Posts tonen met het label 1838. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1838. Alle posts tonen

vrijdag 27 november 2015

De Rijdende Rechter van 1834

..."dit is mijn uitspraak en daar moet u het mee doen"...
Vrederechter. Zo heette de rechter die tussen 1811 en 1838 uitspraak deed in relatief kleine geschillen. Vergelijk het met de kantonrechter die we nu kennen. Of met de rijdende rechter van de tv. Eigenlijk moest de Vrederechter vooral voorkomen dat een zaak bij de echte rechtbank werd aangespannen. Daarnaast had hij een aantal officiële taken, zoals aktes opmaken en beëdiging van ambtenaren. Het vredegerecht hebben we te danken aan het rechtsstelsel dat onder Napoléon is ontstaan.

Op maandag 22 december 1834 kreeg de Vrederechter in Boxmeer, dat was de in Nijmegen geboren Hendrik Sander van Hien (1798- 1884), een aardig geschil te behandelen. Het ‘boefje’ dat voor hem stond, was de smid uit Sint Anthonis. Niet zomaar een smid, nee, hij was meester ijzersmid. Een man van aanzien, deze Martinus Remmen. Zat ook goed in de slappe was. Zijn naam duikt regelmatig op in schuldbekentenissen uit die tijd. Herbergier Bekkers uit Boxmeer bijvoorbeeld had 1.160 gulden van de smid geleend. Boer Pijls uit Vierlingsbeek was hem 500 gulden schuldig en aan boer Van Sambeek uit Wanroij had hij 700 gulden uitgeleend.

Maar nu stond hij in de beklaagdenbank. Hermanus van Cuijk, horlogemaker uit Boxmeer, wilde geld van hem zien. Met Remmen had hij wel vaker zaken gedaan, maar nu was het spaak gelopen. De Sint Tunnisse smid had Van Cuijk gevraagd eens wat gouden zakhorloges te laten zien. Want Remmen wilde zijn zoon er een cadeau doen. Van Cuijk liet een aantal horloges bezorgen en kwam er mee naar Remmen. Maar die wilde er vervolgens niet uit kiezen. Zodat Van Cuijk onverrichter zake naar huis ging. Met de pee in. Want zelf maakte hij geen zakhorloges. Hij bouwde staande horloges (klokken). Hij had ze op zicht van een ander en had een voorschot moeten betalen. Remmen weigerde die kosten te vergoeden.

Vrederechter Van Hiem kon het chagrijn van Van Cuijk wel begrijpen. Vooral nadat een getuige, Johannes Hermans, onder eed verklaarde dat hij Remmen de bestelling had horen doen. „Het is overbekend”, aldus Van Hien, „dat Van Cuijk slechts horlogemaker is en geen koopman in gouden horloges.” Als je iets bij hem bestelt, kun je er van uitgaan dat hij kosten moet maken. En dus, zo vonniste Van Hien, moest Remmen met geld over de brug komen. De smid moest de horlogemaker 16,75 gulden betalen. Of de twee later nog zaken hebben gedaan? Daarover zwijgen de boeken…


Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Bij de kladden
- Moord en martelingen in Breda

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 16 oktober 2013

Boerenzoon uit Dieden wordt priester én ongelukkig

...uit het boekje van Agnes Lewe...
Joannes van Dijk, een boerenzoon uit Dieden, besloot in 1798 om priester te worden. Na het gymnasium in Ravenstein en een opleiding in Holland werkte hij in het bisdom Haarlem. Bij zijn overlijden in 1838 was hij meer dan 25 jaar pastoor in Wognum geweest. Van Dijk werd niet gelukkig in het West-Friese dorp. Erger nog, hij pleegde zelfmoord. 

Dit opmerkelijke gebeuren inspireerde archivaris Agnes Lewe van het stadsarchief Oss tot het doen van onderzoek naar deze Diedenaar. Van hem zelf vond zij alleen een handgeschreven testament. Uit verhalen van andere pastors, de notaris en brieven van zijn meerderen is het haar gelukt om een goed beeld van zijn leven te schetsen en de redenen voor zijn tragisch einde te doorgronden.

"De dood van de pastoor werd door de omgeving met weinig discretie behandeld. Al snel ontstond het gerucht, dat hij geen natuurlijke dood was gestorven. Op verzoek van Jan van der Molen verrichten dokter T.A. Jorritsma en twee heelmeesters uit Hoorn, G.J. Rijnders en J. Rentmeester, op 17 november nader onderzoek. Zij constateren dat “wij aan den hals van den overledenen tekenen hebben opgemerkt die ons doen vermoeden dat dit gerucht niet van allen grond ontbloot is”. Dit werd medegedeeld aan de burgemeester. Het werd snel bekend dat de pastoor zich had verhangen aan een beddenkoord in zijn sponde (bedstee)," zo staat te lezen in het boekje.

Het boekje “Van Dieden naar Wognum. Joannes van Dijk (1775-1838), een boerenzoon uit Dieden als pastoor in Wognum” heeft 42 pagina’s met veel afbeeldingen en is voor € 2,50 te koop in het Stadsarchief. In de studiezaal in het stadsarchief in Oss is een kleine tentoonstelling ingericht over het leven en werk van Joannes van Dijk.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Een blijde en tegelijk droevige gebeurtenis
- Ondernemend pastoor

vrijdag 18 mei 2012

Ssst! Luister naar 't verhaal van 't archief...

Kilometers en kilometers aan archiefdozen heeft het BHIC in haar depots staan. In al die dozen zitten meerdere archiefstukken; ieder stuk vertelt z'n eigen verhaal. Zo nu en dan staan we stil bij zo'n stuk en leggen ons oor te luister. Wat is het verhaal van deze akte van adoptie?

...een deel uit de akte van adoptie...
Joachimus George Le Sage ten Broek, 63 jaar, oud notaris in Grave gehuwd met Wilhelmina van Lil, zonder beroep in Grave heeft uit hoofde van vriendschap aan Josue Witz meerderjarige zoon van Frederik Witz in leven bierbrouwer in Mulhausen, Frankrijk overleden 27 november 1818 en Elisabeth Friess overleden Mulhausen 5 mei 1815 aan Josue gedurende de zes jaar van zijn minderjarigheid onafgebroken bijstand en ondersteuning gegeven en adopteert hem nu. Zijn vrouw en de geadopteerde geven er blijk van het hier mee eens te zijn. 

Opgemaakt in Grave op 26 september 1838, zo lezen we. Echt wereldschokkend is het niet. Een jongeman wordt geadopteerd door een kinderloze notaris en zijn vrouw. Maar waarom? De oud-notaris is Joachim Le Sage ten Broek. Schrijver, journalist, historicus én bevlogen strijder tegen de achterstelling van katholieken. Door zijn achtergrond weten we meer over de reden tot adoptie.

Le Sage heeft in Loosduinen een kindergesticht. In 1826 komt daar de elfjarige Josué Witz. De jongen valt op door zijn intelligentie en krijgt daarom les van Le Sage zelf. Omdat Le Sage lijdt aan een ernstige oogziekte laat hij Witz steeds vaker zijn lectuur voorlezen en dicteert zijn artikelen en correspondentie. Josué zou Le Sage ten Broeks trouwste medewerker worden.

...ondertekening van de adoptieakte; het bibberige handschrift van Le Sage verraadt zijn oogziekte...
In 1840 gaat een grote wens van Le Sage ten Broek in vervulling. Op loopafstand van zijn woonhuis in de Bagijnenestraat komt een drukkerij. Witz wordt de bedrijfsleider. Sindsdien staat op zijn tijdschriften vermeld dat zij gedrukt zijn 'ter drukkerij van Josué Witz'. Als Le Sage in 1847 plots overlijdt, is dat een zware slag voor Witz. Hij wist al wel dat Le Sage een jaar tevoren zijn eigen bidprentje gemaakt.

Witz meldt de dood van Le Sage ten Broeks dood in de tijdschriften 'Godsdienstvriend' en de 'Catholyke Nederlandsche Stemmen'. 'Le Sage is niet meer', schrijft hij aangedaan, waarna hij een bewogen opsomming geeft van de vele verdiensten en deugden van zijn pleegvader: 'hij bleef op het slagveld temidden van den strijd; hij viel, om het zoo uit te drukken, met de wapens in de vuist.'

maandag 8 augustus 2011

Gelukkig hebben we de tekeningen nog...



Als je even grasduint in de kaarten die het BHIC online heeft gezet, kom je erachter dat er soms heel uiteenlopende dingen in zitten. Zoek maar eens naar de Bossche Poort in Oss en je komt een prachtige tekening tegen.


Oss kende ooit twee stadspoorten waarvan de Bossche Poort er één was. De Bossche Poort stond grofweg op de plek waar nu de Hema staat. De laatste restanten van deze poort zijn in 1838 verdwenen maar in de bestrating is deze plek aangegeven met metalen punaises met het opschrift 1399-1999 (naar aanleiding van het 600-jarig bestaan van Oss). De restanten mogen dan verdwenen maar gelukkig hebben we de tekening nog!


De Kruisstraat vormde vroeger de hoofdweg naar Den Bosch, vandaar de naam van de poort. De poort moet rond het jaar dat Oss stadsrechten kreeg (in 1399) zijn gebouwd. Zeker is dat in 1645 er Jonker Dirk woonde, schepen van Oss. Het gebouw werd toen door een gracht omgeven; in de loop der jaren werd er een woonhuis aangebouwd, dat rechts op de afbeelding nog te zien is. Het restant van de poort, een stuk van de toren, werd in 1837 toen als pakhuis verhuurd. 


Het is het gebouwtje links op de afbeelding, vlak voor de sloop in 1838. De tekenaar A.P. Hermans (1822-1897), een bekend goudsmid en kunstverzamelaar te Eindhoven, was Ossenaar van geboorte. Na de sloop werd er op de plek een woonhuis annex smederij gebouwd. Langs de plek, waarop de Bossche Poort ooit stond, bevond zich vele jaren de toegang tot de N.V. Anton Jurgens Margarinefabrieken tot 1929 toen deze werden overgeplaatst naar Rotterdam. 
Het plan Boschpoort, het nieuwe stadsgedeelte op het terrein van de voormalige Jurgens/Philipsfabrieken, houdt nog de herinnering aan de Poort levend.