Posts tonen met het label wederopbouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wederopbouw. Alle posts tonen

vrijdag 21 november 2014

Bijzondere geschiedschrijving door 90-plussers

...bijzondere geschiedschrijving door negentigjarigen...
Morgen, 22 november, verschijnt het boek: Negentig+.  Het verhaal en gezicht van een regio’ van schrijver en regiodichter Marco van de Plasse. Van de Plasse heeft meer dan veertig Negentigplussers uit vrijwel het hele Land van Cuijk geïnterviewd over de eerste veertig jaar van hun leven, met het accent op de wederopbouw, vlak na Tweede Wereldoorlog.

De oudste is 105 en de andere mensen zijn geboren in de jaren ’10 en ‘20 van de vorige eeuw. Ze wonen verspreid over twintig kerkdorpen, evenredig verdeeld over de gemeenten Cuijk,  Boxmeer, Sint Anthonis en Mill & St. Hubert. Else van der Sloot portretteerde de geinterviewden.

Er komt een breed scala aan onderwerpen en beroepen aan bod. Van keuterboer tot fabrieksdirecteur en van snoepjesverkoopster tot politica. Door die verschillende invalshoeken is het boek niet alleen cultuur-historisch interessant maar ook amusant om te lezen:

“… Ik belde toen naar de Lacto (Nutricia) of ze gauw een melkwagen wilden leegmaken en deze te vullen met water, zodat ik met m’n mannen de brand kon gaan blussen …”

“… Koos was toen voorzitter van JVC, maar hij had ook een stuk of tien schapen. Die liet ie vaak op het veld grazen om het gras kort te houden. Maar schapen poepen ook, en daarom ging Koos op de ochtend dat de voetballers moesten spelen altijd al vroeg het veld op om de keutels eraf te scheppen … ”

“… Er waren geen taal- of rekenboeken. Ik zette de sommetjes gewoon op het bord. De leerlingen moesten ze dan overschrijven. Eerst in het klad met een potlood, daarna in het net, met een kroontjespen…”.


Naast hun persoonlijke verhalen, geven in de inleiding van het boek een aantal Negentigplussers een mooie gedachte over ‘de kunst van het (heel) oud worden’. 22 November vindt de boekpresentatie plaats in het Oorlogsmuseum in Overloon. Zes maanden lang is hier ook een expositie te zien zijn over deze Negentigplussers. In groot beeldformaat en met twee documentaires. Daarna ‘reist’ de expositie door het Land van Cuijk, om zo wellicht een bijdrage te leveren aan een stukje cultureel erfgoed. Het boek kost € 29,95 is verkrijgbaar in regionale boekhandels en is een uitgave van Trendletter. 


Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Opa en oma in het bejaardenhuis
- Rangen en standen

maandag 6 oktober 2014

Het tweede Franse leven van de Udense noodbarak

Voormalige Udense noodbarakken gebruikt voor vluchtelingen in Noord-Frankrijk
Het Vluchtoord Uden kennen we allemaal als opvangkamp voor Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog. Maar wie is ook op de hoogte van het 'tweede leven' van de Udense barakken in Noord-Frankrijk? 

In tegenstelling tot een concentratiekamp fungeerde het Vluchtoord Uden als een normaal dorp, voor zover de situatie dat toeliet. Na de oorlog trokken de meeste vluchtelingen weer terug naar hun vaderland, maar daar was de materiële schade niet te overzien. Niet alleen België was er slecht aan toe, ook het noorden van Frankrijk was een enorm geteisterd gebied.

Een dak boven het hoofd in Frankrijk
Daarom besloot de Nederlandse regering direct na de afloop van de oorlog om Frankrijk te helpen met de wederopbouw. De Nederlandse architect-ingenieur Hendrik Sangster (1892-1971) werd in de commissie van Vollenhove belast met de taak om invulling te geven aan de noodhulp. Er werd besloten om de barakken die in Uden dienst hadden gedaan als onderkomens voor vluchtelingen af te breken en te verplaatsen naar Noord-Frankrijk. Een dak boven het hoofd is immers de eerste behoefte om het gewone leven weer op te pakken.

Een hele klus!
Het was een heel karwei om de houten onderdelen door het voormalige slagveld te vervoeren. In Lens en Liévain werden desondanks in totaal drie wijken gebouwd van de Udense noodwoningen. In ongeveer twee jaar werden 340 woningen in Lens en 150 in Liévain gebouwd. Op 12 juni 1921 was de heropbouw van de barakken gereed en konden de nieuwe dorpen aan de Franse autoriteiten werden overgedragen. Een grappig feitje: voor de nieuwe bewoners werd een wedstrijd georganiseerd wie de mooiste tuin had. Kan het nog Nederlandser?

De verplaatsing van de Udense barakken is een bijdrage geweest voor de wederopbouw van Noord-Frankrijk en het oppakken van het normale leven. Nederland heeft zo de opbouw van een stabiele woonsituatie van veel Franse gezinnen ondersteund.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog
- Blaffende honden bijten niet