Posts tonen met het label Belgische vluchtelingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Belgische vluchtelingen. Alle posts tonen

vrijdag 9 oktober 2015

Elk huisje heeft zijn kruisje

Vluchtelingenopvang in Uden, 1915-1919
De huidige vluchtelingenproblematiek beheerst tegenwoordig het nieuws. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had ons land ook te maken met grote groepen vluchtelingen, die werden opgevangen in het Vluchtoord Uden. Maar wist je dat die bouwvallige huisjes ver ná die tijd nog steeds gebruikt werden? We nemen een kijkje in één van deze 'krotten', waarin een compleet gezin van negen mensen uit Haps vertoefde...

Maak kennis met Petrus Wilhelmus Broeks, vader van maar liefst zeven (en later zelfs acht) kinderen en echtgenoot van een chronisch zieke vrouw. Petrus verdiende de kost als voerman, maar moest in de jaren dertig meermalen door de gemeente Haps aan werk geholpen worden.
Kun je je voorstellen dat dit enorme gezin in één van die kleine houten huisjes woonde?
Om die reden kon hij zijn 'houten keet, afkomstig uit het Vluchtoord Uden' niet vervangen door een degelijke woning van steen. Hij had slechts een perceeltje van 1 are in bezit, dus zelf kon hij dit niet ophoesten. Gelukkig wilde de gemeenteraad van Haps hem in 1934 een handje helpen door hem een lening te verstrekken en wat grond te verkopen. Maar eerst kijken we nog even goed naar de provisorische woning uit het Vluchtoord. Was dit echt zo verschrikkelijk?  

Wandluizen
Erg comfortabel moet het in elk geval niet geweest zijn met negen mensen in een klein houten hutje. Het bestond slechts uit een woonkeuken, één slaapkamer en een bijkeukentje. Direct na de vluchtelingenopvang is het gezin Broeks gehuisvest in deze 'houten keet,' zo lezen we in het archief, 'hoewel het steeds een primitieve woning was.'
Een houten keet met ook nog eens enge beestjes!
Maar dat was nog lang niet alles. In deze 'zeer bouwvallige' woning krioelde het ook nog eens van het ongedierte. Volgens de gemeenteraad bevonden zich hierin 'enorme hoeveelheden wanzen (wandluizen)', die zeker in de zomermaanden niet bevorderlijk waren voor de gezondheidstoestand van Petrus' vrouw.  

Eindelijk een beetje 'space'
Na enig aandringen gaat de raad akkoord en wordt een plan opgesteld voor het bouwen van een 'alleszins behoorlijke ruime woning' met drie slaapkamers, een woonkeuken, bijkeuken en zelfs een zolder. Het gezin Broeks kon eindelijk weer ademhalen.
Eindelijk een beetje ruimte voor het gezin Broeks!
Misdadiger?
Wanneer Petrus wat meer geld in het laatje had gebracht, had hij zeker een nóg ruimere woning kunnen krijgen. Maar wegens zijn beperkte 'finantieele draagkracht' zat een duurdere woning er helaas niet in. Het gezin Broeks had het dus niet breed en kende echte armoede. Zoals je weet; een kat in het nauw maakt rare sprongen. Zo ook Petrus, die als achttienjarige jongen in de gevangenis belandde. Lang vóór hij de houten keet met zijn gezin betrok, koos hij dus het criminele pad.
Het 'misdadige' verleden van Petrus Wilhelmus Broeks
Maar niet wegens bedelen, stroperij of diefstal werd hij gepakt, wat je eigenlijk bij een arme kerkrat zou verwachten. Nee, Petrus Wilhelmus Broeks werd gepakt voor...'aanranding der eerbaarheid'! Wat dat precies betekent, mag je zelf invullen...

Geschreven door: Lisette Kuijper    

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
 - Het tweede Franse leven van de Udense noodbarak
 - Vluchtoord Uden  


De beste verhalen via e-mail ontvangen?





maandag 6 oktober 2014

Het tweede Franse leven van de Udense noodbarak

Voormalige Udense noodbarakken gebruikt voor vluchtelingen in Noord-Frankrijk
Het Vluchtoord Uden kennen we allemaal als opvangkamp voor Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog. Maar wie is ook op de hoogte van het 'tweede leven' van de Udense barakken in Noord-Frankrijk? 

In tegenstelling tot een concentratiekamp fungeerde het Vluchtoord Uden als een normaal dorp, voor zover de situatie dat toeliet. Na de oorlog trokken de meeste vluchtelingen weer terug naar hun vaderland, maar daar was de materiële schade niet te overzien. Niet alleen België was er slecht aan toe, ook het noorden van Frankrijk was een enorm geteisterd gebied.

Een dak boven het hoofd in Frankrijk
Daarom besloot de Nederlandse regering direct na de afloop van de oorlog om Frankrijk te helpen met de wederopbouw. De Nederlandse architect-ingenieur Hendrik Sangster (1892-1971) werd in de commissie van Vollenhove belast met de taak om invulling te geven aan de noodhulp. Er werd besloten om de barakken die in Uden dienst hadden gedaan als onderkomens voor vluchtelingen af te breken en te verplaatsen naar Noord-Frankrijk. Een dak boven het hoofd is immers de eerste behoefte om het gewone leven weer op te pakken.

Een hele klus!
Het was een heel karwei om de houten onderdelen door het voormalige slagveld te vervoeren. In Lens en Liévain werden desondanks in totaal drie wijken gebouwd van de Udense noodwoningen. In ongeveer twee jaar werden 340 woningen in Lens en 150 in Liévain gebouwd. Op 12 juni 1921 was de heropbouw van de barakken gereed en konden de nieuwe dorpen aan de Franse autoriteiten werden overgedragen. Een grappig feitje: voor de nieuwe bewoners werd een wedstrijd georganiseerd wie de mooiste tuin had. Kan het nog Nederlandser?

De verplaatsing van de Udense barakken is een bijdrage geweest voor de wederopbouw van Noord-Frankrijk en het oppakken van het normale leven. Nederland heeft zo de opbouw van een stabiele woonsituatie van veel Franse gezinnen ondersteund.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog
- Blaffende honden bijten niet

maandag 1 september 2014

Schijndel bedankt!

De slagerij van Bertje van Rooij, die de Belgische familie Warnant onderdak heeft geboden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het pand bestaat nog steeds, zelfs met nostalgische inrichting.
Op 11 november 1918 werd de wapenstilstand getekend tussen de geallieerden (Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland) en de centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië). Het einde van de Eerste Wereldoorlog was daar. Begin december begonnen gevluchte Belgen weer huiswaarts te keren. Hier een hartverwarmende blijk van dankbaarheid jegens de bevolking en het gemeentebestuur van Schijndel. 


De Belg Arthur Warnant bedankt de Schijndelse inwoners voor hun gastvrijheid

Arthur Warnant sprak functioneel en op persoonlijke titel in zijn brief van 1 december 1918 aan burgemeester Manders van Schijndel zijn dankbaarheid uit over de broederlijke gastvrijheid die de Belgische vluchtelingen tijdens hun verblijf in Schijndel hadden genoten. 

Aan spek geen gebrek
Deze blijk van waardering op persoonlijke titel is mogelijk ook te danken aan het feit dat - ondanks rantsoenering in die tijd - aan spek waarschijnlijk geen gebrek was voor Arthur Warnant (52), zijn vrouw Laure Minne (45) en hun kinderen Gabriëlle (14), Nicolaas (13), Suzanne (12), Ivonne (8) en Albert (5). Volgens een opgave in het Schijndelse archief genoten zij sedert 1915 namelijk onderdak bij het gezin van E. van Rooij op het adres Dorp G58.

Arthur Warnant en zijn gezin konden terecht bij slager Van Rooij

'Bertje van Rooij'
Volgens het bevolkingsregister is dit slager Eimbertus van Rooij, alias 'Bertje' van Rooij, de bekende telg uit de slagersfamilie Van Rooij. In april 1914 had hij van de gemeente vergunning gekregen een vleesfabriek voor het slachten van varkens en het verwerken van vlees op te richten. Maar mogelijk bestond de slagerij al eerder.

'Bertje' van Rooij en zijn vrouw Maria Merks hadden drie zoons en drie dochters, geboren in de periode 1894-1902. Een druk gezin waarin de beide oma's ook ingewoond hebben. Een paar monden meer of minder, daar zullen ze in het gezin van slager Van Rooij niet van opgekeken hebben. Bovendien, Arthur en Bertje zullen gespreksstof genoeg hebben gehad. Arthur was namelijk van beroep paardenkoopman en wie weet kwam dat nog wel goed van pas in de slagerij...

Afbeelding van de slagerij...Wie weet wanneer deze foto is genomen?
Hierboven een afbeelding van de slagerij, waar Arthur Warnant en zijn gezin onderdak vonden. Wie weet wanneer deze  foto gedateerd is? We zien links naast de slagerij 'W. van Rooij' hotel Amicitia in de steigers. Is dit na de Tweede Wereldoorlog toen het door oorlogsschade zwaar beschadigde pand werd opgeknapt? Slaat de 'W' van 'Slagerij W. van Rooij' wellicht op zoon Waltherus A.J. van Rooij, die de slagerij in 1937 uitbreidde? Kortom, veel vragen! Weet u het antwoord?

In pension bij Regina Coeli
Niet het hele gezin Warnant ging meteen huiswaarts naar Gembloux in België. De kinderen waren ouder geworden en misschien was het verblijf in Nederland toch niet zo slecht bevallen. De ouders besloten de oudste dochters Suzanne (14) en Yvonne (9) op pensionaat Regina Coeli in Vught te plaatsen. Toch last van heimwee? De meisjes werden in 1919 alweer uitgeschreven...
Meisjespensionaat Regina Coeli te Vught

Hoe idyllisch het er ook uit ziet, Suzanne en Yvonne Warnant werden in 1919 alweer uitgeschreven...
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Dr. Louis Pirenne: kind van een Belgische vluchteling
- Gevluchte scheutisten in Esch


woensdag 20 augustus 2014

Blaffende honden bijten niet

Vluchtoord Uden rond 1915, waar vele Belgische vluchtelingen werden opgevangen
Het vluchtoord Uden draait in 1916 op volle sterkte. Ruim 6000 Belgische vluchtelingen zijn er op dat moment gehuisvest. Begrijpelijk dat zoveel vluchtelingen ook problemen oproepen, al zijn meestal niet de vluchtelingen zelf de boosdoeners...

Fel wordt er in november 1916 door het gemeentebestuur van Uden geprotesteerd tegen de gevorderde inkwartiering van 600 huzaren. Hun commandant wordt onhebbelijk optreden tegen de burgerbevolking in de schoenen geschoven. Volgens het Udense gemeentebestuur is de aanwezigheid van zoveel militairen 'in zeer hoge mate uiterst nadelig inzake hygiëne en moraliteit.' Terzijde wordt fijntjes aangehaald dat de overheid het Vluchtoord kosteloos op Udense gemeentegrond heeft geplaatst.

Lastige honden
Ook de bewoners in de omgeving laten zich niet onbetuigd. Zij ondervinden veel last van de honden die op het Vluchtoord worden gehouden. Uitputtend besteedt de Udense gemeenteraad aandacht aan deze klacht, waarbij ook het niet aangeslagen worden voor de hondenbelasting meteen in de breedvoerige discussie wordt meegenomen. De Raad oppert dat er toch maar geen hondenbelasting geheven moet worden, daar het innen teveel moeite zal kosten. Als ze de honden maar niet jankend en huilend op openbaar terrein laten rondlopen. En af laten schieten door de veldwachter is altijd nog een optie! Tenslotte besluit de Raad om de Regeringscommissaris van het Vluchtoord te vragen maatregelen te nemen die er toe leiden dat er verbetering wordt gebracht.

Enkele hoogwaardigheidsbekleders bij het Vluchtoord

Het antwoord van de Commissaris komt per kerende post. Hij geeft aan dat alle honden op het Vluchtoord aangelijnd liggen. Verder zijn er, voor zover hem bekend, geen klachten binnengekomen. Hij verzoekt om aan te geven wie de klachten hebben ingebracht, en in hoeverre last wordt ondervonden, zodat er passende maatregelen genomen kunnen worden.

De gebeten hond...
De rijksveldwachter krijgt opdracht om bij de aanwonenden te polsen in hoeverre er overlast is. Uit zijn ondervraging blijkt dat bij een bewoner de honden vroeger wel eens achter de kat aan gingen, maar nu niet meer. En bij een ander gingen de honden vorig jaar achter de kippen aan. Maar of dat honden van het Vluchtoord waren? Door de overige bewoners worden geen klachten geuit.
Tegenpruttelend gaat de Raad akkoord en wordt het hondenprobleem als afgedaan beschouwd, al voelen ze zich in deze zaak duidelijk de gebeten hond...

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog
- Preview nieuwe website: gevlucht uit België, gevonden op onze site


maandag 11 augustus 2014

Dr. Louis Pirenne: kind van een Belgische vluchteling

 
Gezinskaart van Pirenne, met oud-rijksarchivaris Louis Pierre Leon...

Eerlijk gezegd gaat deze blog niet over oud-rijksarchivaris Louis Pirenne (1924-2014). Hij heeft tenslotte de Eerste Wereldoorlog helemaal niet meegemaakt. Zijn vader - ook genaamd Louis - is wél één van de miljoen Belgische vluchtelingen die de grens van Beglië en Nederland tijdens deze oorlog overstak.

Louis Pirenne (1883-1962) droomde in zijn jeugd over een toekomst op zee. Niet vreemd voor een jonge knaap die opgroeide in de havenstad Antwerpen. Toch heeft Louis uiteindelijk het leven op zee niet nagestreefd. Hij besloot in 1901 elektrotechniek te gaan studeren aan de nieuwe school voor technisch onderwijs in Virton. Indertijd een studie voor de toekomst en te vergelijken met een studie 'social media' nu. Als elektrotechnisch ingenieur kon Louis overal aan de slag.

Spoorloos
Met het uitbreken van de oorlog is de chaos compleet. De migratie van vluchtelingen ontploft. Twee broers van Louis Pirenne vechten aan het front. Zijn jongere broer Felix had dienstplicht tot september 1914, maar dat liep uiteraard anders door de oorlog. Maurice - zijn jongste broer - had zich vrijwillig aangemeld bij het leger. Vanaf augustus 1914 is Louis Pirenne een tijd lang van de radar verdwenen voor familie en bekenden. Waarschijnlijk is hij te voet van Antwerpen naar Tilburg gegaan. Daar woonde zijn aanstaande schoonfamilie. Louis zou namelijk gaan trouwen in augustus 1914, maar hij heeft dit uit moeten stellen vanwege de oorlog. Pas op 22 januari 1915 is er weer een spoor van Pirenne. Uit correspondentie met zijn aanstaande echtgenote van januari 1915 blijkt dat hij werk heeft gevonden in Amsterdam, waar een grote behoefte was aan geschoolde technici.

Eindelijk getrouwd!
Huwelijksakte van Louis Pirenne en Petronella Menting in 1915
Waarschijnlijk was het deze behoefte aan technici die Pirenne heeft doen besluiten de tocht naar Nederland te maken. Pirenne heeft niet in één van de vluchtoorden in Brabant gezeten. Als elektrotechnicus kon Pirenne in zijn eigen bestaan voorzien en heeft daarbij onderdak gevonden bij zijn schoonfamilie in Tilburg. Na een roerig begin in zijn nieuwe land acclimatiseert Pirenne steeds beter in Nederland. Op 31 mei 1915 trouwt Pirenne alsnog met zijn geliefde Petronella.

Meer weten over Louis Pirenne? Lees dan het prachtige boek van oud-rijksarchivaris Louis Pirenne over de familiegeschiedenis van Pirenne. Getiteld, 'De archivaris vertelt. Tilburgse en Bossche herinneringen' (2009). 

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog
- De professorenkamer

 

maandag 4 augustus 2014

Hamsteren tijdens de Eerste Wereldoorlog

Bakker Ketelaars wordt per brief door de burgemeester van Veghel op de hoogte gebracht van zijn straf…
In Veghel krijgt bakker Ketelaars een maand lang géén nieuwe grondstoffen van de Centrale Broodcommissie vanwege het achterhouden van broodkaarten, bedoeld voor zijn klanten. Deze pittige straf komt voort uit de eis van de overheid om in elke gemeente een zogenaamd Levensmiddelenbedrijf te installeren om levensmiddelen zo eerlijk mogelijk te verdelen tijdens de oorlog. 

Door de komst van Belgische vluchtelingen, de beperkte handelsmogelijkheden en de permanente mobilisatie langs de grensstreken lopen de voedseltekorten snel op. Er wordt massaal ‘gehamsterd’ door de Nederlandse bevolking. Kelders en kasten worden volgepropt om de schaarste in het land voor te zijn. De overheid grijpt haastig in om de orde te blijven handhaven. Dit leidt onder meer tot de Onteigeningswet van 1914. De burgemeester is daarmee gemachtigd levensmiddelen, huishoudelijke artikelen en brandstoffen te ‘annexeren’ en in te grijpen bij onredelijke opdrijving van prijzen. Daarnaast komt er ook een uitvoerverbod. Omdat de import sterk bemoeilijkt wordt door de oorlog is het zaak de gehele productie uit eigen land beschikbaar te houden voor de eigen bevolking.

Nieuw broodrecept 
Al voor de officiële aanstelling van het levensmiddelenbedrijf Veghel op 1 november 1916 neemt burgemeester Völker de nodige maatregelen. Om inbeslagname van roggebrood te voorkomen eist hij van de bakkerijen zuinig om te gaan met de voorraden rogge. Namens de minister van Landbouw, Nijverheid en Handel komt hij met de mededeling dat vanaf heden (27 januari 1915) de samenstelling van het mengsel van roggebrood voortaan voor de helft uit rogge en de helft uit tarwe moet bestaan. Hierdoor wordt de geringe voorraad rogge zo spaarzaam mogelijk gebruikt.

...de burgemeester informeert alle bakkers uit Veghel over het besluit tot wijziging van de samenstelling van roggebrood...
Behalve het roggebrood is het Levensmiddelenbedrijf ook verantwoordelijk voor de verdeling van kaarsen en schemerlichten, zeep, eierkolen, zuivel, kleding en schoeisel. Uit een bestellijst blijkt dat met name de veehouders een streepje voor hadden. Zij krijgen veruit de meeste kaarsen – vijfhonderd pakken in totaal - om ook in het donker te kunnen werken met hun vee.

In de laatste twee jaren van de oorlog is de schaarste het grootst en draait het Levensmiddelenbedrijf op volle toeren. Vanaf 1920 geraken de meeste levensmiddelen weer terug in de vrije handel. Pas op 30 oktober 1923 wordt het levensmiddelenbedrijf Veghel opgeheven.

Deze weken verschijnt er elke maandag een blog over de Eerste Wereldoorlog in Brabant. Houd de weblog in de gaten en maak kennis met Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog!

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog
- Klompen voor 30 punten