Posts tonen met het label 1906. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1906. Alle posts tonen

maandag 15 juni 2015

Hoe zag de auto van jouw opa er uit?

..Melkvrachtauto van zuivelfabriek Het Haantje uit Liempde in de Strijpsestraat in Eindhoven, met melkventer Bernardus van Dijck achter het stuur.. 
Ze hebben een benzinegebruik van 1 op 1 en vooral géén veiligheidsgordels of rembekrachtiging. Maar o, wat zijn ze mooi: de auto's waarin onze opa's reden. Op de nieuwe aanwinst van het BHIC, De auto van m'n opa, vind je verhalen en beelden over bezitters van motoren en auto’s in Noord-Brabant tussen 1906 en 1951. Zin in een proefritje naar de vorige eeuw? Stap maar in!

Al in 2004 liep René Bastiaanse, directeur van het BHIC, rond met het idee aan de slag te gaan met registers van kentekens. Alleen, die zijn in Brabant niet bewaard gebleven. "Dus daar hield het op. Totdat Ruud van Bijnen me aansprak en vertelde dat hij zelf een register van die kentekens had aangelegd. Toen zijn we meteen van slag gegaan." Volgens Bastiaanse is de site leuk, zelfs als je niet van auto's houdt. "De vraag is leuk: had mijn opa een auto? En hoe zag die er dan uit? Want door de foto's heeft de site een grote aantrekkingskracht. Je kunt er tijden door zitten klikken zonder je een seconde te vervelen." 

Hoe weten we welke Brabanders een auto of motorfiets bereden? Wat was er Brabants aan een T-Fordje of een Eysink motor? Simpel: het kenteken. Dat zat zo: als je tussen 1906 en 1951 in een auto of op een motor rondreed, kon iedereen aan je kenteken zien waar je vandaan kwam, althans uit welke provincie. Want in tegenstelling tot tegenwoordig was het kentekenbewijs (of nummerbewijs zoals het toen heette) persoonsgebonden in plaats van dat het bij het voertuig hoorde. En zo’n persoonsgebonden kenteken werd uitgegeven door de provincie waar je woonde. Het provinciale nummerbewijs begon met een letter, gevolgd door een nummer. Voor Noord-Brabant was dat de letter N. Dat was overigens geen opzet: Groningen kreeg de A, Friesland de B en zo verder. Voor Noord-Brabant “klopte” het dus toevalligerwijs.

Rien Wols van het Projectenbureau van het BHIC heeft inmiddels ook al menig uur gestoken in de site. "We verzamelen foto's op allerlei verschillende plekken. Maar het mooie is: wie je ook benadert - van het bedrijfsarchief van Philips tot een individuele fotograaf - iedereen wordt enthousiast. Kennelijk hebben we juist met de auto - meer dan met andere vervoersmiddelen - een bijzondere relatie: of je er nu van houdt of juist niet." Wols benadrukt dat het echte grote werk - het scannen en controleren van de database - wordt gedaan door Frans Kense en Ad van Zelst. "Zonder hen was de site nu niet online geweest."

...Pater Jan Michels uit Schijndel op zijn Neracar motor, die hij vermoedelijk heeft meegenomen op z'n missie naar Congo... 
Tussen 1906 en 1951 zijn er ruim 99.00 “Brabantse” kentekens op naam uitgegeven en daarvan is een database gemaakt: naam en woonplaats van de eigenaar, soms zijn of haar adres. Maar wat de officiële gegevens niet vermelden is met wat voor soort voertuig die eigenaar zich vervolgens verplaatste. Terwijl dat nu juist zo leuk is om te weten: wie had de eerste Chevrolettruck in het dorp? In wat voor luxewagen reed de wollenstoffenfabrikant uit Tilburg? Met wat voor autobus begon de ondernemende vrachtrijder in de jaren ’20 een lokale busverbinding? En nog veel leuker, is die auto of motor dan ook daadwerkelijk te zien? En vaak is dat zo, want er zijn eigenlijk best veel foto’s gemaakt van al die motorvoertuigen. En terecht: men was gewoon trots op het nieuwe vervoermiddel en wilde dat laten zien ook!

Doe je mee?
Duik in je eigen familiealbums en kijk of daar foto’s van auto’s of motoren in zitten van vóór 1951. Stuur ze op, mét het verhaal van de auto van je opa!

woensdag 28 januari 2015

Beerse aalmoezenier alias de ‘Engel van Birma’

...portretfoto van Ezechiël Vergeest...
Geboren in 1906 in Brabant maar het grootste deel van zijn leven werkzaam in Sumatra. Mariëtte van Riet wees ons op het bijzondere en indrukwekkende levensverhaal van Ezechiël Vergeest: van jongetje uit Beers tot Engel van Birma.

Adrianus Wilhelmus Maria Vergeest groeit op in een gezin met tien kinderen waarvan er maar liefst zeven pater, broeder of zuster worden. Als Ezechiël klimt hij op tot legeraalmoezenier in de Orde van de Kapucijnen in Tilburg. In 1934 vertrekt hij naar de missie in Sumatra. Onder de Japanse bezetter krijgt hij te maken met de krijgsgevangenen die aan de Birma-Siam spoorweg moeten werken.

Samen met zijn vriend, de gereformeerde legerpredikant Mak, krijgt Vergeest de gelegenheid van de Japanners om het kamp te verlaten. Maar geen van beiden maakt daar gebruik van. In plaats daarvan mee met het benauwde troepenschip de Kyokaisei Maru, een onzekere en zware toekomst tegemoet. Gezamenlijk zeulen ze met de houten miskoffer waarin Vergeest zijn benodigdheden voor de Heilige Mis bewaarde. Hetgeen aanleiding is voor de onderstaande spotprent:


Aalmoezeniers mogen van de Japanse bezetter niet in de gevangenkampen komen maar Vergeest weet toch toegelaten te worden. Hoewel de kampen 50 tot 200 kilometer uitelkaar liggen, gaat Vergeest te voet de kampen af, om “zijn jongens” te bezoeken. Hij is een charismatische man, geliefd vanwege zijn optimisme en praktische instelling. Hij neemt de biecht af en pept het moreel op maar steeds vaker staat hij zieken en stervenden bij en zorgt voor een minimale begrafenis.

Hoewel het in bezit hebben van pen en papier door de Japanners ten strengste verboden is, houdt Vergeest een notitieboekje bij. Hij verstopt het onder de grond, soms in holle bamboe dan weer in de plooien van de pij en weet zo plattegronden van begraafplaatsen, namen van gestorvenen, data en doodsoorzaak nauwgezet in kaart te brengen. Later maakt hij (verplicht bij de krijgsmacht) een uitgebreid verslag over deze periode. Daarin beschrijft hij de omstandigheden van het pastoraat onder krijgsgevangenschap, de geestelijke verzorging, pastorale problematiek na de capitulatie van Japan.

Na de oorlogsjaren wordt hij weer pastoor in verschillende plaatsen in Sumatra. Hij blijft naspeuringen doen om zoveel mogelijk overlevenden of nabestaanden te bezoeken. Ook houdt hij lezingen en vertelt over zijn hechte vriendschap met de dominee. Samen krijgen zij de hoge onderscheiding Verzetsster Oost-Azië. De opgewekte man uit Beers blijft werken als missionaris op Sumatra en overlijdt in 1979. Ezechiël Vergeest ligt begraven in Pematang Siantar (Noord-Sumatra).

Wil je meer weten over Ezechiël Vergeest? Lees dan hier het uitgebreide verhaal.

Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:


dinsdag 13 juli 2010

Na het zuur komt het zoet


Na het zuur komt het zoet. Deze uitspraak van premier Balkenende klinkt menigeen nog bekend in de oren. Het is maar de vraag wanneer het zoet echt komt want inmiddels praat Paars Plus over... bezuinigingen. Oftewel: hoe pak ik een kabinetsformatie aan, deel 2.

De fractievoorzitters van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks hebben in de afgelopen week al "stevig" gesproken over een reeks onderwerpen, zoals de noodzakelijke bezuinigingen. Een onderwerp dat al zo oud is als de weg naar Rome. Ook begin vorige eeuw weten ze in Grave daarover mee te praten.

Grave kampte al vaker met financiële problemen. In 1906 is het de beurt aan het St. Catharina Gasthuis; dan moet de leiding van dit rustoord stevig beknibbelen. Als diverse subsidies komen te vervallen, ontkomen de regenten er niet aan om de bezuinigingen te verhalen op de bewoners zelf.

Ze besluiten daarom tarieven voor ontbijt, diner en souper voor bewoners bij te stellen. Wie eerste klasse ontbijt wil, betaalt daarvoor 40 cent; diner kost één gulden twintig en souper weer 40 cent. Hoeveel bewoners vòòr deze bezuinigingsronde hiervoor betaalden is niet bekend maar het zijn "verhoogde prijzen" waarvan we nu alleen maar kunnen dromen...

Foto: bekend is de foto van de kabinetsformatie uit 1977 van Dries van Agt, aan de tafel met Hans Wiegel. Bovenstaande foto heeft niets met een formatie te maken maar is wel dichterbij huis. Gemaakt in Wanroij; uit de tijd van Van Agt als Commissaris van de Koningin. Links van hem oud-burgemeester De Bekker.