Posts tonen met het label Rusland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rusland. Alle posts tonen

maandag 2 februari 2015

Naar het 'velt', naar den Rus!

Ploeteren door de sneeuw rond Moskou. De meesten zouden de tocht niet overleven...
De arme Johannes Ermers is via Den Bosch, Amiens en Mainz terechtgekomen in een lange mars door Duitsland en Polen. Als soldaat in het leger van Napoleon trok hij in oktober 1812 samen met bijna 700.000 man naar Rusland. Inmiddels heeft hij Warschau bereikt en daar vandaan schrijft hij  zijn laatste brief die zijn geliefden heeft bereikt. Ga mee op het laatste stukje van deze hachelijke onderneming...

'Een ongeloovig lant'
Johannes laat gelukkig als eerste weten dat hij nog 'vris en gesont' is en dat hij in een goede staat verkeert. De tocht door Duitsland is de zeer gelovige katholiek echter wel zwaar tegengevallen, want het blijkt een 'ongeloovig lant' te zijn: alleen maar Luthersen en bijna geen heiligenbeeld te vinden! Met weemoed denkt hij terug aan Mainz, waar hij altijd tijdens zijn wandelingen door de straten omhoog keek 'wie dat het moijsten beldeken (mooiste beeldje) voor de deur had staan.'

'Poolen, een aardig lant'
In Berlijn heeft Ermers een dag 'stilgelegen, met de Sint Hubertse kermis' (!), maar toen moesten ze toch echt verder, op naar Polen. Gelukkig een 'aardig lant' volgens Johannes. 

Gekerm in de kerk
Het leger trok een hele dag door een groot bosgebied tussen Pruisen en Polen, waar bijna geen huizen te zien waren. Zodra ze het bos uitstapten, was alles plots veranderd: 'het eerste dorp waar wij kwaamen daar vont ik weer een schoon beelt en een kruijs op den tooren,' meldt Johannes tevreden.

De kerken in Poolen zijn zó mooi: 'den schoonsten altaar bij ons, zoo is daar den lelijksten.' Bovendien is het volk daar zeer eerbiedig, want zij vallen bij iedere mis 'met het aangesigt plat op den gront' en de hele kerk is vol van het 'gekerm', dat bij de gebeden opstijgt.

Deze brief werd in Warschau geschreven, maar liefst 325 uur verwijderd van Sint Hubert!
Ermers schrijft ook over de vreemde Poolse gebruiken, die hij tegenkomt rond Warschau. Zo lopen alle kinderen 'schier naakent' rond en eten de varkens gewoon mee in huis! Volgens hem is het daar al net zo 'kout' als thuis. Waarschijnlijk waren de Nederlandse winters begin 19e eeuw kouder dan nu het geval is...

Oefenen met 'kruijt'
Maar er moest ook gewerkt worden in het koude Polen: 'Wij hebben vandaag den 31 gevuurt met kruijt, dat het so krakte, dat was om te leeren,' zo schrijft Ermers. Napoleon liet er dus geen gras over groeien en zorgde ervoor dat zijn rekruten gedrild werden in voorbereiding op een zware veldslag in Rusland. Ondertussen waren Johannes en zijn geliefden in Sint Hubert maar liefst 'drie hondert en 25 uuren' van elkaar verwijderd...

Oefening baart kunst...
Vermiste soldaten
Van Johannes Ermers ontbreekt na deze laatste brief ieder spoor. Hij duikt nergens op in onze genealogische bronnen, maar er is ook niets bekend over zijn dood. Johannes was niet de enige. Waarschijnlijk hebben ruim duizend jongemannen uit Noord-Brabant de veldtocht naar Rusland meegemaakt en slechts een enkeling is teruggekeerd. Honderden families hebben dus lange tijd tussen hoop en vrees geleefd, maar de meesten hebben nooit meer iets gehoord van hun zoon of broer. Ook de familie Ermers uit Sint Hubert heeft dit grote verlies moeten verwerken. Johannes Ermers is waarschijnlijk nooit uit Rusland teruggekeerd...

'Tot in der eeuwigheijt'
Johannes zelf was niet bang voor de dood, integendeel. Hij heeft er namelijk nog 'geen verdriet' van gehad dat hij daar zal moeten sterven, want dan 'verbleijt sig den geest.' Mocht hij toch thuiskomen, dan 'verbleijt sig den natuer.' De jonge soldaat accepteerde dus heel nuchter de kans dat hij de veldtocht niet zou overleven en hij zag er naar uit zijn geliefden terug te zien in de hemel.
Johannes neemt misschien wel voor eeuwig afscheid en gaat 'na het velt na den Rus'!
Tot slot neemt hij afscheid van zijn geliefden: 'Nu vrindelijk gegroet, lieve susters en zwaager en alle bekende en vriende, misschien tot in der eeuwigheijt (...) Ik ga nu na het velt, na den Rus (...)' Op dit Russische 'velt' heeft Johannes Ermers hoogstwaarschijnlijk zijn laatste adem uitgeblazen...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Op oorlogspad naar Rusland!
'Een dal der traanen'

 

maandag 26 januari 2015

'Een dal der traanen'

Johannes Ermers uit Sint Hubert diende als voltigeur in het leger van Napoleon
Vorige week kon je lezen hoe de 22-jarige Johannes Ermers uit Sint Hubert in 1812 werd opgetrommeld voor het leger van Napoleon en hoe hij in Amiens terechtkwam. Inmiddels is het enkele maanden later en doet hij aan de pastoor verslag van zijn belevenissen op zijn tocht van Frankrijk naar Duitsland, die hem heeft gevoerd naar 'heijlige plaatsen' maar ook naar een waar 'dal der traanen...'

Gewapend naar de kerk!
Zoals we van Johannes gewend zijn, begint hij zijn brief, die deze keer aan de pastoor van Wanroij gericht is, met een opsomming van prachtige kerken en missen die hij heeft bijgewoond, met name in de Duitse stad Mens (waarschijnlijk het huidige Mainz). 

Johannes verwondert zich over vele missen, 'schoone kerken' en...het 'hooft van Johannes Babtist'!
Na een lange voettocht is soldaat Ermers aangekomen in Mens en wonder boven wonder vindt hij daar een biechtvader. Bovendien mag hij met Pinksteren een processie meemaken, waar hij 'gewaapent' en stokstijf in de kerk moest staan, met zijn 'hoet over de oogen' en het geweer in de hand. Dit heeft hem jammer genoeg wel belet om de mis goed te kunnen horen!

In de 'schoone Biskopskerk' heeft hij zelfs het 'hooft van Johannes Babtist' kunnen aanschouwen, 'jaa zijn eijgen hooft!' roept Ermers uit. Verder bewondert hij de vele heiligenbeelden die op elke hoek van de straat te vinden zijn.

'Dal der traanen'
Toch heeft Johannes het ook zwaar. Hij heeft 85 uur moeten marcheren voor hij 'Vrankrijk' uiteindelijk achter zich kon laten en nog eens 40 uur voor hij de Duitse stad Mens bereikte. Tot zijn grote schrik heeft hij hoogstwaarschijnlijk nóg eens 200 uur stevig doorwandelen voor de boeg. Men zegt namelijk dat ze naar 'Barlin' gestuurd zullen worden!

Een loodzware tocht...
Ermers komt niets te kort schrijft hij, maar hij wil toch uit het 'dal der traanen ontslaagen worden'. Ze krijgen niets van de 'luij van dit lant' en moeten dus voor hun eigen eten zorgen. Ze exerceren maar liefst zes uur per dag en de lange tocht naar Rusland moet ook niet aanlokkelijk geweest zijn. Toch zat er niets anders op...

Makkers voor het leven!
Er zullen vele tranen zijn weggepinkt, vast ook door Johannes Ermers en zijn strijdmakkers. Slechts 20.000 van de bijna 700.000 soldaten die in 1812 met Napoleon naar Rusland trokken, overleefden de barre tocht. In de eerste brief beschreef hij het eerste sterfgeval uit Sint Hubert al, namelijk Hendrikus Eijbers: 'Nu zal Drik niet meer schrijven, voor dat hij stil ligt.'

Nog één strijdmakker overgebleven...
Gelukkig heeft Johannes in zijn tweede brief nog één lotgenoot bij zich, die met hem 'uijt den bos' (Den Bosch) was gegaan, namelijk Derk Ruskens. 'Wij zijn als gebroeders bij malkaar', zo schrijft Ermers en in Mainz zijn zij alletwee ingekwartierd als 'voltisuurs', ook wel voltigeurs genoemd. Dit waren lichte infanteristen, vaak wat klein van gestalte, die werden ingezicht als schutters. Johannes en zijn makker Derk zouden snel moeten vertrekken, richting Berlijn, op naar Polen en uiteindelijk Rusland.

Volgende week: Naar het veld, naar de Rus!
Er is nog één brief over van Johannes. Ben je benieuwd naar zijn ontberingen in Polen, vlak vóór de Russiche veldtocht? Lees dan volgende week weer met ons mee!

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Op oorlogspad naar Rusland!
- Elselina Versfelt uit Lith: avonturierster onder Napoleon