Posts tonen met het label Beers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beers. Alle posts tonen

woensdag 28 januari 2015

Beerse aalmoezenier alias de ‘Engel van Birma’

...portretfoto van Ezechiël Vergeest...
Geboren in 1906 in Brabant maar het grootste deel van zijn leven werkzaam in Sumatra. Mariëtte van Riet wees ons op het bijzondere en indrukwekkende levensverhaal van Ezechiël Vergeest: van jongetje uit Beers tot Engel van Birma.

Adrianus Wilhelmus Maria Vergeest groeit op in een gezin met tien kinderen waarvan er maar liefst zeven pater, broeder of zuster worden. Als Ezechiël klimt hij op tot legeraalmoezenier in de Orde van de Kapucijnen in Tilburg. In 1934 vertrekt hij naar de missie in Sumatra. Onder de Japanse bezetter krijgt hij te maken met de krijgsgevangenen die aan de Birma-Siam spoorweg moeten werken.

Samen met zijn vriend, de gereformeerde legerpredikant Mak, krijgt Vergeest de gelegenheid van de Japanners om het kamp te verlaten. Maar geen van beiden maakt daar gebruik van. In plaats daarvan mee met het benauwde troepenschip de Kyokaisei Maru, een onzekere en zware toekomst tegemoet. Gezamenlijk zeulen ze met de houten miskoffer waarin Vergeest zijn benodigdheden voor de Heilige Mis bewaarde. Hetgeen aanleiding is voor de onderstaande spotprent:


Aalmoezeniers mogen van de Japanse bezetter niet in de gevangenkampen komen maar Vergeest weet toch toegelaten te worden. Hoewel de kampen 50 tot 200 kilometer uitelkaar liggen, gaat Vergeest te voet de kampen af, om “zijn jongens” te bezoeken. Hij is een charismatische man, geliefd vanwege zijn optimisme en praktische instelling. Hij neemt de biecht af en pept het moreel op maar steeds vaker staat hij zieken en stervenden bij en zorgt voor een minimale begrafenis.

Hoewel het in bezit hebben van pen en papier door de Japanners ten strengste verboden is, houdt Vergeest een notitieboekje bij. Hij verstopt het onder de grond, soms in holle bamboe dan weer in de plooien van de pij en weet zo plattegronden van begraafplaatsen, namen van gestorvenen, data en doodsoorzaak nauwgezet in kaart te brengen. Later maakt hij (verplicht bij de krijgsmacht) een uitgebreid verslag over deze periode. Daarin beschrijft hij de omstandigheden van het pastoraat onder krijgsgevangenschap, de geestelijke verzorging, pastorale problematiek na de capitulatie van Japan.

Na de oorlogsjaren wordt hij weer pastoor in verschillende plaatsen in Sumatra. Hij blijft naspeuringen doen om zoveel mogelijk overlevenden of nabestaanden te bezoeken. Ook houdt hij lezingen en vertelt over zijn hechte vriendschap met de dominee. Samen krijgen zij de hoge onderscheiding Verzetsster Oost-Azië. De opgewekte man uit Beers blijft werken als missionaris op Sumatra en overlijdt in 1979. Ezechiël Vergeest ligt begraven in Pematang Siantar (Noord-Sumatra).

Wil je meer weten over Ezechiël Vergeest? Lees dan hier het uitgebreide verhaal.

Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:


woensdag 14 januari 2015

Eenmaal, andermaal...

Kun jij het vergane kasteeltje Broekhof op deze kaart ontdekken?
Notarissen worden vaak ingeschakeld voor het opmaken van een testament of voor het verkopen van bijvoorbeeld een huis of een stukje bouwland. In 1827 ging echter wel een héél bijzonder 'huis' onder de hamer: een compleet kasteel met alles erop en eraan!

Nu herinnert niets ons meer aan het eens zo prachtige kasteel Broekhof te Beers, maar de openbare verkoop doet letterlijke alle bezittingen van de graaf uit de doeken; van een koetshuis tot een verzameling van maar liefst zevenhonderd boeken en een viskom!

Zegt het voort!
Oproep voor de veiling
Het kasteel Broekhof wordt voor het eerst in 1404 genoemd. Op een gegeven moment kwam het in handen van de heer Willem Anna Lodewijk van Gronsfeld-Diepenbroeck. Een zeer voornaam man, want hij was een graaf van het Heilige Roomse Rijk.

Deze adellijke man stierf op 76-jarige leeftijd in 1827 en daarmee was het geslacht Gronsfeld-Diepenbroeck uitgestorven. Het kasteel met complete inboedel werd daarom geveild, inclusief een enorme verzameling van honderden boeken, bestaande uit 'vier duizend deelen, meestal zeer fraai ingebonden, met de titels in gouden letteren.' Hiernaast wordt iedereen in de wijde omtrek opgeroepen om de veiling bij te wonen: 'Zegt het voort!'

Van aardappelen tot een viskom
Er kwamen niet alleen boekenwurmen af op de veiling, zo blijkt uit de omvangrijke notariële akte van tientallen pagina's. Latterlijk alles werd verkocht: van planken tot schaatsen, van tafels en bedden tot een viskom en zelfs...rommel! Zo kocht Antoon Franken 'rommel' voor zestig cent.Wat zou daar nou tussen hebben gezeten? Andere opmerkelijke aankopen waren bijvoorbeeld een viskom, een loopwagen en een 'mandje met messen'!

Letterlijk het hele kasteel werd leeggehaald...
Ook mensen met een lege maag konden hun hart ophalen bij de Broekhof. Tientallen kilo's aardappelen, appels en peren gingen namelijk onder de hamer. Zelfs een salade werd in dank afgenomen door een zekere Cornelis de Bruin.

Ook lege magen konden worden gevuld!
Het kasteel zelf werd, inclusief alle bijgebouwen, verkocht voor 1040 gulden, maar in 1845 is het gebouw uiteindelijk gesloopt. Nu is er helaas niets meer over van het immense complex, maar mocht je toch eens willen snuffelen in de inboedel van zo'n kasteel, kom dan gerust eens langs bij ons Grave...

Lisette Kuijper

Vind je dit interssant? Lees dan ook:
- Kasteelgeheimen...
- Adellijke omzwervingen


vrijdag 12 december 2014

Adellijke omzwervingen

De adellijke familie Roessingh trok noodgedwongen van Pommeren via Frankrijk naar de Meijerij...
Notaris Stephanus Petrus Antonius de Bruijn heeft vele testamenten, boedelscheidingen en verkopen te Beers geregistreerd. Misschien ging dit na verloop van tijd wel op de automatische piloot. Maar op 10 maart 1847, helemaal aan het einde van zijn loopbaan, werd hij ontboden bij een oude man van tachtig en een half jaar oud, met een wel héél bijzonder verzoek...

De familiegeschiedenis van de adellijke familie Roessingh mocht niet in de vergetelheid raken en daarom moest het worden opgetekend, aldus de 'Edel Groot Achtbaren Heer Meester' Johannes Theunis Roessingh Udink. Deze eer kwam notaris De Bruijn toe en hij beschreef de avontuurlijke omzwervingen van dit adelgeslacht.

Wapens van de familie Roessingh, Roessingh Udink en Conringh Roessingh
Een voorname familie!
Dat het hier om een bijzonder voorname familie gaat, blijkt al meteen uit de notarisakte. Meester Roessingh, lid van de Gedeputeerde Staten Overijssel, woonde namelijk in Huize Singraven te Denekamp. Hieronder een foto van het luxueuze optrekje van de familie Roessingh, die ongeveer een eeuw later is genomen:

Het Overijsselse landgoed Singraven, in bezit van de familie Roessingh



Meester Roessingh wist iemand te strikken om zijn familiegeschiedenis op te laten tekenen door notaris De Bruijn en wel zijn familielid Johan Willem Roessingh, die sinds enige tijd in Cuijk rentenierde. Hoewel deze Johan geen beschikking had over 'famillie papieren', wist hij wel te vertellen dat de familie Roessingh een adellijk geslacht was, afkomstig uit Pommeren en dat zij enkele eeuwen geleden zelfs een grafelijke titel had. Vervolgens begint de oude heer te vertellen over de lotgevallen van deze familie, allemaal geput uit mondelinge overleveringen van zijn vader.

Beroofd en vervolgd
Twee tot drie eeuwen geleden hebben enkele voorouders van Johan Pommeren verlaten om in Franse krijgsdienst te gaan, zo vertelt Johan in 1847. Dit was echter geen vrijwillig avontuur! Zij moesten Pommeren noodgedwongen achter zich laten 'omdat zij ten gevolge van eene ongelukkig uitgevallen procedure over famillie goederen, van hunne middelen van bestaan beroofd, elders hun fortuin meenden te moeten zoeken.' De complete familie settelde zich om deze reden in Frankrijk.

Eerste pagina van de opmerkelijke notarisakte...

Maar ook hier werd de Roessinghs geen rust gegund en een 'fortuin' hebben ze hier zeker niet gevonden. In de akte wordt namelijk beschreven dat de familie in Frankrijk verbleef 'tot dat dezelve wegens haar Godsdienstig Geloof vervolgd, zich met de vlugt heeft moeten redden.' Waarschijnlijk werd de familie Roessingh de dupe van de Franse Hugenotenoorlogen, waarbij het protestantisme halverwege de zestiende eeuw werd verboden. Ook in de zeventiende eeuw werden de Franse protestanten nog geregeld vervolgd.

In die tijd bood de Republiek der Vereenigde Nederlanden een 'veilige toevlugt' voor vele Franse families, waaronder de Roessinghs, die zich in de 'Meijerij' vestigden. Uit doop-, trouw- en begraafboeken blijkt dat het nageslacht uiteindelijk in de regio van Tilburg terecht is gekomen.

...en het slot, waarin de wereldreis wordt beschreven

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Ssst! Luister naar 't verhaal van 't archief...
Stephanus Hanewinckel: Blogger avant la lettre



vrijdag 11 oktober 2013

Tomtommend door archieven: bestemming Rendonk

...op zoek naar Rendonk...
Onze rijksarchivaris Jan Sanders schreef het boek Kartuizers in het land van de Dommel, over het Klooster Sint-Sophia van Constantinopel bij’s-Hertogenbosch, 1466-1641. Lees mee met zijn speurtocht naar een boerderij in Groot Linden. Detail in het boek maar een mooi verhaal!

In dit blog zoomen we in op de kartuizerhoeve die het verst van het klooster in Vught verwijderd lag, namelijk ten zuiden van Groot Linden, tussen Grave en Cuijk. Hoeve de Rendonk was al vanaf ongeveer 1480 in het bezit van het klooster. Waarom zo ver weg? Mogelijk is er een verband met de toenmalige heren van dat gebied. Grave en het Land van Cuijk was in de vijftiende eeuw Gelders. Een van de vroegste begunstigers van de kartuizers was hertog Arnold van Gelder, een groot bewonderaar van Dionysius de Kartuizer, stichter van het klooster. Arnold had zijn laatste machtbasis in dit gebied, toen zijn vrouw en hun zoon Adolf de macht in de rest van het hertogdom Gelre van hem hadden afgenomen. Het huis Egmond, waartoe de Gelderse hertogen behoorden, bleef de volgende jaren belangrijk in de heerlijkheid Grave en het Land van Cuijk. De Vughtse kartuizers genoten er bescherming en konden er de hoeve die ze in Groot Linden gekocht hadden, veilig exploiteren. Totdat daar in 1559 een andere wind ging waaien.

In dat jaar werd Grave en het Land van Cuijk in pand gegeven aan Willem van Oranje. Hij ging er meteen zijn domeingoederen reorganiseren. De kartuizerhoeve was vroeger door hertog Arnold in pand gegeven en nu, in 1560, meer dan 100 jaar later, wilde Willem de boerderij in volle eigendom bezitten. Hij loste het pand in waardoor de kartuizers de boerderij moesten afstaan. Ze kregen er weliswaar een hoop geld voor terug, maar verloren hun hoeve De Rendonk. Het betekende ook het begin van de afbouw van hun goederencomplex. Het zoeken naar de huidige ligging van deze hoeve, De Rendonk, viel niet mee. Informatie uit de streek bracht me telkens bij Sendonk of Zendonk in Beers. Dat was wel bekend en lag ook in de richting. Maar Rendonk? Nooit van gehoord. Dat moest wel een verschrijving zijn, een vergissing, een menselijke fout… Maar die werd dan toch wel erg vaak en consequent gemaakt. Nee dus, ik moest verder zoeken.

Een spoor vond ik in de rekeningen van de rentmeester van de heer van Grave en het Land van Cuijk. Dat was de familie Van Oranje, jawel, die van ons koningshuis. En daar kwam ik de Rendonk weer tegen, zo rond 1680. Het heette toen wel Rijndonk maar het was zeker ‘mijn’ Rendonk, afkomstig van de kartuizers. Hoera, maar helaas… geen hoeve meer. Alle gebouwen waren afgebroken en de stukken grond werden los verpacht. Tot overmaat van ramp verloor ik, ergens in de Franse tijd toen alles op zijn kop werd gezet, de Rendonk weer uit het oog.

..."bestemming bereikt"...
Via het onvolprezen Google en Rijndonk kwam ik de afgebroken hoeve weer op het spoor. Koning Willem I had in 1822 delen van zijn oude domeingoederen teruggekregen van de Staat der Nederlanden. Waaronder de Rijndonk. Ze waren bij de Kroondomeinen gevoegd. Dankzij die administratie kon ik eindelijk een link leggen naar het kadaster en de percelen op de kadastrale kaart aanwijzen, zuidelijk van het dorpje Groot Linden. Daar lag dus de Rendonk. Benieuwd naar hoe het er nu uitzag!

Heemkundige uit Sint-Oedenrode Harry van Kuijk legde met onnavolgbare precisie de oude kadasterkaart over Google Maps heen en toen zag ik de Renndonk in zijn volle glorie pronken! Helemaal verzopen en ten prooi gevallen aan grind- en zandwinning, gevolgd door recreatie. Diep onder de waterspiegel. Alleen hevige klimaatverandering met als gevolg extreme droogte zal de Rendonk/Rijndonk met de erbijhorende percelen weer boven water kunnen halen. Even geduld dus nog.

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 

maandag 1 oktober 2012

Er was eens… een Cuijkse poppenspeler

Jozef van den Berg in de tijd dat hij nog poppenspeler was
Op het forum van onze site ontvangen wij vaak prachtige anekdotes, mooie foto’s, maar ook ontroerende verhalen. Zo schreef Leo Wagenaars ons een poos geleden over een Cuijkse poppenspeler: Jozef van den Berg. Hij werd geboren in 1949 in Beers. Van den Berg was ooit trotse bezitter van een landgoed in Herwijnen. Toch verruilde hij zijn monumentale villa voor een door hem zelf getimmerd hutje. Geen water, gas en elektra.

Ooit genoot hij landelijke bekendheid met zijn poppentheater. Zijn zelfgeschreven verhalen als ‘Moeke en de Dwaas’, ‘De Pleisterplaats’ en ‘De Ontmoeting’ werden goed ontvangen door publiek en pers. Toch gebeurde er in 1989 blijkbaar iets dat ervoor zorgde dat hij het roer drastisch omgooide. Nog één keer speelde hij in de Schouwburg van Cuijk zijn voorstelling ‘Moeke en de Dwaas'. Een laatste maal sprak hij het publiek toe met de wijze woorden: “Ik heb lang gezocht, ben overal geweest en tot de conclusie gekomen dat ik heb gevonden wat ik zocht. Daarom stap ik uit dit vak en ga ik de Heer volgen. Ik wil jullie hartelijk danken voor jullie komst en aandacht.” Met deze woorden van dank liet hij zijn publiek wel een beetje verbouwereerd achter.

De ex-poppenspeler
Maar inderdaad, de cirkel was rond voor Jozef. Hier in Cuijk was het allemaal begonnen, toen hij als klein jongetje van tien er zijn eerste voorstelling gaf. Maar hier sloot ook het doek. Van den Berg trok zich terug. Hij nam niet alleen afscheid van zijn publiek, maar ook van zijn gezin. De ex-poppenspeler leeft nu als kluizenaar en leidt een teruggetrokken leven. Sommigen schreven ons dat ze hem nog wel eens hebben ontmoet. Ze beschrijven hem als een wijze man met veel kennis en levenservaring en met een rechtstreekse lijn naar God. “Hij zet je aan het denken over wat écht belangrijk is in het leven.”

Bekijk ook de innemende film van Auke Hamers hieronder 'Ik speel niet meer' met Jozef van den Berg in de hoofdrol (bron: YouTube).