Posts tonen met het label lustrum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lustrum. Alle posts tonen

maandag 25 maart 2013

Schrijver uit Boxmeer vertrekt met noorderzon


...het handschrift van Duljé...
Het BHIC in Grave zit nu vijf jaar aan de Arnoud van Gelderweg 73 in Grave. In het kader van het lustrum verzorgt Leny van Lieshout drie maanden iedere maandag een blog over bijzondere archiefstukken. Vandaag deel zes.

In 1852 verscheen bij T.G. Noman in Gennep een boek, getiteld Geschied- en aardrijkskundige bijzonderheden van de voormalige heerlijkheid Boxmeer met St. Anthonis en het halfheerige Sambeek, benevens van de meeste plaatsen in het Land van Kuik, geschreven door C.R. Duljé. 

Heeft de auteur het zelf nog gezien? Sinds de zomer van 1851 was hij spoorloos. Zijn gezin reisde hem in 1855 na, eveneens adres onbekend. Heel Boxmeer, hun vorige woonplaats, tastte in het duister en dat is tot voor kort zo gebleven. 

In 2012 bleek dankzij het internet dat de Duljés, precies zoals de volksmond altijd beweerd heeft, zijn geëmigreerd naar de Verenigde Staten. Daar leven nog nakomelingen, zij het zonder accent op de e. De latere mevrouw Duljé trouwde hem zeer tegen de zin van haar ouders, die in hem een charlatan zagen. Aan zijn beroep kon dat niet liggen. Hij was gediplomeerd leraar wiskunde, gaf ook les in andere vakken en toonde zich daarbij een uiterst competent docent. Zijn boekje over Boxmeer is verdienstelijk. 

Maar hij was wel van dubieuze komaf, wat hij verdoezelde door zijn eigenlijke naam, Rawel, met die van Duljé te verbinden (uiteindelijk hield hij enkel Duljé over) en door in en rond Boxmeer jarenlang een grote staat te voeren. Latere verhalen willen dat hij zijn omgeving op grote schaal heeft opgelicht. Al bij al werd hij in de Boxmeerse overlevering een soort baron van Münchausen. Een door hem gebruikte 16de-eeuwse verzameling privileges en keuren van de stad Grave kwam naderhand via allerlei omwegen terecht in het Graafse stadsarchief.  
...een blik in het boek van Duljé...


Vind je dit interessant?
Lees dan ook de andere blogs van Leny van Lieshout
Of dit verhaal over Antoon Coolen

maandag 18 maart 2013

Grave, graven en begraven



...graven in Grave...
Het BHIC in Grave zit nu vijf jaar aan de Arnoud van Gelderweg 73 in Grave. In het kader van het lustrum verzorgt Leny van Lieshout drie maanden iedere maandag een blog over bijzondere archiefstukken. Vandaag deel vijf.

In het BHIC in Grave wordt een enorme plattegrond van de Sint-Elisabethkerk bewaard. Hij dateert uit 1765 en is gemaakt door stadsschoolmeester Roelof Kraals. 

Alle bouwkundige elementen van de kerk voor zo ver op de grond, alle banken en alle zerken in de vloer zijn er nauwkeurig op aangegeven.  Er hoort een register bij, bewaard in het BHIC ’s-Hertogenbosch, waarin Kraals alle in zijn tijd nog te onderscheiden zerken, 140 stuks, heeft beschreven. Echt nauwkeurig heeft hij dat niet gedaan: hij noteert enkel de namen, maakt leesfouten en telfouten. Maar zijn plattegrond is uniek omdat hij een kerk in vol bedrijf laat zien. 

Elke pilaar wordt vermeld, elke zerk ingetekend. Bovendien tekent hij plaats en bovenaanzicht van de tombe van hertog Arnoud van Gelre en zijn broer Willem, een tombe die kort na 1794 verloren is gegaan. Kraals’ register maakt ook duidelijk dat er in Grave na het beleg van 1602, toen de protestanten aan de macht kwamen, geen ‘gravenstorm’ heeft plaatsgevonden, net zo min overigens als er in Grave een beeldenstorm is geweest. Van diverse 16de-eeuwse Graafse kanunniken, onder wie Simon Creeft, is de  zerk gewoon blijven liggen. 

Maar in een ander opzicht is er wel degelijk sprake van een ‘gravenstorm’. Zerken die in het ongerede waren geraakt, oud of minder oud, werden zonder problemen hergebruikt in de woningbouw. In het huis Rogstraat 47 is in 2010 bijvoorbeeld een flink fragment teruggevonden van zerk nr. 60 uit het register van Kraals; een deel van een andere zerk kwam terecht in Escharen en berust nu in het Graafs museum. 

Vind je dit interessant? Bekijk dan ook:
- andere blogs van Leny van Lieshout
- het verhaal over het oudste kerkhof 

maandag 11 februari 2013

Wil de echte Jan van Cuijk nu opstaan?



Het BHIC in Grave zit nu vijf jaar aan de Arnoud van Gelderweg 73 in Grave. In het kader van het lustrum verzorgt Leny van Lieshout drie maanden iedere maandag een blog over bijzondere archiefstukken. Vandaag deel één.


Jan I (hij stierf in 1308) is ongetwijfeld de bekendste van alle heren van de stad Grave en het Land van Cuijk uit het geslacht van Cuijk (Kuyc).  En zeker ook de vrijgevigste: hij heeft zijn onderdanen onder meer een forse schenking gedaan in de vorm van de helft van het gebruiksrecht van de woeste grond in de regio. Het Graafse gasthuis, door hemzelf gesticht, kreeg de andere helft. 

In 1854 presenteerde een van de regenten van het gasthuis aan zijn collega’s een gipsen beeld van Jan I. Het kwam in een gestukadoorde nis in de regentenkamer te staan met een gedenkplaat eronder. Daar staat het nog steeds. De Stichting die het erfgoed beheert van het gasthuis heeft nog een ander beeld dat alleen wat de beschildering betreft van het eerste verschilt; verder is het identiek. 

Ook het stenen beeld van Jan I in het dorp Cuijk (gemaakt in 1865 voor de voorgevel van het gemeentehuis en inmiddels vervangen door een bronzen beeld) ziet er, afgezien van de grootte, vrijwel precies hetzelfde uit. Er is dus maar één Jan I in diverse gedaanten. Het oorspronkelijke gipsen beeld zou gemaakt kunnen zijn in de fabriek van Antonius Franciscus Jaspers (1816-1897) in Cuijk; het ligt immers niet voor de hand dat er elders in het land veel behoefte zou zijn om een Jan I te maken. Jaspers’ bedrijf is het enige dat voor deze periode onder Cuijk  wordt genoemd door de makers van de ter zake kundige website vriendenvandekerstgroep.nl. Vanaf 1852 wordt er in de Cuijkse gemeenteverslagen een ‘fabriek van Kerkornamenten, verbonden met eene hout- en beeldsnijderij’ genoemd die van hem lijkt te zijn.  

Wil je meer weten over de herkomst van de heren van Cuijk? Lees dan hier meer

maandag 4 februari 2013

Reden voor een feestje!

...vrijwilligers van Graeft Voort bezig met de inrichting van de tentoonstelling...
Vijf jaar geleden opende het BHIC zijn deuren aan de Arnoud van Gelderweg 73 in Grave. Reden voor een klein feestje! Samen met stichting Graeft Voort is op onze locatie in Grave een kleine tentoonstelling ingericht met verrassende en uiteenlopende zaken die je kunt aantreffen in ons archief.

Zo is er onder meer aandacht voor de verschillende Jannen van Cuijk maar ook voor tekeningen die het bestaan van een bastaard in een adellijk familie moeten bewijzen. De stukken liggen netjes in onze vitrines, voorzien van uitleg. Voor de liefhebbers is er een kleine brochure gemaakt zodat de teksten thuis kunnen worden nagelezen. Vanaf nu verschijnt er drie maanden lang iedere maandag een verhaal op deze blog - van de hand van Leny van Lieshout van Graeft Voort - waarin een geëxposeerd archiefstuk wordt toegelicht.

Net zoals de tentoongestelde boeken en stukken in de expositie worden ook de originele archiefstukken onder strenge voorwaarden bewaard. Een constante temperatuur en luchtvochtigheid in onze depots moeten ervoor zorgen dat de stukken zolang mogelijk in goede staat blijven. Een heel verschil met de vorige eeuw toen archivarissen soms met de fiets, later weer met de Solex, op pad gingen om bij gemeentehuizen archieven te verzamelen. Dat pionierswerk leverde soms mooie ontdekkingen op. Op de zolder van de pastorie in Cuijk vond archivaris Harm Douma in een relikwieëndoosje het charter uit 1312 terug waarin graaf Van Marburg aan de Graafse St. Elisabethskerk een relikwie van de heilige Elisabeth van Thuringen schenkt.

...archiefdozen worden verhuisd per bakfiets...
Benieuwd naar waarom middeleeuwse archiefstukken op een bakfiets werden vervoerd? Lees dan ook deze blog.