichterbij gekomen, treffen ze voerman Jacobus Geene slapend aan op de kar. In de archieven kunnen we niet opmaken of ze hem kruisen of dat ze beiden dezelfde richting uitgaan.
Hoe dan ook, Pex en Van de Ven kijken elkaar verbaasd aan en weten meteen wat hen te doen staat. Heel voorzichtig brengen ze het paard tot stilstand, geven de voerman een flinke por en vragen hem wat dit wel niet te betekenen heeft. Een proces verbaal wordt opgemaakt. Jacobus, nog half slapend, heeft op dat moment geen verklaring voor zijn middagdutje. Zou het komen door het slaapverwekkende, eentonige ritme van de paardenstappen? Door het zware werk als voerman of droomde hij misschien van zijn mooie Cornelia en de naderende huwelijksnacht?

De overlijdensakte van voermansknecht Jacobus Geene...
Uit de huwelijksakte van Jacobus Geene blijkt namelijk dat hij de volgende dag naast zijn bruid op de trappen van het stadhuis in ’s-Hertogenbosch zal verschijnen. Maar let wel, trouwe lezers, zo onschuldig is dit alles niet. Immers, een wettelijk huwelijk geeft nog geen recht op het ‘consumeren van het huwelijk’. Dat mag pas na het kerkelijk huwelijk.





maandag 7 mei 2012

Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken!



En het vonnis luidt…



Ter gelegenheid van het online gaan van 6500 vonnissen en akten afkomstig van de vredegerechten Boxmeer en Ravenstein, schotelen we je hier een maand lang élke maandag een bijzondere zaak voor!





Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken! 

Ook deze maandag weer aandacht voor een vonnis, dit keer uit het vredegerecht van Ravenstein. We schrijven 1825 en maken kennis met de 35-jarige Lamberdina van Hoogstraten. Zij woont in de Veerstraat op nummer 16 in Ravenstein.

Lamberdina is een ongetrouwde dame en hoewel ze winkelierster is van beroep, heeft ze op dit moment geen werk. Mogelijk is haar dat niet in de koude kleren gaan zitten, want uit de stukken van het Vredegerecht blijkt dat ze meerdere malen zorgt voor overlast in het dorp.

...Het vonnis betreffende de zaak Lamberdina van Hoogstraten...
Deze pittige tante blijkt bij maar liefst vier vonnissen betrokken te zijn geweest. Regelmatig “verwekt de gedaagde burengerugten en bewegingen ten andere zijde”. Soms loopt dit helemaal uit de hand. Zoals die zonnige dag op 20 augustus in 1825. De hele dag zoekt ze ruzie en lokt ze mensen uit de tent.

Haar broer Willem van Hoogstraten wordt daarbij niet gespaard. Ze maakt hem overal verwijten over en weet zelfs haar zus Antoinetta voor haar karretje te spannen. De ruzie loopt zo hoog op dat de veldwachter erbij wordt geroepen. Deze zal tot laat in de nacht in het huis van Willem blijven om in ieder geval te proberen de boel in goede banen te leiden. Dat hij daar niet helemaal in slaagt, zal blijken uit het feit dat de hele buurt die nacht getuige wordt van de woedeuitbarstingen van ‘ons’ Lamberdina.

Leeftijdgenoten van Lamberdina, Antoinetta en Willem van Hoogstraten, maar dan wel wonend in Vught
Broer Willem zal later verklaren dat hij op verregaande wijze is mishandeld door zijn zussen. Dit zal leiden tot nader onderzoek. Ook Carel Frederik Arents, griffier bij het Vredegerecht en gepensioneerd luitenant, en Johannes Keijsers, landbouwer, beiden wonend in Ravenstein, worden als getuigen opgeroepen. Maar dat is nog niet alles! In het vonnis lezen we ook dat de gedaagde dame de spot drijft met de vonnissen van de vrederechter en herhaaldelijk voor deze misdaad is veroordeeld. We kunnen dus vaststellen dat Lamberdina van Hoogstraten geen gemakkelijk type is.

De uitspraak van de vrederechter liegt er ook niet om die vrijdag de 26ste augustus 1825 in Ravenstein: Lamberdina van Hoogstraten moet 5,90 gulden betalen en bovendien vier dagen zitten in de Gevangentoren van Megen.