Posts tonen met het label 18e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 18e eeuw. Alle posts tonen

maandag 24 maart 2014

'Slordige' Graafse secretarissen

Druk bezig de ingewikkelde inventarisatiefragmenten te ontcijferen...
Vorige weken zijn verschillende documenten uit het Graafse stadsarchief aan bod gekomen, zoals stadsrekeningen, logiesbriefjes en serviesrekeningen. Deze documenten zijn door de eeuwen heen bewaard gebleven en op verschillende manieren geordend en beschreven door vele secretarissen en archivarissen. Deze week zal ik de meest opvallende kenmerken van de oudste inventarissen uit de 17e en 18e eeuw laten zien, waarbij van enige orde niet altijd sprake lijkt te zijn...

Een warboel aan fragmenten
Oudste inventarisatiefragment uit vóór 1602
Voordat ik aan de complete inventarissen kon beginnen, moest ik eerst een dik dossier doorploegen met allerlei losse fragmenten van inventarissen, variërend uit de 16e tot en met de 19e eeuw! 
Het oudste stuk, dat hiernaast is afgebeeld, komt waarschijnlijk uit het einde van de 16e eeuw. Het is in elk geval vóór 1602 geschreven, toen Grave door Maurits van de Spanjaarden werd bevrijd. Het fragment bevat namelijk nog Spaanse beschrijvingen van bijvoorbeeld betalingsbewijzen van soldaten die in Grave gelegerd waren. Daarnaast bevat het lijstje bewijsstukken van allerlei aard. Dit is tekenend voor de wijze waarop alle inventarissen uit de 16e tot en met de 18e eeuw geordend zijn: de Graafse secretarissen maakten gebruik van lange lijsten met omvangrijke beschrijvingen van losse stukken. Er werd nog geen gebruik gemaakt van categorieën of rubrieken en de ordeningen zijn voor ons vaak niet meer te achterhalen...

De verschillende inventarisatiefragmenten wijzen verder uit dat er al wel druk gewerkt werd aan het bijhouden van het archief. Zo zijn er talloze voorbeelden te vinden van zogenaamde 'werkbestanden' of kladversies van de latere inventarissen. In deze fragmenten is geregeld driftig gestreept en zijn gedeeltes doorgekrast. Vele stukken werden 'gelight' uit een 'laaij' of lade om in andere 'laaijen' te worden gevoegd. Soms werden documenten uit het archief gehaald om samen in een boek te worden ingebonden. Hieronder is een voorbeeld te zien van dergelijke verplaatsingen:
Aantekeningen in een kladversie uit de vroege 18e eeuw om verschillende resoluties samen te voegen en in te binden

De eerste complete inventaris
Tussen 1760 en 1796 is de eerste inventaris verschenen, die compleet bewaard is geblven. Dit weten we, aangezien het meest recente beschreven stuk uit 1760 stamt en omdat er in 1796 een nieuwe inventaris is vervaardigd. 
Ook in deze inventaris is sprake van veel losse beschrijvingen van stukken, die over verschillende 'laaijen' van een zogenaamde loketkast waren verspreid. De eerste pagina van de inventaris geeft een prachtig overzicht van de verschillende archieven die op de Graafse secretarie werden bewaard:

Overzicht van alle archieven, aanwezig op de Graafse secretarie rond 1760-1796
De twee rechterkolommen stellen een loketkast voor met 16 verschillende 'laaijen.' Alleen de laden met stadsarchieven worden in de inventaris beschreven. Na langdurig onderzoek naar allerlei verschillende ordeningsmethoden, zoals ordeningen op chronologie, onderwerp, redactionele vorm of geografie, is de gehanteerde ordeningsmethode helaas niet achterhaald. Stukken van allerlei onderwerpen en verschillende periodes worden door elkaar geplaatst en documenten die over hetzelfde onderwerp of dezelfde periode gaan, worden juist verspreid over de hele inventaris. Het is heel goed mogelijk dat de Graafse secretarissen tóch een systeem van ordening gebruikten, dat voor hen logisch was, maar vanuit onze huidige inzichten kunnen wij dit systeem helaas niet meer begrijpen...

Inventaris 1796
Gedurende de achttiende eeuw was het Graafse archief zodanig gegroeid, dat een nieuwe inventaris noodzakelijk was. Deze taak werd in 1796 opgepakt door de secretarissen Bevents en Duiteler en door hen werden de stukken van een geheel nieuwe beschrijving en ordening voorzien. Dat deze ordening niet altijd even nauwgezet werd uitgevoerd, bleek al snel bij het openslaan van deze inventaris. Zo werd er nergens verwezen naar de oude ordening in de vorige inventaris! Een eeuw later, door het verschijnen van de Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven van Muller, Feith en Fruin, werd dit verwijzen en zo mogelijk herstellen van de 'oorspronkelijke orde' van archieven juist één van de leidende principes van de archivistiek. Bevents en Duiteler hadden hier uiteraard nog geen weet van en dat is te merken!
Verder waren deze Graafse secretarissen geen experts in wat wij tegenwoordig 'oud schrift' of 'paleografie' zouden noemen. Ze hebben namelijk honderden stukken niet beschreven omdat zij deze 'niet wel konde leesen.' Hieronder is hiervan een voorbeeld opgenomen:

De Graafse secretarissen Bevents en Duiteler waren niet de beste 'paleografen'...

Touw van het 'klokjie'?
Tot slot is een opvallend kenmerk van bovenstaande inventarissen de uitgebreide plaatsbeschrijvingen van de stukken. Niet alleen de plaats van de stukken in verschillende 'laaijen', lessenaars of koffers werd beschreven, maar ook de plaatsen van de kasten en dozen waarin de stukken waren opgeborgen. Zo beschreven Bevents en Duiteler in hun inventaris van 1796 de plaats van enkele dozen als volgt: 'in de ongenommerde doosen staende bij den ingang van de deur, op de secretarij, naast het touw van het klokjie.'

Volgende week: inventarissen 19e eeuw-heden
Volgende week gaan we een kijkje nemen in de Graafse inventarissen uit de 19e en 20e eeuw, waarbij het effect van de brand in het gemeentehuis in 1902 natuurlijk ook zal worden besproken. Heeft deze ramp het archief en de ordening onherstelbaar beschadigd of is er nog hoop voor het Graafse stadsarchief?

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Het stadsbestuur in stadsrekeningen
Abseilen in de zestiende eeuw

 

maandag 17 maart 2014

Graafse logies- en serviesgelden

Eerste pagina van de serviesrekening uit 1629

Vorige week heb je kunnen lezen over mijn onderzoek in de stadsrekeningen van Grave in het kader van mijn afstudeerscriptie Archiefwetenschap. Dit keer duiken we nogmaals het Graafse stadsarchief in, maar nu kijken we naar de documenten die iets te maken hebben met de militaire  taken van het vestingstadje.

In de scriptie stond de vergelijking van alle inventarissen van het Graafse stadsarchief centraal. Maar hoe doe je dat? Eén manier was het analyseren van alle documenten van één werkproces, om vervolgens te kijken op welke manier latere archivarissen om zijn gegaan met deze documenten. Hoe hebben zij de stukken beschreven en geordend? Hieronder volgt een aantal voorbeelden van stukken die uit dit militaire werkproces zijn voortgekomen.

Servies- en logiesgelden?
De officiële naam van het proces is 'de ontvangsten en distributie van logies- en serviesgelden.' In modern Nederlands betekent het dat er wordt gekeken naar de ontvangsten en verspreiding van de vergoedingen die burgers ontvingen voor het onderbrengen van soldaten (logiesgelden) en de lonen die officieren en soldaten betaald kregen (serviesgelden).

Deze handelingen zijn onder meer vastgelegd in een serie serviesrekeningen, die in Grave in 1602 begint. Hieronder zie je twee voorbeelden van dergelijke rekeningen, één uit de periode 1627-1629 en één uit 1662-1665. Het verschil in omvang van de rekeningen is te verklaren door de toename van het aantal oorlogshandelingen tijdens de  Tachtigjarige Oorlog en de afname daarvan na de Vrede van Münster in 1648. 

De omvangrijke serviesrekeningen uit 1627-1629

De compacte rekeningen uit de periode 1662-1665 na de Vrede van Münster

Inkwartiering
Tot en met begin 19e eeuw gingen de Graafse burgers gebukt onder de last van de aanwezigheid van vele militairen. De meeste burgers werden namelijk gedwongen slaapplaatsen aan de soldaten aan te bieden. Hiervoor kregen zij uiteraard een vergoeding, de zogenaamde logiesgelden, van de Raad van State. Deze logiesgelden werden door het stadsbestuur namens de Raad uitgekeerd en dit resulteerde vaak in onenigheid over achterstallige betalingen.

Om de vergoedingen te ontvangen, werd per gezin bijgehouden hoeveel soldaten er waren ondergebracht op zogenaamde logiesbriefjes. Hieronder een voorbeeld van dergelijke briefjes, waarbij ook duidelijk de schade te zien is, veroorzaakt door de brand op het gemeentehuis in 1902.

Een verzameling logiesbriefjes uit begin 19e eeuw

Eindelijk: kazernes!
De burgers begonnen steeds meer te klagen over de vele militairen die de stad moest herbergen. Op een gegeven moment, in 1629, waren er maar liefst 4000 militairen in Grave gelegerd, terwijl het vestingstadje zelf slechts 2000 inwoners telde! Steeds meer stemmen gingen op voor het bouwen van kazernes. Onderstaande notitie van het stadsbestuur laat het overschot aan militairen goed zien. Hiermee wilden de bestuurders aan de hogere autoriteiten de penibele situatie duidelijk maken en zo toestemming vragen voor de bouw van kazernes. Uiteindelijk werd deze toestemming in 1743 door de  Raad van State verleend. Helaas was de capaciteit van de kazernes niet altijd groot genoeg, waardoor sommige burgers opnieuw tot inkwartiering van soldaten werden gedwongen.

Notitie van het stadsbestuur in 1742 met een opsomming van het aantal huizen (309) en het aantal gelegerde militairen (rond de 1500) in Grave

Volgende week: de oudste inventarissen
Bovenstaande documenten zijn beschreven en geordend in verschillende inventarissen. Volgende week zal ik de oudste inventarissen bespreken. Hoe gingen de Graafse secretarissen uit de 17e en 18e eeuw om met deze archiefstukken? Niet altijd even zorgvuldig, zoals zal blijken...

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Alarm aan de Maas
Ton bier en 'n gevangen schout: cloveniers in Grave

woensdag 15 mei 2013

Bizarre boeven en boetes

Op de eerste meidag van dit jaar kreeg een oma uit Den Haag wel een heel vervelende verrassing van de gemeente: een boete van 130 euro omdat haar kleinkinderen, verrukt over de eerste lentebloemen, enkele narcissen hadden geplukt uit het gemeentepark. De twee kleine boefjes zelf kregen ook een teleurstelling te verwerken. Zij moesten namelijk hun prachtige 'oogst' afstaan aan de stadswachten. Deze peuters en hun oma zijn zeker niet de enige slachtoffers. Ook in Brabant zijn door de eeuwen heen bizarre boetes uitgeschreven voor even zo opmerkelijke overtredingen...
 

Dit waren een paar dure broden voor de Graafse bakkerij!
Oneerlijke bakkersvrouw
De eerste 'gedupeerde' leefde in het midden van de 18e eeuw in Grave en verdiende de kost als bakkersvrouw. Op een gegeven moment werden haar baksels echter gecontroleerd en wat bleek? Maar liefst 34 halve roggebroden en enkele tarwebroden bleken geen 'behoorlijk gewigt' te hebben! Dit kwam de oplichtster duur te staan; ze kreeg een boete van 400 gulden opgelegd door de schepenen van Grave.

Een beschonken korporaal
Net als vandaag de dag moest menig dronkelap de afgelopen eeuwen verschijnen voor de rechter. De korporaal die in 1850 werd aangeklaagd, moet echter wel héél ver heen zijn geweest. Hij lachte de knecht van het Maasveer te Grave niet alleen uit, maar hij gaf hem ook een aantal klappen in het 'gezigt' en liep met 'zijnen kop' tegen de buik van de arme knecht aan. Vervolgens viel de korporaal in zwaar beschonken toestand pardoes op grond, waarbij hij zijn hoofd bezeerde. Gelukkig voor de knecht waren er enkele getuigen, die bevestigden dat hij geen tegenweer had geboden en dat hij dus niet schuldig was aan deze verwondingen.

Een deel van het proces-verbaal uit 1850

Sabels en varkenskoppen
Bovenstaande overtreding is al aardig bizar te noemen, maar de volgende Graafse boef maakte het wel heel erg bont. Hermen Claassen van Deventer zat in 1719, wanneer het vonnis werd geveld, al achter de tralies en werd beschuldigd van een hele reeks misdaden. Zo werd hij verdacht van het stelen van onder andere een stuk spek, kousen en zelfs een varkenskop (!) en scheen hij de boel kort en klein te hebben geslagen tijdens zijn gevangenschap in Escharen. Hij ging daarbij zelfs met een sabel geheel door het lint en sloeg daarmee glazen en stoelleuningen aan diggelen.

Zijn straf was dan ook niet mals. Niet alleen werd hij voorgoed uit zijn woonplaats Grave verbannen, maar hij moest ook 10 slagen met de 'roede' ondergaan. Tot slot zou hij, wanneer hij ooit weer een misdaad zou plegen, meteen 'met de coorde' gestraft worden 'datter de dood naarvolgt.' Laten we hopen voor hem dat hij zich de rest van zijn leven netjes heeft gedragen...

Een hardvochtig vonnis uit 1719


Vind je dit interessant? Lees dan ook:

- Over 'n ketterse arts en 'n teergevoelige beul

- Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken!