Posts tonen met het label achttiende eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label achttiende eeuw. Alle posts tonen

vrijdag 11 maart 2016

Op de spits gedreven...


In dit idyllische dorpje sloeg de vlam in de pan!
Wat een gezellig avondje had moeten worden, liep totaal uit de hand op 12 augustus 1778 in Escharen. Het begon allemaal gemoedelijk met 'een kanne Bier' en twee flessen wijn in herberg 'De Drie Sterren.' Al heel snel werden vuisten, glasscherven en zelfs pistolen niet geschuwd in de 'Esterse' gelagkamer. Koud bier maakt warm bloed, dat blijkt wel weer...

Duitse scheldpartijen
Eind achttiende eeuw was er in Escharen een regiment Zwitserse soldaten aanwezig. Al eeuwenlang worden deze militairen door heel Europa ingezet ten tijde van oorlog. Vanwege de grote spanningen tussen de Europese vorsten werden de Zwitsers ook in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ingezet. 'Wachtmeister' Wagelij is één van deze krijgers en hij betreedt op die fatale avond de Esterse herberg...

Als je nog inspiratie zoekt voor originele (Duitse) scheldwoorden...
De verklaring is in het Duits opgetekend en dat levert een aantal opmerkelijke uitdrukkingen op. Wagelij geeft aan dat hij en zijn twee korporaals lawaai hadden gehoord vanuit de 'Drey Sternen.' Er was kennelijk een ruzie geweest met de vrouw van de herbergier over geld.

Plotseling staat een vreemdeling op en slaat iemand neer met een wijnfles. Zelf blijft hij ook niet ongedeerd; met de fles nog in de hand loopt hij door de glasscherven een bloedige wond op. De onbekende man spreekt vervolgens de geschrokken aanwezigen toe: 'Sie seyen Huntzfüttern, Spitzbuben und schlechte Leuthen!' Eén soldaat krijgt ten slotte de volle laag: 'Dieser ist ein richtiger Spitzbub,' roept de woedende man, wijzend op de arme stakker.  'Spitsboef' betekent overigens van oorsprong bedrieglijke jongen of 'grote schelm'.

Vechtersbaas
Hier stopt het verhaal uiteraard niet. De vreemdeling haalt uit naar het gezicht van een Zwitserse korporaal en slaat vervolgens de knecht van de herberg de deur uit! De andere korporaal meent zelfs een geweer of klein pistool te hebben gezien.

Waren er zelfs geweren in het spel? Jammer dat we dit nét niet kunnen lezen...

De legerleiding weet verder niets over de vechtersbaas te vertellen, behalve dat hij burgerkleding droeg en Nederlands, Duits én Frans sprak. Gelukkig is er ondanks de grote brand op het Graafse gemeentehuis in 1902 toch nog een hoop bewaard gebleven. Zo kwamen we heel ergens anders in dit archief nóg een verklaring tegen over deze ruzie en wel van de vermeende dader zelf!

Een eerlijk man?
De man die uiteindelijk bij de Brugpoort is aangehouden, luistert naar de naam Anthoon Wichteriks, geboren in Keulen. Hij heeft natuurlijk een heel ander verhaal van de bewuste avond. Volgens hem had hij niemand uitgescholden en had hij zijn handen netjes thuisgehouden. Híj was juist degene die ervan langs kreeg van enkele Zwitserse soldaten.

Wie is hier nu het slachtoffer?
Anthoon geeft ruiterlijk toe dat hij in een 'beschonken toestand' verkeerde en ruzie had gemaakt met de herbergierster over het geld. Maar geslagen? Nee, daar zou hij niet eens toe in staat zijn geweest door de vele liters drank. Uit frustratie had hij de wijnfles op tafel kapot geslagen, omdat de vrouw direct geld wilde zien. De knecht had hij overigens niet de herberg uitgeslagen maar 'gestooten.'

De tragische afloop: om hulp gevraagd, maar toch gearresteerd!

Zonder verder ruzie te zoeken met de aanwezige soldaten, werd de arme Anthoon door een heel groepje in elkaar geslagen. 'Gij tracteert mij als een spitsboef, als een schelm en niet als een eerlijk man,' zou hij wanhopig hebben uitgeroepen. Wat denk jij, hebben we hier te maken met een scheldende spitsboef of met een eerlijk man? Hoe dan ook, Athoon Wichteriks blijft ontkennen maar wordt toch opgepakt en vastgezet in de ´Hoofdwagt.´

Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Herrie in de herberg!
- Vijf en twintig Bossche hoertjes in één brief

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 
 

woensdag 25 november 2015

Herrie in de herberg!

In één van deze mooie Graafse huisjes brak de hel los...
7 oktober 1793. Vier vrienden zitten middenin de patriottentijd heerlijk ontspannen een biertje te drinken in een Graafse herberg. Dit gezellig samenzijn werd plotseling ruw verstoord door twee soldaten. Flessen, vuisten en zelfs sabels werden door de heren niet geschuwd...

Cornelis Janssen was de trotse eigenaar van een herberg in Grave vlakbij de Sint Elisabethskerk. Het bordje 'Koning van Pruisen' hing uitnodigend aan de gevel. Peter de Ruyter, Jan van Geffen en Arnoldus Genabeek, drie vrienden van 'competenten ouderdom' konden de verleiding niet weerstaan en besloten samen wat te gaan drinken. Ook een zekere Hermanus Gerrits was van de partij.

Het witte vlakje geeft de waarschijnlijke plaats van de ruzie aan
Op dat moment bevonden zich ook twee 'canoniers' in de herberg, namelijk de heren La Hey en Dublesie. La Hey voegde zich bij het gezelschap aan tafel en Hermanus vroeg hem onder welke compagnie de canonier diende. Zijn antwoord was opmerkelijk: 'dat zaakt u niet.'

Scheldkanonnades
Daar nam Hermanus geen genoegen mee. 'Ik heb de naam van mijn kapiteijn altijd durven noemen,' roept hij stoer. Schoorvoetend mompelt La Hey dat hij onder het commando van de heer Booser viel. Hermanus gelooft zijn oren niet: 'Daar heb ik ook meede gediend!'

Heftige woordenwisselingen
De sfeer slaat om en er volgt een verhitte discussie. 'Dat liegt gij als een schelm!' (schurk) roept La Hey uit. Vervolgens draait hij zich om naar zijn makker Dublesie en zucht geërgerd: 'Het sijn hier allemaal patriotten als in Arnhem en Nijmegen!'
Op dat moment was er in Nederland een strijd gaande tussen de patriotten en de orangisten, die trouw bleven aan stadhouder Willem V van Oranje-Nassau. De twee canoniers moesten kennelijk niets hebben van die vrijgevochten patriotten.

Flessen en sabels
Die beschuldiging liet Jan van Geffen niet zomaar over zijn kant gaan: 'Gij hebt de verkeerde voor, ik heb den Prins gediend (...) Daar heb ik mijn eerlijke paspoort voor.' La Hey daagt Jan meteen uit om het te bewijzen: 'Gij sijt een schelm als gij ze niet gaat haalen.' Maar Van Geffen gehoorzaamt niet...

Woedend slaat La Hey hem vervolgens de pijp uit de mond en de hoed van 't hoofd. Maatje Dublesie staat hem terzijde en trekt zelfs zijn sabel uit zijn schede! 'Man, laat dat steecken, dat komt hier niet te pas!' roept Peter de Ruyter verschrikt uit. Aarzelend legt Dublesie zijn wapen weg. 'Het is mijn hetselfde off ik er een capot maak off dat sij mij capot maaken, ik gaa toch naar het veld toe,' licht de soldaat somber toe.

De mannen gaan met elkaar op de vuist!
De eerste die hier 'aktie' maakt, hoe dan ook, gaat hier de deur uit, laat herbergier Cornelis Janssen resoluut weten. Meteen daarna gaat het helemaal mis. Jan van Geffen staat op en wil vertrekken, maar La Hey verspert hem de weg. Jan geeft hem een stoot, waardoor hij achterover valt. De canonier krabbelt overeind en slaat Van Geffen met een fles in het gezicht, waar een 'bloedigen wonde' ontstond.

Dans- en zoenpartijen
Voordat de ruzie écht uit de hand loopt, verlaat La Hey de herberg en de rust keert weer terug. De drie vrienden zijn uiteraard geschrokken, maar bleven toch nog geruime tijd hangen. Er kwamen die avond 'geene andere onbetaamlijkheeden' voor, 'tensij men daarvoor wilde houden een vreedige en vriendelijke dansparthij en het opendelijk soenen van een zeker vrouwspersoon door den canonier Dublesie, die hetselve meede ter herberge gebragt had.'

Het werd toch nog gezellig in de herberg. Misschien wel iets té gezellig...

Natuurlijk weet ik niet wat de herbergier van deze 'dansparthij' heeft gevonden of dat Dublesie wellicht iets te ver is gegaan in zijn avances naar dat 'vrouwspersoon.' Toch zou ik een beetje romantiek en een paar liederlijke dansjes verkiezen boven foeterende mannen, die met elkaar op de vuist gaan...

Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Schijt aan den Koning!
Cynisme, geldzucht en 'n hooivork in de borstkas

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 

vrijdag 16 oktober 2015

Koning en Koningin van Sint Hubert

Het St BarbaraGilde uit Sint Hubert. Viering van het 300-jarig bestaan
Pats! Met een perfect schot heeft Tiny Verberk, de man van Anna-Marie Verberk, de vogel neergehaald. In het 300ste jubileumjaar van het St BarbaraGilde te Sint Hubert is Tiny de Koning geworden en Anna-Marie vanzelfsprekend zijn Koningin. Conny van Hees heeft Anna-Marie, vrijwilligster bij het BHIC in Grave, geïnterviewd over haar passie bij het gilde.

Het St BarbaraGilde te Sint Hubert bestaat al sinds 1715, vertelt Anna-Marie. Zij is de allereerste vrouw die lid werd van het gilde. Op dit moment bestaat de club uit 17 leden, van wie vijf vrouwen. Zodra het toegestaan was voor vrouwen om lid te worden, meldde Anna-Marie zich aan. Haar man was al secretaris en zij hielp hem met diverse taken, zoals het bijhouden van het archief.

Eeuwenoud Koningsboek
Een belangrijk stuk uit dit archief is het Koningsboek, dat tot voor kort bij iemand thuis was opgeborgen. Door toedoen van Anna-Marie is het boek overgedragen aan het BHIC in Grave, waar het in optimale condities wordt bewaard.
Tiny en Anna-Marie Verberk als Koning en Koningin van het St BarbaraGilde
Eenmaal per jaar wordt het Koningsboek uitgeleend aan het gilde en mag de nieuwe Koning zijn naam en het jaartal erin schrijven. Dit jaar viel deze eer toe aan Tiny Verberk. Zo blijven de namen van alle koningen voor het nageslacht bewaard, al vanaf 1715!

Koningschieten en gildekostuums
Maar hoe word je dan zo'n Koning van het gilde? Dit kan alleen door te winnen bij het jaarlijks terugkerende Koningschieten. Je neemt een geweer, vlakboog of kruisboog ter hand en je schiet op een houten klos, die ook wel 'vogel' wordt genoemd. Degene die het laatste stukje eraf schiet, wordt de Koning.

Overblijfselen van de vogel na het schot van Tiny Verberk
Natuurlijk past bij een vereniging zoals het gilde ook een prachtig kostuum. In 1996 zijn voor de mannen nieuwe uniformen aangeschaft. Helaas voor Anna-Marie, die toentertijd de enige vrouw was binnen het gilde, waren er toen nog geen gildekostuums voor vrouwen.

Anna-Marie (rechts) in het gildekostuum
Uiteindelijk is voor de actieve vrouwelijke leden een gildetenue bedacht. De kostuums zijn gemaakt in België en bestaan uit een zwarte rok, witte blouse. zwarte cape en een rood hoedje. Heel mooi natuurlijk, maar Anna-Marie is vooral zo enthousiast over het gilde vanwege de saamhorigheid. 'Het gilde is echt een broederschap,' vertelt de Koningin van Sint Hubert apetrots.

Geschreven door:
Conny van Hees en Lisette Kuijper

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- De papegaai van Nuland
Op oorlogspad naar Rusland!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 5 oktober 2015

Genealogisch slagveld

Een waar slagveld, deze genealogische 'slagboom'
Genealogie een luxe hobby van de laatste decennia? Absoluut niet! Ook in de vroege 18e eeuw snuffelden (vooral adellijke) mensen in stokoude papieren op zoek naar hun roots. Jean Baptiste Barbou en zijn zoon hebben zelfs een genealogisch dagboek bijgehouden. Hierin geven ze ook een uniek inkijkje in hun eigen, soms tragische levensloop.

Persoonlijke tragedies
De adellijke familie Barbou woonde begin 18e eeuw in Amsterdam, verhuisde later naar Roermond en een aantal kwam later in Boxmeer terecht. Vandaar dat het unieke dagboek in ons archief in de collectie Hengst terecht is gekomen.

Voorkant van het dagboekje van de familie Barbou, begonnen in 1718

Jean Baptiste (1702-1758) pakt voor het eerst de pen op in 1718 en later neemt zoon Octavio Leon het stokje van hem over. De vader, die duidelijk een netter handschrift had dan zijn zoon, begint met een keurige opsomming van overleden familieleden, onder wie zijn ouders, broer en zus.

Naarmate je verder komt in het dagboek wordt het verhaal steeds persoonlijker en tragischer. Aanvankelijk meldt Jean in 1728 dolblij de geboorte van zijn eerste kind, Anna Maria Catharina. Daaronder heeft zijn zoon 37 jaar later geschreven dat zij 'vol deugden en verstand' aan de 'teering' is overleden.

De eerste van vele sterfgevallen...

Dit was helaas niet het enige sterfgeval dat de familie Barbou heeft moeten betreuren. De tweede dochter van Jean en zijn vrouw Theresia Maria de Kesschietre van Havre heeft wel geluk en trouwt zelfs tweemaal. Helaas gold dit niet voor haar vele broertjes. De één na de ander werd in het familiegraf van de Amsterdamse oude kerk bijgezet...

'Lief kint' 
Er zullen heel wat tranen zijn gelaten, daar aan de Keizersgracht in Amsterdam. De tweede zoon van Jean overleed als tweejarige peuter. Je houdt het zelf bijna niet droog als je verder leest. Ook zijn derde zoon Josephus, geboren op 22 juni 1737, sterft enkele jaren later. Zijn aantekening van 22 juni 1741 gaat door merg en been:

Ooverleeden 22 juni 1741 denselve dagh van zijn geboorte (...) in d'ouderdom van vier jaer (...) 
NB: dit was een lief en aenvalligh kind van groote verwagting' 

Let op de laatste zin van een door verdriet verscheurde vader
'Koopere spijkerties' 
De volgende zoon overleeft zijn kindertijd, maar overlijdt op een oorlogsschip in 1760.  Het zevende kind werd geboren na een zwangerschap van slechts zeven maanden. Het heeft enkele maanden gevochten voor zijn leven, maar redt het uiteindelijk niet.

Elk kind wordt zorgvuldig begraven in het familiegraf en wordt gelegd in 'het kissie met koopere spijkerties.' Gelukkig viel dit lot niet ten deel aan het laatste kind van Jean en Theresia Maria. Dochter Maria Elisabeth is een langer leven gegund en is zelfs getrouwd in 1774.

Volgende keer:
Een gedeelte van deze familiegeschiedenis kun je hierboven terugvinden in de zogenaamde 'slagboom', gemaakt door Octavio Leon Barbou. Volgende week lezen we over zijn genealogische speurwerk én over zijn eigen tragedies...

Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Bastaard sluipt in adellijk wapen
Familiedrama in Boxmeer

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 

woensdag 19 augustus 2015

In en in triest...

Gezicht op Vlijmen rond 1700, vóór de rampspoed. Bron: Streekarchief Langstraat Heusden Altena
Historisch onderzoek doen is een pracht hobby, maar soms heb je te doen met de man en de vrouw in de straat, als je de gebeurtenissen leest. Het zal je anno 1746 maar overkomen, denk je dan. Bij legio huisgezinnen in Vlijmen en Nieuwkuijk moet op dat moment hun hele wereld compleet ingestort zijn...

Het zal wel niet de eerste keer zijn dat dit historisch relaas ergens is gepubliceerd. Henk Beijers laat hieronder een lezing zien van de dramatische gebeurtenissen vanuit de resoluties van de toenmalige Raad van State. Lees mee hoe een gigantische brand de twee dorpen compleet op zijn kop zette.

In zak en as...
Op 2 juni 1746 staat een huis bij de Schutsboom te Vlijmen in lichterlaaie. Het wordt volledig in de as gelegd. Maar wat wil het geval...op dat moment waait er een sterke alles overheersende oostenwind en wordt de bevolking geteisterd door extreme droogte.

Ook andere huizen ontspringen de dans niet. De vonkenregen verspreidt zich pijlsnel en bereikt zelfs ook het naburige dorp Nieuwkuijk. In totaal worden binnen de twee dorpen zo'n 200 huizen met hun schuren en stallen in de as gelegd en komen ook inboedels en vee in de vlammenzee om.

De twee getroffen dorpen op een kaart uit 1896

In Nieuwkuijk blijven nog 46 wat kleinere huizen gespaard en de bevolking zit plotsklaps in zak en as. Vanuit 's-Hertogenbosch had men wel twee brandspuiten met de nodige manschappen laten aanrukken, maar alles tevergeefs. Er hielp geen moedertje lief aan. De ingezetenen verkeerden binnen enkele uren in 'de meest deplorabele en bedroefste staat des werelds' zoals in het rekest stond verwoord.

Echte pechvogels!
Tot overmaat van ramp was de bevolking in 1740 overvallen door een geweldige overstroming met alle gevolgen van dien en in 1744 en 1745 waren de dorpen het slachtoffer geworden van een besmettelijke ziekte onder het rundvee. Beroerder kon het niet zijn voor een uitgesproken agrarische gemeenschap. Probeer de draad dan maar weer op te pakken...

De inwoners van Vlijmen hadden net een dijkdoorbraak achter de rug...
Nadat de vlammenzee zijn verwoestende werk had gedaan waren zo'n 600 tot 700 zielen genoodzaakt of eigenlijk door de omstandigheden gedwongen in het open veld tussen heggen en struiken, zonder graan of brood of voedsel een onderkomen te zoeken. Ze hadden ook geen kans gezien om het een en ander nog te redden, zo vermeldt het relaas. Ze hadden immers allereerst de zorg voor hun hevig geschrokken kinderen voor wie een veilig onderkomen gezocht moest worden!

Smeekbede
Geloof maar dat die gebeurtenis impact heeft gehad op de hele dorpsgemeenschap. Ze richtten ten slotte een emotioneel getinte smeekbede richting Den Haag in de hoop dat hen op een of andere manier schadevergoeding zou worden aangeboden, zodat ze voorlopig in staat werden gesteld om, mede in het zicht van de komende winter, in ieder geval hout te kunnen inkopen waarmee eenvoudige hutten gebouwd konden worden. Bittere armoede beheerste hun leven en onvoorstelbaar leed en verdriet.

Prent van Vlijmen rond 1787. Bron: Streekarchief Langstraat Heusden Altena
Ze herinnerden de Staten Generaal eraan dat negen jaar eerder (1737) zich in Loon op Zand eenzelfde situatie had voorgedaan waar toen 40 huizen in de as waren gelegd. De ingezetenen kregen toen een vergoeding van f8000,-. Dat gaf hun nog enige hoop. Van hogerhand werd de raad en rentmeester generaal der domeinen De Schmeling aangeschreven om zich nader te informeren over wat er was voorgevallen en hem werd verzocht daarover nader te rapporteren.

Bon: BHIC toegang 178, inventarisnummer 351- Resoluties van de Raad van State dienstjaar 1746, folio 488 verso - donderdag 30 juni. Wie overigens over de periode 1648-1746 deze resoluties m.b.t. de Meierij van 's-Hertogenbosch wil nalezen kan bewerkingen vinden via www.henkbeijersarchiefcollectie.nl. Dit project wordt in principe gecontinueerd tot 1795 als de auteur de tijd wordt gegeven om het te voltooien!

Geschreven door: 
Henk Beijers

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Neem een kijkje in een veldhospitaal in 1746
- Feest in Den Bosch in 1744 valt letterlijk in het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 22 april 2015

Geheimzinnige Graafse graftombe

Kun jij de geheime tombe vinden in de Graafse St. Elisabethskerk?
Op onze website kun je stamboomonderzoek doen in duizenden genealogische akten, zoals de doop-, trouw- en begraafboeken van de kerken. Maar wist je dat we ook een begraafakte hebben van vòòr 1500? En dat dit om twee heel voorname heren gaat? Hun 'beenderen'  lagen honderden jaren verborgen in een kerkelijke tombe. Graaf mee naar dit mysterie...

'Een kelderken voor een lijk'
In 1765 maakte schoolmeester Roelof Kraals een prachtige plattegrond van de hele Elisabethskerk te Grave, die nog steeds bij het BHIC in Grave is opgeslagen.  Bovenstaande afbeelding is slechts een klein gedeelte van de enorme kaart. Kun jij de kelder vinden?

Een vijftiende eeuwse graftombe in 1765 ontdekt!
Wie een Graafs 19e eeuws begraafboek openslaat, komt plotseling een akte tegen van 400 jaar daarvoor! Je kunt daar de ontdekking vinden van een mysterieus 'kelderken voor een lijk.' 

Het opschrift luidt, als men goed leest, als volgt: 'Hier leijdt begraven den Hooggeboren vermogende vorst Hertog Arnoud van Gelre, en van Gulik, grave van Zutphen, sterft in 't jaar 1473 (...) en die Edele Waal gebooren Heer Willem van Egmont tot Baar en tot Kessel, twee gebroeders, en sterft in het jaar ons Heeren 1483."

In droog sant begraven...
De akte leert ons verder dat de lichamen van de twee broers 'sonder kisten in droog sant' zijn begraven, omdat de beenderen van 1 lichaam op deze wijze zijn gevonden in 1765.

Gelukkig kregen Arnoud en Willem eeuwen na hun overlijden alsnog de eer die hun toekwam. Na de ontdekking van de tombe werd een massief grafmonument voor de heren opgericht, compleet met beeldhouwwerk en levensgrote beelden. Jammer genoeg ging al deze pracht verloren door het Franse beleg in 1794. In 1802 kregen de twee broers uiteindelijk toch hun praalgraf, dat nog steeds in de Elisabethskerk te bewonderen is. Kijk zelf maar:

Praalgraf in de St. Elisabethskerk

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Grave, graven en begraven
Abseilen in de zestiende eeuw

vrijdag 13 maart 2015

Wilde klopjachten!

Oogst van een konijnenjacht in Reek in 1959
Nederland is op dit moment in de ban van de agressieve oehoe, die nietsvermoedende slachtoffers maakt in de omgeving van Purmerend. Er vindt een heuse klopjacht plaats op de angstaanjagende uil, die de (overigens diervriendelijke) vallen tot nu toe heeft weten te ontwijken.

In het verleden werd groter geschut ingezet om 'schadelijk ongedierte' bij de kladden te vatten. Allerhande vogels en ook schattige konijntjes werden met jachtweren omgebracht. Bovendien werd het geschoten wild vaak opgediend op de tafels van de rijken. Ga vandaag mee op jacht in Schaijk, Boxmeer en Grave!

'Een bekwaam konynenverdelger'
De jacht in de twintigste eeuw werd vooral gekenmerkt door het jachtgeweer. Zo is aan tientallen personen in de gemeente Schaijk een vergunning verleend om eksters, kraaien en vooral konijnen af te schieten. Maar niet iedereen viel dit 'geluk' ten deel.
Zo verleende de burgemeester van Schaijk iemand geen vergunning, 'wijl de ondervinding mij leerde dat dit zenuwachtig mensch tamelijk onvoorzichtig en slordig is, zoodat ik hem geen geweer toevertrouw in het publiek,' aldus de burgemeester. Bovendien was de handtekening onderaan het aanvraagformulier vervalst!

Er waren ook bekwame 'konynenverdelgers'  in Schaijk!
Gelukkig waren er ook kundige mensen, die wél overweg konden met een geweer. Zo wordt ene Bressers naar voren geschoven als 'een bekwaam konynenverdelger.' Opvallend is het feit dat bij de jacht gebruik móest worden gemaakt van het geweer. Mensen die honden, vallen of strikken inzetten om dieren te doden, werden bestraft en tevens werd hun vergunning ingetrokken.

Gierige graaf
De jacht was niet alleen bedoeld om dieren te doden die schade aanrichtten op landbouwgronden, maar ook om voornamelijk de rijke bovenlaag te voorzien van smakelijk 'wiltbraed.' Graaf Frans Wilhelm van den Bergh had hier in 1734 iets op gevonden; hij verbood namelijk iedereen in de heerlijkheid Boxmeer om 'wilt, hetzij jonck of oudt' te doden.
 
Verbod op het doden van 'wilt' en het pakken van patrijzen eieren
Ook mochten er geen dieren met de hand worden gevangen en moesten de inwoners van Boxmeer en Sint Anthonis van de kostbare eieren van patrijzen afblijven. Ze mochten deze zelfs niet eens aanraken! Degene die toch een poging durfde te wagen, zou worden gestraft én het gevangen jonge wild moest bovendien aan de graaf worden afgestaan. Deze graaf zal zijn buikje waarschijnlijk goed rond hebben kunnen eten van al het wild dat rond Boxmeer en 'Sint Tunnis' werd gevangen.

Smeekbede
November 1701. In Grave moest alles uit de kast worden gehaald voor de verjaardag van stadhouder Willem III, op dat moment koning van Engeland. Bij een Graafs raadslid werd een 'vrolijke maaltijd' georganiseerd, waarbij natuurlijk vele soorten 'wildbraed' niet mochten ontbreken.

Smeekbede van een arme bode om een paar kruimels wild
De brief zelf is niet het meest opvallend aan dit archiefstuk, maar wel het kleine 'vodje' papier dat er tussen is geschoven. Waarschijnlijk heeft de bode van deze missive de stoute schoenen aangetrokken in de hoop dat de heer des huizes medelijden met hem kreeg.

Hij schrijft namelijk in deze 'PS' of de lezer aan hem wil denken als de 'overvloet' van de maaltijd het lijden kan. De arme bode verzoekt hem een 'braeve maaltijd' te geven, aangezien hij al afhankelijk is van de liefdadigheid van 'confraters en andere goede vrienden.' Laten we hopen dat de rijke graven en hertogen enkele kruimels van het wilde feestmaal voor hem hebben overgelaten...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Dagboek gaat nú voor je open!
- De papegaai van Nuland


maandag 24 november 2014

Kasteelgeheimen...

Het Kasteel Makken nog in zijn volle glorie...
Altijd al willen weten hoe het is om als een echte baron in een statig kasteel te leven? Dat kan nu! Achttiende-eeuwse documenten geven een uniek inkijkje in het kasteelleven van baron Judocus van Hugenpoth tot Stockum. Hoe waren de 25 kamers precies ingericht? Welke dieren waren er ondergebracht in de vele stallen en wat hing er eigenlijk aan de dikke kasteelmuren? Ga mee op ontdekkingstocht naar alle geheimen van het voormalig kasteel Makken te Vierlingsbeek...

Tegenwoordig is er vrijwel niets over van het kasteel, dat in de vijftiende eeuw gebouwd is. Alleen de voorburcht en een paar vervallen schuren zijn nog te bewonderen. Ooit stond op die plek een enorm gebouwencomplex, compleet met een toren en omgeven door diepe grachten met maar liefst drie ophaalbruggen. 

Lotgevallen van het kasteel
Tekening van het kasteel uit 1739
Joducus van Hugenpoth tot Stockum erfde het kasteel bij zijn huwelijk met Johanna Frederica Beatrix Bouwens van der Boijen in 1737. Bij zijn overlijden in 1751 werden alle bezittingen overgedragen aan diens zoon, Christiaan August van Hugenpoth. Christiaan voelde er echter niets voor om zijn intrek te nemen in het immense kasteel en zodoende heeft het sinds 1751 leeg gestaan. Uiteindelijk is het in 1802 afgebroken door een 'ontrouwen rentmeester', die zonder zijn heer in kennis te stellen, het gebouw eigenhandig met de grond gelijk heeft gemaakt.

Gelukkig hebben we nog de inventaris van goederen, die vlak na het overlijden van de baron is opgesteld. Letterlijk alle kamers worden tot in detail beschreven: van tafelkleedjes, bedden- en serviesgoed tot pistolen en opmerkelijke huisdieren.

Die arme Freule!
De heer des huizes had het goed voor mekaar, zo blijkt uit de inventaris. Zijn kamer telde naast een bedstee maar liefst drie 'cabinetten', 31 porseleinen schotels, twee spiegels, een tafel met zes stoelen en verschillende luxe kleden met gouden elementen. Mocht hij, na een lekker wijntje uit één van  zijn 'glase pocaalen' nog zin hebben in een ritje op één van zijn twintig paarden, dan kon hij zijn 'swart fluweele reijsmuts' opzetten.

De sobere inrichting van de 'Vreulens Kamer'
Zijn vrouw, de 'vreule' was minder goed bedeeld. Haar kamer was slechts ingericht met de hoognodige elementen, waarvan sommige bovendien in een niet al te beste staat verkeerden. Ze sliep in een 'slegt oud ledicant' en moest zich optutten met de beschikking over slechts een klein spiegeltje. Bij haar vond je geen zijden kleden met gouden borduursels, maar slechts een 'oud taafelkleed'.

Zou deze Judocus zo'n hekel hebben gehad aan zijn vrouw of is hier iets anders aan de hand? Het blijkt dat zijn vrouw in 1740 al is overleden en waarschijnlijk is haar kamer sindsdien niet meer onderhouden. Dit zou heel goed de reden kunnen zijn van de gedateerde inrichting van de 'Vreulens kamer.' Laten we het maar hopen voor die arme freule...

Bijen, vogels en pistolen?
Naast de inrichting van de verschillende slaapkamers werden ook andere vertrekken tot in de puntjes beschreven. Zo waren in de eetzaal naast het uitgebreide serviesgoed en enkele 'chocolade potties' ook een 'canarijvogel en een kouw' aanwezig om de boel een beetje op te vrolijken. Verder werd er in het kasteel een 'jagdmes' bewaard, naast enkele ijzeren vossenvallen, verschillende pistolen en ook een heuse 'spinnenjager.'
 
Enkele levende (en dode!) beesten en gedeelte van het zilverwerk

Niet iedereen vond in het kasteel een gerieflijk onderkomen. Zo moesten de knechts het doen met drie bedden, die middenin de stallen waren geplaatst! Samen met deze knechten bevonden zich hier ook verschillende soorten dieren, zoals koeien, varkens en paarden, maar ook jachthonden en bijen. Zelfs de dode beesten die werden aangetroffen, staan in de inventaris beschreven: 'Vijff levende bijen, twaelf dito doode.'

Nieuwsgierig naar de complete inrichting van dit kasteel? Kom dan eens langs bij het BHIC in Grave en duik zélf in het archief van de schepenbank Land van Cuijk...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Het spook van kasteel Tongelaar
- Op jacht naar de schat... kamer!

woensdag 29 oktober 2014

Het einde van de ' verdrietige saecke'

Welke smeuïge details werden voor de 'cuijsche ooren en gedagten' van de rechter achtergehouden?
Zo, het zit erop. Alle getuigen in de zaak van Petrus Bufflée en Sibilla van Doorn zijn gehoord. Nu is het aan de rechters om alle verhalen, roddels en feiten tegen elkaar af te wegen en tot een zorgvuldige, weloverwogen beslissing te komen. Maar eerst doen Sibilla en Petrus allebei nog een laatste, emotionele oproep aan de rechters om hun hachje te redden. Wie krijgt er gelijk? We lezen het deze week in de spannende ontknoping van deze achttiende-eeuwse rechtszaak...

Rekenwonder
Sibilla werd in deze rechtszaak bijgestaan door haar momboir Gerard van Leunen. Hij voert een vurig pleidooi om Petrus Bufflée achter de tralies te krijgen. Zo rekent hij uit dat Sibilla precies in de 37e week, dus de 9e maand, na de Sambeekse kermis in 1732 is bevallen van een dochter: 'waaruit claar is te sien dat de opposante op den 31sten augusti 1732 bij den geopposeerde geweest en getracteert zijnden, doenmaals ook van hem is beswangert geworden.'

De momboir heeft kennelijk nog nooit van te laat of te vroeg geboren kinderen gehoord. Toch presenteert hij het als sluitend bewijsstuk. Verder voert hij aan dat de rechters geen enkele manspersoon hebben kunnen vinden die 'godt en ziel vergetent genoeg was om (...) onder ede te verclaren' dat hij met Sibilla vleeselijke conversatie heeft gehad. Alle verklaringen zijn uitsluitend gebaseerd op roddels, aldus Van Leunen.

Adam en Eva?
Momboir Gerard van Leunen wenst verder geen woorden vuil te maken aan de roddels van de soldaten en de buurvrouwen. Volgens hem moeten de 'cuijsche ooren en gedagten' van de rechters bespaard worden en niet worden verveeld met 'dusdanige obschene en goddelosen veltstuckjes.'

Zelfs Adam en Eva worden erbij gehaald in de expliciete beschrijvingen!
Toch is hij in het fragment hierboven zelf ook erg expliciet in zijn bewoordingen. De synoniemen die meermaals terugkomen in dit dossier zijn zeer vindingrijk te noemen. De liefhebbers kunnen deze uitspraken zelf lezen in deze blogreeks, maar het woord 'Eva(is)snuijter' wilden we jullie toch niet onthouden. Petrus meende echter niets met deze 'snuijter' te maken te hebben gehad!

Petrus als slachtoffer
Vervolgens was het de beurt aan Petrus. Hij ontkent 'nochmaels wel uijtdruckelijck dat oijt eenige vleeselijcke conversatie met voornoemde Sijbilla heeft gehadt' en hij wenst een eind te maken aan 'deese verdrietige saecke.' 

Petrus wil aan deze 'verdrietige saecke een Eijndt maecken'

Bufflée ontkent niet alleen de beschuldiging van Sibilla, hij kruipt zelfs in de slachtofferrol! Lees hieronder maar van welk 'quaedt' hem door 'Schele Sibil' was aangedaan:

Wie is hier nu het slachtoffer?
Tot slot legt Petrus uit dat hij er niet op uit is om Sibilla schade toe te brenge, maar dat het hem alleen te doen is om een huwelijk met 'sijn lieffste Theresia Sijben', met wie hij al officieel verloofd is.Wat denk je? Zou hij gelijk krijgen en toestemming om met zijn geliefde te trouwen?

Eind goed, al goed?
Na lang beraad hebben de rechters een oordeel geveld 'ten voordeele van Peter Bufflée en ten nadeelen van gemelden Sibilla.' Meteen doet de laatste een appel en gaat dus in beroep tegen deze beslissing. Maar in plaats van de goedkeuring van dit appel af te wachten, vragen Petrus en Sibilla beiden uitstel aan bij de 'wereldlijke rechters', om zo de zaak onder de geestelijke rechter onder compromis te stellen.

Op 18 november 1733 wordt dat compromis tussen beide partijen gesloten bij Mattheus van den Broeck. Petrus en Sibilla hadden duidelijk geen behoefte aan lange (en kostbare!) gerechtelijke procedures: 'omdat eene sware procedure te dugten stond, tot voorcominge van alle het welke soo verclaarden beijde de comparanten (...) van hier door geen het minste nadeel te willen toebrengen aan de geestelijke off wereldlijcke jurisdictie.'

Van Sibilla ontbreekt na deze datum ieder spoor, maar Petrus Bufflée trouwt te Boxmeer met zijn geliefde Theresia Sijben en kan in elk geval ongestoord zijn gang gaan: hij zet maar liefst vijf kinderen op de wereld!

Lisette Kuijper - medewerkster studiezaal Grave

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Zo moeder, zo dochter?
- Vunzige verklaringen
- Bemoeizuchtige buurvrouwen 


woensdag 22 oktober 2014

Bemoeizuchtige buurvrouwen

Buurvrouw Maria heeft wel een héél sappige roddel over één van Sibilla's vrijers!
Van 'vunzige verklaringen' van Boxmeerse soldaten gaan we deze week naar enkele bemoeizuchtige buurvrouwen. Ook zij doen een boekje open over 'Schele Sibilla', die Petrus Bufflée aanklaagde wegens zijn voorgenomen huwelijk met een ander 'vrouwmens'. Volgens deze buurvrouwen is het echter Sibilla die niet van onbesproken gedrag lijkt te zijn en verhoudingen had met meerdere 'manspersonen'...

Meer kapers op de kust...
Eén van de ondervraagden deze week is Maria Mulders. Hierboven kun je een gedeelte van haar verklaring lezen. Zo vertelt zij dat ene Jacobus Thomassen eens 'den gantzen nagt bij geseide Sibil te bedden' had gelegen en wat hij daar met haar deed? Tsja, lees dat zelf maar hierboven!

Jacobus was volgens Maria niet de enige die te vinden was tussen de lakens van Sibilla. Zij wijst namelijk ook een zekere Jan van Osch aan, een soldaat die met zijn garnizoen te Nijmegen gelegerd was. Hij vertelde Maria trots dat hij wel zes maal met Sibilla het bed in was gedoken! De geestelijke rechter geloofde dit verhaal natuurlijk niet meteen en deed navraag bij een aantal andere Boxmeerse vrouwen. Was Maria Mulders gewoon een ordinaire roddeltante of had ze het bij het rechte eind?

Slaapkamergeheimen
Op heterdaad betrapt!
Het dekenaat van Cuijk had zijn handen vol aan deze rechtszaak, waarin vele getuigen werden gehoord. Om enigszins tijd te besparen, hebben de rechters drie buurvrouwen in één keer verhoord, namelijk Sibilla Thijssen, Maria Peters en Isabella de Cocq.

Maria Peters was samen met 'Schele Sibilla' in dienst van Sibilla Thijssen. Op een avond betrapt Maria haar collega in het huis van Sibilla Thijssen. Sibilla was net van haar 'bedtsteede' geklommen, en ze trok haar 'clompen' aan, 'sonder dat de muts op het hooft hadde.' Tot overmaat van ramp lag er in diezelfde 'bedsteede' nog een 'manspersoon'! Geschokt riep Maria uit: 'Wat is dat hier, d'een klimt hier van het bedt ende een ander is daerop!'

Sibilla toont berouw en belooft zich beter te gedragen. Lukt dit haar?
Zoals het een goede werknemer betaamt, ging Maria met deze informatie naar haar bazin, Sibilla Thijssen. Deze confronteerde 'Schele Sibilla' met haar onzedige praktijken en maakte duidelijk dat ze dit soort zaken in haar huis niet wil hebben. 'Dat is oock waer,' geeft Sibilla meteen toe, 't sal niet meer geschieden. Ick had t oock wel mogen laten.' Zo te zien heeft Sibilla oprecht spijt van haar daden, maar niets blijkt minder waar...

Niet bestemd voor kinderogen! 
Het duurde niet lang of Sibilla had haar belofte alweer gebroken. Zelfs de onschuldige kinderogen van Sibilla's kroost hebben het allemaal moeten aanschouwen. Ook zij hebben namelijk een 'manspersoon' uit het bed van Sibilla zien klimmen, vertelden zij hun moeder. Tot overmaat van ramp hing hem 'het hembt over de broeck', toen hij het bed uitstapte. Drie keer raden wat deze meneer heeft uitgevreten...

Zelfs de kinderen van Sibil Thijssen waren getuige van Sibilla's onzedelijke praktijken!
De liefdesgeschiedenis van Sibilla gaat nóg verder volgens Isabella de Cocq, vrouw van Harlingh Derkx, die we nog kennen van vorige week. Zij doet gretig verslag van haar ontdekkingen in het 'brouwhuijs', waar zij Sibilla op heterdaad samen met een 'vremt persoon' heeft betrapt! Harlingh Derkx ontsloeg zijn dienstmeid vervolgens op staande voet.

Tot slot wordt het verhaal van Maria Peters door Isabella bevestigd. Volgens haar had Sibilla inderdaad een verhouding met ene Jan van Osch, met wie ze ook verloofd was. Als teken van eeuwige trouw had hij haar zelfs 'eenen gouden rinck' gegeven, maar tevergeefs...

Volgende week: het oordeel!
Jacobus Thomassen, Jan van Osch, 'vremde manspersoonen': Sibilla stond bekend als een echte mannenverslinder. Zullen de Cuijkse rechters de soldaten en buurvrouwen geloven of veroordelen zij toch Petrus Bufflée en sluiten zij hun ogen voor bovenstaande 'roddels'? We zullen het volgende week zien bij de afloop van de zinderende rechtszaak...

Lisette Kuijper - medewerkster studiezaal Grave

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Zo moeder, zo dochter? 
- Vunzige verklaringen