Posts tonen met het label burgemeester. Alle posts tonen
Posts tonen met het label burgemeester. Alle posts tonen

vrijdag 22 april 2016

35.000 Dagen plezier met mooi raadhuis

...het voormalig raadhuisje in Heesch...
Op 21 maart 1941 vindt de officiële opening plaats van het raadhuis van Heesch. Alle sprekers zijn vol lof over het karakteristieke gebouw, ook de Bossche burgemeester Van Lanschot: “Eens in de 100 jaar bouwt men een raadhuis. Is het lelijk, dan heeft men 35.000 dagen ergernis - is het mooi, dan 35.000 dagen plezier ervan. Heesch kan waarlijk verheugd zijn, want het heeft een mooi raadhuis gekregen.”

Inderdaad is het een eeuw geleden dat Heesch een raadhuis bouwde. Dat dateert van 1840, en in 1919 meldt het provinciaal verslag dat het gebouwtje volgepropt is met allerlei documenten en boeken. Er is niets van te maken, en de gemeente beschikt over onvoldoende middelen voor een radicale verbetering, aldus het verslag. Jarenlang gebeurt er niets, maar vanaf het aantreden van burgemeester Offermans in 1931 staat het gemeentehuis regelmatig op de raadsagenda. Struikelblok is dan vooral de economische crisis. Caféhouder Willem van den Berg, eigenaar van het kermisterrein naast zijn zaak, kan het niet langer aanzien. In augustus 1933 gaat hij bij de kermisexploitanten met de pet rond voor een nieuw gemeentehuis. De gemeenteraad is blij met de opbrengst: 867 gulden 50!

En alweer gaan er vier jaren voorbij. Op Oudejaarsdag 1937 besluit de raad de knoop door te hakken. Het gemeentehuisje, “een varkensstal” volgens raadslid Van Zutphen, blijkt nu ook een broeinest te zijn “van vliegen, die zomer en winter in groten getale op de secretarie zitten, in de kasten, op en achter de boeken en voor de ramen.” Via steun van het landelijke Werkfonds wil men, net als in Uden en Nuland, eindelijk een nieuw gemeentehuis bouwen. Twee jaar later hebben de architecten A.J. Kropholler (Wassenaar) en P.G. Elemans (Ravenstein) de plannen rond. Aannemer Quirinus de Veer uit Geffen krijgt de klus, voor ƒ 20.400,-. Vanaf 1 april 1940 vindt de secretarie tijdelijk onderdak aan de overkant van de Rijksweg, bij Smederij Van Erp.

Het project duurt langer dan begroot. Oorzaak is de Duitse inval in mei 1940, waardoor de aanvoer van bouwmaterialen tijdelijk stil ligt. En wellicht zorgt de zware storm van november ook voor enige vertraging, want de directiekeet stort in. Maar in maart 1941 kan in Heesch de vlag uit. Niet bij de architecten overigens, want die moeten nog enkele jaren geduld hebben, voordat al hun declaraties zijn betaald….

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering

De beste verhalen via e-mail ontvangen?








woensdag 23 maart 2016

Heeswijk en Dinther kun je niet combineren

...Heeswijk én Dinther samen één gemeente? In 1965 leidde mogelijke samensmelting van beide kernen tot heftige emoties...
In januari 1965 gooit Herman Breukel, burgemeester van de twee zelfstandige gemeenten Heeswijk en Dinther, de knuppel in het hoenderhok. Hij stelt voor om van de steeds verder aan elkaar groeiende dorpen één gemeente te maken:"...door de combinatie kunnen allerlei diensten worden op- en uitgebouwd, aanvankelijk goedkoper, later vooral beter." 

De Dintherse raad is unaniem positief. In Heeswijk daarentegen, lopen de gemoederen hoog op. Vooraanstaande inwoners mobiliseren zich in het actiecomité Heeswijks Belang tegen de voorgenomen samensmelting met Dinther en verzamelen duizend handtekeningen tegen de toekomstige "Dintherse overheersing", want "die kunnen er alleen maar beter van worden". "Heeswijk heeft iets te bieden: zijn kasteel, zijn abdij, zijn openluchttheater. Dinther heeft niets". Behalve dan een industrieterrein en de meerderheid van de gezamenlijke inwoners. En dat zou volgens Heeswijk in hun voordeel gaan werken als meerderheid in de raad.

"De mentaliteit is heel verschilllend" aldus het actiecomité. "Heeswijk en Dinther kun je niet combineren". Maar de Hogeschool Tilburg weerlegt dat met de opmerking dat de helft van de inwoners zich pas ná 1957 in de dorpen heeft gevestigd. De plaatselijke grootmachten gooien zich ook in de strijd. Het actiecomité weet zich gesteund door de kasteelheer, baron Van den Bogaerde van Terbrugge, heer van Heeswijk en...heer van Dinther. De Nobertijnen op de abdij van Berne juichen een samengaan juist toe. En burgemeester Breukel? Hij moet als voorzitter laveren tussen beide gemeenteraden. De naamgeving van de nieuwe gemeente loopt ook hoog op.

De burgemeester ontvangt enveloppen met stront en er worden vernielingen aangericht. De Vaste Kamercommissie die de dorpen een bezoek brengt, is dan ook "pijnlijk getroffen door heftigheid en haat". De Heeswijkse raad draait het fusievoorstel zelfs terug! In 1968 hakt de Tweede Kamer de knoop door in deze "tragikomedie". Heeswijk en Dinther kun je weldegelijk combineren. Ze vullen elkaar aan op recreatief en industrieel vlak. Beide dorpen worden per 1 januari 1969 samengevoegd tot de nieuwe gemeente Heeswijk-Dinther. Met Plein 1969 als middelpunt.

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 18 januari 2016

Naast het spitten ook tijd voor ontspanning in "jeugdwerkkamp voor werkloozen"

...Het werkkamp De Baast te Oostelbeers was gelegen nabij Oirschot aan het Wilhelminakanaal...
Om aan de problemen van de jeugdwerkloosheid het hoofd te bieden, werden in heel Nederland in de jaren 1930-1940 jeugdwerkkampen van diverse signatuur opgericht. Ook kon persoonlijk initiatief, politieke lobby en eigenbelang aan de basis liggen van een jeugdwerkkamp. Een in 2016 openbaar geworden dossier uit het archief van de Familie Van de Mortel - de la Court bij BHIC, getuigt daarvan.

Een markant en gedreven persoon was het wel, mr. Jan B.V.M. van de Mortel, burgemeester van Noordwijk. Na het overlijden van zijn neef Jhr. mr. Arnold de la Court was hij in 1932 de nieuwe eigenaar geworden van landgoed de Baast in Oostelbeers. Ongetwijfeld was hij als inspecteur van de werkverschaffing in Noordwijk zeer betrokken bij de zorg voor werklozen in die tijd, maar hij zag er ook een kans in om het pas verworven landgoed in Noord-Brabant te ontginnen met flinke subsidie uit het Werkloosheidssubsidiefonds. Een mooie klus voor werkloze jongeren, al die spitwerkzaamheden, het rooien van stobben en een deel van het landgoed ‘De Baast’ om toveren tot bouw- en grasland.

Als burgemeester van Noordwijk nam hij ook opzienbarende initiatieven. De eerste bloembollenplantdag op 13-10-1937 stond op zijn naam en hij zette zich in voor een groot project duinverfraaiing als object van werkverschaffing. Door bebossing van duinen en het planten van bloembollen in kleurrijke mozaïeken konden toeristen nog eerder in het seizoen naar de bloembollenstreek worden gelokt. Hij droomde van grote bloemencorso’s. Verder had hij hele goede contacten met het Nederlandse en Belgische koningshuis. De Belgische kroonprins Boudewijn en zijn zus kwamen regelmatig bij zijn gezin op zijn villa in Noordwijk logeren.

Typerend voor Jan van de Mortel was zijn weerzin om als burgemeester onder de Duitse Bezetter te dienen en dat stak hij niet onder stoelen of banken. Meer over zijn kleurrijke levensloop kun je lezen in de inleiding op toegang 305 Familie Van de Mortel – De La Court, 1384-1978 op www.bhic.nl

Lobby
Een nu openbaar geworden vertrouwelijke brief van de Hoofdinspecteur voor de werkverschaffing van het ministerie van sociale zaken Meijer de Vries aan Rector G. Bannenberg, secretaris van de Nationale RK Commissie voor Jeugdwerkloozenzorg te ’s-Hertogenbosch van 27 september 1935 geeft een goed inzicht in de lobby in die tijd. Er werd ook een barak aangeboden: ‘Ons Departement heeft nog de beschikking over een uitnemende barak, die bestaat uit vier slaapzalen voor 24 man met vier telkens aangrenzende groote zitkamers. Deze barak zouden wij net als bij de Prot. Christelijke Centrale gratis en franco geheel op het terrein in Noord-Brabant kunnen afleveren’.

..."Ik had nu gedacht dat hier wellicht een kamp voor Jeugdwerkloozenzorg kon komen...
Eind januari 1936 arriveerden de barakken per schip en werden gelost aan de kanaaldijk, een hele operatie, die ondersteund werd door Rijkswaterstaat. Ook kwam er een dam als uitweg voor het kamp naar het kanaal bij Oirschot.

Opening op 4 mei 1936
Op 4 mei 1936 werd het jeugdwerkkamp officieel geopend. De minister van sociale zaken mr. M. Slingenberg kwam in hoogsteigen persoon en liet een werkkamp op de Hoge Veluwe door zijn plaatsvervanger Meijer de Vries openen.


Na de openingsplechtigheden op 4 mei gaf Jan van de Mortel een koffietafel op huize Baast voor de genodigden.
...Groepsfoto van het eerste kamp, genomen door één van de broeders van de kampleiding, mei 1936... 
’s Avonds was er ook tijd voor ontspanning: kaarten, voetbal, muziek maken en werden er voordrachten in het eigen dialect gehouden. Er was zelfs een kampblad op Baast. Eén exemplaar van dit blad is bewaard gebleven. Naast luchtige aangelegenheden, kwamen daar ook serieuze zaken aan de orde.


Blijkbaar was de relatie tussen Jan van de Mortel en de jongeren goed. Op 16 juni 1936 werd de familie Van de Mortel op een Bonte Avond gefêteerd. En Van de Mortel moet ook een goede relatie met de kok hebben gehad. Er zitten een paar ongedateerd briefjes in het dossier ‘Frits vertelde dat u zoo graag eens soep (snert) gebruikte, een schitterende gelegenheid nu U zoo alleen op ’t kasteel uw maaltijd gebruikt. ‘Smakelijk eten’. Ook een briefje in het Frans, waarbij Van de Mortel ter gelegenheid van zijn verjaardag ijs van eigen fabricaat wordt aangeboden. Dat ijs werd in Afrika ‘glace Fathma favorite!’ genoemd.

Naar jeugdwerkkamp De Witte Bergen
Op 3 oktober 1939 kreeg Jan van de Mortel te Noordwijk een brief van het ministerie van sociale zaken dat het barakkenkamp een dezer dagen door het Departement van Defensie ten behoeve van militaire doeleinden in beslag was genomen en overgeplaatst naar elders en dat het jeugdkamp op ‘De Baast’ moest worden opgeheven. De jongens gingen over naar het jeugdwerkkamp ‘De Witte Bergen’ onder Oirschot. De werkzaamheden op het landgoed en het terrein waarop het jeugdkamp had gestaan, konden nog via de werkverschaffing worden voortgezet tot in 1940.

...Nieuwe Tilburgsche Courant van 19-9-1939...

Geschreven door:
Annemarie van Geloven

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Bij de brandweer
- Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?











woensdag 6 januari 2016

Een kwaaie burgemeester...

De originele handtekening van 'de kwaaie' burgemeester zelf!
Maak kennis met de voorname Ludolph de Quaij. Als burgemeester, dijkgraaf, schout en zelfs richter van Grave en omstreken had hij behoorlijk wat in de melk te brokkelen. En laat nou juist deze vooraanstaande rechter zelf herhaaldelijk in aanraking komen met de zeventiende-eeuwse justitie...

Afpersingen
Ludolph de Quaij wordt op zijn gedenkteken 'Collonel van de Burgerye' van Grave, of in hedendaagse termen 'burgemeester', genoemd. In 1728 sterft hij en wordt hij in het graf van de familie De Quaij in de Sint Elisabethskerk bijgezet. Het keurige opschrift geeft echter niets prijs over zijn schimmige verleden.

Ondanks zijn (mis)daden kreeg hij tóch een eigen grafkelder
Het 'strafblad' van Ludolph de Quaij begint namelijk al flink vol te raken in het jaar 1683. De Graafse bakkers en brouwers klagen steen en been sinds De Quaij de molens en het gemaal in pacht had genomen. Een bakker op leeftijd verklaart dat hij al ruim 43 zijn broden in Grave bakt en dat de situatie nog nooit zo slecht is geweest als nu. Er volgt een vrij ingewikkeld relaas over afpersingen en over vervallen molens die niet werden gerepareerd.

Heethoofd
Niet alleen op financieel gebied maakte Ludolph de Quaij er een potje van. Ook zijn handen kon hij soms maar moeilijk thuis houden. Het eerste voorval vindt plaats op 29 juni 1683. Een zekere Theodorus van Bemmel maakte een wandelingetje aan de overkant van de Maas. Zijn oog viel op een groepje ruziënde mannen.

Werd hier nu een stok gebruikt of niet?
Van Bemmel verklaart dat Busson en Noorbeek 'vegtende' waren en dat heethoofd De Quaij hierop af wilde vliegen. Uit alle macht probeerde ene Jacob Martens de burgemeester tegen te houden. Onduidelijk blijft wel hóe dat Martens uiteindelijk is gelukt.

De bijzin 'een stok of riem in de hand hebbende' is namelijk doorgestreept! Daarna lezen we dat Martens hem belette om bij de anderen te komen, met deselve stok. Ook dit laatste stukje is geschrapt. Nog verder in deze notarisakte staat een doorgestreept gedeelte over Martens, die zelfs een mes zou hebben gehad, dat hij schielijk weer in zijn zak zou hebben gestopt. Een typisch gevalletje van doofpot politiek?

Op de vuist!
Jacob Martens was in juni nog de redder in nood, maar twee maandjes later was er geen houden meer aan. Opnieuw een verklaring van Theodorus van Bemmel, die op een zomermiddag gezellig zat te kletsen in de keuken van Johan Bussij.

De Quaij vecht en scheldt erop los!
Plotseling stormt De Quaij binnen samen met controleur Noorbeek, die in bovenstaand geval al een vechtjas bleek. Noorbeek begint met een onschuldige vraag: 'Heb je je neusdoek niet achter gelaten?' Verwonderd zal Bussij hebben opgekeken, maar voor hij het weet, wordt hij twee of drie keer door De Quaij met een stok afgeranseld!

Volgens de echtgenote van Bussij schold de burgemeester haar man ook nog uit voor een 'schelm'. Enigszins van de schrik bekomen probeerde de arme stakker zich te verweren, maar Noorbeek vloog direct op hem af. Het leek dus te gaan om een vooropgezet plan, aldus de 'huijsvrouw.'

Ik bid u, De Quaij...
Ondanks de beschuldigingen van vele afpersingen en vechtpartijen heeft dit heethoofd zijn vooraanstaande functies weten te behouden. Bovendien liet hij een aanzienlijke erfenis na (onder andere 5000 gulden voor elk van zijn vijf kinderen) en kreeg hij een eigen grafkelder in de Graafse kerk.

'Ik bid u De Quaij, blijft daer af!'
Wie weet hoe vaak mensen zoals Jacob Martens Ludolph de Quaij hebben moeten kalmeren? De kreet van Martens in het heetst van de strijd is misschien wel heel illustratief voor het karakter van De Quaij: 'Ik bid u De Quaij, blijft daer af!'

Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Herrie in de herberg!
- Geheimzinnige Graafse graftombe

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 

maandag 30 november 2015

Titus Brandsma ereburger van Oss

...Titus - in het midden - in Boxmeer...
Titus Brandsma is uitgeroepen tot ereburger van Oss. Burgemeester Wobine Buijs-Glaudemans reikte hiertoe in november 2015 een oorkonde uit aan de prior provinciaal van de Karmelieten in Nederland. Want Brandsma is van groot belang geweest voor Oss, en voor heel veel mensen ver daarbuiten.

Anno Sjoerd Brandsma wordt geboren te Oegeklooster bij Bolsward op 23 februari 1881. Hij studeert van 1892 tot 1898 aan het gymnasium van het Minderbroederklooster St. Antonius van Padua in Megen). Als hij op 17 september 1898 intreedt bij de karmelieten neemt hij de kloosternaam Titus aan. Een jaar later legt hij zijn kloostergeloften af en in 1905 wordt hij tot priester gewijd. In Rome promoveert de jonge Titus daarna tot doctor in de wijsbegeerte.

Terug in Nederland doceert Brandsma filosofie, sociologie en kerkgeschiedenis aan het studiehuis (Filosoficum) van de karmelieten in Oss. Hij zet zich op een breed vlak in voor de stad: hij wordt hoofdredacteur van het nieuwsblad voor Oss en omgeving "De Stad Oss", sticht een katholieke HBS, het huidige Titus Brandsmalyceum en
leeszaal. Ook bij de karmelieten speelt hij een belangrijke rol doordat hij zich in zet voor de vernieuwingsbeweging. In zijn hoedanigheid van geestelijk adviseur van de Nederlandsche Rooms-Katholieke Journalistenvereeniging heeft hij ook een groot aandeel in de modernisering van de katholieke dagbladpers in Nederland en in betere arbeidsvoorzieningen voor katholieke journalisten.

...Titus Brandsma (rechtsonder) tijdens
installatie burgemeester De Bourbon (1941)...
Brandsma ontwikkelt zich tot een groot kenner van de Karmelitaanse mystiek en de Moderne Devotie. Hij is betrokken bij de oprichting van het belangrijke spirituele tijdschrift 'Ons Geestelijk Erf'. Zijn unieke verzameling kopieën van middeleeuwse mystieke handschriften heeft aan de basis gestaan van het huidige Titus Brandsma Instituut te Nijmegen. Kern van zijn opvatting omtrent mystiek: God is verborgen aanwezig, in iedere mens én in de gehele schepping. Alles is in God en God is in alles. Behalve mysticus is Titus een vrome, behulpzame, opgewekte en integere persoonlijkheid.

Al in een vroeg stadium waarschuwt Brandsma voor de gevaren van het nazisme, rassenhaat en ophitsing. Hij veroordeelt de anti-joodse maatregelen van het naziregime. Zo is hij medio 1936 enige tijd lid van het door Nederlandse geleerden en kunstenaars opgerichte Comité van Waakzaamheid tegen het nationaal-socialisme. In 1941 verzet hij zich tegen het verwijderen van joodse leerlingen en bekeerlingen van katholieke middelbare scholen en is hij de architect van het verbod dat de Utrechtse aartsbisschop Jan de Jong uitvaardigde tegen het opnemen van NSB-advertenties in de r.-k. dagbladen.

...uit Boxmeers Weekblad, 8-8-1942...
Begin januari 1942 wordt hij gearresteerd door de Duitsers. Via een tocht langs de gevangenis van Scheveningen, kamp Amersfoort en de strafgevangenis van Kleef komt hij ten slotte in het concentratiekamp Dachau terecht.

Hij blijkt een grote morele, spirituele en daadwerkelijke steun voor zijn medegevangenen. Na enkele weken vol ontberingen en mishandelingen wordt hij uitgeput en doodziek in het kamphospitaal opgenomen. Daar raakt hij buiten bewustzijn en op 26 juli 1942 om twee uur 's middags komt een eind aan het leven van Titus Brandsma.

Het postume ereburgerschap van Oss markeert de dertigste verjaardag van Titus’ zaligverklaring door paus Johannes Paulus II, inmiddels zelf heiligverklaard. En dat zou ook met Titus moeten gebeuren, zo pleitte de Leeuwarder Courant.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



woensdag 23 september 2015

Bijzondere bloemen voor prins Bernhard

..."namens de jeugd van Nuland"... 
Twee meisjes uit Nuland die oog in oog staan met prins Bernard. Mevrouw Truus de Roij is één van hen en vertelt 63 jaar later het bijzondere verhaal achter deze mooie foto.

Het is 1952, zeven jaar na de oorlog. Er is weinig geld in omloop en kapitaal om de woningbouw te stimuleren is er nauwelijks. Burgemeesters wordt gevraagd zogeheten burgerzinleningen bij hun inwoners af te sluiten. Dit hield in dat gevraagd werd om duizend gulden te lenen aan het rijk, tegen een rente van tien procent. Na tien jaar zou het bedrag weer terug zijn betaald.

Burgemeester Van Heereveld (burgemeester van Nuland van 1950 tot 1971) weet veel van zijn inwoners te overtuigen. “Mijn vader liep achterom en vroeg dan aan de vrouw des huizes: is de man van de baas ook thuis? Dan had hij die vrouw alvast voor zich gewonnen”, vertelt Truus de Roij, dochter van Van Heereveld, met een lach. Burgemeester Van Heereveld weet het op één na hoogste percentage leningen binnen te slepen; reden voor prins Bernard om het dorp met een bezoek te vereren.

...de foto met alleen het zusje van Truus...
“Als dochters van de burgemeester mochten mijn zusje en ik de prins welkom heten. Jij geeft de bloemen, zei mijn vader tegen mij, en – tegen m’n zusje – jij zegt: “namens de jeugd van Nuland”. Daar was ik het helemaal niet mee eens! Ik was de oudste en ík wilde het zeggen. Dus werden de rollen omgedraaid. En wat gebeurde er? De volgende dag stond er een artikel in de krant waarop de foto zó was geplaatst dat ik er van was afgesneden. Als onderschrift stond er: “Dochtertje van de burgemeester overhandigt de prins bloemen.” Alsof ik er nooit bij was geweest. Hoogmoed komt voor de val, bedacht ik mezelf toen. Het is wel een wijze les geweest waarvan ik de rest van mijn leven lering uit heb proberen te trekken.”

De foto met de prins had lange tijd een prominente plek in het huis van de familie Van Heereveld. Later verhuisde hij mee naar het huis van mevrouw De Roij. “In de loop der jaren kwamen er steeds meer verhalen over de handel en wandel van prins Bernhard naar boven. Daarmee daalde hij wel enigszins in mijn achting en toen is de foto verbannen naar een kast. Maar wegdoen, dat kan ik echt niet.”

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Prinselijk bezoek
- Bernard in Sint-Oedenrode

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






vrijdag 22 mei 2015

Massaontslag in Boxmeer!

Eén van de sigarenfabrieken in Boxmeer ná het ontslag, rond 1910
Wie denkt dat de vele massaontslagen een product zijn van de 21e eeuw als gevolg van de economische crisis, heeft het mis. Ook eind negentiende eeuw was het soms moeilijk om brood op de plank te krijgen en de arbeidsomstandigheden waren ronduit slecht. In 1895 maakten enkele 'socialisten' een vuist voor de Boxmeerse sigarenmakers, die vervolgens hun werk neerlegden. Voorgoed, zo bleek later, toen zij door de burgemeester en de pastoor (!) werden ontslagen...

Staking!
Aan het einde van de negentiende eeuw vormden zich vele socialistische organisaties, die de problemen van de arbeidersklasse aan de kaak wilden stellen. In februari 1895 probeerden enkele socialisten zo'n organisatie in Boxmeer in het leven te roepen, namelijk de 'Nederlandschen Sigarenmakers en Tabaksbewerkers Bond.' Negentien sigarenmakers gingen hier grif op in en werden lid van deze bond.

Strooibiljet van de bond: wie durft er wél op te staan voor de 19 arbeiders?
De sigarenfabrikanten zagen dit met lede ogen aan en stelden de negentien arbeiders voor de keuze: of de bond de rug toekeren of de fabriek verlaten! Ze moesten namelijk niets hebben van deze 'rooie rakkers.' De betrokken sigarenmakers bleven echter lid van de bond en werden tijdelijk uit de stakingskas betaald.

Rooie rakkers?
Hoe moedig deze keuze misschien ook was, het betekende wel dat bijna twintig sigarenmakers zonder werk kwamen te zitten en hun (vaak grote) gezinnen niet konden voeden. Langzamerhand raakte de stakingskas leeg, werden hun oude arbeidsplaatsen door anderen opgevuld en moesten de stakers dus noodgedwongen op zoek naar nieuw werk.
 
Advertentie in het Boxmeers Weekblad van augustus 1895: wie neemt de plaats van de ontslagen arbeiders in?
De sigarenmakers uit Boxmeer werden dus massaal ontslagen door de burgemeester en de pastoor van het dorp, omdat ze lid werden van een 'socialistische bond.' Maar was dit ook echt zo? Volgens de NSTB zelf was dit geenszins het geval! 'Welnu, de Ned. Sigm-. en Tabakbew. Bond is bij geen der kerkelijke of politieke partijen aangesloten. Zij is dus geen christelijke, maar ook geen socialistische vereeniging.' Ze halen zelfs paus Leo XIII aan, die wijst op de slechte toestand van arbeiders in Europa.

Onbescheiden burgemeester
De NSTB is er heel duidelijk over in hun strooibiljet en beschuldigen de Boxmeerse burgemeester en pastoor voor het drama dat zich heeft voltrokken: 'De Pastoor toch heeft veel kwaad van den Ned. Sig. en Tabakbew. Bond gezegd, doch was niet te spreken toen wij kwamen om die leugens te weerleggen. De Burgemeester was zeer onbescheiden en wees ons als 't ware de deur.' Maar het wordt nog mooier; de burgemeester verzekerde de bond dat hij de fabrikanten zoveel mogelijk zou steunen en de 19 arbeiders zoveel mogelijk zou tegenwerken!

Een onverbiddelijke priester en bruuske burgemeester

Hoe het afliep met de arme sigarenmakers zelf? De Boxmeerse fabrieksdeuren bleven voor hen potdicht en zij zochten hun geluk elders, vaak in Duitsland...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Exotische sigaren uit Grave
- Malle Pietje met zijn sigaar...

woensdag 11 februari 2015

Ikke en ons Jentje; kinderrrijmpjes uit 1944

...de uitgave van het Stadsarchief Oss...
"Ten behoeve van de opbouw van het streekmuseum", schreef de burgemeester van Oss in het voorjaar van 1944 een brief aan alle schoolhoofden in het Maasland. Hij was op zoek naar "liederen, liedjes en rijmpjes" die de kinderen leerden, mogelijk als materiaal voor het streekmuseum.

Meester Gielen, hoofd van de jongensschool in Berghem, liet zich niet onbetuigd en stuurde 122 blaadjes met rijmpjes. Aftelrijmpjes, spotliederen over dorpsgenoten, de onderwijzer of de pater, liedjes die de kinderen bij hun ouders en oudere broers en zussen hebben gehoord en zonder het goed te begrijpen napraten. Het resultaat is hilarisch, komisch en soms heel plat. "Want kinderen vinden niets grappiger dan poep. Dat is nu zo en dat was toen niet anders", schrijven de samenstellers van het boekje; het Stadsarchief Oss.

Via omwegen is deze verzameling van meester Gielen namelijk terechtgekomen in het Stadsarchief en daar in boekvorm uitgegeven; inclusief alle schrijf- en spelfouten en sommige stukjes in dialect. Dit boekje "Ikke en ons Jentje" is voor 2 euro 50 te koop bij het Stadsarchief Oss aan de Peperstraat 12 in Oss, telefoon 0412-629101, mail: stadsarchief@oss.nl

Gedichtjes geven vaak een prachtig tijdsbeeld, zo zien we ook in ons eigen archief. Wat te denken van het album van Julia Halfwassenaer van Onsenoort (gedateerd van 1823 tot 1825)? Nog allemaal zonder poeziëplaatjes, maar zeg nou eerlijk; dat is met die mooie krulletters toch ook niet nodig?


Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Maas waar kom je vandaan en waar ga je naar toe?
- Boze buren en geen rijdende rechter



maandag 27 oktober 2014

Fransen houden huis in Geffen


...de bitterlijcke tranen van Gerrit...
Mirjam Lambermont stuitte bij transcripties maken van 17e eeuwse kranten voor de KB/Meertens instituut op een stukje over de Meijerij. Historicus (en tijdelijk stagiaire bij het BHIC) Stephanie Hall maakte er dit verhaal over...


In het rampjaar 1672 werd de Nederlandse Republiek binnengevallen door de Fransen en een grote groep bondgenoten. Hiermee begon de Hollandse Oorlog (1672-1678), die de republiek bijna beëindigde. Het Franse leger financierde de oorlog door geld te eisen en te plunderen. In 1672 en 1673 vonden er ook in de Meijerij van Den Bosch vele plunderingen plaats.


Een Geffense schepenbank akte van mei 1674 beschrijft een van de plunderingen die plaatsvond. Het geeft een inzicht in de verwoesting die deze plunderingen veroorzaakten en in hoe onverwacht ze konden zijn. Gerrit Gerritszoon van Lith, de burgemeester van Rosmalen, reisde op 20 juli 1673 naar Kasteel Cranendonck om zijn contributies te betalen waarna hij terug naar huis reisde met zijn kwitanties.

In juli 1673 waren er ook veel Franse troepen op de been in de Meijerij, Gerrit kwam ze op zijn terugreis helaas tegen. In Geffen moest hij door ‘een grote meenichte van Fransche ruijters’ zich in het dichtsbijzijnde huis verschuilen om zichzelf te beschermen. Hij was niet alleen bang voor zijn eigen veiligheid, hij wilde zijn kwitanties veilig stellen en verstopte ze daarom in de kist van de huisvrouw.

Maar de Fransen vielen elk huis binnen, ook dat waar Gerrit zich verschuilde, en namen van alles mee. Ze namen ‘alle de peerden, beesten, huijsraet ende inboedel’ van het huis. De plunderaars roofden niet alleen, ze vernielden ook spullen uit wraak en machtsvertoon. Een van de ruiters sloeg de kist open om ook de spullen daaruit mee te nemen en vond de kwitanties. Hij nam ze niet mee, in plaats daarvan scheurde hij ze in stukken en strooide hij ze over de weg.Gerrit klaagde ‘bitterlijck’, hij was weliswaar blij heelhuids achter te blijven maar zijn kwitanties was hij volledig kwijt.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Kobus van der Slossen en het pact met de duivel
- Rondreis door rampgebied


woensdag 27 augustus 2014

Van lauwerkrans naar voorzittershamer


...gehuldigd als voetballer van het Olympisch voetbalteam van 1920...
Het is een opmerkelijke carrière, die van jonkheer Herman Carel Felix Clotilde von Heijden ("zeg maar Felix"). Als voetballer van Quick Nijmegen werd hij opgeroepen om deel te nemen aan de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen. Maar zijn naam staat nu vooral in de boeken als de man die meer dan 30 jaar burgemeester was van Rosmalen.
...en geportretteerd als burgemeester van Rosmalen...
Eigenlijk was de 30-jarige Felix reservespeler. Maar een aantal basisspelers haakte af toen de gouden medaille niet meer haalbaar was; dé kans voor Von Heijden. De wedstrijd tegen Spanje waarin Von Heijden speelde - zijn enige interland ooit - werd verloren en dus ging hij met brons naar huis. Maar volgens het Rotterdamsch Dagblad lag het zéker niet aan de toekomstige burgemeester: 
...Von Heijden als 'nagenoeg de ster van het veld'...
Kortom, een begenadigd man. Want ook met het tennisracket wist hij wel raad. Samen met Leopold August Nypels won hij in 1918 het Nederlands kampioenschap tennis heren dubbel. Ook dat nog.  

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

woensdag 23 april 2014

Boekje open over burgemeester Verhagen

...P.A.Verhagen voor het monument van zeeheld Jan van Amstel...
Geregeld valt in Schijndel de naam Fundatie Verhagen als weldoener in een project of bij een evenement. Maar waar komt die fundatie eigenlijk vandaan? Henk van den Brand en Lex Kamp doken in de archieven bij het BHIC en ontrafelden een stuk van de Schijndelse historie.

De historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel ging op zoek naar de stichter van het ideële kerkgenootschap, Petrus Arnoldus Verhagen. Verhagen was burgemeester van Schijndel, van 1874 tot 1889. Hij was een treffend voorbeeld van die typische 19de eeuwse weldoeners die de noden van hun dorpsgemeenschap kenden en op zoek gingen naar nieuwe mogelijkheden om schrijnende situaties een halt toe te roepen.

Het boekje gaat in op de jeugd van Petrus Arnoldus maar beschrijft ook de armenzorg in die dagen. Via de handboogschutterij Amicitia en het begin van Verhagen als grootgrondbezitter komt ook het burgemeesterschap van deze weldoener aan bod. Een succesvolle ambtsperiode want diverse leerlooierijen werden opgericht, de Botermijn werd gerealiseerd en de export van met name schoenen nam in die jaren flink toe.
...portret van burgemeester Verhagen...
Belangrijk is uiteraard het testament van de oud-burgemeester. Toen de ongehuwde Verhagen 75 jaar werd, besloot hij wat te doen met zijn bezittingen en vermogen; hij riep een fundatie (stichting) in het leven waaruit voor een lange periode goede werken konden worden gefinancierd. Verhagen overleed in 1905 op 82-jarige leeftijd maar zijn fundatie is nog altijd een levendig begrip in Schijndel. Het boekje over Verhagen is in te zien op de studiezaal in Den Bosch of verkrijgbaar via de Heemkundekring Schijndel.

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 


woensdag 16 januari 2013

"Is hij gehuwd of heeft hij een bijzit?"

...'confidentieel' briefje van de ene burgemeester aan de andere...
Jack de Vries moest om die reden het veld ruimen en meer recent bleek ook de CIA-chef Petraeus er een minnares - naast zijn echtgenote - op na te houden. En zoals wel vaker blijkt dit een fenomeen van alle tijden... Of in ieder geval het vermoeden. 

Waarom wordt vermoed dat deze meneer Hendrikus het met de huwelijkse trouw niet zo nauw neemt, wordt uit dit briefje niet duidelijk. Maar de burgemeester van Megen Van Vlokhoven wil van zijn collega Wientjens uit Reek wel eens weten wat "voor vleesch" hij in de kuip heeft. "Hij komt hier te Megen bij mij nog al eens verlof vragen om te venten." Natuurlijk is het daarom belangrijk of hij wel rooms-katholiek is maar waarom vraagt de ene burgemeester aan de andere - uiteraard 'confidentieel' - of de betreffende man gehuwd is of kinderen heeft? (En waarom vraagt hij dat de man zelf niet?) Meer opvallend nog, waarom wordt zelfs de naam van de mogelijke minnares - in taal van die tijd als "bijzit" omschreven - al genoemd?

Wijst dit 85 jaar oude briefje op een verboden liefdesgeschiedenis? Of zou het alleen maar laster en achterklap zijn geweest? In het bevolkingsregister komen we Hendrikus en Johanna sámen niet tegen. Een zoektocht door de post van de burgemeester van Cuijk leverde geen antwoord op. Houdt het archief dit mysterie voor zichzelf? Of weet iemand hoe het destijds echt is gegaan? Wie weet meer?

Met dank aan collega Harry voor de tip!


vrijdag 2 september 2011

Oss zwaait burgemeester uit


...Even geen toeters en bellen maar een moment van reflectie...

Herman Klitsie wordt vandaag uitgezwaaid als burgemeester van Oss. Na tien jaar deze gemeente te hebben bestuurd, wordt hij opgevolgd door de eerste vrouwelijke burgemeester van Oss, Wobine Buijs-Glaudemans. Zijn afscheid wordt ongetwijfeld uitgebreid op foto vastgelegd.


Wie op onze site "afscheid burgemeester" intikt, vindt meer dan 1300 foto's. Afscheidsrecepties van burgemeesters werden ook in vroeger tijden door fotografen van alle kanten belicht en het BHIC heeft dan ook heel wat varianten in huis. Van buitengewone raadsvergaderingen tot talloze sprekers achter katheders en natuurlijk honderden foto's met het onvermijdelijke handjes schudden. Lachende gezichten sieren bijna zonder uitzondering de plaatjes.


Tussen al het feestgedruis en vlagvertoon, lintjes en wijntjes viel de foto boven op. Gemaakt in 1979 tijdens het afscheid van burgemeester Jan Schouten in Schaijk. Stil, ingetogen, een moment van reflectie? We weten het niet. Maar het levert een mooie foto op.

dinsdag 26 oktober 2010

Burgemeester wijst de weg


Als automobilist heb je het in deze tijd van het jaar niet altijd gemakkelijk. Een verblindende, laaghangende zon, mist en regelmatig terugkerende regen- en onweersbuien zorgen dagelijks voor lange files. Dan hebben we het niet eens over winterse omstandigheden zoals sneeuw en bevroren weggedeelten. Bovendien lijken werkzaamheden aan de weg in het najaar meer regel dan uitzondering te zijn. Maar, na wegwerkzaamheden is er meestal ook weer reden voor feest…

Deze foto toont burgemeester van Heereveld met echtgenote en twee rijkspolitiemannen in een winters decor. Het gezelschap staat niet voor niets buiten: er moet hier een weg worden geopend. Maar waar hangt het lint? De ene rijkspolitieman was zoekende, maar de burgemeester maakt aan alle twijfel een einde. Ondertussen is mevrouw Van Heereveld gefixeerd op haar mans overjas. De tweede politieman staat erbij en kijkt ernaar.

Meer weten over Nuland? Kijk dan eens in het online geschiedenisboekje van Nuland.

Foto: Burgemeester G.A.J. van Heereveld met zijn echtgenote voorafgaand aan de officiële opening van de Nieuwe Kampstraat en Coppensdijk in 1959 in Nuland.