woensdag 12 februari 2014

Ton bier en 'n gevangen schout: cloveniers in Grave

...Floris van Egmond...
Helaas is er ondanks intensief speurwerk in de oude Graafse archieven nauwelijks iets terug te vinden over wapenfeiten van de Graafse Cloveniers, de schutterij die in 1527 door Floris van Egmond werd opgericht. Dat hangt waarschijnlijk samen met het ontbreken van bronnen uit de zestiende eeuw. Resoluties, stadsrekeningen en rekeningbewijzen uit die tijd zijn er niet (meer).

Door aantekeningen in de rekeningen over de jaarlijkse toelage voor een ton bier die de schutters van het stadsbestuur kregen, was het mogelijk vanaf 1602 over een kleine anderhalve eeuw een lijst van gezagsdragers binnen de schutterij te maken. Die toelage bewijst dat de Cloveniers ook toen actief waren, al was het maar om de eer: het gildezilver legt daar duidelijk getuigenis van af. In de boeken waarin de besluiten van het stadsbestuur werden opgetekend, worden de Cloveniers maar één keer vermeld.

In twee krijgshaftige optredens stonden ze toen pal voor de Graafse kleuren. De bron van het probleem was de collecteur van de Kleefse Maastol in Ravenstein, Marcelis de Wyse. Schippers met een burgerbrief van Grave hadden op diverse plaatsen vrijheid van tolheffing. Soms werd die echter betwist. In 1609, kort na het begin van het Twaalfjarig Bestand, hadden Graafse schippers grote moeite hun vrijheid in Ravenstein bevestigd te krijgen. Klachten bij de verantwoordelijke Kleefse autoriteiten leidden niet tot een oplossing en een juridische procedure evenmin. Toen De Wys in 1611 Graafse schepen in beslag nam, was het stadsbestuur dan ook woedend.

...wapen Cloveniers...
Als de schepen niet onder borgtocht vrij werden gegeven, zo liet het dreigen, zouden ze gewapenderhand door de Cloveniers worden gehaald. De onderhandelingen die daarop in gang kwamen, met hulp van prins Maurits als erfheer van Grave, sleepten aan zonder oplossing. In oktober 1613 werd er weer een schip in beslag genomen, waarna de Cloveniers eropuit werden gestuurd om het op te brengen naar Grave. Dat lukte, maar ze brachten ook de tollenaar mee.  In Venlo en Roermond, eveneens Maasschipperscentra, vond dit bericht een juichend onthaal. Maar het stadsbestuur was zenuwachtig: het stuurde brieven en zelfs een rapporteur naar de prins om achteraf zijn toestemming te krijgen voor deze raid.

Het lijkt er zelfs op dat het door de actie van de Cloveniers was verrast en dus meer had gekregen dan het had besteld. In Ravenstein werd als tegenactie een Graafse burger vastgezet. De Cloveniers kregen vervolgens de opdracht twee of drie Ravensteiners naar Grave te ontvoeren. Ook dat lukte, wonderwel zelfs: in de Graafse netten bleef naast een gewone burger niemand minder dan de Ravensteinse schout achter. Nu was het de beurt aan de diplomatie. In onderhandelingen op Caldenoort, waar het Land van Cuijk en het Land van Ravenstein samenkwamen, werd uiteindelijk tot een gevangenenruil besloten. De onderliggende kwestie werd op 26 april in ’s-Gravenhage geregeld: de Graafse schippers moesten gaan betalen, maar wel volgens een speciaal tarief. Hadden de Cloveniers hiermee hun kruit verspeeld? Als we de secretarissen van Grave mogen vertrouwen, was er daarna althans geen aanleiding meer om over ze te schrijven.

Deze tekst is van de hand van gastblogger Leny van Lieshout. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang (rond de 250 à 350woorden), illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-)

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Diederik Paringet
- Societeit tot nut en vermaak


Geen opmerkingen: