Posts tonen met het label Eerste Wereldoorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eerste Wereldoorlog. Alle posts tonen

woensdag 20 april 2016

Belgisch dorp verrijst op Udense hei

...Op 12 februari 1915 arriveren de eerste Belgische vluchtelingen vanuit Baarle-Nassau in het Udense Vluchtoord, het 'Belgische dorp' op de Udense heide...
Sinds 1915 heeft Uden een naam hoog te houden als het om vluchtelingenopvang gaat. Het neutrale Nederland krijgt tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) een grote vluchtelingenstroom te verwerken. Op de vlucht voor Duits geweld, klopt een miljoen Belgen aan voor asiel. Als blijkt dat de particuliere initiatieven de vluchtelingenstroom niet aan kunnen, grijpt de regering in. 

De vluchtelingen worden overgebracht naar barakkenkampen of 'Belgische dorpen'. Die zijn voorzien van een school, een postkantoor, een ziekenhuis, een kerk en soms zelfs een bioscoop. De Udense burgemeester Thijssen stelt direct zijn gemeente kandidaat voor de vestiging van zo'n 'vluchtdorp'. Ook de regeringscommissaris, jonkheer Ruys de Beerenbrouck, acht Uden geschikt om Belgische vluchtelingen op te nemen. Enkele duizenden, als het mogelijk is. Meer dan het totaal aantal inwoners van Uden!

De Udense raad is huiverig voor onrust en veiligheidsproblemen. Pas na een besloten raadsvergadering waar Ruys de Beerenbrouck toezeggingen doet, stemt de raad in. Het plaatselijke bedrijfsleven ziet wel brood in de komst van de Belgen. De locatie voor het 'vluchtdorp' is een stuk heide ten noorden van het dorp aan de klinkerweg Uden-Zeeland. In januari 1915 wordt in een mum van een tijd een compleet barakkendorp uit de grond gestampt.

In februari nadert het z'n voltooing. Een journalist schrijft: '...al heeft de ondervinding nog niet geleerd, dat het hier gevolgde systeem aan alle verwachtingen voldoet, toch zal een vluchtige schets van de in deeling van het onafzienbare terrein en de doelmatige inrichting der ontelbare hallen doen begrijpen met welk een practischen, nauwgezetten zin men hier is te werk gegaan.' De withouten woonbarakken ogen somber 'maar het oog bedriegt zich daarin, want zoodra men binnentreedt, voelt men als 't ware den open hemel boven zich, zoo vrij en hoog glooien de daken.'

Praktisch en schoon zijn de uitganspunten, met enige vorm van privacy. Uden is klaar om vluchtelingen op te vangen. Op 12 februari 1915 arriveren de eerste 28 vluchtelingen uit Baarle-Nassau in het Vluchtoord. De komende jaren zal de Udense heide hun thuis, hun Vluchtoord worden.

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 6 oktober 2014

Het tweede Franse leven van de Udense noodbarak

Voormalige Udense noodbarakken gebruikt voor vluchtelingen in Noord-Frankrijk
Het Vluchtoord Uden kennen we allemaal als opvangkamp voor Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog. Maar wie is ook op de hoogte van het 'tweede leven' van de Udense barakken in Noord-Frankrijk? 

In tegenstelling tot een concentratiekamp fungeerde het Vluchtoord Uden als een normaal dorp, voor zover de situatie dat toeliet. Na de oorlog trokken de meeste vluchtelingen weer terug naar hun vaderland, maar daar was de materiële schade niet te overzien. Niet alleen België was er slecht aan toe, ook het noorden van Frankrijk was een enorm geteisterd gebied.

Een dak boven het hoofd in Frankrijk
Daarom besloot de Nederlandse regering direct na de afloop van de oorlog om Frankrijk te helpen met de wederopbouw. De Nederlandse architect-ingenieur Hendrik Sangster (1892-1971) werd in de commissie van Vollenhove belast met de taak om invulling te geven aan de noodhulp. Er werd besloten om de barakken die in Uden dienst hadden gedaan als onderkomens voor vluchtelingen af te breken en te verplaatsen naar Noord-Frankrijk. Een dak boven het hoofd is immers de eerste behoefte om het gewone leven weer op te pakken.

Een hele klus!
Het was een heel karwei om de houten onderdelen door het voormalige slagveld te vervoeren. In Lens en Liévain werden desondanks in totaal drie wijken gebouwd van de Udense noodwoningen. In ongeveer twee jaar werden 340 woningen in Lens en 150 in Liévain gebouwd. Op 12 juni 1921 was de heropbouw van de barakken gereed en konden de nieuwe dorpen aan de Franse autoriteiten werden overgedragen. Een grappig feitje: voor de nieuwe bewoners werd een wedstrijd georganiseerd wie de mooiste tuin had. Kan het nog Nederlandser?

De verplaatsing van de Udense barakken is een bijdrage geweest voor de wederopbouw van Noord-Frankrijk en het oppakken van het normale leven. Nederland heeft zo de opbouw van een stabiele woonsituatie van veel Franse gezinnen ondersteund.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog
- Blaffende honden bijten niet

maandag 15 september 2014

Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden

Roosendaal wordt in 1914 overspoeld door Belgische vluchtelingen...

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Hoewel Nederland neutraal bleef, heeft deze oorlog toch grote impact gehad op ons land. De komende maanden zal deze ingrijpende invloed op verschillende manieren herdacht worden. Zo is er een landelijk coördinatiepunt ontstaan, Eerstewereldoorlog.nu. Daarnaast laten we twee voorbeelden van bijzondere herdenkingen zien, uit Oud-Gastel en Roosendaal. 

Landelijk herdenken
Vanaf 1 oktober kun je alle activiteiten rond de herdenking van de Eerste Wereldoorlog in Nederland bekijken op een nieuw digitaal platform, EersteWereldoorlog.nu. Op deze site kun je ook terecht voor een goede basisinformatie over de Eerste Wereldoorlog. Het coördinatiepunt is een gezamenlijk project van Huis Doorn, NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en het Nederlands Openluchtmuseum. Men wil niet alleen kennis over de oorlog en herdenkingsactiviteiten bieden, maar de site wil ook organisaties met elkaar verbinden die actief zijn op dit gebied.

Bijzondere wandeling naar Oud-Gastel
Een voorbeeld van zo'n herdenking vindt plaats in Oud-Gastel. Op 28 september komt daar een delegatie Belgen naar het museum 'De Drie Snoecken' van de Heemkundekring Het Land van Gastel om een bijzondere voettocht te herdenken, die 100 jaar geleden plaatsvond.

Vluchtoord Uden, een andere bestemming voor veel Belgische vluchtelingen

Vanwege het geweld van de Duitsers, liep Antwerpen eind september 1914 volledig leeg. Duizenden mensen zochten hun toevlucht in Nederland, zo ook een groep van 15 weeskinderen, 6 zusters en 5 paters van de abdij van Bornem. Na een hachelijke tocht kwamen zij per stoomtram aan in Oud-Gastel, waar zij werden opgevangen in het St. Bernardusklooster.

De Heemkundekring herdenkt deze tocht met een speciale tentoonstelling, die te zien is in het museum 'De Drie Snoecken' op de Open Monumentendagen op 13 en 14 september 2014 en alle zaterdagochtenden tot en met 12 oktober 2014. Wie nog in het bezit is van foto's van deze tijd, wordt van harte uitgenodigd contact op te nemen met de Heemkundekring Het Land van Gastel.

'Alles vlucht naar Roosendaal' 
Gemobiliseerde soldaten in Wouw
Een ander voorbeeld van een herdenking vinden we in Roosendaal. Ook deze stad kende een enorme toestroom van Belgische vluchtelingen in 1914. De gebeurtenissen zijn hier bijzonder goed bewaard gebleven. De Roosendaler Jacobus van der Veken, op dat moment 48 jaar oud, hield namelijk zeer nauwgezet een dagboek bij. Hieronder een citaat van Jacobus:

Wat ervan terecht moet komen, ik weet het niet! Duizenden, ik lieg niet, duizenden vluchtelingen van Antwerpen en omgeving komen met treinen, wagens en te voet Roosendaal binnen.  Rijk en arm, alles vlucht naar Nederland.'

Dit dagboek staat, samen met foto's, archiefstukken en filmbeelden, centraal in de tentoonstelling 'Alles vlucht naar Roosendaal', die van 13 september 2014 tot en met 8 februari 2015 te zien is in Museum Tongerlohuys te Roosendaal. Het biedt een unieke kijk op Roosendaal en omliggende dorpen in oorlogstijd.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Gevluchte Scheutisten in Esch
- Schijndel bedankt!


 

maandag 1 september 2014

Schijndel bedankt!

De slagerij van Bertje van Rooij, die de Belgische familie Warnant onderdak heeft geboden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het pand bestaat nog steeds, zelfs met nostalgische inrichting.
Op 11 november 1918 werd de wapenstilstand getekend tussen de geallieerden (Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland) en de centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië). Het einde van de Eerste Wereldoorlog was daar. Begin december begonnen gevluchte Belgen weer huiswaarts te keren. Hier een hartverwarmende blijk van dankbaarheid jegens de bevolking en het gemeentebestuur van Schijndel. 


De Belg Arthur Warnant bedankt de Schijndelse inwoners voor hun gastvrijheid

Arthur Warnant sprak functioneel en op persoonlijke titel in zijn brief van 1 december 1918 aan burgemeester Manders van Schijndel zijn dankbaarheid uit over de broederlijke gastvrijheid die de Belgische vluchtelingen tijdens hun verblijf in Schijndel hadden genoten. 

Aan spek geen gebrek
Deze blijk van waardering op persoonlijke titel is mogelijk ook te danken aan het feit dat - ondanks rantsoenering in die tijd - aan spek waarschijnlijk geen gebrek was voor Arthur Warnant (52), zijn vrouw Laure Minne (45) en hun kinderen Gabriëlle (14), Nicolaas (13), Suzanne (12), Ivonne (8) en Albert (5). Volgens een opgave in het Schijndelse archief genoten zij sedert 1915 namelijk onderdak bij het gezin van E. van Rooij op het adres Dorp G58.

Arthur Warnant en zijn gezin konden terecht bij slager Van Rooij

'Bertje van Rooij'
Volgens het bevolkingsregister is dit slager Eimbertus van Rooij, alias 'Bertje' van Rooij, de bekende telg uit de slagersfamilie Van Rooij. In april 1914 had hij van de gemeente vergunning gekregen een vleesfabriek voor het slachten van varkens en het verwerken van vlees op te richten. Maar mogelijk bestond de slagerij al eerder.

'Bertje' van Rooij en zijn vrouw Maria Merks hadden drie zoons en drie dochters, geboren in de periode 1894-1902. Een druk gezin waarin de beide oma's ook ingewoond hebben. Een paar monden meer of minder, daar zullen ze in het gezin van slager Van Rooij niet van opgekeken hebben. Bovendien, Arthur en Bertje zullen gespreksstof genoeg hebben gehad. Arthur was namelijk van beroep paardenkoopman en wie weet kwam dat nog wel goed van pas in de slagerij...

Afbeelding van de slagerij...Wie weet wanneer deze foto is genomen?
Hierboven een afbeelding van de slagerij, waar Arthur Warnant en zijn gezin onderdak vonden. Wie weet wanneer deze  foto gedateerd is? We zien links naast de slagerij 'W. van Rooij' hotel Amicitia in de steigers. Is dit na de Tweede Wereldoorlog toen het door oorlogsschade zwaar beschadigde pand werd opgeknapt? Slaat de 'W' van 'Slagerij W. van Rooij' wellicht op zoon Waltherus A.J. van Rooij, die de slagerij in 1937 uitbreidde? Kortom, veel vragen! Weet u het antwoord?

In pension bij Regina Coeli
Niet het hele gezin Warnant ging meteen huiswaarts naar Gembloux in België. De kinderen waren ouder geworden en misschien was het verblijf in Nederland toch niet zo slecht bevallen. De ouders besloten de oudste dochters Suzanne (14) en Yvonne (9) op pensionaat Regina Coeli in Vught te plaatsen. Toch last van heimwee? De meisjes werden in 1919 alweer uitgeschreven...
Meisjespensionaat Regina Coeli te Vught

Hoe idyllisch het er ook uit ziet, Suzanne en Yvonne Warnant werden in 1919 alweer uitgeschreven...
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Dr. Louis Pirenne: kind van een Belgische vluchteling
- Gevluchte scheutisten in Esch


woensdag 20 augustus 2014

Blaffende honden bijten niet

Vluchtoord Uden rond 1915, waar vele Belgische vluchtelingen werden opgevangen
Het vluchtoord Uden draait in 1916 op volle sterkte. Ruim 6000 Belgische vluchtelingen zijn er op dat moment gehuisvest. Begrijpelijk dat zoveel vluchtelingen ook problemen oproepen, al zijn meestal niet de vluchtelingen zelf de boosdoeners...

Fel wordt er in november 1916 door het gemeentebestuur van Uden geprotesteerd tegen de gevorderde inkwartiering van 600 huzaren. Hun commandant wordt onhebbelijk optreden tegen de burgerbevolking in de schoenen geschoven. Volgens het Udense gemeentebestuur is de aanwezigheid van zoveel militairen 'in zeer hoge mate uiterst nadelig inzake hygiëne en moraliteit.' Terzijde wordt fijntjes aangehaald dat de overheid het Vluchtoord kosteloos op Udense gemeentegrond heeft geplaatst.

Lastige honden
Ook de bewoners in de omgeving laten zich niet onbetuigd. Zij ondervinden veel last van de honden die op het Vluchtoord worden gehouden. Uitputtend besteedt de Udense gemeenteraad aandacht aan deze klacht, waarbij ook het niet aangeslagen worden voor de hondenbelasting meteen in de breedvoerige discussie wordt meegenomen. De Raad oppert dat er toch maar geen hondenbelasting geheven moet worden, daar het innen teveel moeite zal kosten. Als ze de honden maar niet jankend en huilend op openbaar terrein laten rondlopen. En af laten schieten door de veldwachter is altijd nog een optie! Tenslotte besluit de Raad om de Regeringscommissaris van het Vluchtoord te vragen maatregelen te nemen die er toe leiden dat er verbetering wordt gebracht.

Enkele hoogwaardigheidsbekleders bij het Vluchtoord

Het antwoord van de Commissaris komt per kerende post. Hij geeft aan dat alle honden op het Vluchtoord aangelijnd liggen. Verder zijn er, voor zover hem bekend, geen klachten binnengekomen. Hij verzoekt om aan te geven wie de klachten hebben ingebracht, en in hoeverre last wordt ondervonden, zodat er passende maatregelen genomen kunnen worden.

De gebeten hond...
De rijksveldwachter krijgt opdracht om bij de aanwonenden te polsen in hoeverre er overlast is. Uit zijn ondervraging blijkt dat bij een bewoner de honden vroeger wel eens achter de kat aan gingen, maar nu niet meer. En bij een ander gingen de honden vorig jaar achter de kippen aan. Maar of dat honden van het Vluchtoord waren? Door de overige bewoners worden geen klachten geuit.
Tegenpruttelend gaat de Raad akkoord en wordt het hondenprobleem als afgedaan beschouwd, al voelen ze zich in deze zaak duidelijk de gebeten hond...

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog
- Preview nieuwe website: gevlucht uit België, gevonden op onze site


maandag 11 augustus 2014

Dr. Louis Pirenne: kind van een Belgische vluchteling

 
Gezinskaart van Pirenne, met oud-rijksarchivaris Louis Pierre Leon...

Eerlijk gezegd gaat deze blog niet over oud-rijksarchivaris Louis Pirenne (1924-2014). Hij heeft tenslotte de Eerste Wereldoorlog helemaal niet meegemaakt. Zijn vader - ook genaamd Louis - is wél één van de miljoen Belgische vluchtelingen die de grens van Beglië en Nederland tijdens deze oorlog overstak.

Louis Pirenne (1883-1962) droomde in zijn jeugd over een toekomst op zee. Niet vreemd voor een jonge knaap die opgroeide in de havenstad Antwerpen. Toch heeft Louis uiteindelijk het leven op zee niet nagestreefd. Hij besloot in 1901 elektrotechniek te gaan studeren aan de nieuwe school voor technisch onderwijs in Virton. Indertijd een studie voor de toekomst en te vergelijken met een studie 'social media' nu. Als elektrotechnisch ingenieur kon Louis overal aan de slag.

Spoorloos
Met het uitbreken van de oorlog is de chaos compleet. De migratie van vluchtelingen ontploft. Twee broers van Louis Pirenne vechten aan het front. Zijn jongere broer Felix had dienstplicht tot september 1914, maar dat liep uiteraard anders door de oorlog. Maurice - zijn jongste broer - had zich vrijwillig aangemeld bij het leger. Vanaf augustus 1914 is Louis Pirenne een tijd lang van de radar verdwenen voor familie en bekenden. Waarschijnlijk is hij te voet van Antwerpen naar Tilburg gegaan. Daar woonde zijn aanstaande schoonfamilie. Louis zou namelijk gaan trouwen in augustus 1914, maar hij heeft dit uit moeten stellen vanwege de oorlog. Pas op 22 januari 1915 is er weer een spoor van Pirenne. Uit correspondentie met zijn aanstaande echtgenote van januari 1915 blijkt dat hij werk heeft gevonden in Amsterdam, waar een grote behoefte was aan geschoolde technici.

Eindelijk getrouwd!
Huwelijksakte van Louis Pirenne en Petronella Menting in 1915
Waarschijnlijk was het deze behoefte aan technici die Pirenne heeft doen besluiten de tocht naar Nederland te maken. Pirenne heeft niet in één van de vluchtoorden in Brabant gezeten. Als elektrotechnicus kon Pirenne in zijn eigen bestaan voorzien en heeft daarbij onderdak gevonden bij zijn schoonfamilie in Tilburg. Na een roerig begin in zijn nieuwe land acclimatiseert Pirenne steeds beter in Nederland. Op 31 mei 1915 trouwt Pirenne alsnog met zijn geliefde Petronella.

Meer weten over Louis Pirenne? Lees dan het prachtige boek van oud-rijksarchivaris Louis Pirenne over de familiegeschiedenis van Pirenne. Getiteld, 'De archivaris vertelt. Tilburgse en Bossche herinneringen' (2009). 

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog
- De professorenkamer

 

maandag 4 augustus 2014

Hamsteren tijdens de Eerste Wereldoorlog

…Bakker Ketelaars wordt per brief door de burgemeester van Veghel op de hoogte gebracht van zijn straf…
In Veghel krijgt bakker Ketelaars een maand lang géén nieuwe grondstoffen van de Centrale Broodcommissie vanwege het achterhouden van broodkaarten, bedoeld voor zijn klanten. Deze pittige straf komt voort uit de eis van de overheid om in elke gemeente een zogenaamd Levensmiddelenbedrijf te installeren om levensmiddelen zo eerlijk mogelijk te verdelen tijdens de oorlog. 

Door de komst van Belgische vluchtelingen, de beperkte handelsmogelijkheden en de permanente mobilisatie langs de grensstreken lopen de voedseltekorten snel op. Er wordt massaal ‘gehamsterd’ door de Nederlandse bevolking. Kelders en kasten worden volgepropt om de schaarste in het land voor te zijn. De overheid grijpt haastig in om de orde te blijven handhaven. Dit leidt onder meer tot de Onteigeningswet van 1914. De burgemeester is daarmee gemachtigd levensmiddelen, huishoudelijke artikelen en brandstoffen te ‘annexeren’ en in te grijpen bij onredelijke opdrijving van prijzen. Daarnaast komt er ook een uitvoerverbod. Omdat de import sterk bemoeilijkt wordt door de oorlog is het zaak de gehele productie uit eigen land beschikbaar te houden voor de eigen bevolking.

Nieuw broodrecept 
Al voor de officiële aanstelling van het levensmiddelenbedrijf Veghel op 1 november 1916 neemt burgemeester Völker de nodige maatregelen. Om inbeslagname van roggebrood te voorkomen eist hij van de bakkerijen zuinig om te gaan met de voorraden rogge. Namens de minister van Landbouw, Nijverheid en Handel komt hij met de mededeling dat vanaf heden (27 januari 1915) de samenstelling van het mengsel van roggebrood voortaan voor de helft uit rogge en de helft uit tarwe moet bestaan. Hierdoor wordt de geringe voorraad rogge zo spaarzaam mogelijk gebruikt.

...de burgemeester informeert alle bakkers uit Veghel over het besluit tot wijziging van de samenstelling van roggebrood...
Behalve het roggebrood is het Levensmiddelenbedrijf ook verantwoordelijk voor de verdeling van kaarsen en schemerlichten, zeep, eierkolen, zuivel, kleding en schoeisel. Uit een bestellijst blijkt dat met name de veehouders een streepje voor hadden. Zij krijgen veruit de meeste kaarsen – vijfhonderd pakken in totaal - om ook in het donker te kunnen werken met hun vee.

In de laatste twee jaren van de oorlog is de schaarste het grootst en draait het Levensmiddelenbedrijf op volle toeren. Vanaf 1920 geraken de meeste levensmiddelen weer terug in de vrije handel. Pas op 30 oktober 1923 wordt het levensmiddelenbedrijf Veghel opgeheven.

Deze weken verschijnt er elke maandag een blog over de Eerste Wereldoorlog in Brabant. Houd de weblog in de gaten en maak kennis met Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog!

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog
- Klompen voor 30 punten


maandag 28 juli 2014

Voorbij het Dodenhek

…Kaart met observatieposten nabij de grens bij Eersel. Met de 'Fil électrique' (Dodenhek) langs de grens getekend...
Liggend in een vieze, modderige sloot, je ogen continue open en gericht op het spoor, wachtend op een voorbijrazende trein vol infanterie, cavalerie en artillerie. Het spotten van treinen is tegenwoordig een hobby, tijdens de Eerste Wereldoorlog een spannende spionage-missie. 

Het verzamelen van inlichtingen kwam in de Eerste Wereldoorlog al op zeer grote schaal voor. Het British Military Intelligence Commission hield zich vanuit de standplaats Rotterdam bezig met spionage en contraspionage (het zoeken naar spionageactiviteiten van de vijand). Een uitgebreid netwerk van spionnen en koeriers rondom de grens van België en Nederland hadden de taak een goed beeld te schetsen van vijandelijke troepenverplaatsingen. De BMIC zetten hiervoor veel Belgische en Nederlandse burgers in, die graag een centje wilden verdienen. Het spionnenwerk was gevaarlijk, maar zeer lucratief. Veel Brabanders hebben treinen en boten gespot en via codetaal de aantallen troepen doorgeseind aan de spionagenetwerken van zowel de Engelsen als de Duitsers.

Vanuit het neutrale Nederland konden de Engelsen en de Duitsers vrij gemakkelijk hun spionagenetwerken organiseren. Voor de Brabantse inwoners aan de grens met België bleef dit niet onopgemerkt. Om een goed beeld van vijandelijke bewegingen te krijgen werden langs de gehele grens met België en Duitsland observatieposten opgezet. Deze observatieposten bevonden zich vaak vlak bij het beruchte ’Dodenhek’, een kilometers lang hek van prikkeldraad langs de hele grens van Nederland. Ondanks het Dodenhek waren veel spionnen en koeriers toch in staat de grens te passeren.

...Schema van observatieposten van de British Military Intelligence Commission langs de Nederlandse grenzen...

Deze weken verschijnt er elke maandag een blog over de Eerste Wereldoorlog in Brabant. Houd de weblog in de gaten en maak kennis met Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog!
Vind je dit interessant? Lees dan ook:

maandag 21 juli 2014

Gevluchte Scheutisten in Esch

Impressie van gevluchte Belgische studenten op Sparrendaal in Vught. Wegens ruimtegebrek werden andere Belgische vluchtelingen in Esch opgevangen.


In zijn verslag van zijn bezoek aan de gemeente Esch op 4 juni 1915 schrijft de Commissaris van de Koningin over de Belgische vluchtelingen 'de bewoners van het missiehuis te Scheut zijn naar Esch gevlucht; daar verblijven thans 3 paters, 25 novicen en een paar knechts.'

Opvang Belgische Scheutisten in Esch en in Vught
Daarmee worden de Missionarissen van Scheut in Anderlecht onder Brussel bedoeld. In Vught hadden zij in 1899 landgoed Sparrendaal aangekocht en daar een buiten-klooster en seminarie voor Nederlandse missionarissen opgericht. Blijkbaar was daar niet genoeg ruimte om alle gevluchte Belgische studenten en hun leraren op te vangen. Daarom huurde de rector dichtbij huis in Esch - de vluchtelingen konden dan op Sparrendaal een handje helpen - twee huizen en een schuur. 

Tussen 12 oktober 1914 en begin 1916 was het een komen en gaan tussen Esch en Vught van Scheutisten, priesters en studenten uit Leven en andere Belgische steden. 

Vele van bovenstaande vluchtelingen waren Scheutisten uit Anderlecht in Brussel

Behulpzame burgers
De namen van deze vluchtelingen staan op lijsten, die zich bevinden in het archief van het gemeentebestuur van Esch (toegang 5002, inv.nr. 1293). Daaronder was ook een aantal burgers. Dit zijn de huizen, waar de vluchtelingen onderdak en voedsel kregen. De gemeente Esch kreeg 30 cent per dag aan rijkssteun voor elke vluchteling:

Wijk A 17 bij het gezin van J.W. van Exsel

Wijk A 29 en A 30 bij de Missionarissen Onbevlekt Hart van Maria ofwel Scheutisten. Hier hebben 56 priesters en studenten onderdak gevonden, die vandaar uit weer vertrokken zijn naar Londen en Sparrendaal in Vught. Blijkbaar zijn dit de twee huizen die de rector van Sparrendaal in Esch gehuurd had. Hoofdbewoner was leraar-missionaris Petrus F.H. Palmen (later in China gewerkt), sinds 1903 Scheutist op Sparrendaal, die hier van 28-12-1914 t/m 6-5-1915 de dagelijkse leiding had. Ook verbleef hier Gustaaf Drossens, een beroemd Scheutist-fotograaf die indrukwekkende beelden van de Eerste Wereldoorlog heeft vastgelegd. Op 8 februari 1915 waren vele priesters en studenten naar Londen vertrokken. 

Wijk B 36 bij het gezin van A.J.W. van Haaren

Wijk B 37 bij het gezin van A. Spooren

Wie de huidige adressen kent van deze huizen, of daar onderzoek naar wil doen, is van harte welkom!

Deze weken verschijnt er elke maandag een blog over de Eerste Wereldoorlog in Brabant. Houd de weblog in de gaten en maak kennis met Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog!

Vind je dit interessant? Lees dan ook:


maandag 14 juli 2014

Raadsels rond een vers uit "De Groote Oorlog"

Dit gedicht is van rond de Eerste Wereldoorlog en is nu 100 jaar oud. Adriana van der Velden leerde het van haar moeder toen ze twaalf jaar was

De inmiddels 80-jarige Adriana van der Velden-Van Gerven uit Valkenswaard leerde als jong meisje bovenstaand gedicht van haar moeder. Dat gedicht heeft haar tot op de dag van vandaag nooit meer losgelaten. Heemkundekring Weerderheem in Valkenswaard stuurde het ons, nieuwsgierig naar de oorsprong van dit indringende vers. Het werd rond het begin van de Eerste Wereldoorlog verspreid. Help je ons mee zoeken naar de herkomst ervan? 

De moeder van Adriana, de kleine Delphina Maria Leonia Bouillart, wordt op 8 november 1903 geboren in het Belgische Retie. Als elfjarig meisje vlucht ze in 1915 tijdens de Eerste Wereldoorlog met haar moeder Marie Catherina Bouillart-Maes en met haar broertjes en zusjes naar Valkenswaard. Haar vader, Victor Arnold Bouillart, zit dan al een jaar in Valkenswaard. Delphina is twaalf als haar moeder haar een gedicht leert over de "Groote Oorlog". Na de oorlog besluit het Belgische gezin zich definitief te vestigen in Valkenswaard. 
Jaren later trouwt Delphina met Antonius van Gerven en samen krijgen ze twee mooie dochters: Maria en Adriana. Delphina vertelt haar dochters veel over de oorlog en leest gedichten voor, waaronder het vers dat haar eigen moeder haar had geleerd... Dat 'vers van de Groote Oorlog'  zal een onuitwisbare indruk achterlaten bij Adriana. Er is alleen zo weinig over bekend. Wie heeft het geschreven en wat is de herkomst van dit mooie vers?  Wie helpt haar (en ons) bij deze zoektocht? 

Gezinskaart van de familie Bou(i)llart-Maes in Valkenswaard, Delphina, de moeder van Adriana van der Velden-Van Gerven, was het derde kind uit het gezin


Over de naam en de geboorteplaats is trouwens nogal verwarring. Op de vluchtelingenlijst staat Bouillart met een i. Maar op de gezinskaarten staat er altijd Boullart zonder i. Hebben ze bij de inschrijving in het bevolkingsregister in Valkenswaard op 22 april 1915 officiële gegevens moeten overleggen?


Fragment van de lijst van Belgische vluchtelingen met vermelding van het gezin Bou(i)llart-Maes


Schoolkinderen voor de school op Vluchtoord Uden (foto: BHIC)
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen honderdduizenden vluchtelingen, vooral vanuit België, om voor korte of langere tijd een veilig heenkomen te zoeken. Het gezin Bouillart vluchtte naar Valkenswaard en settelde zich daar. Veel vluchtelingen vestigden zich in Vluchtoord Uden. Dit was eerder een nederzetting dan een kamp. De bewoners konden zich gaan voelen als burger van een gewoon dorp en wel een met een uitgesproken Belgisch karakter. 

Deze weken verschijnt er elke maandag een blog over de Eerste Wereldoorlog in Brabant. Houd de weblog in de gaten en maak kennis met Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog!
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Vluchtoord Uden
- Bijzondere vluchteling in Esch


maandag 7 juli 2014

Oorlogsbestendig fruit

  
Reclameaffiche Hero Jam

Doe je elke ochtend jam op je brood? Grote kans dat deze van Hero is. Hero bestaat in 2014 honderd jaar en is dus opgericht in een oorlogsjaar. Een bedrijf starten in de Eerste Wereldoorlog, dat moet toch wel heel lastig zijn geweest. Voor Hero uit Breda bleek dat anders te zijn.

In het voorjaar van 1914 realiseerde Reinier Jansen (1880-1954) zijn plannen tot de oprichting van een bedrijf voor het bereiden van vruchten- en groentenconserven. Zijn vader zat al jaren in de groenten- en fruithandel en werkte veel samen met het Zwitserse bedrijf Henckel en Roth. Jansen kreeg het voor elkaar om met voornamelijk Zwitsers kapitaal in Breda een fabriek te bouwen onder de naam HERO (HEnckel en ROth). Doordat de Eerste Wereldoorlog op de stoep stond, werd dit vooralsnog gedwarsboomd.

Ondanks deze tegenslag in het nog prille bestaan van Hero is het toch in staat, zij het met slechts zes werknemers, een winst te boeken in 1914 van 10.388,89 gulden. Sterker nog, uit de boeken met de verlies- en winstrekening blijkt dat Hero in alle oorlogsjaren een sterk stijgende winst boekt. In het eerste oorlogsvrije jaar 1919 heeft Hero een winst geboekt van 213.014,21 gulden.

Toch gaat het Hero niet altijd voor de wind. Uit correspondentie naar de Zwitserse handelspartner blijkt dat Hero Breda geregeld moeite had leveringen over de grens te krijgen. Tijdens de oorlog was het vanwege een ernstig gekort verboden bepaalde producten te exporteren. Bijvoorbeeld 'Zwiebeln' (uien) waren door de Nederlandse regering op de 'zwarte lijst' gezet.

Uit een controlerapport (30 april 1921) voor een kredietaanvraag van de Nederlandsche Handel-Maatschappij blijkt dat Hero op dat moment nog steeds een gezond bedrijf is. Het lijkt er dan ook op dat de oorlog van weinig invloed is geweest op het startende Hero.

Deze weken verschijnt er elke maandag een blog over de Eerste Wereldoorlog in Brabant. Houd de weblog in de gaten en maak kennis met Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog!

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Ons aards paradijs
- Soldatendiner