Posts tonen met het label Rosmalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rosmalen. Alle posts tonen

maandag 27 oktober 2014

Fransen houden huis in Geffen


...de bitterlijcke tranen van Gerrit...
Mirjam Lambermont stuitte bij transcripties maken van 17e eeuwse kranten voor de KB/Meertens instituut op een stukje over de Meijerij. Historicus (en tijdelijk stagiaire bij het BHIC) Stephanie Hall maakte er dit verhaal over...


In het rampjaar 1672 werd de Nederlandse Republiek binnengevallen door de Fransen en een grote groep bondgenoten. Hiermee begon de Hollandse Oorlog (1672-1678), die de republiek bijna beëindigde. Het Franse leger financierde de oorlog door geld te eisen en te plunderen. In 1672 en 1673 vonden er ook in de Meijerij van Den Bosch vele plunderingen plaats.


Een Geffense schepenbank akte van mei 1674 beschrijft een van de plunderingen die plaatsvond. Het geeft een inzicht in de verwoesting die deze plunderingen veroorzaakten en in hoe onverwacht ze konden zijn. Gerrit Gerritszoon van Lith, de burgemeester van Rosmalen, reisde op 20 juli 1673 naar Kasteel Cranendonck om zijn contributies te betalen waarna hij terug naar huis reisde met zijn kwitanties.

In juli 1673 waren er ook veel Franse troepen op de been in de Meijerij, Gerrit kwam ze op zijn terugreis helaas tegen. In Geffen moest hij door ‘een grote meenichte van Fransche ruijters’ zich in het dichtsbijzijnde huis verschuilen om zichzelf te beschermen. Hij was niet alleen bang voor zijn eigen veiligheid, hij wilde zijn kwitanties veilig stellen en verstopte ze daarom in de kist van de huisvrouw.

Maar de Fransen vielen elk huis binnen, ook dat waar Gerrit zich verschuilde, en namen van alles mee. Ze namen ‘alle de peerden, beesten, huijsraet ende inboedel’ van het huis. De plunderaars roofden niet alleen, ze vernielden ook spullen uit wraak en machtsvertoon. Een van de ruiters sloeg de kist open om ook de spullen daaruit mee te nemen en vond de kwitanties. Hij nam ze niet mee, in plaats daarvan scheurde hij ze in stukken en strooide hij ze over de weg.Gerrit klaagde ‘bitterlijck’, hij was weliswaar blij heelhuids achter te blijven maar zijn kwitanties was hij volledig kwijt.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Kobus van der Slossen en het pact met de duivel
- Rondreis door rampgebied


woensdag 27 augustus 2014

Van lauwerkrans naar voorzittershamer


...gehuldigd als voetballer van het Olympisch voetbalteam van 1920...
Het is een opmerkelijke carrière, die van jonkheer Herman Carel Felix Clotilde von Heijden ("zeg maar Felix"). Als voetballer van Quick Nijmegen werd hij opgeroepen om deel te nemen aan de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen. Maar zijn naam staat nu vooral in de boeken als de man die meer dan 30 jaar burgemeester was van Rosmalen.
...en geportretteerd als burgemeester van Rosmalen...
Eigenlijk was de 30-jarige Felix reservespeler. Maar een aantal basisspelers haakte af toen de gouden medaille niet meer haalbaar was; dé kans voor Von Heijden. De wedstrijd tegen Spanje waarin Von Heijden speelde - zijn enige interland ooit - werd verloren en dus ging hij met brons naar huis. Maar volgens het Rotterdamsch Dagblad lag het zéker niet aan de toekomstige burgemeester: 
...Von Heijden als 'nagenoeg de ster van het veld'...
Kortom, een begenadigd man. Want ook met het tennisracket wist hij wel raad. Samen met Leopold August Nypels won hij in 1918 het Nederlands kampioenschap tennis heren dubbel. Ook dat nog.  

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

woensdag 3 februari 2010

Van Coudewater naar Den Haag?


In 1952 woont Edmée Willemina Broers, kunstschilderes, aan de Haagse Laan van Meerdervoort op nummer 192. Zij deelt het huis met haar broer Hubert, notaris van beroep. Hoe zijn deel van het huis is ingericht weten we niet, maar van haar woonvertrek zijn vier prachtige foto’s bewaard gebleven. Ze laten ons de kamer van alle kanten zien, zodat we precies weten welke spulletjes de toen 76-jarige dame om zich heen verzameld had.

Of iets daarvan ooit een plekje had op Coudewater in Rosmalen zullen we wel nooit kunnen achterhalen, maar de kans bestaat. Want op dat landgoed werd in 1823 jonkvrouw Joanna Jacoba Sara Bowier geboren, de grootmoeder van moeders kant van de twee Broersen. In 1887, als haar man, Antonie Petrus van Beusekom, overlijdt, woont zij in de Vughterstraat in ’s-Hertogenbosch. Na zijn dood is zij kennelijk naar Den Haag verhuisd, want daar overlijdt zij op 18 februari 1912. Ook haar dochter Elisabeth verhuist op enig moment van haar leven vanuit Noord-Brabant naar Den Haag en ook zij sterft daar op een 18de februari, maar dan in 1941.

Wat Edmée en Hubert van hun moeder erven is te lezen in de akte van boedelscheiding die, net als de foto’s, is te vinden in het archief van de familie Broers dat in het BHIC wordt bewaard. De twee krijgen in gezamenlijk bezit onder meer enige percelen hooiland in Empel en Vught, terwijl alle mogelijke waardepapieren worden verdeeld, evenals het porselein. De familiepapieren gaan naar Hubert en Edmée krijgt de antieke kast op voetstuk met koperbeslag. Die valt direct op als je de foto’s van haar kamer bekijkt. Net als het halfronde tafeltje, dat niet genoemd wordt bij de boedelscheiding, maar wel weer te vinden is in de taxatierapporten uit 1941 en 1955, het jaar waarin Edmée overlijdt. Het stijgt in die veertien jaar maar f 30,- in waarde en wordt in 1955 op f 100,- getaxeerd. Het kastje is met zijn f 200,- in 1955 anderhalf keer zoveel waard als in 1941, toen het op f 80,- werd geschat.

Volgens Edmée’s testament blijft de kast in de familie en gaat het tafeltje naar jongvrouw C. Repelaer van Driel die ook twintig boeken van Edmée mag uitkiezen.

Foto: Een kijkje in de huiskamer van Edmée Broers, 1952