Posts tonen met het label 1951. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1951. Alle posts tonen

vrijdag 1 april 2016

Op zoek naar 't kasteel van Ravenstein

...gravure uit 1750...
De laatste week van maart 1951 schijnt regelmatig de zon. Maar met amper drie graden boven nul overdag is het veel te koud voor de tijd van het jaar. Huiverend staan we op de Maasdijk bij Ravenstein. Daar heb je vrij uitzicht op de kale fruitbomen achter het raadhuis en opzij van de Kasteelse Poort. We zien archeologen aan het werk, op zoek naar restanten van het kasteel van Ravenstein, want dat stond eeuwenlang op die plek. De zoektocht is niet helemaal toevallig, want Mengvoederbedrijf Meulemans in de nabijgelegen Lombardstraat wil uitbreiden.

Ooit was het Ravensteinse kasteel een fier, met grachten omgeven complex tussen de Maas en de stad. Doorgaans werd het bewoond door de drost, de vertegenwoordiger van de heer van het Land van Ravenstein. Het was tevens het symbool van de zelfstandigheid van dit Land. Vooral na de Vrede van Münster in 1648 was dat merkbaar. Zuchtten Oss en de andere steden en dorpen in de Meierij van Den Bosch onder het inhalige, protestantse regime van Den Haag, Duitse vorsten heersten over de inwoners van het Land van Ravenstein. Ze moesten weliswaar ook belasting betalen, maar hier konden zowel katholieken als protestanten in ieder geval ongehinderd voor hun geloofsovertuiging uitkomen.

In de herfst van 1794 strijkt het revolutionaire Franse leger neer in het Land van Ravenstein. Omdat dit eigendom was van adellijke heren, worden Stad en Land meteen ont-eigend en ingelijfd bij Frankrijk. En het kasteel wordt na een periode van leegstand in 1798 te huur aangeboden. Twee jaar later herbergt het – na een verbouwing – een kazerne en een hospitaal voor het Franse leger. Vanaf dat moment gaat het bergafwaarts met het kasteel, dat bij het vertrek van de Fransen in 1813 letterlijk is uitgewoond. Daar komt bij dat de nieuwe Nederlandse regering ontevreden is over de wijze waarop het Ravensteinse stadsbestuur functioneert. Is om die reden van rijkswege in 1818 besloten tot sloop van het kasteel? Let wel: sloop inclusief de verwijdering van de fundamenten. Want – zo wil de mondelinge overlevering – de Ravensteiners zouden anders maar terug willen naar hun ‘status aparte’!

In 1951 wordt, op wat muurrestanten na, weinig van het kasteel teruggevonden. En Meulemans verhuist naar de andere kant van de Maasdijk, de plek waar nu het bedrijfscomplex van De Heus staat – voor hoelang nog?

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
Heesch op stoom!
Gevecht met het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 12 augustus 2015

Bendelid van Oss blijkt beminnelijke buurman

...inschrijving van Lambertus Vos, gevangenisregister Den Bosch 1918-1923...
Kerstnacht 1926: de 17-jarige Dina van der Doelen is alleen thuis met haar broertje als ze wordt overvallen door de Bende van Oss. Als Dina niet snel genoeg zegt waar geld verborgen is, zet Lambertus Vos (alias Bijs de Sijp) een pistool in haar mond en schiet door haar wang. Jaren later vindt het buurmeisje van Vos een brief van hem, verstopt in een schuur. Geschreven in 1951, vanuit de strafgevangenis in Groningen.

De Bende van Oss zorgt tussen 1888 en 1934 voor veel zware misdaden; met 29 moorden, tientallen roofovervallen, inbraken en honderden brandstichtingen. Op de lange lijst met veroordeelde bendeleden staat ook Lambertus Vos. Hij wordt veroordeeld voor roofovervallen en heling. Lambertus deinst – zo blijkt uit het voorval in 1926 – niet terug voor geweld.

...brief gericht aan Bijs de Sijp...
Dat is de ene kant van Vos. Aan de andere kant is hij ook gewoon een buurman die – decennia later – woont in een doodgewone straat. Daar is hij “wel een zonderling maar ook een ontzettend lieve buurman”, zo laat zijn toenmalig buurmeisje Brigitte van der Doelen-Ruijs weten.

“Bijs was een echte zonderling, kwam nooit zijn erf af. Mijn moeder zette wel eens koffie voor hem en dan zette zij een dienblad over de heg, hij dronk het op en zette het terug, vaak met een emmertje kersen of aardbeien erbij. Bij iemand binnenkomen deed hij nooit, zelfs niet aan de deur komen. Wel vertelde hij hele verhalen over allerlei soorten brandnetels en ander onkruid, tegen welke kwalen je die allemaal moest eten of thee van moest zetten. Dat groeide dan ook allemaal in zijn enorm grote "tuin".” Brigitte speelde als kind vaak in en om het huis van Vos en vond zo, na zijn overlijden, een brief.
...klik erop om de brief te vergroten...
In een goed leesbaar en regelmatig handschrift wendt Vos zich tot vermoedelijk zijn advocaat. “Ik verzoek U nogmaals beleefd om hier in Groningen bij den Rechtercommissaris een stil verhoor te beleggen en Mej. Van Lieverloo te laten dagvaarden om hier in stil verhoor te komen. Het doel hiervan is, om die kwestie, textiel te kort of te weinig, op te lossen.”

De reden dat Vos weer vastzit, lijkt te maken te hebben met diefstal of heling van textiel. “Wij mochten niet naar die dennen bosschen mochten gaan om het bewijs te leveren waar die textiel goederen verborgen hebben gelegen.” Zijn verleden lijkt hem hierbij wel parten te spelen want Vos krijgt als antwoord van zijn advocaat dat hij “bij de bestudering van Uw strafdossier niet bepaald lichtpunten heb kunnen ontdekken”.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Rafelrand van Oss wordt glad gestreken
- Postuum BN'er: Jan van de Pas

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 15 juni 2015

Hoe zag de auto van jouw opa er uit?

..Melkvrachtauto van zuivelfabriek Het Haantje uit Liempde in de Strijpsestraat in Eindhoven, met melkventer Bernardus van Dijck achter het stuur.. 
Ze hebben een benzinegebruik van 1 op 1 en vooral géén veiligheidsgordels of rembekrachtiging. Maar o, wat zijn ze mooi: de auto's waarin onze opa's reden. Op de nieuwe aanwinst van het BHIC, De auto van m'n opa, vind je verhalen en beelden over bezitters van motoren en auto’s in Noord-Brabant tussen 1906 en 1951. Zin in een proefritje naar de vorige eeuw? Stap maar in!

Al in 2004 liep René Bastiaanse, directeur van het BHIC, rond met het idee aan de slag te gaan met registers van kentekens. Alleen, die zijn in Brabant niet bewaard gebleven. "Dus daar hield het op. Totdat Ruud van Bijnen me aansprak en vertelde dat hij zelf een register van die kentekens had aangelegd. Toen zijn we meteen van slag gegaan." Volgens Bastiaanse is de site leuk, zelfs als je niet van auto's houdt. "De vraag is leuk: had mijn opa een auto? En hoe zag die er dan uit? Want door de foto's heeft de site een grote aantrekkingskracht. Je kunt er tijden door zitten klikken zonder je een seconde te vervelen." 

Hoe weten we welke Brabanders een auto of motorfiets bereden? Wat was er Brabants aan een T-Fordje of een Eysink motor? Simpel: het kenteken. Dat zat zo: als je tussen 1906 en 1951 in een auto of op een motor rondreed, kon iedereen aan je kenteken zien waar je vandaan kwam, althans uit welke provincie. Want in tegenstelling tot tegenwoordig was het kentekenbewijs (of nummerbewijs zoals het toen heette) persoonsgebonden in plaats van dat het bij het voertuig hoorde. En zo’n persoonsgebonden kenteken werd uitgegeven door de provincie waar je woonde. Het provinciale nummerbewijs begon met een letter, gevolgd door een nummer. Voor Noord-Brabant was dat de letter N. Dat was overigens geen opzet: Groningen kreeg de A, Friesland de B en zo verder. Voor Noord-Brabant “klopte” het dus toevalligerwijs.

Rien Wols van het Projectenbureau van het BHIC heeft inmiddels ook al menig uur gestoken in de site. "We verzamelen foto's op allerlei verschillende plekken. Maar het mooie is: wie je ook benadert - van het bedrijfsarchief van Philips tot een individuele fotograaf - iedereen wordt enthousiast. Kennelijk hebben we juist met de auto - meer dan met andere vervoersmiddelen - een bijzondere relatie: of je er nu van houdt of juist niet." Wols benadrukt dat het echte grote werk - het scannen en controleren van de database - wordt gedaan door Frans Kense en Ad van Zelst. "Zonder hen was de site nu niet online geweest."

...Pater Jan Michels uit Schijndel op zijn Neracar motor, die hij vermoedelijk heeft meegenomen op z'n missie naar Congo... 
Tussen 1906 en 1951 zijn er ruim 99.00 “Brabantse” kentekens op naam uitgegeven en daarvan is een database gemaakt: naam en woonplaats van de eigenaar, soms zijn of haar adres. Maar wat de officiële gegevens niet vermelden is met wat voor soort voertuig die eigenaar zich vervolgens verplaatste. Terwijl dat nu juist zo leuk is om te weten: wie had de eerste Chevrolettruck in het dorp? In wat voor luxewagen reed de wollenstoffenfabrikant uit Tilburg? Met wat voor autobus begon de ondernemende vrachtrijder in de jaren ’20 een lokale busverbinding? En nog veel leuker, is die auto of motor dan ook daadwerkelijk te zien? En vaak is dat zo, want er zijn eigenlijk best veel foto’s gemaakt van al die motorvoertuigen. En terecht: men was gewoon trots op het nieuwe vervoermiddel en wilde dat laten zien ook!

Doe je mee?
Duik in je eigen familiealbums en kijk of daar foto’s van auto’s of motoren in zitten van vóór 1951. Stuur ze op, mét het verhaal van de auto van je opa!

woensdag 19 maart 2014

Gierige boeren plegen moord in Liempde

...Telegraaf 2 december 1952 (via Delpher)...
Genealogisch onderzoek brengt soms verrassende, ontroerende en af en toe bizarre zaken aan het licht. Renze Petersohn tipte ons over het mooie verhaal dat op zijn website staat: over een gruwelijke moord in Liempde.

De Telegraaf schrijft nauwgezet over die onfortuinlijke nacht van 14 juli 1951: "Een krib op een donkere zolder, gerucht van stemmen en schuifelende voeten. Een touw wordt over een balk geworpen. En de volgende ochtend vindt een wachtmeester van de Rijkspolitie daar het ontzielde lichaam van Johanna Huyboom hangen. Ze heeft zelfmoord gepleegd, zegt het dorp. Maar Johanna Huyboom is vermoord."

Op een afgelegen boerderij in Liempde wonen de "Friedjes": vader Cornelis, zoon Johan en de zus van de vader, tante Dien. Ooit woonde de vader er met zijn vrouw maar die overleed al in 1916. Hij vraagt zijn zus te helpen bij de opvoeding van zijn zoontje. De "Friedjes" zijn boeren. Ze ploeteren hard en sparen hun geld in een pot onder de vloer. Geld wordt er niet uitgegeven, ze zijn altijd met z'n drieën, in de buurt staan ze bekend als gierige schrapers.

Dan ontstaat het idee dat Johan maar eens moet trouwen. Het huishoudelijke werk wordt te zwaar voor tante Dien. Na een contactadvertentie trouwt Johan al snel met Johanna Huyboom, van boven de rivieren. Maar Johanna blijkt 'anders'. Ze zonnebaadt met blote benen, wil geen varkens- maar rundvlees en bidt haar rozenhoedje maar matig. "Johanna is slecht", zegt tante Dien. En dan begint het.

Tante Dien stopt haar kerkcenten in de tas van Johanna, zegt tegen Cornelis en Johan dat Johanna geld steelt en het slechte plan begint vorm te krijgen. Als Johanna naar bed gaat, overleggen ze wat ze moeten doen. Johanna wordt gewurgd en als dat niet goed lukt, verhangen met een stuk touw aan een balk.

Benieuwd wat de rechter zegt wat er met de Friedjes moet gebeuren? Lees dan het hele verhaal hier.

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Moord in de zuivelfabriek
- Gebooiklokje wordt geboorteklokje

vrijdag 14 december 2012

‘Tjakalele en carnaval’


De M.S. Kota Inten, één van de schepen waarmee de ex-KNIL militairen met hun gezinnen in 1951 naar Nederland zijn gekomen (Foto: BHIC).
“Het was een mooie reis om mee te maken, een avontuur! We waren helemaal vrij van de situatie in Indonesië. Ik vond het spannend om naar Nederland te gaan, want ze hadden daar sneeuw en ijs” vertelt Joop Fautubun die als 11-jarig jongetje samen met zijn ouders met de Asturias uit Semarang naar Nederland vertrekt. 

Het is één van de verhalen in het onlangs verschenen boek Tjakalele en carnaval van Tonny van der Mee. Deze studie vertelt hoe de Molukse gemeenschap in de afgelopen 60 jaar de Brabantse geschiedenis extra kleur heeft gegeven. Het BHIC maakte samen met het Museum Maluku in Utrecht deel uit van de begeleidingscommissie van auteur Tonny van der Mee.  

Een straat in woonoord Lunetten dat zijn nieuwe naam op 20 februari 1951 kreeg, een week voor de komst van de ex-KNIL militairen met hun gezinnen. Het oorspronkelijke 'Kamp Vught' bestond uit een uitgebreid complex van barakken en dienstgebouwen in een bosrijk gebied dat gelegen is tussen de Van Brederodelaan en de Lunettenlaan in Vught (foto: BHIC).
KNIL militairen
Na de onafhankelijkheid van Indonesië werd het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) opgeheven. De militairen van het KNIL hadden de optie om naar het Indonesische leger over te gaan, maar de meesten zagen dit als een vorm van verraad. Demobilisatie naar de Molukken of bijvoorbeeld Nederlands Nieuw-Guinea werd ook moeilijk. Na de proclamatie van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) op 25 april 1950, werkte Indonesië hier niet aan mee. De politieke ontwikkelingen brachten de meeste Molukse KNIL’ers  dus in een lastig pakket. Begin februari 1951 kwam het kabinet met een oplossing die het mogelijk maakte voor KNIL’ers om voor een verblijf van enkele maanden in Nederland te blijven, tot er in Indonesië een oplossing was gevonden.
Twaalf scheeptransporten
Zo gebeurde het dat ruim 12.500 Molukkers zich in het voorjaar van 1951 ‘tijdelijk’ in Nederland vestigden. De militairen en hun vrouwen en kinderen hadden niet veel tijd om zich voor te bereiden en gingen met gemengde gevoelens aan boord. Sommigen hadden slechts een hutkoffer bij zich met de meest noodzakelijke spullen. Brabant had een belangrijk aandeel in de opvang van deze ex-KNIL-militairen en hun gezinnen in zeven ‘woonoorden’. Het gros werd opgevangen in het voormalige Duitse concentratiekamp Vught. Met een paar kleine verbouwingen werden de stenen barakken geschikt gemaakt voor tijdelijke huisvesting. Onder de naam ‘Lunetten’ groeide dit Molukse woonoord uit tot het grootste van Nederland.

Een voorstelling van de plaatselijke toneelvereniging die plaatsvond op 14 juni 1952 in woonoord Lunetten (Foto: BHIC).
Brabant, met Lunetten voorop, was een echte afspiegeling van de Molukse gemeenschap als geheel, met al zijn onderlinge etnische, politieke en religieuze verschillen. Incidenten in Lunetten in de eerste jaren leidden tot een strikte scheiding van de verschillende groepen, een ‘verzuiling’ die zich voortzette in de acht Brabantse gemeenten waar grote groepen Molukkers werden, gehuisvest toen de Nederlandse overheid in de jaren ’60 besloot dat de Molukkers de barakkenkampen moesten verlaten.
Op het hoogtepunt in de jaren ’50 telde Brabant ongeveer 3.000 Molukkers. Hoewel zij op lokaal niveau hun weg hebben gevonden in de samenleving, blijft er een voortdurend spanningsveld tussen integratie en behoud van de eigen identiteit.
Tonny van der Mee, Tjakalele en carnaval, 60 jaar Molukkers in Brabant geeft een compleet beeld van de Molukse gemeenschap in Noord-Brabant van 1951 tot en met 2011. Centraal staat de ontwikkeling van en het leven in Molukse woonoorden en –wijken, zowel historisch, politiek als sociaal-economisch. (ISBN-978-90-74352-00-0). 
Feestelijkheden ter gelegenheid van de 1.000ste baby geboren in woonoord Lunetten; hier staat een menigte voor de kerk, 1956 (Foto: BHIC).



vrijdag 9 november 2012

Van opgeknapte fiets naar familiebedrijf


1951: Jan Maas begint met opknappen van fietsen
We kregen veel mooie foto's binnen, gisteren tijdens de lokale avond in het tramstation in Nistelrode. Bij die van het bedrijf van Jan Maas staan we graag nog even stil. Niet alleen is de totstandkoming van een familiebedrijf mooi in beeld gebracht, het geeft prachtige tijdsbeelden weer. 

...tussen de puinhopen...
Voor Jan Maas & Zn. begon het allemaal net na de oorlog, in de jaren van wederopbouw. Om geld te verdienen begon hij met het opknappen van oude fietsen. Lak werd van de oude rijwielen gestraald en de fietsen werden naar een andere locatie gebracht om ze te 'moffelen' (lakken). Toen Jan in 1953 verhuisde naar Rijksweg 105 en ging beschikken over een grote garage, begon het echte werk.

Niet alleen fietsen maar bijvoorbeeld ook stalen ramen werden geproduceerd. Steeds groter en zwaarder werd het werk. Materialen op een kar brengen om ze ergens anders te laten behandelen, is allang ondenkbaar. Zeker als de voorwerpen bijna drie meter hoog en dertien meter lang zijn. Maar de herinneringen aan vroeger, die zijn niet vergeten. En worden met deze mooie foto's ook levend gehouden. Inmiddels is de derde generatie binnen het bedrijf volop aan de slag.
...spelen met de materialen op de bouwplaats...


woensdag 14 december 2011

'Lunetty'

Lunetty: 1000ste baby in Woonoord Lunetten in Vught
Mevrouw Kippuw-Hiariej zal inmiddels 55 jaar zijn en of ze nog steeds in Vught woont weten we eigenlijk niet. Zij was in 1956 de 1000ste baby die in het Molukse woonoord Lunetten in Vught geboren werd. Vanwege die bijzondere gelegenheid kreeg zij bij haar geboorte niet alleen de namen Eveline Carla mee maar als derde naam ook nog ‘Lunetty’, naar de naam van het woonoord. 

In 1951 werd in Vught het Woonoord Lunetten ingericht voor de huisvesting van een groot aantal Molukse ex-KNIL-militairen en hun gezinnen. Binnen enkele maanden na het begin leefden er meer dan 3.000 mensen in het woonoord, dat als een compleet dorp was ingericht, met een centrale keuken, een ziekenhuisje, kerken, scholen en winkels.
Het jaar 1956 was voor de Molukse gemeenschap in Nederland opnieuw een jaar van veranderingen: de Nederlandse regering was eindelijk tot het inzicht gekomen dat het 'tijdelijk' verblijf van de ex-KNIL’ers wel eens minder tijdelijk zou kunnen zijn dan men eerst had gedacht. Een van de veranderingen die als gevolg van dat nieuwe inzicht werden doorgevoerd was de “zelfzorg”: men moest op zoek naar werk om in het eigen onderhoud te voorzien, de centrale keuken werd afgeschaft. Dat leidde tot veel protesten, vooral vanwege het eenzijdige en dwangkarakter van de maatregel. Maar er werd ook volop gefeest, bijvoorbeeld bij de geboorte van Lunetty.

Meer verhalen en foto's over het oude Vught vind je in de online geschiedenisboekjes van Vught en Cromvoirt.
Burgemeester van Rijckevoorsel schrijft Lunetty  op 2 september 1956 in
Uitreiking kerstpakketten in Woonoord Lunetten in Vught (1951)

dinsdag 21 december 2010

Lang leve het kerstpakket!

Deze week gaan weer veel mensen “gebukt” onder grote, zware dozen achter op hun fiets of onder de arm. En of we nu wel of niet in een economische malaise zitten, de verscheidenheid aan kerstgeschenken lijkt met het jaar groter te worden. Daar horen ook prachtige websites bij waar medewerkers zelf luxe geschenken mogen uitzoeken of geld mogen doneren aan een goed doel. Er is zelfs al een kerstpakket-ruilwebsite waar zo’n 400 bezoekers per dag hun kerstpakket ruilen...

Dat het kerstpakket een oudhollandse traditie is laat bovenstaande foto uit onze collectie zien. Hier krijgen Molukse gezinnen in Vught een kerstpakket.
Sinds 1951 kwamen er ruim 4.000 Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen naar Nederland. Zij werden ‘tijdelijk’ hier naar toe gehaald, omdat ze na het zelfstandig worden van Indonesië niet als koloniaal leger daar konden blijven en ook moeilijk naar hun eigen eiland van herkomst terugkonden.
Ambon was namelijk door Indonesië heroverd op de uitgeroepen Republiek der Zuid-Molukken. Omdat verondersteld werd dat ze tijdelijk in Nederland zouden blijven, werden ze collectief gehuisvest onder andere in het voormalig kamp Vught. Dit werd voor hen tot woonoord Lunetten opgeknapt.

Dat van deze tijdelijkheid van verblijf geen sprake bleek te zijn, kun je lezen in het verhaal ‘Zuid-Oost Molukkers in Nistelrode’ op onze site of in het boek ’50 jaar Molukse gemeenschap in Nistelrode’ van auteur Pascal Amukwaman dat op 16 mei 2008 uitkwam.

Wil je nog meer weten over de lokale geschiedenis van Vught en Cromvoirt? Noteer dan vast dinsdag 25 januari 2011 in je agenda. Dan organiseert het BHIC 'Het Geheugen van Vught' in Herberg 't Wapen van Cromvoirt in Cromvoirt. Binnenkort meer informatie hierover.

Foto: Deze Ambonese dame wacht op haar kerstpakket terwijl haar kind vol bewondering naar de opgetuigde kerstboom kijkt (Woonoord Lunetten in Vught, 23 december 1951).

dinsdag 6 april 2010

Het BHIC komt naar je toe!


Onder de titel "Het Geheugen van..." gaat het BHIC regelmatig op pad. Waren we vorige week nog in een overvolle en oergezellige zaal in Maren-Kessel (gemeente Lith), deze maand gaan we naar Bernheze. Om daar de lokale geschiedenis op een leuke manier onder de aandacht te brengen (en eerlijk is eerlijk: onze eigen site natuurlijk ook).

Op dinsdag 20 april van 20.00 – 22.30 uur is het BHIC te gast in cultureel centrum St. Servaes, Raadhuisplein 24 in Heeswijk-Dinther. De bijeenkomst "Het Geheugen van Bernheze" staat geheel in het teken van de lokale geschiedenis van de oude dorpen die de huidige gemeente Bernheze vormen.

René Bastiaanse vermaakt het publiek met onder meer oude foto's en een quiz. Verder is er aandacht voor de compleet vernieuwde online geschiedenisboekjes van Dinther, Heesch, Heeswijk en Nistelrode. Regiohistoricus Henk Buijks geeft aan de hand van foto's en oude kaarten impressies van de geschiedenis van de oude dorpen die de huidige gemeente Bernheze vormen.

Uniek zijn de films van filmmaakster, Nadja van Driel. Zij heeft oude films, die haar vader Henk van Driel verzamelde over Heeswijk, Dinther en Loosbroek ter beschikking gesteld aan het BHIC. Zo wordt weer een stukje erfgoed van de kernen van Bernheze toegankelijk voor belangstellenden.

Foto: De Rijksweg in Heesch in 1951, ter gelegenheid van de eerste plechtige Heilige Mis van Pater Jan van Grunsven

vrijdag 25 december 2009

Kogels door de stille nacht


Nee, het zou bepaald geen stille nacht worden, die kerstnacht rond 1930 in Nuland. Zodra haar ouders naar de nachtmis zijn vertrokken, blijft de twintigjarige dochter Dina - samen en haar jongere broertje Jan - achter op de boerderij om de koffietafel te dekken. Ze zijn zich niet bewust van de man die buiten staat. Hij heeft gewacht op het vertrek van de familie en denkt zijn slag te kunnen slaan op een stille boerderij.

Eenmaal binnengeslopen wordt hij onmiddellijk verrast door de aanwezigheid van Dina en hij valt het meisje aan. Dina bijt van zich af en roept Jan om hulp. De indringer raakt in paniek en trekt zijn revolver. Het eerste schot mist maar de tweede kogel raakt Dina in het gezicht. De dader vlucht; een bloedende Dina en haar bezorgde broertje achterlatend.

Maar de jonge Jan handelt zeer doordacht. Hij gaat naar de buren voor hulp, schakelt vervolgens de veldwachter in (één van de weinigen met telefoon zodat de dokter kan worden gebeld) en haalt zijn ouders uit de kerk. En zo loopt het - net als in een echt kerstverhaaltje - allemaal toch nog goed af: Dina overleeft de aanslag en uiteindelijk (jaren later) verdwijnt de dader achter slot en grendel.

Wil je weten waar er precies gebeurde op deze decembernacht? Lees dan het hele verhaal van Giel Langens via www.bhic.nl

Foto: Uitreiking van kerstpakketten aan Ambonezen in 1951 in Vught