maandag 26 november 2012

Waar zaten ze niet, de kartuizers van Vught?



Ligging van het klooster in Vught. Het klooster in de zestiende eeuw op een moderne kaart.
De orde der kartuizers, een strenge kloosterorde, was vroeger ook in de Meierij vertegenwoordigd. Om precies te zijn tussen 1466 en 1641. Heel gemakkelijk hadden ze het er niet, te zien aan hun vele verhuizingen. Gestart in Olland onder Sint-Oedenrode, woonden ze achtereenvolgens in Den Dungen, Vught, ’s-Hertogenbosch, Boxtel, Esch, Sint-Michielsgestel, weer ’s-Hertogenbosch, weer Boxtel, Tilburg en ten slotte Bokhoven. Deze kloosterlingen beloofden bij hun intrede wel stabilitas loci (verblijf op één plek) maar de werkelijkheid was vaak anders, zeker in de ongeregelde tijden van de zestiende en zeventiende eeuw in Brabant.


Ook hun goederenbezit was niet aan één plaats gebonden. Een halve tiende in de Heitrak onder Deurne en gronden in Beesd en Rhenoy aan de Linge vormden de zuidelijke en de noordelijke grens. Westelijk liep hun bezit tot voorbij Tilburg en oostelijk tot aan de weg tussen Linden en Beers.

Overzicht van de plaatsen waar de kartuizers een of meer boerderijen bezaten.
Van de ongeveer vijftien grote hoeven die ze bezaten en via pacht exploiteerden zijn sommige al snel na hun vertrek uit onze streken, halverwege de zeventiende eeuw, verdwenen. Een enkeling heeft het tot in onze tijd heel redelijk volgehouden.

Landerijen van hun meest oostelijk gelegen hoeve op de Rendonk tussen Linden en Beers. De boerderij verdween in de zeventiende eeuw, de grond in de twintigste eeuw.
Groot Duijfhuis, de best bewaarde kloosterhoeve, in Kasteren onder Liempde, met een aangebouwde herenkamer uit 1523 en de oudste Vlaamse schuur in Nederland uit 1525.

Het geestelijk leven in het klooster is moeilijk te achterhalen. De vele verhuizingen zullen er geen goed aan gedaan hebben. Eenmaal gevestigd in Vught zag het er hoopvol uit, maar de extraatjes bij de maaltijd (de zogenaamde pitanties) groeiden misschien wat te hard. Een teken van herstel in de tijd van de contrareformatie is wel het vertrouwen dat de Bossche bisschop in hen stelde toen hij hun in 1617 de in Alem opgegraven relikwieën van Sint-Odrada in bewaring gaf.
Hun plan zich kort daarna permanent in de hertogstad te vestigen werd doorkruist door het kapittel. De kanunniken gaven het fraterhuis waarop de kartuizers het oog hadden laten vallen aan de abdij van Berne, die ook onderdak zocht in de stad. De kartuizers bleken vervolgens snelle beslissers: alles was voortaan gericht op een verhuizing naar Antwerpen waar ze samen met de kartuizers van Lier een nieuw klooster stichtten. De Rooienaar Bruno van Oetelaar, visitator en prior van Brussel, was hen daarbij behulpzaam. Hun oude naam behielden ze: het klooster van Sint-Sophia van Constantinopel. Dat dan weer wel.

Het nieuwe Sint-Sophia van Constantinopel in de Rochusstraat in Antwerpen.


Wie nog meer wil weten over deze kartuizers verwijzen wij naar kartuizerklooster.nl. Daar kunnen de jongste publicaties aangeschaft worden. Tevens staan daar materiële zaken als wijn, bier, elixer en andere heerlijkheden op uw bestelling te wachten. En arrangementen en andere mogelijkheden voor geestelijke bezinning mogen niet vergeten worden. Want daarom ging het toch.

Geen opmerkingen: