Posts tonen met het label 1904. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1904. Alle posts tonen

vrijdag 23 maart 2012

Uden door de ogen van Piet Mondriaan


...portret van Piet Mondriaan...
Niks rechte lijnen of primaire kleuren: toen Piet Mondriaan meer dan honderd jaar geleden naar Uden kwam, was hij nog landschapsschilder. In die omgeving schilderde hij vooral boerderijen en molens maar er zijn er maar van weinig bewaard gebleven. Maar koffie, die dronk Mondriaan voortaan op z'n Brabants. Ook in Parijs of New York.


"Piet de schilder" was zijn bijnaam in Uden. Samen met zijn hond Beppie zwierf Mondriaan een jaar lang door de velden en akkers rondom Uden. Ging op bezoek bij de boerenbevolking in Nistelrode en Dinther en legde het Brabantse plattelandsleven vast op het doek. 
 
Waarom Mondriaan nou precies zijn toenmalige woonplaats Amsterdam wilde ontvluchten is nooit helemaal duidelijk geworden. Feit was dat hij zich niet langer prettig voelde daar en deed wat wel meer kunstschilders in die tijd plachten te doen; hij trok zich een tijdje terug op het platteland. Dat werd Uden, door zijn vriendschap met Albert van den Briel, een Brabander. Die nodigde hem uit om in de zomer van 1903 een paar dagen naar het zuiden te komen. En na die paar dagen besloot Mondriaan later - januari 1904 - om terug te komen.
...molen van Jetten...
Mondriaan huurde een deel van de woning van veehandelaar Lewieke van Zwanenbergh aan de St. Janstraat 27. Hij paste zich aan bij de leefstijl van de katholieke plattelandsbevolking maar hield wel een bepaalde afstand. Maar koffie zette hij op de boerenmanier, waarbij de gemalen koffie rechtstreeks in het kokende water ging die dan urenlang in de as van een houtvuur bleef staan. Die manier van koffiezetten bleef hij volhouden, ook in Parijs en later in New York.

Ondanks dat Piet Mondriaan een jaar lang in Uden alleen maar werkte, zijn er amper twintig doeken uit die periode bekend. Waaronder het schilderij van de molen van Jetten. Waar al het andere materiaal gebleven is, blijft een raadsel. Meer weten? Veel materiaal over Mondriaan en Uden is bijeengebracht op een eigen website.

maandag 12 december 2011

Boteroorlog in de Kempen

We kennen de boterberg maar de boteroorlog? Dat begrip zal bij weinigen een lampje doen branden. Het boek Boter uit de Kempen 1890-1920 van Bas Bierkens beschrijft deze periode op een levendige manier. Dat is overigens maar éen aspect uit het mooie en rijkelijk geillustreerde boek van bijna driehonderd pagina's.

Zondag 11 december zag het boek van oud-journalist Bierkens het levenslicht in de streekmuseum De Acht Zaligheden in Eersel. Bierkens vertelde onder meer over het ontstaan van de boteroorlog. In 1904 is Brabant "het tooneel van een fellen strijd dien men de boteroorlog pleegt te noemen. Men kan hem beschouwen als de laatste, krachtige episode uit den langen strijd voor de emancipatie van den boerenstand."

De oorlog speelt zich af tussen de cooperatieve boterfabrieken en de boterhandelaren. Inzet is het Rijksmerk voor boter. Dankzij de botercontrolestations in Maastricht en Eindhoven kan vanaf 1904 overtuigend worden aangetoond of boter vervalst is (oftewel aangelengd met andere vetten en water). De regering steunt met het oog op de export deze benadering en geeft er een officieel cachet aan door het Rijksmerk in te voeren. De bedoeling is dat iedereen nog slechts boter vraagt met dat keurmerk waardoor de knoeiers de wind uit de zeilen maar die stellen zich krachtig te weer. Na een lange strijd winnen uiteindelijk de zuivelcooperaties.

Niet zonder gevolgen. "Allereerst bleek er weer uit de groote kracht der organisaties die met glans den strijd tegen zulke rijke en machtige handelaars wonnen. Voortaan stonden de landbouwers sterk en was de tijd van algemeene achteruitstelling voorbij", werd geconcludeerd. Maar verder was het ook van betekenis voor de boterproductie want men deed nu veel beter zijn best om goede kwaliteit boter te leveren.

Foto boven: geen foto uit de Kempen maar wel een mooie uit Veghel. Drie Veghelse schonen met "tenen manden" met boter die naar de botermijn gebracht zullen worden. De twee jongste vrouwen dragen zwarte mutsen, zij zijn nog niet 'mundig'. Pas met 21 jaar mocht men de witte poffer dragen. Op de achtergrond de Sint Lambertuskerk. Datering ca. 1920

woensdag 30 november 2011

Vermoord bij den 17den boom

foto van Wilhelm Seiler op zijn bidprentje
Net hersteld van een zware ziekte loopt stationschef Wilhelm Seiler die winteravond in februari 1904 om kwart over elf 's avonds naar het stationgebouw van de NBDS in Veghel om daar de nacht door te brengen. Maar zijn onderchef A. van de Ven houdt hem tegen en schiet hem - na een woordenwisseling - neer. Waar? Ongeveer bij den 17den boom, geteld van het cafe Van Berkel, omschrijft de Graafsche Courant nauwkeurig.

Wat een laffe moord, schrijven de Graafsche Courant en De Echo. Want Wilhelm was net genezen van "eene hevige ziekte" in het gasthuis en wie kwam daar "tweemalen daags" opzoeken? Zijn zelfde onderchef... Vandaar dat op het bidprentje wordt gesproken van "eene ongetrouwe vriend."

In de kranten vinden we een vrij nauwkeurige reconstructie van de moord. Wilhelm kaart die bewuste avond eerst in het café van Van Berkel, gaat daarna naar zijn kosthuis van L. van Zeeland en vertrekt rond kwart over elf naar het station. Daar wordt hij aangesproken door zijn onderchef die hem kennelijk "eischen heeft gesteld die de ongelukkige kon noch wilde inwilligen." Na een woordenwisseling slaat de onderchef Wilhelm met een stuk hout op zijn achterhoofd. Maar Wilhelm blijkt wel tegen een stootje te kunnen en trekt het hout op de handen van zijn aanvaller. Op het moment dat hij wil terugslaan, wordt hij met vier revolverschoten omgebracht.

Paniek alom in de buurt. Dokter Van de Voort verbindt de ongelukkige nog in het huis van Van Zeeland en Wilhelm wordt voorzien van de Heilige Olie. Maar "spoedig daarop vlood het leven", schrijft de Graafsche Courant. De politie gaat op zoek naar de dader en houdt Van de Ven aan. "Onze ijverige veldwachter Kwaks, wiens optreden in deze alle lof verdient" weet een bekentenis te ontlokken. Gedurende het verhoor heeft Van de Ven niet de minste teken van spijt getoond.  

"Wat de wordingsgeschiedenis is van deze misdaad? Dezelfde, die zich zoo vaak herhaalt in het leven van een moordenaar: de drankzucht. Deze is de hoofdoorzaak ook van dit misdadig feit. Van drinken wordt men dief, van dief wordt men moordenaar", zo luidt de conclusie van de Graafsche Courant.