Posts tonen met het label Landhorst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Landhorst. Alle posts tonen

woensdag 22 januari 2014

Buurten met boeren en buitenlui

...aan het werk in Landhorst...

'Buiten zit van binnen' is het thema van de Brabantse Erfgoed Biënnale. In het kader daarvan heeft Erfgoed Brabant een portrettenserie gemaakt van Brabanders die iets hebben met de grond waarop ze wonen, leven en werken. In deze blog aandacht voor één van die afleveringen, namelijk die over Landhorst.

Even een flinke stap terug in de tijd. Midden in de Peel ligt Landhorst, een soort niemandsland. Het gebied was eigendom van de Heer van Cuijk, die deze barre vlakte, waar slechts wolven en struikrovers huisden, verdeelde onder de nabijgelegen gemeenten Beers, Beugen, Cuijk, Haps, Wanroij en Oploo. De plek waar later de dorpskern van Landhorst zou komen, viel vanaf toen grotendeels onder Wanroij en voor een stukje onder Beugen (de Beugense hei). In Wanroij had men het over de Wanroijse Peel. In de twintigste eeuw ontstond hier een echt ontginningsdorp.

Maar de start is niet al te veel rooskleurig. "Het is niks en het wordt niks...", zou burgemeester Cornelissen gezegd hebben. Ook zijn opvolger, burgemeester Smulders, sprak na de oorlog over Landhorst als een ”ongewenst kind dat er nooit had mogen komen.” Maar dat ligt nu allemaal lang achter ons. Landhorst heeft zich ontwikkeld tot een kerkdorp van ongeveer 750 inwoners met diverse interessante bedrijven. Zoals het melkveebedrijf van de familie De Kleijne. Ze houden een melkveebedrijf compleet met melkrobot. Toch komt opa De Kleijne nog elke dag naar de boerderij van zijn oudste zoon om wat koeien machinaal te melken. Een familieportret uit dit ontginningsdorp vind je hier (vanaf pagina 19).

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Licht aan Landhorst
- Echtpaar de Win: beroemd in heel Landhorst

maandag 21 december 2009

Twee uur op klompen door de sneeuw


We waren bijna vergeten hoe mooi Nederland kan zijn onder een dik pak sneeuw. Maar ook voor hoeveel overlast het kan zorgen! Met name het verkeer ondervindt er veel problemen van.

Dat was vroeger niet anders. Alleen bleef "het verkeer" vaak beperkt tot een enkele automobilist, wat fietsers en vooral veel voetgangers. Zeker in een afgelegen plaats als Landhorst. Deze Peelkolonie had geen eigen schooltje. Kinderen moesten vaak kilometers ver lopen om bij hun school in Wanroij, Venhorst of Wilbertoord te komen.

De meesten vertrokken om zeven uur 's ochtends van huis, met de stallantaarns in de hand om een beetje zicht te krijgen op de slechte en donkere wegen. Na soms wel twee uur op klompen door de sneeuw te hebben gelopen, mochten zij op school hun natte goed te drogen hangen en zelf bij de kachel blijven staan om weer warm te worden. Wie in Wanroij naar school ging, mocht tussen de middag bij de zusters overblijven, in Venhorst konden ze bij de bakker terecht.

Aan het eind van de dag werd de terugreis weer aanvaard. Soms kregen kinderen onderweg spontaan warme chocolademelk van een behulpzame boerin. In de donkere namiddag liepen ouders hun kinderen al een eindje tegemoet, om er zo zeker van te zijn dat zij weer veilig thuiskwamen. In 1948 kreeg Landhorst een eigen school en kwam aan deze misere vooralsnog een einde.

Foto: Sneeuwballen gooien in 1958 bij tandarts P. v.d. Heijde aan de Loonsebaan in Vught.