Posts tonen met het label Escharen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Escharen. Alle posts tonen

vrijdag 11 maart 2016

Op de spits gedreven...


In dit idyllische dorpje sloeg de vlam in de pan!
Wat een gezellig avondje had moeten worden, liep totaal uit de hand op 12 augustus 1778 in Escharen. Het begon allemaal gemoedelijk met 'een kanne Bier' en twee flessen wijn in herberg 'De Drie Sterren.' Al heel snel werden vuisten, glasscherven en zelfs pistolen niet geschuwd in de 'Esterse' gelagkamer. Koud bier maakt warm bloed, dat blijkt wel weer...

Duitse scheldpartijen
Eind achttiende eeuw was er in Escharen een regiment Zwitserse soldaten aanwezig. Al eeuwenlang worden deze militairen door heel Europa ingezet ten tijde van oorlog. Vanwege de grote spanningen tussen de Europese vorsten werden de Zwitsers ook in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ingezet. 'Wachtmeister' Wagelij is één van deze krijgers en hij betreedt op die fatale avond de Esterse herberg...

Als je nog inspiratie zoekt voor originele (Duitse) scheldwoorden...
De verklaring is in het Duits opgetekend en dat levert een aantal opmerkelijke uitdrukkingen op. Wagelij geeft aan dat hij en zijn twee korporaals lawaai hadden gehoord vanuit de 'Drey Sternen.' Er was kennelijk een ruzie geweest met de vrouw van de herbergier over geld.

Plotseling staat een vreemdeling op en slaat iemand neer met een wijnfles. Zelf blijft hij ook niet ongedeerd; met de fles nog in de hand loopt hij door de glasscherven een bloedige wond op. De onbekende man spreekt vervolgens de geschrokken aanwezigen toe: 'Sie seyen Huntzfüttern, Spitzbuben und schlechte Leuthen!' Eén soldaat krijgt ten slotte de volle laag: 'Dieser ist ein richtiger Spitzbub,' roept de woedende man, wijzend op de arme stakker.  'Spitsboef' betekent overigens van oorsprong bedrieglijke jongen of 'grote schelm'.

Vechtersbaas
Hier stopt het verhaal uiteraard niet. De vreemdeling haalt uit naar het gezicht van een Zwitserse korporaal en slaat vervolgens de knecht van de herberg de deur uit! De andere korporaal meent zelfs een geweer of klein pistool te hebben gezien.

Waren er zelfs geweren in het spel? Jammer dat we dit nét niet kunnen lezen...

De legerleiding weet verder niets over de vechtersbaas te vertellen, behalve dat hij burgerkleding droeg en Nederlands, Duits én Frans sprak. Gelukkig is er ondanks de grote brand op het Graafse gemeentehuis in 1902 toch nog een hoop bewaard gebleven. Zo kwamen we heel ergens anders in dit archief nóg een verklaring tegen over deze ruzie en wel van de vermeende dader zelf!

Een eerlijk man?
De man die uiteindelijk bij de Brugpoort is aangehouden, luistert naar de naam Anthoon Wichteriks, geboren in Keulen. Hij heeft natuurlijk een heel ander verhaal van de bewuste avond. Volgens hem had hij niemand uitgescholden en had hij zijn handen netjes thuisgehouden. Híj was juist degene die ervan langs kreeg van enkele Zwitserse soldaten.

Wie is hier nu het slachtoffer?
Anthoon geeft ruiterlijk toe dat hij in een 'beschonken toestand' verkeerde en ruzie had gemaakt met de herbergierster over het geld. Maar geslagen? Nee, daar zou hij niet eens toe in staat zijn geweest door de vele liters drank. Uit frustratie had hij de wijnfles op tafel kapot geslagen, omdat de vrouw direct geld wilde zien. De knecht had hij overigens niet de herberg uitgeslagen maar 'gestooten.'

De tragische afloop: om hulp gevraagd, maar toch gearresteerd!

Zonder verder ruzie te zoeken met de aanwezige soldaten, werd de arme Anthoon door een heel groepje in elkaar geslagen. 'Gij tracteert mij als een spitsboef, als een schelm en niet als een eerlijk man,' zou hij wanhopig hebben uitgeroepen. Wat denk jij, hebben we hier te maken met een scheldende spitsboef of met een eerlijk man? Hoe dan ook, Athoon Wichteriks blijft ontkennen maar wordt toch opgepakt en vastgezet in de ´Hoofdwagt.´

Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Herrie in de herberg!
- Vijf en twintig Bossche hoertjes in één brief

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 
 

woensdag 4 maart 2015

Hard werken maar prachtig tegelijk

...aan het werk...
Als jongste in een gezin van zes kinderen werd in een ‘ouwe boerderijke’ André Koenen geboren. We schrijven 14 juli 1937; dokter Kanters kwam met de auto. Die was gewaarschuwd door de buren die op de fiets naar Grave waren gegaan want telefoon was er nog niet.

Het waren de jaren dertig. Er was ook nog geen elektriciteit en er werd bijgelicht met petroleumlampen. Water werd uit de put gehaald, een loden pijp ging naar binnen in het huis en dan kon je pompen. Er werd gekookt op een fornuis die met briketten werd gestookt en daar werd ook brood in gebakken. Aan de zijkanten werd de was gedroogd en als er bezoek kwam, ging iedereen eromheen zitten en legde je je voeten op de standaard van de kachel. Je had iedere avond bezoek van de buren en dan werden de verhalen verteld. Iedereen hielp elkaar ook altijd, bij de slacht en op het land.

...met de traktor op het land...
André vertelt: “Naar school gingen we te voet. Eerst om half acht naar de kerk in Langenboom en daarna naar school. We liepen zomer en winter op klompen en toen ik zes was, ging ik voor het eerst naar school. Dan liep je drie kilometer, de kerk was een eindje verder. Mijn moeder deed ’s morgens (in de winter) warme as in de klompen zodat onze klompen voorverwarmd waren. Vader ging alleen op zondag naar de kerk, mijn moeder ging elke ochtend op de fiets naar de kerk. Schoenen hadden we niet want na drie jaar brak de oorlog uit maar aan het einde van de oorlog kregen we leren schoenen. Ik kreeg een paar schoenen met een driekwart hak, wat had ik daar een hekel aan, maar schoenen liepen makkelijker dan klompen.”

“Eten hadden we altijd zoals eieren, groente, aardappelen en vlees. De slager kwam in november het varken slachten. Ze kwamen met twee man op de fiets; met het gereedschap, een masker, een schraper en een brander. Dat masker had een pin en werd op de kop gezet. Die schoten ze in de kop, daarna werd er in de hals naar het hart gestoken waarna het bloed opgevangen kon worden. De anus werd eruit gesneden met een stuk dikke darm eraan en werd in de schuur opgehangen en daar werd het gereedschap mee ingevet. De blaas werd gebruikt op Vastenavond voor de foekepot. De blaas werd over een blik gespannen en er werd een rietje in gestoken en dan kon je lawaai maken en er werd bij gezongen:


Foekepot, foekepot, foekepotterij,
geef me een centje en dan ga ik voorbij”

“Heel dikwijls kwamen de buren helpen om het varken aan de kant te maken. Was alles klaar, bloedworst gemaakt en leverworst en dergelijke, dan werd er een hutspot (vleespot) naar de buren gebracht met worst en vlees erin. De buren deden dat ook na de slacht van een varken.”
“Kippen slachten deed mijn moeder altijd. We hadden er wel een paar honderd want de eieren werden verkocht aan de eiermijn in Roermond. We deden ze in een grote kist en eens in de week werden ze opgehaald. Ze werden overgeheveld naar een kist van de eiermijn. Ze zaten in rekken van honderd en ze werden meteen gewogen. Het geld werd de week erna betaald in papieren zakjes, dan waren de eieren geschouwd en geteld.”



...met de buurkinderen aan het melken...
“Toen we wat ouder werden, acht of tien, hielpen we mee op het land. Bijvoorbeeld met aardappelen rapen. Vader haalde ze eruit met de riek en wij raapten ze. En koren binden, eerst met een kleine zeis (zigt) en een pikhaak bij elkaar halen en wij bonden er stro omheen. Later kwam de maaimachine met paard ervoor. Er zat twee man op: een menner en de andere legde de stro af met een stok, in een bos (garf) bij elkaar en wij konden dan binden. De vrouw des huizes kwam met een grote pot thee en brood met gebakken eieren want tijd om te lunchen hadden we niet.”

“In de oorlog hadden we een onderduiker, want Nijmegen was platgegooid en de mensen hadden geen huis en eten meer. Eerst was er een gezin en daarna bleef een jongen over, het gezin ging naar andere mensen. De Engelsen van Market Garden lagen in onze buurt gelegerd. Allemaal tenten en de munitie, die lagen bij het Huukske. Ze hadden een aggregaat en dan hadden we overdag stroom maar ’s avonds als we het licht nodig hadden dan ging de aggregaat uit vanwege het lawaai. Het einde van de oorlog weet ik nog wel, de bevrijding. Ik ging bij m’n vader achterop de fiets naar Grave en daar heb ik de gliders zien liggen (in Overasselt) en daar heb ik ingezeten.”



...koeien liepen nog los in de wei...
“Elektriciteit kregen we in 1950. Alle apparaten stonden al klaar zoals een wasmachine, een radio, een stofzuiger en zodra de stoppen erin gingen deed alles het. Gas kregen we pas in de jaren zeventig maar we kookten toen allang elektrisch. Als jongste heb ik de boerderij overgenomen, want de oudste broers hadden al werk gevonden als timmerman en smid. 
We hebben een klein huisje erbij gebouwd voor mijn ouders maar mijn vader bleef liever in de boerderij wonen, dus ging ik met mijn vrouw in het kleine huisje wonen. Het was hard werken maar prachtig tegelijk.”

Deze gastblog is van de hand van Conny van Hees. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang, illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-)

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

maandag 22 oktober 2012

'n Heemkundekring in Escharen, wie durft?

...één van de panelen uit de expositie...
Honderden oude foto's hingen zondag 14 oktober aan mooie panelen in 't Dorpshuus in Escharen. Variërend van de carnavalsvereniging tot de eerste disco en foto's van 'ons vader'.

Het veertigjarig bestaan van de stichting Esterse Minipers was de aanleiding van deze indrukwekkende foto-expositie. De hele dag verdrongen belangstellenden zich voor de foto's en kwamen de verhalen van vroeger los. "Hee, daar staat ons vader! Ik wist helemaal niet dat die foto bestond", klonk het enthousiast. Kortom, een geslaagde dag. Maar wat nu?

Minipers heeft een aantal mooie panelen laten maken waar de oude foto's op geprint staan. Bovendien zijn er nog eens honderden foto's aangeleverd. Wie wil hier verder mee aan de slag? Een website waarop deze foto's te zien zijn bijvoorbeeld? Of andere evenementen die rond de historie van Escharen op touw worden gezet? Oftewel: wie wil zijn schouders zetten onder een heemkundekring van Esteren?
...kijken naar de kiekjes uit het verleden van Esteren...
Belangstelling is er genoeg, zo blijkt uit alle bezoekers die zondag in 't Dorpshuus. Nu nog een paar enthousiastelingen die zich sterk willen maken voor het behoud van oude foto's, verhalen en andere zaken die gelieerd zijn aan de geschiedenis van dit dorp. Meer weten? Kijk dan ook op www.esteren.nl

maandag 8 oktober 2012

Esteren in beeld

...Drievoudige bruiloft...
Hoe zat het ook al weer, die keer dat er drie bruidsparen tegelijk trouwden? Of wat was de betekenis van de komst van burgemeester De Bourbon naar Escharen? De geschiedenis van Escharen komt tot leven in de oude foto's die op zondag 14 oktober zijn te zien in 't Dorpshuus. 

De stichting Esterse Minipers viert in het weekend van 13 en 14 oktober het veertigjarig bestaan. Op zaterdag 13 oktober wordt om 20 uur de dorpskwis 'Ik hou van Esteren' gehouden in café 't Dorstige Hert. Aan deze kwis nemen afgevaardigden van diverse Esterse verenigingen deel. Zij worden getest op hun kennis over alles wat met Escharen te maken heeft.

Op zondag 14 oktober is een fototentoonstelling 'Esteren in Beeld' te bekijken in 't Dorpshuus. Mensen kunnen komen kijken van 10 tot 17 uur. In de tentoonstelling zijn vele uiteenlopende foto's uit de geschiedenis van Escharen opgenomen. Een aantal daarvan komt uit de foto-albums van het BHIC (zoals de foto's bij dit blog) maar een groot deel is aangeleverd door inwoners van Escharen zelf. Aan de hand van de oude foto's kunnen mensen herinneringen ophalen aan vervlogen tijden. Meer weten? Kijk dan ook op www.esteren.nl

...Louis de Bourbon...