Posts tonen met het label openbaar 2016. Alle posts tonen
Posts tonen met het label openbaar 2016. Alle posts tonen

maandag 25 januari 2016

Kijkje in kerkelijke archieven

Aandacht voor kerkelijke archieven in de openbaarheidsmaand januari 2016. Hierin zitten naast stukken over de organisatie en pastorale zorg, vaak ook historisch interessante en nostalgische documenten die ons doen vertederen en verbazen. Laat je verrassen door een greep uit dit soort stukken die nu in 2016 openbaar zijn geworden. Je vraagt je misschien af, waarom nu pas openbaar? Dat ligt aan de afspraken daarover met de kerkbesturen, -voogden en –rentmeesters. 

Devotieprentje uit het archief van Parochie Sint Petrus' Stoel in Antiochië Uden. (Een beetje scheef opgeplakt op papier)
Hervormde kerk in Lith
In het archief van de Nederlands Hervormde gemeente Lith-Lithoijen etc. treffen we deze tekening aan van de oude kerk, op een stuk karton geplakt. Met de aantekening vóór 1828.


De ‘leugenbaar’ van de RK Nicolaasparochie te Helvoirt
Het werkschriftje van de koster geeft een aardig tijdsbeeld van de handelingen achter de schermen voor het voorbereiden van missen en het lof rond de jaren 1950. Door de week, op zon- en feestdagen, trouw- en lijkmissen. Dat lijkt heel simpel, maar er waren vijf klassen missen met elk een ander aantal paramenten, liturgisch vaatwerk, kaarsen en wel of geen wierook. Ook de kwaliteit werd aangegeven. Bij een mis van de vijfde klasse moest de koster oude kaarsen neerzetten. En een mis met drie heren (priesters) was natuurlijk arbeidsintensiever. En het kazuifel van de priester was bij elk type mis weer anders. Het maatschappelijk tijdsbeeld van rangen en standen proef je heel duidelijk uit zo’n eenvoudig schriftje.

De uitvaart van een klein kind vond plaats tijdens de vroegmis om kwart voor 8 ’s morgens. Het lijkkistje met de ouders, broers en zusjes mocht niet door het middenschip  ‘ze gaan door de smalle gangs langs kapelaan z’n biechtstoel naar achter en komen door smalle gang langs pastoor z’n biechtstoel terug’. Voor een kind dat de H. Communie had gedaan, golden weer andere normen. De lijkmis begon dan om 9.00 uur en er was meer aankleding.
Ook zet de koster een boeiende aantekening in zijn schriftje ‘Wanneer ’t lijk niet in de kerk mag komen dan de leugenbaar zetten’. Dit lijkt op een soort nep baar, waarop een kist zonder lijk stond. Bijvoorbeeld bij mensen die gestorven waren aan een besmettelijke ziekte of wanneer iemand verdronken was, van wie geen stoffelijk overschot was gevonden.


Doopboek van ná 1811
Kerkelijke doopboeken zijn tot 1811, het jaar waarin de burgerlijke stand is ingevoerd, raadpleegbaar in het stamboomprogramma van BHIC. Van een enkele plaats binnen het regionale werkgebied van BHIC lopen de indexen (geen scans) op doopboeken ná 1811 door, maar op termijn verdwijnen die uit de database.
In archieven van RK parochies en protestante gemeenten bevinden zich vaak nog doop- trouw- en overlijdensregisters van ná 1811.

Hier een voorbeeld van een doopboek 1867-1915 uit de parochie St. Remigius te Lithoijen, dat in 2016 openbaar wordt. De eerste dopeling is Wilhelmus Bernardus Govers op 11 januari 1867. Hij was vernoemd naar zijn peetvader en oom, schoolmeester Wilhelmus Dijkhoff. De kleine Willem was volgens zijn geboorteakte van de Burgerlijke Stand op 11 januari ‘om twee ure des namiddags’ geboren en is dezelfde dag gedoopt. Bij de katholieken was dat belangrijk omdat een ongedoopt kind bij overlijden niet rechtstreeks naar de hemel gaat, maar gedoemd is te blijven hangen aan de rand van de hemel, in het ‘voorgeborchte’. En ongedoopte kinderen mochten niet op gewijde grond begraven worden.


In het laatste jaar van dit doopregister vinden we ook weer een Govers, dit keer Maria Antonia Josefina Govers, gedoopt op 22 juni 1915. Volgens de burgerlijke stand was zij op 22 juni geboren ‘in de namiddag om half een’.

Met de aantekening dat zij in juli 1935 ingetreden is bij de Zusters Jezus Maria Jozef (JMJ) te ’s-Hertogenbosch, net 20 jaar. Volgens het bevolkingsregister van Lithoijen was zij onderwijzeres van beroep en had zij haar opleiding gevolgd aan kweekschool Hoogerheide te Woensdrecht.
Devotieprentje uit het archief van Parochie Sint Petrus' Stoel in Antiochië Uden
Visitatierapport van de Classis ’s-Hertogenbosch over 1965
Hier enkele fragmenten die een mooi tijdsbeeld geven:
Instuif als visvijver voor protestantse trouwlustigen
...klik op plaatje voor vergroting...
Gevolgen van de invoering van de Algemene Bijstandswet in 1965 voor de diaconie
...klik op plaatje voor vergroting...
Pastoor komt voor 100-jarige thuis de mis opdragen
Bisschop W.M. Bekkers gaf de pastoor van Berlicum toestemming om ter gelegenheid van de 100e verjaardag van Wilhelmus Spierings (geboren 13-1-1866) de H. Mis bij hem thuis op te dragen. Willem was een oude vrijgezel die zijn leven lang al had samengewoond met ongetrouwde broers en zussen in het ouderlijk huis aan de Werststeeg 19 in Berlicum. Zus Theresia was al vroeg het huis uitgegaan. Zij was een kloosterzuster en werkte als verpleegster op Huize Voorburg in Vught. In 1949 was zij al overleden.
Wat mooi dat hij dat mee heeft mogen maken. Ruim een jaar later, op 23 mei 1967 sloot hij definitief zijn ogen op de leeftijd van 101 jaar.
...klik op plaatje voor vergroting...
En wie weet nog hoe die neomist (pas gewijde priester) uit India was, die door de parochie van Berlicum geadopteerd was?

Devotieprentje uit het archief van Parochie Sint Petrus' Stoel in Antiochië Uden
...klik op plaatje voor vergroting...

Geschreven door:
Annemarie van Geloven

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Bij de brandweer
Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






maandag 18 januari 2016

Naast het spitten ook tijd voor ontspanning in "jeugdwerkkamp voor werkloozen"

...Het werkkamp De Baast te Oostelbeers was gelegen nabij Oirschot aan het Wilhelminakanaal...
Om aan de problemen van de jeugdwerkloosheid het hoofd te bieden, werden in heel Nederland in de jaren 1930-1940 jeugdwerkkampen van diverse signatuur opgericht. Ook kon persoonlijk initiatief, politieke lobby en eigenbelang aan de basis liggen van een jeugdwerkkamp. Een in 2016 openbaar geworden dossier uit het archief van de Familie Van de Mortel - de la Court bij BHIC, getuigt daarvan.

Een markant en gedreven persoon was het wel, mr. Jan B.V.M. van de Mortel, burgemeester van Noordwijk. Na het overlijden van zijn neef Jhr. mr. Arnold de la Court was hij in 1932 de nieuwe eigenaar geworden van landgoed de Baast in Oostelbeers. Ongetwijfeld was hij als inspecteur van de werkverschaffing in Noordwijk zeer betrokken bij de zorg voor werklozen in die tijd, maar hij zag er ook een kans in om het pas verworven landgoed in Noord-Brabant te ontginnen met flinke subsidie uit het Werkloosheidssubsidiefonds. Een mooie klus voor werkloze jongeren, al die spitwerkzaamheden, het rooien van stobben en een deel van het landgoed ‘De Baast’ om toveren tot bouw- en grasland.

Als burgemeester van Noordwijk nam hij ook opzienbarende initiatieven. De eerste bloembollenplantdag op 13-10-1937 stond op zijn naam en hij zette zich in voor een groot project duinverfraaiing als object van werkverschaffing. Door bebossing van duinen en het planten van bloembollen in kleurrijke mozaïeken konden toeristen nog eerder in het seizoen naar de bloembollenstreek worden gelokt. Hij droomde van grote bloemencorso’s. Verder had hij hele goede contacten met het Nederlandse en Belgische koningshuis. De Belgische kroonprins Boudewijn en zijn zus kwamen regelmatig bij zijn gezin op zijn villa in Noordwijk logeren.

Typerend voor Jan van de Mortel was zijn weerzin om als burgemeester onder de Duitse Bezetter te dienen en dat stak hij niet onder stoelen of banken. Meer over zijn kleurrijke levensloop kun je lezen in de inleiding op toegang 305 Familie Van de Mortel – De La Court, 1384-1978 op www.bhic.nl

Lobby
Een nu openbaar geworden vertrouwelijke brief van de Hoofdinspecteur voor de werkverschaffing van het ministerie van sociale zaken Meijer de Vries aan Rector G. Bannenberg, secretaris van de Nationale RK Commissie voor Jeugdwerkloozenzorg te ’s-Hertogenbosch van 27 september 1935 geeft een goed inzicht in de lobby in die tijd. Er werd ook een barak aangeboden: ‘Ons Departement heeft nog de beschikking over een uitnemende barak, die bestaat uit vier slaapzalen voor 24 man met vier telkens aangrenzende groote zitkamers. Deze barak zouden wij net als bij de Prot. Christelijke Centrale gratis en franco geheel op het terrein in Noord-Brabant kunnen afleveren’.

..."Ik had nu gedacht dat hier wellicht een kamp voor Jeugdwerkloozenzorg kon komen...
Eind januari 1936 arriveerden de barakken per schip en werden gelost aan de kanaaldijk, een hele operatie, die ondersteund werd door Rijkswaterstaat. Ook kwam er een dam als uitweg voor het kamp naar het kanaal bij Oirschot.

Opening op 4 mei 1936
Op 4 mei 1936 werd het jeugdwerkkamp officieel geopend. De minister van sociale zaken mr. M. Slingenberg kwam in hoogsteigen persoon en liet een werkkamp op de Hoge Veluwe door zijn plaatsvervanger Meijer de Vries openen.


Na de openingsplechtigheden op 4 mei gaf Jan van de Mortel een koffietafel op huize Baast voor de genodigden.
...Groepsfoto van het eerste kamp, genomen door één van de broeders van de kampleiding, mei 1936... 
’s Avonds was er ook tijd voor ontspanning: kaarten, voetbal, muziek maken en werden er voordrachten in het eigen dialect gehouden. Er was zelfs een kampblad op Baast. Eén exemplaar van dit blad is bewaard gebleven. Naast luchtige aangelegenheden, kwamen daar ook serieuze zaken aan de orde.


Blijkbaar was de relatie tussen Jan van de Mortel en de jongeren goed. Op 16 juni 1936 werd de familie Van de Mortel op een Bonte Avond gefêteerd. En Van de Mortel moet ook een goede relatie met de kok hebben gehad. Er zitten een paar ongedateerd briefjes in het dossier ‘Frits vertelde dat u zoo graag eens soep (snert) gebruikte, een schitterende gelegenheid nu U zoo alleen op ’t kasteel uw maaltijd gebruikt. ‘Smakelijk eten’. Ook een briefje in het Frans, waarbij Van de Mortel ter gelegenheid van zijn verjaardag ijs van eigen fabricaat wordt aangeboden. Dat ijs werd in Afrika ‘glace Fathma favorite!’ genoemd.

Naar jeugdwerkkamp De Witte Bergen
Op 3 oktober 1939 kreeg Jan van de Mortel te Noordwijk een brief van het ministerie van sociale zaken dat het barakkenkamp een dezer dagen door het Departement van Defensie ten behoeve van militaire doeleinden in beslag was genomen en overgeplaatst naar elders en dat het jeugdkamp op ‘De Baast’ moest worden opgeheven. De jongens gingen over naar het jeugdwerkkamp ‘De Witte Bergen’ onder Oirschot. De werkzaamheden op het landgoed en het terrein waarop het jeugdkamp had gestaan, konden nog via de werkverschaffing worden voortgezet tot in 1940.

...Nieuwe Tilburgsche Courant van 19-9-1939...

Geschreven door:
Annemarie van Geloven

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Bij de brandweer
- Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?











maandag 11 januari 2016

Tragische lijkroof gesneuvelde soldaat in 1940

In Zijtaart in de gemeente Veghel staat langs de Zuid-Willemsvaart sinds 1941 een oorlogsmonument voor zes Nederlandse militairen van het 17e Regiment Infanterie, die al één dag na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, op 11 mei 1940 in de strijd tegen de Duitse bezetter zijn gesneuveld. Meer over deze gevechtshandelingen kun je lezen op deze website.


Soldaat Piet Vogelsangs uit Bakel
Onderaan op dit monument staat de naam van de 27-jarige soldaat P. Vogelsangs. Ook in Gemert staat de naam van Piet Vogelsangs op het herdenkingsmonument, op de spiraal onder de witgranieten Vredesmaagd.

Piet (Petrus Antonius Albertus) Vogelsangs was geboren op 22 november 1912 te Sambeek. Zijn vader was Johannes Vogelsangs en zijn moeder Huberdina P. Arts. Hij woonde en werkte bij zijn ouders op de boerderij in Bakel in de buurtschap Overschot, maar had daarvoor ook elders als boerenknecht gewerkt. Of hij een vriendin had of verloofd was, weten we niet, maar hij was niet getrouwd. Zijn graf bevindt zich op de RK begraafplaats te Bakel.
 ...https://oorlogsgravenstichting.nl   RK begraafplaats te Bakel, vak/rij/nummer 2...
Over wat er met het stoffelijk overschot van de op 11 mei 1940 gesneuvelde soldaat Piet Vogelsangs gebeurde, gaat dit verhaal. Een openbaar geworden strafzaak in hoger beroep voor het Gerechtshof in ’s-Hertogenbosch uit 1940, geeft aan de hand van de verklaringen van getuigen en de verdachte een kijk op wat er zich afspeelde, die 1e Pinksterdag op 12 mei.

Uit een proces-verbaal van de gemeentepolitie van Veghel van 24 mei 1940, blijkt dat het stoffelijk overschot van Piet Vogelsangs ’s avonds op 12 mei 1940 is overgebracht naar het lijkenhuisje op het RK kerkhof te Eerde onder Veghel. Het was de rijksveldwachter in Veghel op die 1e Pinksterdag omstreeks 8 uur verteld dat het zakhorloge dat de soldaat bij zich droeg, zou zijn ontvreemd. Hoe hij aan deze informatie kwam, vertelt het proces-verbaal niet, maar geruchten kunnen snel gaan in een kleine gemeenschap… Bij de kistlegging van het stoffelijk overschot op 14 mei werd geconstateerd dat er nog een stuk horloge ketting aan het horlogezakje in de broek van de overledene hing en dat er geen horloge meer in zat. Tijdens de begrafenis op 15 mei op het RK kerkhof in Eerde informeerde de veldwachter bij de familie of hun zoon een horloge bij zich had gedragen, waarop zij bevestigend antwoordden. Vraag was of het horloge vóór of na het overlijden van de soldaat ontvreemd was. De politie probeerde verdachte uit zijn tent te lokken. Op 17 mei was er door de burgemeester van Veghel in overleg met de Duitse autoriteiten een bekendmaking uitgevaardigd over de onmiddellijke aangifte van gewonde soldaten, lijken van soldaten en militaire uitrusting. Een exemplaar hiervan werd diezelfde avond nog door de politie bij het ouderlijk huis van de verdachte thuis uitgereikt en mondeling toegelicht. Maar dit was blijkbaar geen reden voor verdachte om het horloge van de gesneuvelde soldaat meteen aan te geven…


Verdachte en zijn vader kregen het blijkbaar toch een beetje benauwd en zochten trucs om de verdenking bij de politie weg te nemen. De vader van verdachte kwam op zondag 19 mei twee doosjes scherpe geweerpatronen bij de politie inleveren, waarover hij verklaarde ‘dat hij deze had gevonden in de omgeving van zijn woning’. Toen op dinsdag 21 mei de politie de verdachte met vader en zijn zussen in de buurt van de boerderij in de gaten hielden, riep de verdachte tegen de politie ‘dat hij nog militaire goederen in zijn bezit had’. Die zouden door iemand uit Veghel op een zandweg zijn neergelegd en verdachte had deze bij hen in de stal gelegd. Verdachte overhandigde toen aan de ene politieagent een paar onderdelen van een machinegeweer en een leren patroontas. De andere politieagent vroeg toen weer aan verdachte of hij soms nog meer goederen van militairen in zijn bezit had, waarop hij ontkennend antwoordde. ‘Alstoen vroegen wij verbalisanten, om ons het horloge ter hand te stellen hetwelk hij had ontvreemd van den Hollandschen soldaat Vogelsangs die was gesneuvelde nabij de Boterpad vlak bij hem in de buurt. Hierop antwoordde de verdachte ‘O ja die heb ik nog en die zal ik wel even halen, waarop hij bedoelde horloge van een opkamer uit zijn woning haalde, en aan ons verbalisanten overhandigde’.

 ‘Ik zal het maar vatten, want als ik het niet vat, dan vat het toch een ander ‘

De politie stelde nu een officieel onderzoek in. Getuigen werden op 22 mei door de politie verhoord. De 65-jarige buurman van de verdachte, verklaarde dat hij zich met verdachte en nog vijf andere mannen (buurtbewoners en broers verdachte) op 1e Pinksterdag 12 mei 1940 omstreeks half 7 ophield op het Boterpad in de buurtschap Doornhoek onder Veghel. Ze hadden horen zeggen dat er ter plaatse een soldaat was doodgeschoten, en dat deze daar in een weiland lag. Op een afstand van ongeveer 9 à 10 meter zagen zij in een sloot langs een weiland een persoon liggen in soldaten uniform. De soldaat lag geheel bebloed op zijn rug dood in de sloot. Een paar meter van die dode soldaat lagen twee zakboekjes, welke door de andere mannen die bij hem waren, werden opgeraapt en bekeken. Wat ze er verder mee hebben gedaan, weet hij niet. Toen zij allen bij de dode soldaat stonden, zag hij dat verdachte een horloge uit het horlogezakje van die dode soldaat haalde en het horloge even bekeek. Aan het horlogezakje hing nog een stuk van de een horlogeketting, die vermoedelijk van te voren stuk was. Hij had niet gezien dat verdachte de horlogeketting heeft stukgetrokken. De verdachte stak het horloge in zijn zak en is met zijn broers naar huis gegaan.
Een andere getuige uit het gezelschap meldde dat één van de zakboekjes toebehoorde aan soldaat Petrus A.A. Vogelsangs uit Bakel. Hij was nog even een eindje doorgelopen om te kijken of er nog meer dode of gewonde soldaten lagen, maar had verder niemand aangetroffen. De broer van verdachte verklaarde dat de sloot, waarin de soldaat werd aangetroffen, geheel droog was.

Alle verklaringen wezen één verdachte aan, de 34-jarige boer uit Veghel. Hier kunt u een fragment lezen uit de verklaring van de verdachte zelf:


Bij het invoegteken staat in de marge:


De burgemeester van Veghel die op verzoek van de Officier van Justitie inlichtingen over de verdachte verschafte, gaf aan dat hij geen dronkaard was en niet onder invloed was van sterke drank tijdens het vergrijp. Hij stond in de gemeente niet ongunstig bekend, en zijn financiële toestand was niet slecht. Hij was niet getrouwd en woonde bij zijn vader, die eigenaar was van een boerderij.

Vonnis Arrondissementsrechtbank ’s-Hertogenbosch: schuldig aan diefstal en gevangenisstraf 2 jaar

Op dezelfde dag dat het proces-verbaal was opgemaakt, op 24 mei, werd verdachte door de politie voorgeleid aan de Officier van Justitie en overgebracht naar het Huis van Bewaring in Den Bosch. Op 20 juni moest hij verschijnen voor de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch. Het vonnis van de rechtbank werd op 4 juli 1940 uitgesproken: schuldig aan diefstal en een gevangenisstraf van 2 jaar. Een zeer strenge straf werd gerechtvaardigd omdat hij zelfs na de uitreiking van de bekendmaking van de burgemeester van 17 mei bij hem thuis niet uit zich zelf aangifte van het horloge had gedaan. De brief van de Reclassering aan de Rechtbank van 14 juni 1940, die verzachtende omstandigheden voor verdachte aanvoerde, had niet tot strafvermindering geleid. Hier een fragment uit deze brief. ‘Hoe onsympathiek lijkroof ook is’ en ‘Fijngevoeligheid, maar dit is veelal niet de hoofddeugd van een boer’. Hier een fragment uit deze brief:


  In hoger beroep bij het Gerechtshof

Op 26 augustus 1940 ging de veroordeelde in hoger beroep bij het Gerechtshof in Den Bosch. Zijn raadsman voerde familieomstandigheden als verzachtende omstandigheden aan in zijn brief aan de Edel Groot Achtbare Heeren. In het procesdossier van het Gerechtshof treffen we daarnaast brieven aan van oude werkgevers, die ontlastende verklaringen over het gedrag van de schuldige van vóór zijn veroordeling aflegden. Deze varieerden van ‘een sterk en ijverig werkman op wiens gedrag hij niets wist aan te merken, terwijl hij speciaal op het gebied van oneerlijkheid zelfs geen spoor heef kunnen ontdekken’ tot ‘als melkrijder bij de stoomzuivelfabriek gedurende acht jaar, een zeer eerlijk man, al de gelden der leden heeft afgedragen, dat al die jaren op geen enkele wijze op genoemde is aan te merken’.

Ook al bleef de jonge boer schuldig aan de diefstal, uiteindelijkheden leidden de omstandigheden van de dader tot een half jaar strafvermindering.
Hier een fragment uit het arrest van het Gerechtshof op 9 september 1940


Ik moet even terugdenken aan de woorden van de Reclassering in 1940.

Geschreven door:
Annemarie van Geloven

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Bij de brandweer
- Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



NOOT: In aansluiting op de reactie van Marc van den Berkmortel, hierbij een krantenartikel uit de Tilburgsche Courant van 28 mei 1940 over de horlogeroof: 


maandag 4 januari 2016

Oorlog in Heesch beschreven in dagrapportenboek

Niet alle archieven zijn meteen openbaar. Voor zo'n vijf procent geldt - omwille van privacy van nog levende personen, onevenredige benadeling of andere belangen - een beperking op de openbaarheid. Maar die geldt altijd maar voor een bepaalde periode; zodra die is afgelopen, zijn die stukken in te zien. Ieder jaar komen er op die manier nieuwe archieven "bij". Sommige van deze stukken brengen we deze maand voor 't voetlicht. Zoals het dagrapportenboek van veldwachter Belterman uit Heesch...

Wie kent veldwachter Bromsnor uit de tv-serie Swiebertje niet? Zijn naam was niet zo maar gekozen. Een veldwachter van een klein plattelandsdorp als Heesch moest als bewaker van de openbare orde ook enig gezag uitstralen. In 2016 wordt zijn dagrapportenboek van 1940 openbaar. Wat merk je hierin tussen surveillances van de Rijksweg, toezicht op sluiting cafés, diefstallen en aanhoudingen in, van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog? De 34-jarige veldwachter J.B. Belterman noteert...

Inval Duitse troepen op 10 mei 1940



Vrijdag 10 mei 1940 te 4.15 uur

Geconstateerd, dat een groot aantal vliegtuigen over deze gemeente vlogen en met mitrailleurs en afweergeschut werd geschoten.
Onmiddellijk luitenant-kolonel Ribbius, die in mijn woning was ingekwartierd, met een en ander in kennis gesteld.
Aangezien door de radio werd bekend gemaakt dat Duitsche troepen onze grenzen hadden overschreden, mij bij den Burgemeester gemeld en aan alle cafehouders de bekendmaking betreffende alcoholische dranken van den O. v. L. en Z. (Overste van Land en Zee) bekend gemaakt en aangezegd hieraan gevolg te geven.
Toezicht op het verkeer in verband met het verplaatsen van troepen.

Vliegtuigbom in Heesch ontploft op 10 juni 1940 



Op maandag 10 juni 1940 rapporteert de veldwachter dat er in de nacht van zondag op maandag een vliegtuigbom is gevallen in Heesch. Hier leest u wat voor impact dat had op de autoriteiten en de bevolking.

Maandag 10 juni 1940 te 2.45 uur

Meldt Antonius van der Stappen, oud 40 jaar, landbouwer, wonende te Heesch, Hoogen B 64, belast met nachtwake in verband met bescherming tegen luchtaanvallen, in opdracht van den Burgemeester, dat binnen de gemeente Heesch een vliegtuigbom is gevallen en naast de woning van de weduwe Broeksteeg B 127 is ontploft.
Onmiddellijk ter plaatse gegaan en was den Burgemeester reeds aanwezig, bleek, dat naast de woning een gat was geslagen van circa 3,50 meter diepte en een middellijn van circa 8 meter. Het huis was aan de Noordzijde geheel ingestort, terwijl alle binnenmuren gescheurd waren. 
Persoonlijke ongelukken hadden niet plaats gehad. 
Daar omwonenden van meening waren, dat nog een tweede bom was gevallen, die niet tot exploisie was gekomen, is door ons het terrein afgezocht en heb ik aan onbezoldigd-gemeenteveldwachter W. van Rosmalen met de bewaking belast. Een staat ter regeling van de diensten voor de bewaking is door mij opgemaakt en aan de onbezoldigde gemeenteveldwachters uitgereikt.
De rijksveldwachter was even ter plaatse en verklaarde er rapport van te zullen maken en is daarop heengegaan. 
Te  9.00 uur Afzetting bij bominslag gecontroleerd en den onbezoldigd Gemeenteveldwachter Sesink instructies voor de veiligheid der nieuwsgierige bezoekers gegeven en last gegeven dat niemand onbevoegd het huis mocht betreden (tot 11.30 uur).
Te 12.00 uur In verband met groot toeloop van schoolkinderen bij bominslag aldaar toezicht gehouden en kinderen op afstand doen gaan (tot 13.45 uur).
Te 14.00 uur De onbezoldigde gemeenteveldwachters J.A. Smits en Joh. Van Oort, aangezegd welke uren zij de bewaking hadden (tot 16.15 uur).
Te 20.00 uur Verzoekt Antonius Beem, als hoofd van de opruimings- en herstellingsdienst van de luchtbescherming te Heesch, in opdracht van den Burgemeester mee naar de woning van de weduwe Broeksteeg te gaan en aan te wijzen welke muren omvergehaald dienden te worden om instorting te voorkomen. Aan verzoek voldaan en aanwezig gebleven bij omhaling der muren (tot 23.30 uur).
Waarvan door mij op afgelegden ambtseed is opgemaakt en geteekend dit rapport, J.B. Belterman, veldwachter der gemeente Heesch

In het archief van het gemeentebestuur van Heesch bevindt zich nog een politierapport van 29 juni 1940 van deze gemeenteveldwachter met de getuigenverklaring van Johannes Broeksteeg, de 48-jarige zoon van de weduwe Petrus Broeksteeg. Uit dit rapport weten we dat wijk B 127 in ‘de Velft’ lag. Hieronder ziet u fragmenten uit de rapporten:



Nog geen jaar later overleed Wilhelmina Verheijen, al 40 jaar weduwe Petrus Broeksteeg, op 30 april 1941 in Heesch in de leeftijd van 78 jaar..

Geschreven door:
Annemarie van Geloven

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Bij de brandweer
- Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?