Posts tonen met het label misdaad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label misdaad. Alle posts tonen

woensdag 15 mei 2013

Bizarre boeven en boetes

Op de eerste meidag van dit jaar kreeg een oma uit Den Haag wel een heel vervelende verrassing van de gemeente: een boete van 130 euro omdat haar kleinkinderen, verrukt over de eerste lentebloemen, enkele narcissen hadden geplukt uit het gemeentepark. De twee kleine boefjes zelf kregen ook een teleurstelling te verwerken. Zij moesten namelijk hun prachtige 'oogst' afstaan aan de stadswachten. Deze peuters en hun oma zijn zeker niet de enige slachtoffers. Ook in Brabant zijn door de eeuwen heen bizarre boetes uitgeschreven voor even zo opmerkelijke overtredingen...
 

Dit waren een paar dure broden voor de Graafse bakkerij!
Oneerlijke bakkersvrouw
De eerste 'gedupeerde' leefde in het midden van de 18e eeuw in Grave en verdiende de kost als bakkersvrouw. Op een gegeven moment werden haar baksels echter gecontroleerd en wat bleek? Maar liefst 34 halve roggebroden en enkele tarwebroden bleken geen 'behoorlijk gewigt' te hebben! Dit kwam de oplichtster duur te staan; ze kreeg een boete van 400 gulden opgelegd door de schepenen van Grave.

Een beschonken korporaal
Net als vandaag de dag moest menig dronkelap de afgelopen eeuwen verschijnen voor de rechter. De korporaal die in 1850 werd aangeklaagd, moet echter wel héél ver heen zijn geweest. Hij lachte de knecht van het Maasveer te Grave niet alleen uit, maar hij gaf hem ook een aantal klappen in het 'gezigt' en liep met 'zijnen kop' tegen de buik van de arme knecht aan. Vervolgens viel de korporaal in zwaar beschonken toestand pardoes op grond, waarbij hij zijn hoofd bezeerde. Gelukkig voor de knecht waren er enkele getuigen, die bevestigden dat hij geen tegenweer had geboden en dat hij dus niet schuldig was aan deze verwondingen.

Een deel van het proces-verbaal uit 1850

Sabels en varkenskoppen
Bovenstaande overtreding is al aardig bizar te noemen, maar de volgende Graafse boef maakte het wel heel erg bont. Hermen Claassen van Deventer zat in 1719, wanneer het vonnis werd geveld, al achter de tralies en werd beschuldigd van een hele reeks misdaden. Zo werd hij verdacht van het stelen van onder andere een stuk spek, kousen en zelfs een varkenskop (!) en scheen hij de boel kort en klein te hebben geslagen tijdens zijn gevangenschap in Escharen. Hij ging daarbij zelfs met een sabel geheel door het lint en sloeg daarmee glazen en stoelleuningen aan diggelen.

Zijn straf was dan ook niet mals. Niet alleen werd hij voorgoed uit zijn woonplaats Grave verbannen, maar hij moest ook 10 slagen met de 'roede' ondergaan. Tot slot zou hij, wanneer hij ooit weer een misdaad zou plegen, meteen 'met de coorde' gestraft worden 'datter de dood naarvolgt.' Laten we hopen voor hem dat hij zich de rest van zijn leven netjes heeft gedragen...

Een hardvochtig vonnis uit 1719


Vind je dit interessant? Lees dan ook:

- Over 'n ketterse arts en 'n teergevoelige beul

- Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken!

 

woensdag 23 januari 2013

Criminele vrouwen maken archief onveilig

...een fragment van de kaft van het boek van Joh. J.J. van Dongen...
Vrouwen rukken op in de criminaliteit. Volgens een onderzoek van de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam komen jaarlijks 30.000 vrouwen en meisjes vanaf twaalf jaar in aanraking met de politie - tegen 160.000 mannen - voor onder meer diefstal, brandstichting of handelen in drugs. Het aantal vrouwen dat werd opgepakt voor het plegen van geweld verdubbelde in de laatste zestien jaar.  

Wie regelmatig in archiefdozen neust, merkt dat criminele vrouwen ook het archief onveilig maken. In het boek "Een land met goede justitie" van Joh. J.J. van Dongen ontmoeten we bijvoorbeeld Anne Griet Pregent. Haar verhaal begint op 29 oktober 1766 als Anne Griet net negentien jaar is. Die dag wordt zij opgesloten in de gevangenis van Grave.

Waar ging het mis? Nou, Anne Griet maakt geen beste start. Haar moeder is jong overleden en haar vader Mighiel Pregent is een beruchte dief. Als zeventienjarige woont Anne Griet bij een mandenmaker in Amsterdam. Op een dag wordt zij door Coos Mantels, zoon van "Jan de Scharenslieper", meegenomen naar zijn huis. Daar treft Anne Griet een groep mensen, later aangeduid als roversbende. Deze groep blijkt een grote buit in bezit te hebben, afkomstig uit het huis van rechter Pauli te Gogh. Anne Griet helpt bij verkoop van een deel van de buit en wordt hiervoor geldelijk beloond.

Met de groep reist ze mee naar Haarlem en Leiden. Onderweg worden gestolen goederen verstopt of te gelde gemaakt. Met één van de mannen, Hendrik van Gog, gaat zij verder naar Rotterdam en uiteindelijk met de trekschuit naar Den Bosch. Hier wordt de verkoop van de gestolen goederen voort gezet. Tijdens een reis naar Nijmegen wijst Anne Griet op verschillende boerenhuizen waar goud, zilver en kleding te halen zou zijn. Later verkoopt Anne Griet zelf ook weer gestolen waar waaronder een zilveren beugeltas, oorbellen en ringen.

Hoe en waarom Anne Griet Pregent wordt opgepakt, komen we niet te weten. Zij wordt voor het eerst verhoord op 1 september 1766 op beschuldiging van onder andere Hendrik van Gog. Anne Griet probeert de boel te redden en zegt dat ze niet lang met de groep heeft opgetrokken. Ze zou spelden, naalden en veters hebben gevent in het Land van Cuijk. Later spreekt zij zichzelf weer tegen. De Hoge Vierschaat oordeelt dat - zo zij zich niet zelf heeft schuldig gemaakt aan diefstal - wel een dievenbende op allerlei wijze behulpzaam is geweest. Bovendien heeft zij van de gestolen goederen geleefd en geprofiteerd. Zij wordt veroordeeld tot geseling met twaalf roeden, iedere roede twaalf slagen. Dit zijn 144 slagen, de zwaarste geseling die in de signaten voortkomt. En dan valt Anne Griet nog best mee...

Meer criminele vrouwen? Lees dan ook:
- De Zwarte Heks pleegt dubbele moord
- De misdaad van Petronella
- Het spannende leven van de Brabantse Mata Hari

maandag 27 augustus 2012

De misdaad van Petronella

BHIC beschikt over een groot aantal arresten van de rechtbank van Den Bosch. Deze arresten geven een ongefilterd beeld van het leven in vorige eeuwen. Bij een onderzoek naar het leven van de bijzondere vrouw Petronella Roestenburg (1826-1899) werden in deze stukken zeer interessante gegevens over haar verkregen. 

...Schilderij van de Brabantse schilder Martin Roestenburg (1909-1966)...
In 1817 werd Jan Baptist Roestenburg door het Assisenhof in Den Bosch in verband met een inbraak in een woonhuis veroordeeld tot een openbare geseling met roeden, alsmede zes jaar dwangarbeid in het Haagse rasphuis. Een zware straf, waar ook zijn gezin zeer onder te lijden had. Zijn jongste dochter Petronella, geboren te Oisterwijk in 1826, trof het al evenmin. Nadat zij in 1860 vroeg weduwe was geworden, leek het haar - ook in het belang van haar jonge kinderen - verstandig snel te hertrouwen. De nieuwe echtgenoot Jan Korthout ontpopte zich echter als een onverbeterlijke dronkaard, die zijn gezin verwaarloosde en zijn vrouw Petronella meermalen mishandelde. Op de ochtend van 14 oktober 1868 werden zijn buren door de dochter van Petronella gewaarschuwd dat Korthout was overleden.

Op aanklacht van de Officier van Justitie werd Petronella Roestenburg gearresteerd. Zij werd ervan verdacht haar man met bijlslagen om het leven te hebben gebracht. Petronella bekende haar daad, maar betoogde dat zij geen andere uitweg had gezien. Op de zitting van het Bossche getuigde haar 12-jarige dochter Maria, een kind uit het eerste huwelijk van Petronella, dat haar moeder vele malen tot bloedens toe was geslagen. Zelf was zij door haar stiefvader ontelbare malen verkracht. Het misbruik was al twee weken na het huwelijk van haar moeder met Korthout begonnen. Ondanks de ontlastende verklaringen van Maria en van de buren werd Petronella Roestenburg veroordeeld tot de straffe des doods, in het openbaar te voltrekken.

Koning Willem III besloot Petronella gratie te verlenen en haar doodstraf om te zetten in een gevangenisstraf van drie jaar, een besluit dat op veler instemming mocht rekenen. Mede naar aanleiding van deze strafzaak werd in 1870 door de Nederlandse Tweede Kamer besloten de doodstraf in vredestijd af te schaffen. Na het uitzitten van haar straf leidde Petronella een turbulent leven. Zij trouwde met een marskramer, maar werd na een aantal jaren opnieuw weduwe. Daarna verhuisde zij naar België, waar zij trouwde met een weduwnaar die binnen het jaar overleed. Pas haar vijfde en laatste man, Jacobus Verresen, overleefde haar.
Wil je nog veel meer weten over het bijzondere leven van Petronella? Lees dan hier verder.

Heb je dit blog met plezier gelezen? Het is van de hand van Siep Schaafsma, onze eerste echte gastblogger, die het verhaal samen met Henk de Zeeuw heeft opgesteld. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang (rond de 250 woorden), illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-)