Posts tonen met het label negentiende eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label negentiende eeuw. Alle posts tonen

maandag 14 maart 2016

Bliksembezoek per schietschouw

Een zogenaamde 'scietschouw' klaar om het ijs op te gaan
Begin 1814 trekt het Franse leger zich geleidelijk terug uit Nederland. En sinds 30 november van het jaar daarvoor staat, in de persoon van prins Willem Frederik, weer een Oranjevorst aan het roer. Diens zoon, erfprins Willem, 21 jaar oud, is opperbevelhebber van het Nederlandse leger. 

Gesteund door Pruisische troepen neemt hij na een wekenlang beleg op 26 januari de vesting 's-Hertogenbosch in. Noord-Brabant is nu grotendeels in Nederlandse handen.

Protestantse vorst
Erfprins Willem
Erfprins Willem heeft iets speciaals met Zuid-Nederland, en vooral met Tilburg. Dat zal zeker later duidelijk worden tijdens zijn koningschap (1840-1849), maar in februari 1814 blijkt al zijn interesse in het Brabantse.
Om te beginnen brengt hij vanuit 's-Hertogenbosch onverwachts een bezoek aan Tilburg. Daarna maakt ook de regio ten noordoosten van 's-Hertogenbosch kennis met Willem, die natuurlijk niet zomaar rondreist: hij heeft soldaten nodig, en zeker in de regio Oss wil men niet vechten in dienst van een protestantse vorst!

'IJsschuitje'
Op 21 februari arriveert de prins in winters Orthen, in een "cierlijk toegesteld ijsschuitje", dat getrokken wordt door enkele Bosschenaren op schaatsen. Daar stapt het gezelschap over in een koets, die over de dijken verder hobbelt richting Empel, Gewande en Alem, gevolgd door een aantal schaatsers.

Dorpssecretaris Dirk Luijcx van Breugel en de heer L.D. van Tengnagel de Raad vormen het ontvangstcomité. Ten huize van de secretaris maakt de prins 's avonds kennis met burgemeester Lucas Bokstart, de pastoor en de dominee. De kerkklokken luiden, de vlaggen zijn uitgestoken en het "huis der gemeente" is feestelijk verlicht.

De volgende ochtend reist het vorstelijk gezelschap per overdekte schietschouw of sleeschuit over het ijs van de bevroren Beerse Maas van Lithoijen naar Oss. Bij de weduwe van de vroegere schout Le Heu in huis spreekt Willem met deken Duchateau en andere geestelijken uit de regio. Daarmee verdwijnt de kou uit de lucht: het is feest in Oss en de schuttersgilden presenteren zich! Nadien vertrekt de schietschouw weer, richting Lithoijen en Oijen, met aan boord een tevreden prins.

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
Heesch op stoom!
Gevecht met het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 4 maart 2016

Vals geld op de kermis in Oploo

Een tweemarkstuk uit 1877 met de afbeelding van de Duitse keizer

Josephina Erkes (29) heeft in de rechtszaal een baby van een paar maanden oud op de arm. Het kind is in de gevangenis, tijdens voorarrest, geboren. Het is haar zwaar te moede, op de vragen van de rechter geeft ze geen antwoord. Het maakt niet uit, de rechter is er snel van overtuigd dat zij het was die op 6 en 7 oktober 1895 de valse munten op de kermis in Oploo heeft uitgegeven.

De bewijzen zijn overduidelijk, de verklaringen van de getuigen glashelder. Resterende valse munten zijn door de gewaarschuwde brigadier Baarts aangetroffen in de portemonnee van haar man, Adriaan Verstegen (29). Duits geld: stukken van 1 en 2 mark uit 1877 met de beeltenis van de Duitse keizer. De vrouw voldoet aan de beschrijving van de kermislui: klein, donker haar en blauwe ogen, ronde kin, ovaal gezicht en geheel in het zwart gekleed.

Verstegen heeft de munten zelf gemaakt. Hij is goed met zijn handen. De in Wanroij geboren zoon van een klompenmaker beoefent officieel hetzelfde beroep als zijn vader. Hij woont in Duitsland, in Kempen, vlak over de grens bij Venlo. Zijn vrouw Josephina is een Duitse; zij is geboren in Sankt Hubert, een vlek in de buurt van Kempen.
Verstegen bekent op 21 april 1896 tegenover zijn rechters dat hij de valse munten heeft gemaakt. Waarom? Zijn gezin was in diepe ellende geraakt, zegt hij. Langer dan een jaar was híj, de kostwinner, aan het ziekbed gekluisterd geweest. Hij had zijn huisraad al verkocht om eten te kunnen kopen. Ten einde raad was hij bezweken voor de verleiding en had wat munten gemaakt.

Burgemeester Plum van Kempen, ook aanwezig op de zitting in  Den Bosch, had hoogstpersoonlijk het huisje van de twee onderzocht. In het klompenblok, waarop Verstegen zijn klompen hakte, had hij een verborgen luikje ontdekt. Daarachter had het bewijsmateriaal gelegen: gipsvormen voor het gieten van munten. Plum was niet verbaasd geweest. Verstegen was eerder op valsemunterij betrapt en had al een jaar in een Duitse cel doorgebracht.

De rechters tonen weinig compassie. De valsmunterij zelf wordt zwaar bestraft: Verstegen moet vier jaar de cel in. Het opzettelijk uitgeven van vals geld wordt minder zwaar aangerekend, zijn vrouw krijgt een jaar gevangenisstraf.

Beiden gedragen zich goed in de gevangenis. De man heeft het er moeilijk. De gevangenisdirecteur noteert dat Verstegen lijdt aan 'een zeer gedeprimeerde toestand van het zenuwstelsel.' Twee verzoeken om eerder vrijgelaten te worden, worden door de minister van justitie echter afgewezen. De valsemunter zit de volle straf uit.

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Een zeeman met Sambeeks kerkzilver
- Boze cafébezoeker steekt drie broers neer

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 26 februari 2016

Een zeeman met Sambeeks kerkzilver

De Sambeekse kerk, waar in 1861 een zilverdief actief was
De Venlose zilversmid vertrouwt het voor geen cent. Het is dinsdag 31 juli 1861. De onbekende kerel die voor hem staat, met een dikke neus en een hoog voorhoofd, biedt wat ongebruikelijke spulletjes te koop aan. 

Zilveren stukjes van een rozenkrans, maar ook een zilveren kruisje en wat plaatjes. Ik trap er niet in, denkt de smid. Hij waarschuwt de marechaussees en die grijpen de kerel in zijn kraag. Al gauw denkt de politie te weten wie ze in hun cachot hebben: de dief van het Sambeekse kerkzilver!

Twee dagen eerder, op zondagmorgen, is het ontdekt. Het zilver waarmee het Lieve Vrouwebeeld in de Sint Jan de Doperkerk van Sambeek wordt opgesierd, is verdwenen. De koster meent dat op zaterdag alles er nog lag, in een glazen kastje bij het beeld, zo zal hij later tijdens de rechtszitting in Den Bosch verklaren. Maar zondag is alles foetsie. Een zilveren kroon van de Madonna zelf en het kleinere kroontje van het kindje Jezus. Plus een verzilverde rozenkrans en wat zilveren plaatsjes die voorwerpen voorstellen, zoals wat hartjes en een hoofd. De gelovigen zijn geschokt. Wie steelt er nu uit een kerk?

Na de arrestatie in Venlo denkt Justitie wel te weten wie de onverlaat was. Cornelis Kuijpers, zo heet de zilverdief die in de Limburgse stad is opgepakt. Hij komt uit Gorinchem, is 25 jaar oud en zeeman van beroep. In Venlo probeerde hij de gestolen goederen te verpatsen, meent het Openbaar Ministerie.

Die laat een aantal getuigen opdraven tijdens de zitting. Zoals de Boxmeerse herbergier bij wie Kuijpers een paar dagen heeft gelogeerd. De zaterdagmiddag waarop de diefstal vermoedelijk is gepleegd, was de zeeman vertrokken uit het logement. Een paar dagen eerder had de herbergier hem over de Sambeekse kerk horen spreken. Ook een getuige uit Sambeek had de vreemdeling met bewondering over het kerkzilver horen praten. De zeeman had navraag gedaan over de kerk. De gereformeerde Kuijpers zou zelfs overwegen om 'Roomsch' te worden.

En wat oordeelt de rechter? Die vindt het bewijs te dun. De verdachte zegt dat hij voor iemand anders, die Venlo niet binnen durfde te gaan omdat hij schulden had, de spulletjes te koop had aangeboden. Omdat er lichte twijfel is of de teruggevonden stukjes wel echt die uit de kerk zijn en omdat er verder geen sluitend bewijs is, wordt de zeeman vrijgesproken.

Vijf jaar later belandt Kuijpers toch nog in de bak. Wegens landloperij. De gevangenisdirecteur noteert in het register dat de gevangene van het gereformeerde geloof is. Toch maar niet Roomsch geworden...


Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- "Dorus, Dorus, ge slaat mij dood..."
Een tragische moord in Haps

De beste verhalen via e-mail ontvangen?




maandag 28 september 2015

'Handboeksken' van een zwerver

Het 'handboeksken' van arme sloeber Willem van Genabeck
Zo op het eerste oog lijkt het een doodnormale man, die Willem van Genabeck. Bruin haar, blauwe ogen, een gewone neus... Maar achter dit unieke 'handboeksken' gaat een tragisch verhaal schuil. Talloze keren pakt Willem zijn biezen en verkast, op zoek naar een beter leven. Reis mee door Nederland, België én Duitsland met deze arme sloeber uit Grave!

Duitse stempeltjes
Tegenwoordig moet je je overal kunnen legitimeren en op vliegvelden wordt je paspoort zorgvuldig gecontroleerd. Maar ook in de vroege 19e eeuw werd je als reiziger nauwkeurig in de gaten gehouden. Onze Willem uit Grave maakte in de jaren twintig meerdere reizen in de omgeving van Düsseldorf en Enschede. Onderstaande 'Eingangs-pass' had hij hard nodig om de verschillende grenzen te passeren. 

Met deze 'Eingangs-pass' kon de zwerver vrij door Pruisen reizen
Het document bevat een korte beschrijving van de uiterlijke kenmerken van Willem van Genabeck. Rond 1827 lijkt zijn armoede nog enigszins mee te vallen. Hij voert veelvuldige transporten uit in de Duits-Nederlandse grensregio. Ook lezen we dat zijn gezichtskleur toentertijd nog 'Gesünd' was; kennelijk kon hij hier zijn boterham dus nog aardig verdienen.

Kun jij alle steden ontdekken waar Willem met zijn kar te vinden was?

Als we deze pas voorzichtig (!) openslaan, zien we vele aantekeningen van Duitse en Nederlandse beambten, die Willem toestemming verlenen om te transporteren in hun gebied. De precaire toestand van het papier verraadt dat Willem het vaak uit zijn zak heeft moeten halen om een stempeltje te krijgen...

'Handboeksken'
In 1829 was de koek in Duitsland kennelijk op en zoekt Willem van Genabeck zijn geluk in België en Nederland. De Duitse pas was niet meer geldig, dus tijd voor een nieuw paspoort! Begin 19e eeuw sprak men natuurlijk nog niet over ID-kaarten of paspoorten, maar simpelweg over een 'Handboeksken.'

Ook in dit boekje vinden we de uiterlijke kenmerken van Willem met zijn platte voorhoofd en zijn ovale 'aenzigt.' Zijn eerste werkgever was een hoedenmaker uit het Limburgse Blitterswijk, bij wie Willem zich drie maanden 'trou en eerlijk' in het zweet heeft gewerkt.
Onze Willem heeft overal 'trou en eerlijk' gewerkt, maar werd toch overal uit gekickt!
Elke baas geeft de arme Willem slechts enkele weken of maanden werk en zet hem vervolgens weer doodleuk op straat. Uit het 'Handboeksken' blijkt dat hij nergens stennis heeft geschopt of in aanraking is gekomen met de politie. Toch moet hij telkens weer verkassen: van Blitterswijk naar Antwerpen, van Antwerpen via Mechelen en Brussel naar Grave en vervolgens trekt hij langs meerdere Brabantse steden.

Straatarme stakker
Hoe is het afgelopen met deze berooide zwerver, die altijd maar weer naarstig op zoek was naar werk en een dak boven zijn hoofd? Helaas geen mooi sprookjeseinde voor Willem. De harde werker is nooit getrouwd en belandde uiteindelijk in de armenzorg. Op 21 februari 1845 stierf hij in Herpen, waar hij op dat moment in de kost was van het armbestuur.

Willem sterft ook in armoede, niet op 75 jarige leeftijd, zoals we in de memorie lezen, maar toen hij slechts 55 jaar oud was
In de memorie van successie lezen we dat Willem van Genabeck geen roerende of onroerende goederen heeft achtergelaten en dat zijn erfgenamen, die overigens zelf ook 'onvermogend' waren, niets aan zijn overlijden hebben overgehouden. Er viel bij deze straatarme stakker, die tijdens zijn leven nooit enig bezit heeft gehad, natuurlijk ook niets te halen...


Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Echte armoede!
In en in triest...

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 

maandag 31 augustus 2015

Weg met die ouderdomskwaaltjes!

Koninklijk wondermiddel tegen grijs haar uit 1883
Als we in de spiegel kijken, kunnen we bijna allemaal wel een paar ouderdomskwaaltjes ontdekken. De eerste grijze haar bijvoorbeeld of die akelige rimpeltjes zijn ons een doorn in het oog. De angst voor het ouder worden is van alle tijden. Lees met ons mee in de kranten, op zoek naar de wondermiddeltjes van de negentiende en twintigste eeuw!

(Koninklijke) wondermiddeltjes
De eerste tekenen van het ouder worden zijn vaak onze grijze haren. Nu, daar wisten ze in 1883 wel raad mee. De Koninklijke Haarhersteller, die door koning Willem III zelf in gebruik zou zijn, moest je haar zijn natuurlijke kleur weer teruggeven. Opmerkelijk: het is geen verfstof, maar hoe het middel dan wel werkt, blijft onduidelijk.
Corsetten voor een jeugdige, elegante houding
Niet alleen je haar, ook je figuur heeft te lijden onder het ouderdomsproces. In 1957 verkocht men daarom 'Twilfit' corsetten om de boel een beetje netjes te houden. Ideaal voor een jeugdige, elegante houding!

Wondermiddel tegen reumatische klachten
Niet alle kwaaltjes zijn natuurlijk zichtbaar. Wat te denken van alle pijntjes, broze botten en knikkende knieën? Sommigen krijgen zelfs te kampen met reuma en daarvoor had men in 1942 het middel 'Kruschen' dat je bloed zou zuiveren en je krachtiger en jeugdiger zou laten voelen. Zou dit echt gewerkt hebben?

Handig rekensommetje
Tot slot hebben we hieronder nog een handig hulpmiddeltje voor je als je de leeftijd van een vrouw (op leeftijd) moet raden. Wie durft dit te proberen?

Wie durft deze formule te testen?

Geschreven door:
Lisette Kuijper

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Diëten in de jaren dertig
Puistjes perikelen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 31 juli 2015

Stokken en steekpartijen


Een lugubere bekentenis...
Onze archieven staan bol van de spannende verhalen; van avontuurlijke reizen tot oorlogen, van geheime affaires tot kwajongensstreken. Wilhelmus Rooyakkers uit Volkel had het echter wel heel bont gemaakt. Een flinke 'rusie' inclusief steekpartij en uiteindelijk had hij ook een moord op zijn geweten. Duik mee in de dramatische geschiedenis van deze ruige rakker...

Wilhelmus Rooyakkers was geen lieverdje, zo blijkt meteen al uit zijn dossier. Op zaterdag 7 september 1803 krijgt de jongeman het meteen aan de stok met enkele andere jongelieden. Door tussenkomst van meerdere personen keert de rust even terug. Maar niet voor lang...

Krakende wonden
De bende trok van herberg naar menig huis in Volkel en liet een spoor van onrust achter. Op een gegeven moment kwam het tot een handgemeen tussen Rooyakkers en Peeter Vercampen. Hun vrienden voelden aan hun water dat dit niet goed zou aflopen en volgden hen 'tot op een kleine distantie'.

Dan opeens schiet de vlam in de pan. Wilhelmus grijpt Peeter vast en wanhopig probeert hij zich met een stok te verweren. Zijn belager overmeestert hem echter en brengt hem ook nog een gemene steekwond toe in zijn linkerarm.

Angst voor verraders
Wilhelmus maakt zich uit de voeten maar opeens waren daar die vervelende vrienden van hem weer! Ze zien hem staan met de stok van Peeter nog in zijn (waarschijnlijk bebloede) handen. Hij spreekt één van de geschokte jongemannen als volgt aan:

Johannes! Ik heb Peer gestooken maar waar dat weete ik niet, maar ik stak erin dat het kraakte, hij zal er misschien welaan sterven. Maar maakt dat gij mij niet verraad, gij zult mij immers niet verklappen?

Fatale steekpartij
Gelukkig bleek Peeter later weliswaar gewond, maar niet vermoord in het veld te liggen. Diezelfde Johannes komt de schade met eigen ogen inspecteren. Na een tijdje lukt het Peeter om overeind te krabbelen en hij stelt voor: Komt Helmus, het is laat genoeg. Laat ik u tuijs brengen en saamen van hiergaan. Peeter geeft wel aan eerst nog even zijn 'gevoeg' te moeten doen.

De doodskreet van de arme Peeter
Je kunt het vervolg waarschijnlijk al raden. Terwijl Peeter rustig gehurkt zijn behoefte doet, valt Wilhelmus hem van achteren aan met zijn mes. De jongen valt voorover en heeft bitter geschreeuwd:

Helmus Helmus! Wat hebt gij mij gestooken, en wat heb ik uw tog misdaan?

Het zwaard...
Dit verhaal liep niet goed af voor Peeter Vercampen, maar ook niet voor Wilhelmus Rooyakkers. Deze jongeman, die bekend stond als 'eenen slegten en gevaarlijken kerel', werd uiteindelijk met het zwaard gestraft...

De doodstraf voor de ruige rakker


Geschreven door:
Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Moorden en martelingen in Breda
- Een overspelige dominee


De beste verhalen via e-mail ontvangen?



woensdag 8 juli 2015

Joost mag het weten!

De plotseling verdwenen Joost van Herwijnen
Raadsels, die kom je regelmatig tegen in een archief. Dat betreft ook de familiegeschiedenis van Joost van Herwijnen. Jacques Lemmink heeft onderzoek gedaan bij het BHIC om een en ander te weten te komen over deze Joost en bracht een tragische doch interessante familiegeschiedenis aan het licht. Het verhaal wil namelijk dat Joost onverhoopt zijn gezin verliet om te vertrekken naar het land der onbegrensde mogelijkheden: Noord-Amerika. 

Met stille trom...
Joost van Herwijnen, geboren te Giessen op 10 oktober 1839, huwde in 1868 met zijn dorpsgenoot Elisabeth Sterkenburg. Ze verlieten Brabant in 1879 om in Spaarnwoude bij het Haarlemmermeer te gaan boeren. De drooglegging van het Haarlemmermeer in 1852 had een groot voordeel; het tekort aan landbouwgrond in Nederland werd tegemoet gekomen. Daar deed Joost zijn voordeel mee. Zes jaar later verhuisden ze echter weer terug naar Uitwijk in het Land van Heusden en Altena.

Met de noorderzon vertrokken...
In 1887 brak een spannend jaar aan voor de familie Van Herwijnen. Joost had te kampen met meerdere problemen. Als Gereformeerde stapte hij over naar de Nederlands Hervormde Kerk, waarschijnlijk onder invloed van de Doleantie. Daarnaast leed zijn boerenbedrijf vermoedelijk onder de agrarische crisis. Voedselprijzen rezen de pan uit en de mechanisatie was moeilijk bij te houden. In de aanloop naar Kerst liepen de spanningen binnen het gezin hoog op, want kort voor de feestdagen verliet Joost kwaad zijn huis. Zijn gezin zou nooit meer iets van hem horen.

Ook de pers is met stomheid geslagen door het 'stille vertrek' van Joost
Scheiding
In 1900 vroeg Elisabeth de scheiding met haar man aan. In het proces-verbaal geeft ze als reden op dat hij "op vrijdag vóór Kerstmis 1887 zonder wettelijke reden, kwaadwillig de gemeenschappelijke woning (...) heeft verlaten, haar en zijne uit het huwelijk met requestrante gesproten kinderen in hulpbehoevende toestand achterlatende zonder zich verder om hen te bekommeren."

Elisabeth was daarnaast gerechtigd om een echtscheiding aan te vragen omdat het inmiddels meer dan vijf jaar geleden was dat haar echtgenoot de woning had verlaten. De proceskosten van fl. 2,40 waren voor de rekening van Joost, maar wat staat er op de laatste pagina van de dagvaarding? Juist, er staat nog wat op zijn kerfstok...

Deze rekening zal waarschijnlijk nooit betaald zijn...
Geen spoor meer van Joost na 1887. Het is gissen naar de reden waarom hij vertrokken is naar Amerika. Werd de gezinssituatie hem te heet onder de voeten, speelde zijn geloof een rol, of trok de VS met langgerekte landbouwgronden hem aan? Joost mag het weten!

Jacques Lemmink


Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Johannes, waarom slaa de mij?
- 'Ick sal U noijt verlaaten'


De beste verhalen via e-mail ontvangen?





vrijdag 22 mei 2015

Massaontslag in Boxmeer!

Eén van de sigarenfabrieken in Boxmeer ná het ontslag, rond 1910
Wie denkt dat de vele massaontslagen een product zijn van de 21e eeuw als gevolg van de economische crisis, heeft het mis. Ook eind negentiende eeuw was het soms moeilijk om brood op de plank te krijgen en de arbeidsomstandigheden waren ronduit slecht. In 1895 maakten enkele 'socialisten' een vuist voor de Boxmeerse sigarenmakers, die vervolgens hun werk neerlegden. Voorgoed, zo bleek later, toen zij door de burgemeester en de pastoor (!) werden ontslagen...

Staking!
Aan het einde van de negentiende eeuw vormden zich vele socialistische organisaties, die de problemen van de arbeidersklasse aan de kaak wilden stellen. In februari 1895 probeerden enkele socialisten zo'n organisatie in Boxmeer in het leven te roepen, namelijk de 'Nederlandschen Sigarenmakers en Tabaksbewerkers Bond.' Negentien sigarenmakers gingen hier grif op in en werden lid van deze bond.

Strooibiljet van de bond: wie durft er wél op te staan voor de 19 arbeiders?
De sigarenfabrikanten zagen dit met lede ogen aan en stelden de negentien arbeiders voor de keuze: of de bond de rug toekeren of de fabriek verlaten! Ze moesten namelijk niets hebben van deze 'rooie rakkers.' De betrokken sigarenmakers bleven echter lid van de bond en werden tijdelijk uit de stakingskas betaald.

Rooie rakkers?
Hoe moedig deze keuze misschien ook was, het betekende wel dat bijna twintig sigarenmakers zonder werk kwamen te zitten en hun (vaak grote) gezinnen niet konden voeden. Langzamerhand raakte de stakingskas leeg, werden hun oude arbeidsplaatsen door anderen opgevuld en moesten de stakers dus noodgedwongen op zoek naar nieuw werk.
 
Advertentie in het Boxmeers Weekblad van augustus 1895: wie neemt de plaats van de ontslagen arbeiders in?
De sigarenmakers uit Boxmeer werden dus massaal ontslagen door de burgemeester en de pastoor van het dorp, omdat ze lid werden van een 'socialistische bond.' Maar was dit ook echt zo? Volgens de NSTB zelf was dit geenszins het geval! 'Welnu, de Ned. Sigm-. en Tabakbew. Bond is bij geen der kerkelijke of politieke partijen aangesloten. Zij is dus geen christelijke, maar ook geen socialistische vereeniging.' Ze halen zelfs paus Leo XIII aan, die wijst op de slechte toestand van arbeiders in Europa.

Onbescheiden burgemeester
De NSTB is er heel duidelijk over in hun strooibiljet en beschuldigen de Boxmeerse burgemeester en pastoor voor het drama dat zich heeft voltrokken: 'De Pastoor toch heeft veel kwaad van den Ned. Sig. en Tabakbew. Bond gezegd, doch was niet te spreken toen wij kwamen om die leugens te weerleggen. De Burgemeester was zeer onbescheiden en wees ons als 't ware de deur.' Maar het wordt nog mooier; de burgemeester verzekerde de bond dat hij de fabrikanten zoveel mogelijk zou steunen en de 19 arbeiders zoveel mogelijk zou tegenwerken!

Een onverbiddelijke priester en bruuske burgemeester

Hoe het afliep met de arme sigarenmakers zelf? De Boxmeerse fabrieksdeuren bleven voor hen potdicht en zij zochten hun geluk elders, vaak in Duitsland...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Exotische sigaren uit Grave
- Malle Pietje met zijn sigaar...

maandag 18 mei 2015

Zweet, pannenkoeken en honden in Brabant

Beeld van Lodewijk Napoleon in het Kouwenburgs kerkje in Aarle
Tijdens zijn korte regeringsperiode bezocht Lodewijk Napoleon Bonaparte ook Brabant. Aanleiding daarvoor was een mysterieuze zweetziekte die deze provincie teisterde. Maar Lodewijk vond er niet alleen maar kommer en kwel; hij sloot een bijzondere vriendschap met de straathond Tiel én hij verorberde stapels pannenkoeken tijdens zijn reis. 

Bloed, zweet en tranen...
De geheimzinnige zweetziekte, die in Brabant heerste was één van de redenen voor Lodewijk Napoleon om deze provincie te bezoeken. Geschokt door het lijden liet hij direct de benodigde geneesmiddelen bezorgen, doneerde geld voor de eerste noden en liet een arts uit Boxmeer halen. Enkele weken later was de epidemie bedwongen.
Verder was een deel van Brabant zwaar getroffen door overstromingen en zette de koning zich in voor de teruggave van katholieke kerken aan de katholieken.

Een wereldreis met een bijzondere metgezel...
In het vroege voorjaar van 1809 vertrok Lodewijk Napoleon vanuit Apeldoorn op weg naar Grave. Onderweg stuit hij op de gevolgen van de watersnood en in Tiel springt opeens een verwaarloosde straathond in zijn koets. Vol liefde adopteert Napoleon het beest en noemt hem Tiel.
Maar liefst een ruime maand lang trok Lodewijk samen met Tiel door Brabant, namelijk van 13 april tot en met 17 mei 1809. Tijdens deze reis werden de dorpen Tilburg, Oosterhout en Roosendaal tot stad verheven.

De lange reis van Napoleon dwars door Brabant. Bron: Omroep Brabant
Deze reis had grote culturele, politieke, religieuze en sociale gevolgen voor Noord-Brabant. Langs Grave via Eindhoven, 's-Hertogenbosch, Heusden, Waalwijk, Oosterhout, Tilburg en Steenbergen reisde de koning naar Bergen op Zoom. Gedurende deze reis verleende de koning bijstand bij een cholera epidemie die in het dorp Aarle (bij Helmond) was uitgebroken.

Op 1 juli 1810 doet de koning afstand van zijn kroon en op de terugweg bij Hannover slaat het noodlot toe. Zijn koets slaat om en zijn maatje Tiel komt tussen de wielen terecht en overlijdt.

Nationale pannenkoekendag
Behalve met de Nederlandse taal en cultuur maakte Lodewijk Napoleon ook kennis met de Hollandse keuken.  Zijn lievelingsgerecht was pannenkoek. Daarom en vanwege zijn benoeming tot koning van Holland op 5 juni 1806 werd op 5 juni de nationale Pannenkoekendag ingesteld. Inmiddels is deze traditie verdwenen en verplaatst naar de laatste vrijdag van maart.

Meer weten over Lodewijk Napoleon?
Wil je meer weten over deze koning en zijn invloed in Brabant? Kijk dan naar onderstaande websites:

https://www.facebook.com/miny.vroegindewey
https://twitter.com/Verhalenkoerier
http://www.degroteklok.nl/?p=3208 

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
-  Digitaal op bezoek bij Napoleon en Joséphine
Het 'Konijn van Olland'
 
Gastblogger Miny Vroegindewey

Dit was de laatste gastblog van de hand van Miny Vroegindewey. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang (rond de 250 à 350woorden), illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-)

maandag 11 mei 2015

Het 'Konijn van Olland'

Koning Lodewijk Napoleon met zijn zoontje
'Iek ben Konijn van Olland.' Met deze woorden stelde Lodewijk Napoleon Bonaparte zich als koning voor aan de Nederlandse bevolking. Zijn regeringsperiode duurde slechts vier jaar, maar Lodewijk toonde zich in die korte periode zeer betrokken bij de Nederlandse bevolking, vertelt onze gastblogger Miny Vroegindewey: 'Hij was beslist geen domkop, maar juist zeer begaafd!'

Lodewijk (Louis) Bonaparte werd op 2 september 1778 geboren als Luigi Bonaparte op Corsica en hij was 9 jaar jonger dan zijn roemruchte broer Napoleon. Vader Carlo Bonaparte overleed toen Lodewijk zeven jaar oud was. Dat was voor 'grote broer' Napoleon de reden om Lodewijk op dertienjarige leeftijd mee te nemen naar Frankrijk voor zijn verdere opvoeding en scholing.

De intellectueel vs. de strateeg
In Frankrijk deelden de broers een eenvoudige kamer en gedurende deze periode werd Lodewijk 'klaargestoomd' door broer Napoleon voor een militaire loopbaan. Napoleon benoemde zijn broertje als adjudant en Lodewijk ging als negentienjarige jongeman mee op veldtocht in Italië. Alle inspanningen van Napoleon ten spijt was Lodewijk geen militair in hart en nieren en had hij een grote afschuw van oorlogvoeren en geweld.

Bovendien had Lodewijk lichamelijke klachten zoals een wervelbeschadiging als gevolg van een val van zijn paard en reuma aan zijn rechterhand. De grote karakterverschillen tussen beide broers werden steeds zichtbaarder en zouden later ook leiden tot grote conflicten. Napoleon was veel meer de militaire strateeg terwijl Lodewijk een uitgesproken intellectueel was. Wat de twee Bonaparte broers wel gemeen hadden, was hun hoge intelligentie.

Het was geen gelukkig huwelijk met Hortense de Beauharnais...
In 1802 trouwde Lodewijk Napoleon met Hortense de Beauharnais, de dochter van Napoleons echtgenote Joséphine de Beauharnais. Uit dit gearrangeerde huwelijk werden drie zoons geboren. Het huwelijk was vanaf het begin zeer ongelukkig; het jonge echtpaar hield totaal niet van elkaar.

Afscheid van de Hollanders
Lodewijk was beslist geen willoze marionet en vazal van zijn broer en hij ging een eigen weg als koning van Nederland. Op 5 juni 1806 werd Lodewijk Napoleon Bonaparte door zijn 'grote' broer Napoleon Bonaparte aangesteld tot koning van Holland.
De steeds hoger oplopende conflicten tussen Napoleon en Lodewijk Napoleon leidden uiteindelijk tot Lodewijks troonsafstand in 1810. Met de woorden 'Hollanders, nimmer zal ik een goed en deugdzaam Volk vergeten, zooals gy zyt: Myne laatste gedachte, zoowel als myne laatste zugt, zullen voor uw geluk zyn,' nam Lodewijk Napoleon in 1810 afscheid van de Nederlandse bevolking.

Beslist geen domkop!
En wat vindt Miny Vroegindewey zelf van Lodewijk? "Persoonlijk vind ik Lodewijk Napoleon de meest sympathieke en bekwame Bonaparte. Lodewijk zette zich voor de volle 100% in voor zijn koninkrijk Holland en deed alle moeite om de Nederlandse bevolking en cultuur te leren kennen.
Op St. Helena betitelde Napoleon zijn familieleden schamper als 'dieven, domkoppen en hoeren.' Allesbehalve vleiend, en zeker in het geval van Lodewijk Napoleon allesbehalve terecht. Lodewijk was beslist geen 'domkop', maar juist zeer begaafd. Hij was een Bonaparte die veel meer verdiende dan een bescheiden vermelding in de Nederlandse geschiedenis."

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Digitaal op bezoek bij Napoleon en Joséphine
- Naar het 'velt', naar den Rus!
 
Gastblogger Miny Vroegindewey

De komende maandagen verschijnt deze gastblog van de hand van Miny Vroegindewey. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang (rond de 250 à 350woorden), illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-)


woensdag 22 april 2015

Geheimzinnige Graafse graftombe

Kun jij de geheime tombe vinden in de Graafse St. Elisabethskerk?
Op onze website kun je stamboomonderzoek doen in duizenden genealogische akten, zoals de doop-, trouw- en begraafboeken van de kerken. Maar wist je dat we ook een begraafakte hebben van vòòr 1500? En dat dit om twee heel voorname heren gaat? Hun 'beenderen'  lagen honderden jaren verborgen in een kerkelijke tombe. Graaf mee naar dit mysterie...

'Een kelderken voor een lijk'
In 1765 maakte schoolmeester Roelof Kraals een prachtige plattegrond van de hele Elisabethskerk te Grave, die nog steeds bij het BHIC in Grave is opgeslagen.  Bovenstaande afbeelding is slechts een klein gedeelte van de enorme kaart. Kun jij de kelder vinden?

Een vijftiende eeuwse graftombe in 1765 ontdekt!
Wie een Graafs 19e eeuws begraafboek openslaat, komt plotseling een akte tegen van 400 jaar daarvoor! Je kunt daar de ontdekking vinden van een mysterieus 'kelderken voor een lijk.' 

Het opschrift luidt, als men goed leest, als volgt: 'Hier leijdt begraven den Hooggeboren vermogende vorst Hertog Arnoud van Gelre, en van Gulik, grave van Zutphen, sterft in 't jaar 1473 (...) en die Edele Waal gebooren Heer Willem van Egmont tot Baar en tot Kessel, twee gebroeders, en sterft in het jaar ons Heeren 1483."

In droog sant begraven...
De akte leert ons verder dat de lichamen van de twee broers 'sonder kisten in droog sant' zijn begraven, omdat de beenderen van 1 lichaam op deze wijze zijn gevonden in 1765.

Gelukkig kregen Arnoud en Willem eeuwen na hun overlijden alsnog de eer die hun toekwam. Na de ontdekking van de tombe werd een massief grafmonument voor de heren opgericht, compleet met beeldhouwwerk en levensgrote beelden. Jammer genoeg ging al deze pracht verloren door het Franse beleg in 1794. In 1802 kregen de twee broers uiteindelijk toch hun praalgraf, dat nog steeds in de Elisabethskerk te bewonderen is. Kijk zelf maar:

Praalgraf in de St. Elisabethskerk

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Grave, graven en begraven
Abseilen in de zestiende eeuw

woensdag 15 april 2015

Kapelaan in opspraak!

Kapelaan Fenneker doet 'vrijwillig' afstand van zijn functie. Wat is er gebeurd?
We hebben ze in verschillende vormen en van veel verschillende schrijvers: mooie, bijzondere brieven. Op initiatief van Tresoar twitteren archieven en musea regelmatig een mooie brief uit hun collectie met #HistoryPost. Het BHIC doet mee en deze week bekijken we twee brieven over een Oeffeltse kapelaan die werd beschuldigd van bijgelovige, zelfs magische praktijken!

Olie en zout
Op 7 april 1836 belandt een verontrustende brief op de deurmat van de deken in Cuijk met een ernstige verdenking van de kapelaan Fenneker te Oeffelt. Een zeer geloofwaardig man had deze geestelijke bezocht, omdat iemand in zijn familie ziek was. Hierop antwoordde Fenneker hem: 'Dan weet ik het al, gij hebt dat gisteren op die en die uur gedagt en op die uur van huis gegaan.' En inderdaad het was ' juist zoo!'

Lees hier welke 'wondere werken' de pastoor allemaal uitvoerde...
Maar deze voorspelling was nog niets vergeleken bij de magische sessie die daarna door de kapelaan werd uitgevoerd. De bezoeker moest een maatje olie en een pond zout halen, vervolgens werd hij verzocht driemaal 'het geloof' te bidden. Hij haastte zich daarna met de olie naar huis, die de zieke 'in den mond moest nemen' en daarmee zijn borst bestrijken, en hij moest zeggen 'In den naam des Heere J.C. verdwijnt van mij ziekte.'

Het zout moest vervolgens aan de vier hoeken van het bed worden gebonden en het overige in het 'bedstroo' worden gestrooid. 'Dan zou de persoon in 9 dagen zeker genezen zijn,' verzekerde Fenneker hem. Onderaan de brief wordt vermeld dat de man stellig werd bevolen de kapelaan niet te verraden. Dit gebod is dus helaas voor Fenneker niet opgevolgd...

Wijze raad
Hierboven kon je al lezen dat Fenneker in 1840 uiteindelijk 'vrijwillig' afstand deed van zijn functie. Maar hoe vrijwillig was dit eigenlijk? Waarschijnlijk zal hij in Oeffelt met de nek zijn aangekeken en zal er veelvuldig over hem geroddeld zijn.

Dagelijks naar de kerk om boete te doen!
Gelukkig verloor de deken van Cuijk hem niet uit het oog. Hij schrijft de kapelaan bovenstaande brief, waarin hij hem een hart onder de riem steekt en hem van wijze raad voorziet: 'Uwe toestand is zoo naar lighaam als naar ziel waarschijnlijk te beklagen maar ook gemakkelijk te verbeteren, gij hebt dit zelf in uwe handen.'

Eer en rust?
Maar wat stond Fenneker dan te doen? De deken is hier heel duidelijk over: 'Ja ik smeek u volg mijnen raad, begin met dagelijks naar de kerk te gaan vooral zondags nooit te ontbreken en alles zal goed gaan.' Mocht de kapelaan dit een maand volhouden, dan zou hij zijn oudedagsvoorziening gewoon ontvangen en de deken belooft hem 'zoo zult gij de weinige dagen die u nog te leven overblijven in eer en rust slijten.'

Zijn broer was overigens pastoor van Oeffelt en ook hij bezorgde de parochie de nodige problemen. Heel rustig is het in de parochie van Oeffelt dus niet geweest...


Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
-  Brief vertelt het verhaal van de eigen tijd
Negentien jaar en gesneuveld in Oeffelt