Posts tonen met het label Lith. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lith. Alle posts tonen

maandag 15 februari 2016

Principiële kapelaan belandt in het gevang

...bidprentje van Arnoldus Moors...
Zijn bidprentje laat zien hoe bewogen zijn leven is geweest. Kapelaan Arnoldus Moors overlijdt in 1826 op 43-jarige leeftijd in Lith. Zijn beroep heeft ervoor gezorgd dat hij dan menig cel van binnen heeft gezien. Waaronder ook in onze eigen Citadel.

Veel heeft Arnoldus Moors overigens niet op zijn kerfstok. Niets eigenlijk, maar daar denken de Franse bezetters in Nederland anders over. Net als veel andere priesters weigert Moors voor de door de paus geëxcommuniceerde keizer Napoleon het lied Domine salvum fac imperatorem Napoleonem (Heer, zegen onze keizer Napoleon) te zingen. En dat komt hem duur te staan.Want op 16 maart 1810 wordt Noord-Brabant bij het Franse keizerrijk ingelijfd. Franse troepen bezetten Den Bosch zelfs al vanaf 2 februari. En dat brengt met zich mee dat er andere regels gelden, vinden de Fransen (en hun aanhangers).

De apostolisch-vicarus Van Alphen - die overigens ook principieel weigert dit lied ten gehore te brengen - tekent in zijn dagboek hierover op: "De 15de april 1810, op Palmzondag, was kapelaan Moors aan de beurt voor de mis voor de militairen op te dragen, in de St-Cathrien. Hij was bijna gekleed, toen de militaire commandant kwam zeggen: 'Nu wij verenigd zijn met Frank, moet U het Domine salvum fac imperatorem zingen'. Hierop zei Kapelaan Moors dat hij hierover niet was ingelicht door de geestelijke overheid. 'Er is groot verschil tussen een particulier en publiek gebed. Voor dat laatste heb ik permissie nodig van m'n geestelijke overheid. Dat is de wet van de kerk.'"


...fragment uit kaart van een gedeelte van de Meierij van Den Bosch, 1741, met daarop de Papenbril...
Zijn weigering komt hem duur te staan. Na de mis wordt hij opgewacht door twee officieren en via achterstraatjes naar het gevang in de Papenbril (Citadel) gebracht. Van daar gaat hij naar Parijs en wordt zonder verhoor vastgezet in een 'klein kamerke van de gardiëns, met alleen een stoel.' Later wordt hij drie weken alleen gezet in een dergelijk vertrek, later weer gevolgd door een gezamenlijk opsluiting in het kleine kotje, zonder gelucht te worden. "Er was geen wc. De stoelgang werd eensdaags uitgedragen." Zonder ooit verhoord te zijn, wordt eerst Van Alphen op 20 december 1810 ontslagen. "Heel alleen moest ik achterblijven, honderd uren bijna van huis", schrijft Moors. Maar op 1 januari 1811 wordt ook hij ontslagen.

Maar dat betekent niet het eind van zijn gang langs gevangenissen. Want hoewel Moors eerst zijn werk hervat bij een schuilkerk in Den Bosch, moet hij op 13 augustus 1812 opnieuw gedwongen de stad verlaten. Nu wordt hij eerst naar Antwerpen gebracht, vervolgens naar Mechelen om daar twee maanden te worden vastgehouden. Op 10 januari 1813 moet Moors - samen met andere geestelijken - naar Dijon. Moors wordt daar bij particulieren ingekwartierd en heeft een redelijk goed leven met een vaste dagorde: mis opdragen, studeren, lesgeven aan huisgenoten of een kaartje leggen. Na een jaar mag hij weer naar huis. Vanwege de militaire situatie moet dat via Zwitserland en Duitsland. Bij thuiskomst in Den Bosch op 19 februari 1814 treft hij geen Fransman meer aan.

Als kapelaan van de St. Janskerk kan Moors zijn werk hervatten. In 1818 wordt hij benoemd tot pastoor van Lith maar lang kan hij niet genieten van zijn redelijk rustige bestaan want daar overlijdt hij op 30 augustus 1826, twee weken voor zijn 44ste verjaardag.

Met zeer veel dank aan onderzoeker Wim Jaegers die ons wees op het bijzondere bidprentje van deze bijzondere man!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Beziet U Selve!
- Burgemeester van de Citadellaan

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 25 januari 2016

Kijkje in kerkelijke archieven

Aandacht voor kerkelijke archieven in de openbaarheidsmaand januari 2016. Hierin zitten naast stukken over de organisatie en pastorale zorg, vaak ook historisch interessante en nostalgische documenten die ons doen vertederen en verbazen. Laat je verrassen door een greep uit dit soort stukken die nu in 2016 openbaar zijn geworden. Je vraagt je misschien af, waarom nu pas openbaar? Dat ligt aan de afspraken daarover met de kerkbesturen, -voogden en –rentmeesters. 

Devotieprentje uit het archief van Parochie Sint Petrus' Stoel in Antiochië Uden. (Een beetje scheef opgeplakt op papier)
Hervormde kerk in Lith
In het archief van de Nederlands Hervormde gemeente Lith-Lithoijen etc. treffen we deze tekening aan van de oude kerk, op een stuk karton geplakt. Met de aantekening vóór 1828.


De ‘leugenbaar’ van de RK Nicolaasparochie te Helvoirt
Het werkschriftje van de koster geeft een aardig tijdsbeeld van de handelingen achter de schermen voor het voorbereiden van missen en het lof rond de jaren 1950. Door de week, op zon- en feestdagen, trouw- en lijkmissen. Dat lijkt heel simpel, maar er waren vijf klassen missen met elk een ander aantal paramenten, liturgisch vaatwerk, kaarsen en wel of geen wierook. Ook de kwaliteit werd aangegeven. Bij een mis van de vijfde klasse moest de koster oude kaarsen neerzetten. En een mis met drie heren (priesters) was natuurlijk arbeidsintensiever. En het kazuifel van de priester was bij elk type mis weer anders. Het maatschappelijk tijdsbeeld van rangen en standen proef je heel duidelijk uit zo’n eenvoudig schriftje.

De uitvaart van een klein kind vond plaats tijdens de vroegmis om kwart voor 8 ’s morgens. Het lijkkistje met de ouders, broers en zusjes mocht niet door het middenschip  ‘ze gaan door de smalle gangs langs kapelaan z’n biechtstoel naar achter en komen door smalle gang langs pastoor z’n biechtstoel terug’. Voor een kind dat de H. Communie had gedaan, golden weer andere normen. De lijkmis begon dan om 9.00 uur en er was meer aankleding.
Ook zet de koster een boeiende aantekening in zijn schriftje ‘Wanneer ’t lijk niet in de kerk mag komen dan de leugenbaar zetten’. Dit lijkt op een soort nep baar, waarop een kist zonder lijk stond. Bijvoorbeeld bij mensen die gestorven waren aan een besmettelijke ziekte of wanneer iemand verdronken was, van wie geen stoffelijk overschot was gevonden.


Doopboek van ná 1811
Kerkelijke doopboeken zijn tot 1811, het jaar waarin de burgerlijke stand is ingevoerd, raadpleegbaar in het stamboomprogramma van BHIC. Van een enkele plaats binnen het regionale werkgebied van BHIC lopen de indexen (geen scans) op doopboeken ná 1811 door, maar op termijn verdwijnen die uit de database.
In archieven van RK parochies en protestante gemeenten bevinden zich vaak nog doop- trouw- en overlijdensregisters van ná 1811.

Hier een voorbeeld van een doopboek 1867-1915 uit de parochie St. Remigius te Lithoijen, dat in 2016 openbaar wordt. De eerste dopeling is Wilhelmus Bernardus Govers op 11 januari 1867. Hij was vernoemd naar zijn peetvader en oom, schoolmeester Wilhelmus Dijkhoff. De kleine Willem was volgens zijn geboorteakte van de Burgerlijke Stand op 11 januari ‘om twee ure des namiddags’ geboren en is dezelfde dag gedoopt. Bij de katholieken was dat belangrijk omdat een ongedoopt kind bij overlijden niet rechtstreeks naar de hemel gaat, maar gedoemd is te blijven hangen aan de rand van de hemel, in het ‘voorgeborchte’. En ongedoopte kinderen mochten niet op gewijde grond begraven worden.


In het laatste jaar van dit doopregister vinden we ook weer een Govers, dit keer Maria Antonia Josefina Govers, gedoopt op 22 juni 1915. Volgens de burgerlijke stand was zij op 22 juni geboren ‘in de namiddag om half een’.

Met de aantekening dat zij in juli 1935 ingetreden is bij de Zusters Jezus Maria Jozef (JMJ) te ’s-Hertogenbosch, net 20 jaar. Volgens het bevolkingsregister van Lithoijen was zij onderwijzeres van beroep en had zij haar opleiding gevolgd aan kweekschool Hoogerheide te Woensdrecht.
Devotieprentje uit het archief van Parochie Sint Petrus' Stoel in Antiochië Uden
Visitatierapport van de Classis ’s-Hertogenbosch over 1965
Hier enkele fragmenten die een mooi tijdsbeeld geven:
Instuif als visvijver voor protestantse trouwlustigen
...klik op plaatje voor vergroting...
Gevolgen van de invoering van de Algemene Bijstandswet in 1965 voor de diaconie
...klik op plaatje voor vergroting...
Pastoor komt voor 100-jarige thuis de mis opdragen
Bisschop W.M. Bekkers gaf de pastoor van Berlicum toestemming om ter gelegenheid van de 100e verjaardag van Wilhelmus Spierings (geboren 13-1-1866) de H. Mis bij hem thuis op te dragen. Willem was een oude vrijgezel die zijn leven lang al had samengewoond met ongetrouwde broers en zussen in het ouderlijk huis aan de Werststeeg 19 in Berlicum. Zus Theresia was al vroeg het huis uitgegaan. Zij was een kloosterzuster en werkte als verpleegster op Huize Voorburg in Vught. In 1949 was zij al overleden.
Wat mooi dat hij dat mee heeft mogen maken. Ruim een jaar later, op 23 mei 1967 sloot hij definitief zijn ogen op de leeftijd van 101 jaar.
...klik op plaatje voor vergroting...
En wie weet nog hoe die neomist (pas gewijde priester) uit India was, die door de parochie van Berlicum geadopteerd was?

Devotieprentje uit het archief van Parochie Sint Petrus' Stoel in Antiochië Uden
...klik op plaatje voor vergroting...

Geschreven door:
Annemarie van Geloven

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Bij de brandweer
Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






maandag 12 mei 2014

Eigenaardige artsen in het 'Dorp aan de Rivier'

Roman van Antoon Coolen, waarop het openluchttheater in Lith is gebaseerd

Theaterliefhebbers kunnen in juni hun hart weer ophalen aan de Veerweg van het Brabantse Lith. Dit dorpje vormt namelijk het decor van het openluchttheaterspektakel 'Dorp aan de Rivier', waarin het leven van verschillende Lithse bewoners uit de periode van het Interbellum wordt nagespeeld. Centraal staat hierin de persoon van de eigenzinnige dokter Tjerk van Taeke, die niet alleen bekend stond om zijn heldhaftige optreden bij bevallingen en ziekten, maar ook om zijn vijandelijkheid jegens burgemeesters, pastoors en enkele Lithse boeren...

Het toneelstuk is gebaseerd op de gelijknamige roman van Antoon Coolen (1897-1961), die in 1934 verscheen en waarvan inmiddels 41 drukken zijn verschenen. Bovendien is het boek in acht talen vertaald en in 1958 is het verhaal verfilmd door Fons Rademakers. 'Dorp aan de Rivier' werd de eerste Nederlandse speelfilm en is bekroond met een Gouden Kalf en de film was zelfs genomineerd voor een Oscar. In juni van dit jaar wordt de roman opnieuw tot leven gewekt door Lithse inwoners aan de Maas.

De Wiegersma's: eigenzinnige artsen
Romanschrijver Antoon Coolen heeft zijn roman niet helemaal uit zijn duim gezogen. Grote gedeeltes van het verhaal zijn waar gebeurd en de hoofdpersoon van het boek, dokter Tjerk van Taeke, is gebaseerd op een echte arts, namelijk Jacob Wiegersma. Deze Jacob kwam oorspronkelijke uit Friesland en was van 1889 tot en met 1929 huisarts in Lith.
Huisarts Jacob Wiegersma (1863-1931) bij zijn 40-jarig jubileum in 1929
Coolen kreeg alle pikante details over deze arts te horen van zijn zoon, Hendrik Wiegersma, met wie hij innig bevriend was. Hendrik volgde het voorbeeld van zijn vader en vanaf 1917 runde hij een eigen huisartsenpraktijk in Deurne. Dit was een groot succes, want op drukke dagen werden op het station van Deurne volgnummertjes uitgereikt voor zijn praktijk. Naast dokter was Hendrik ook een bekende schilder en tekenaar en hij voorzag de roman van Antoon Coolen dan ook van tientallen houtsnedes en tekeningen. 
Coolen heeft goed geluisterd naar alle verhalen die Hendrik over zijn vader wist te vertellen, maar hij heeft ook gekeken naar de persoon van Hendrik zelf, die tevens bekend stond om zijn onorthodoxe behandelingsmethoden en ongebruikelijke medicijnvoorschriften. Al die eigenaardigheden hebben geleid tot het personage van Tjerk van Taeke.

Heldhaftige bevallingen en krankzinnige boeren
Dokter Van Taeke stak de bevroren Maas over om te helpen bij een bevalling
De Lithse dokter was beroemd om zijn hulp bij bevallingen. Zo ondernam hij eens een barre tocht over de bevroren Maas om een vrouw in barensnood te helpen. De 'nonnekes' van het dorp snelden naar de veerdam toe en begonnen vurig voor de arts en de vrouw te bidden. Bij terugkomst zegt hij tegen de nonnen dat ze niet moeten denken dat hun gebeden geholpen hebben bij het slagen van de bevalling. Hij stuurt ze meteen terug naar het klooster, 'want anders hebt ge morgen allemaal bronchitis.' Van Taeke moest niet veel hebben van pastoors en nonnen, maar ook de burgemeester had hij niet hoog staan en sommige boeren moesten het tevens ontgelden.

Zo was er boer Piet van den Oudendijk, die de vrouw van de arts lastig had gevallen. Uit wraak reed de dokter elke dag langs zijn boerderij en richtte zijn dubbelloops jachtgeweer op de boer. De trekker overhalen doet Van Taeke echter niet. Hij zorgde ervoor dat boer Piet iedere dag een beetje doodsangst had, 'want hij heeft mij in mijn liefde voor mijn vrouw beleedigd.' Volgens de verhalen werd deze boer uiteindelijk krankzinnig van angst door het dagelijkse optreden van Van Taeke.

1000 gulden in het vuur!
Het 40-jarig jubileum van dokter Wiegersma in 1929
Uiteindelijk leidden klachten over deze krankzinnig geworden boer en een andere boer, die door toedoen van Van Taeke zou zijn overleden, tot discussie in de gemeenteraad. Besloten werd om hem 1000 gulden te geven bij zijn zilveren jubileum en hem eervol ontslag te geven. Van Taeke kwam achter deze plannen en vlak na de toespraak van de burgemeester nam hij de envelop met het geld aan en verbrandde deze. Hij sprak de burgemeester woedend toe, pakte zijn spullen en vertrok uit het dorp aan de rivier de Maas...

Vind je dit interssant? Lees dan ook:

maandag 24 juni 2013

Henk kiest: sijne lieve huijsvrou #stukvanhetjaar

...Henk leest zijn favoriete stuk...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en nu is het de beurt aan Henk.

De afgelopen decennia heb ik vele duizenden archiefstukken door mijn handen laten gaan. Vooral de kaarten zijn me bijgebleven, want daarop zijn interessante ontdekkingsreizen te maken. Toch is “mijn” mooiste stuk geen kaart…

Ruim tien jaar geleden werkte ik mee aan het Historisch Waterplan van de gemeente Lith. Aangezien van het dorp Lith het schepenbankarchief vrijwel volledig is bewaard van 1448 tot de Franse Tijd, leek het nuttig daar eens doorheen te lopen met in het achterhoofd alle mogelijke waterkwesties: de Maas, weteringen, dijken, de dorpsgracht, overstromingen etc. etc. Wekenlang zat ik gebogen over soms bijna onleesbare passages, maar er kwam een schat aan relevante gegevens naar boven.

De periode 1580-1600 vertoonde grote lacunes. Dat hing direct samen met de opstand tegen de Spaanse koning Filips II. De Brabantse Maaskant was toen frontgebied. Militairen van zowel de Spaanse als Staatse kant teisterden het platteland, zodat de dorpelingen huis en haard in de steek lieten. Ook Lith moet jarenlang een spookdorp zijn geweest, waar dus ook niet werd bestuurd en recht gesproken. Maar op 16 december 1593 kon Claes Lenaertszoon van den Wijer er aan de slag als secretaris van de dorpsschepenen. Honderden bladzijden van protocol nummer 52 zijn daarna door hem volgeschreven, in een moeilijk leesbaar handschrift. Er tussendoor krabbelde hij soms schietgebedjes en wijze spreuken neer. Maar de mooiste notitie vond ik voorin:

Stijntken, mijn zeer lieve huisvrou, is kranck geworden den 16en martii ontrent den sonnen onderganck. Ende is gestorven den 25en martii [15]97 metten zonnen opganck, zijnde onser L.Vrouwen Boetschapdach. Godt almechtich zij haer (...) ziel genadich. Ende ons als wij nacomen. Amen.

Ik was benieuwd of er elders in het protocol, waar de acten van maart 1597 waren opgetekend, nog iets te vinden was in verband met dit overlijden. En ja hoor: op 23 maart hadden Claes en Stijntken hun testament gemaakt. Hijzelf was op dat moment “gesont van lichaem”, maar zijn vrouw was “kranck van lichaem, nochtans met goeden volcomen verstant”. Claes zelf had de tekst uitgeschreven, conform het gebruikelijke model, op één woord na: Stijntken was “sijne lieve wittege huijsvrou”!

Henk Buijks
Regiohistoricus BHIC 

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Hanneke kiest: de brief van Van Gogh
- Marilou kiest: het schriftje van de pastoor

vrijdag 25 januari 2013

Zoeken in archiefdozen én Google Streetview


...en zoals het nu op Google StreetView is te zien...

...een oude foto van het huis en...




Stel nou dat je op zoek bent naar informatie over een huis. Je dénkt dat het er niet meer staat en mailt naar het BHIC of er nog foto's van bestaan. Collega Mariët kreeg de vraag op haar bordje en deed een leuke vondst, búiten de archiefdozen...


Mariët zocht eerst in het bevolkingsregister (1880-1911) van deze plaats en trof dit echtpaar aan. Maar er stond geen adres bij, uitsluitend wijkletters en huisnummers. Het huisnummerregister van de gemeente Lith van 1920 dat erop na werd geslagen, leverde geen informatie op over het echtpaar Gevaert. Maar het boek "Cultuurhistorische Inventarisatie Noord-Brabant, gemeente Lith" bleek wél meer te vertellen. Daarin is het huis op de Lithsedijk 6 in Lith te vinden. En wat bleek na even googlen? Het huis staat er nog steeds, zo merkte Mariët op Google Streetview En we hebben er ook nog mooie historische foto's van. Ton maakte het zelf af door meer informatie toe te voegen. Lees maar mee.


“Het huis is door mijn overgrootvader Johannes, zijn vrouw Anna Frederika Bekkers en hun vijf kinderen bewoond geweest. Dit moet ongeveer geweest zijn in de periode tussen 1872 en 1915. Van de foto’s die ik je doe toekomen, zijn er twee  gemaakt ter gelegenheid van het huwelijk van dochter Heiltje in 1903. Ik heb het idee dat de foto's zijn genomen aan de achterkant van het huis, maar zekerheid hieromtrent heb ik niet. De ramen en kozijnen komen overeen, alleen de kleine raampjes kan ik niet plaatsen. Ik heb de foto's vergeleken met de foto van de achterkant van het huis op jullie beeldbank.” 

Ben je zelf bezig met een leuk onderzoek? Wil jij vertellen over je bijzondere vondst? Vertel het ons, via dit blog of via info@bhic.nl  

Meer lezen over bijzondere huizen? Dan vind je dit ook vast interessant: 
- Waar woonde dokter Wiegersma

woensdag 28 november 2012

Waar woonde dokter Wiegersma?

...bidprentje, ingestuurd door Wim Udo...
Van Wim Udo ontvingen we deze week dit mooie bidprentje van dokter Wiegersma, huisarts in Lith. Daardoor kwam bij het BHIC de vraag omhoog: wáár woonde dokter Wiegersma in Lith?

Wiegersma was een markante man en stond model voor dokter Tjerk van Taeke in het boek ‘Dorp aan de rivier’ (1934) van Antoon Coolen.

In 1893 liet de gemeente Lith de artsenpraktijk bouwen, op de hoek van de Lithsedijk en het Marktveld. Je ziet het pand hieronder op de kleurenfoto, aan de linkerkant. Maar de dokterspraktijk was een ander huis dan het monumentale pand hier rechts dat in verband wordt gebracht met de markante arts. Maar heeft Wiegersma in dit monumentale huis gewoond? En zo ja, hield hij dan alleen praktijk in het hoekpand Dijk/Marktveld dat de gemeente had laten bouwen? Wie weet hoe dit zat?


Van de dokter zelf weten we gelukkig wel een heleboel. Het doktersgezin breidde zich snel uit. Na dochter Henriëtte en zoon Hendrik, de latere arts en kunstschilder in Deurne, werden nog vijf zussen en twee broers geboren. Verdriet bleef echter de Wiegersma’s niet bespaard: in 1903 overleed moeder Betsy. Twee jaar later hertrouwde Jacob met Anna Daniëls, de huishoudster van het doktersgezin; zij overleed in 1928.

In 1929, na zijn 40-jarig jubileum in Lith, nam Jacob ontslag als gemeentearts en vestigde hij zich aan de overkant van de Maas, in Heerewaarden, waar Hendrika Groenendaal zijn derde echtgenote werd. Twee jaar later overleed de dokter in Zeist. Hij ligt begraven op het protestantse kerkhof in Heerewaarden.

Meer weten over dokter Wiegersma? Op onze site vind je meer informatie en fotomateriaal.

vrijdag 25 november 2011

Het spannende leven van Brabantse Mata Hari

Is het terecht om Elselina Versfelt te omschrijven als een Brabantse Mata Hari? De ingrediënten van haar leven lijken daar alle reden toe te geven. Want deze dame uit Lith is de geschiedenis ingegaan onder een aantal namen, zoals Ida Saint-Elme, Elzélina van Aylde Jonghe, en vooral onder haar pseudoniem La Contemporaine. Ze was schrijfster, toneelspeelster, avonturierster en maitresse van een aantal bekende Franse generaals en wellicht zelfs ook spionne...
Ze werd geboren als jongste van de zeven kinderen van de Lithse predikant Gerrit Versfelt (1735-1781) en Alida de Jongh (1738-1828). Toen haar vader overleed, was Elselina vijf jaar. Het gezin verhuisde naar Amsterdam en daar trouwde Elselina in 1792 met de Amsterdamse koopman Jan Ringeling Claasz. Ze was toen net vijftien jaar, maar ze had gedaan alsof ze zeventien was.

Het echtpaar kreeg een zoon en een dochter, maar het huwelijk liep binnen vier jaar uit op een scheiding. Tussen 1795 en 1799 had Elselina een verhouding met Jean-Victor Moreau (1763-1813), Frans generaal, en tussen ca. 1800 en 1815 met Michel Ney (1769-1815), een andere Franse generaal. Voor Moreau verliet ze man en kinderen. Zij reisde in 1796-1797 - voor het gemak in mannenkleren - mee met generaal Moreau en zijn leger door Zuid-Duitsland. In 1797-1798 woonde zij enige tijd met hem samen in Parijs.

In die periode ook poseerde zij vrijwel naakt voor de beeldhouwer François-Frédéric Lemot. Toen haar minnaar in september 1798 tot inspecteur-generaal van het Franse leger in Italië werd benoemd, volgde zij hem naar Milaan, waar zij ‘Madame Moreau’ genoemd werd. Eind 1799 kwam er een eind aan haar relatie met Moreau (Hij ging trouwen. Met een ander).
Vanaf begin 1800 nam zij als artiestennaam de naam Ida Saint-Elme aan en sloot zich aan bij een troep reizende toneelspelers. In 1809 bevond ze zich - op voorspraak van Napoleon zelf - als voorlezeres in Florence aan het hof van Napoleons oudste zuster Elisa Bacciocchi, groothertogin van Toscane. Maar blijkbaar was zo’n baantje te mak.

Versfelt verliet Italië om opnieuw Ney achterna te reizen. Zo arriveerde zij in september 1812 in Moskou, nog net voordat de Russen de stad zouden platbranden. In 1827 maakte zij naam met haar Mémoires d’une Contemporaine (8 delen, 1827-1828), die een groot succes waren. Haar laatste jaren bracht zij door in Brussel in het hospitium van het Ursulinenklooster. Daar stond zij ingeschreven, met die typerende mengeling van echte en fictieve gegevens, als Elselina Versfelt de Jong, geboren op 20 september 1778 in Toscane, bijgenaamd ‘La Contemporaine’, weduwe van Saint-Elme, graaf van het keizerrijk, en van ‘Rienglin’ (Ringeling). Zij stierf in 1845 in Brussel, 68 jaar oud.

Bron: het uitgebreide verhaal over deze wilde dame is van Gé Ostendorf-Reinders en is te vinden in het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland.

maandag 25 juli 2011

Elselina Versfelt uit Lith: avonturierster onder Napoleon

De laatste jaren van haar leven sleet Elselina in het hospitium van een Brussels klooster. Daar stond zij ingeschreven, met een mengeling van echte en fictieve gegevens, als Elselina Versfelt de Jong, geboren op 20 september 1778 in Toscane, bijgenaamd 'La Contemporaine', weduwe van Saint-Elme, graaf van het keizerrijk, en van 'Rienglin'. Ze was schrijfster, toneelspeelster, avonturierster en maitresse van een aantal bekende Franse generaals en wellicht zelfs ook spionne.

In werkelijkheid werd Elselina in 1776 te Lith geboren als jongste van zeven kinderen van Gerrit Versfelt en Alida de Jongh. Na het overlijden van Gerrit verhuisde Alida met haar kinderen naar Amsterdam. Daar trouwde Elselina met de koopman Jan Ringeling Claasz. Ze was toen net vijftien jaar, maar had gedaan alsof ze zeventien was. Haar leven vanaf dat moment zit vol boeiende verhalen!

Zo had Elselina tussen 1795 en 1799 een verhouding met de Franse generaal Jean-Victor Moreau. Ze ontmoette Moreau eind 1794 in 's-Hertogenbosch, dat kort daarvoor door Franse revolutionaire troepen veroverd was. Voor Moreau verliet ze in 1795 zelfs haar man en twee kinderen. In de daaropvolgende jaren reisde Elselina (in mannenkleren!) met generaal Moreau en zijn leger door Zuid-Duitsland. Maar eind 1799 kwam er een eind aan hun relatie: Moreau ging trouwen...

Meer weten? Lees het levensverhaal van Elselina Versfelt

woensdag 6 juli 2011

De deugd in het midden


Ergens in Lith (of een ander dorp daar in de buurt) poseerde deze groep dames met hun pastoor. Uiteraard zat de geestelijke, als voornaamste in rang, in het midden. Toch zijn de dames, aan hun kleding te zien, niet de minsten – zij kunnen tot de dorpselite hebben behoord.

Natuurlijk is het aardig te weten wie deze personen zijn. Maar nog leuker zijn de verhalen die over hen verteld kunnen worden, zeker over de parochieherder. En bij wat voor gelegenheid zou deze foto gemaakt zijn? Zoveel vragen over slechts één foto. Kun jij ons meer vertellen?


Foto: groep dames met de pastoor van Lith, 1950.

woensdag 23 maart 2011

'Onze' Grada is niet meer...


Soms kom je heel bijzondere mensen tegen, parels! Als ze er niet meer zijn, merk je des te meer hoe groot de leegte is die zij achterlaten. Niet alleen binnen hun familie, maar ook in de hele gemeenschap en verder. Zo iemand was Gerarda van Sonsbeek-de Jong, voor iedereen ‘Grada’. Met haar overlijden gaat een belangrijk deel van de herinneringen aan het oude Lith verloren.

Grada was dan misschien al wel op leeftijd (92), maar met haar rollator kwam ze overal en vertelde ze vol overgave over haar geboorteplaats Lith. Het stond haar nog allemaal helder voor de geest: wie de onderwijzer was van de Lithse school, waar vroeger de Edah-winkel van de weduwe Van Heck lag, wie Hannus de Poot was en met wie hij getrouwd was… Eigenlijk kende Lith geen geheimen voor haar.

Toen het BHIC twee jaar geleden een zevental historische vertelavonden in café Hertog Jan in Lith organiseerde, was Grada er ook. “Natuurlijk kom ik”, was haar eerste telefonische reactie en ze liet geen enkele avond verstek gaan. Met liefde verraste ze ons op mooie anekdotes en verhalen die anderen ook weer op aardige herinneringen brachten. Zo kwam ze anderhalf jaar geleden op het idee om samen met haar dochter Gerda een gedetailleerde beschrijving te maken van het oude Lith: wandeling met Grada. Velen zijn haar hier dankbaar voor, niet op de laatste plaats het BHIC. Wát was ze betrokken bij de Lithse gemeenschap! Het lintje als Lid in de Orde van Oranje-Nassau, dat ze nu bijna een jaar geleden kreeg, kwam bij haar dan ook zeer goed terecht.

Het BHIC koestert mensen met zo’n scherp geheugen als Grada, zij alleen kunnen herinneringen aan de mensen in hun woonplaats vastleggen en zo de lokale geschiedenis voor latere generaties bewaren.
Het BHIC zal deze bovenal lieve en bijdehante dame met een ongelooflijke kennis van het oude Lith bijzonder gaan missen en met ons de hele Lithse gemeenschap!
Wij wensen haar familie veel sterkte toe.


Foto: Het huis op de voorgrond is het café van Wimke van Eldijk. Naar beneden loopt een voetpad naar de Lithse Bol. De foto is gemaakt in Lith in 1926, Grada was toen pas acht jaar.

vrijdag 28 januari 2011

Einde Boer zoekt Vrouw! Hier is... Frau Antje



Ach, was het leven maar zo mooi als in dit promofilmpje. Dan was iedere boer voorzien van zijn eigen Frau Antje. Een Brabantse Frau Antje wel te verstaan, want deze dame is een echte Sambeekse.

Mendy Smits is 26 en oud-leerlinge van scholengemeenschap Stevensbeek. Zij is onlangs gepresenteerd als de nieuwe Frau Antje. Voor iedereen van -grofweg - onder veertig: Frau Antje ontstond in 1961 als "merk" van de Nederlandse Zuivel Organisatie. Haar prettige imago moest de verkoop van Nederlandse kaas in Duitsland stimuleren. En met succes, want inmiddels eten de oosterburen jaarlijks 200 miljoen kilo Nederlandse kaas.

De oplettende kijker kent Mendy al van de kaasreclame van Milner waar ze naast oud-schaatser Rintje Ritsma figureerde. In het dagelijks leven werkt Mendy dan ook niet op een boerderij maar bij een PR bureau in Amsterdam.

In het filmpje hieronder is goed te zien hoe Frau Antje is veranderd door de jaren heen.



In ons archief duikt dit Nederlandse model niet op, maar we hebben genoeg andere vrouwelijke krachtpatsers in huis. Wat te denken van Maria Versfelt uit Lith? Zij had als Brabantse ook uiteenlopende connecties naar het buitenland. En was ze nu spionne voor Napoleon of niet? Ontdek het op http://www.bhic.nl/...

maandag 24 januari 2011

Kijk naar toen: andere tijden


LITH of KESSEL - In 1934 beschreef de Utrechtse hoogleraar Louis van Vuuren een tocht door de Maaskant: “Wij hebben nu weldra Lith, een typische dijknederzetting, bereikt. Langs de binnen- en buitenkant van de Maasdijk staan lange rijen kleine huizen met kleine erfjes. (…) Bijna alle daken zijn van stroo.”

Misschien zag hij ook dit huisje, pal tegen de binnenglooiing van de dijk in Lith of in Kessel. Jammer genoeg zitten de bewoners niet op het bankje in de zon. Geen tijd – er moest gewerkt worden! Op de achtergrond kleine, maar ook grotere huizen in een kleinschalig landschap met veel groen.

Zijn er nog mensen in de Maaskant die deze plek herkennen? Dan zeker reageren, via de rubriek ‘Kijk naar toen’ van de digitale geschiedenisboekjes die het BHIC speciaal voor de inwoners van Lith heeft gemaakt, te vinden op onze site. Of gewoon via dit blog, dat mag ook.