woensdag 6 januari 2016

Een kwaaie burgemeester...

De originele handtekening van 'de kwaaie' burgemeester zelf!
Maak kennis met de voorname Ludolph de Quaij. Als burgemeester, dijkgraaf, schout en zelfs richter van Grave en omstreken had hij behoorlijk wat in de melk te brokkelen. En laat nou juist deze vooraanstaande rechter zelf herhaaldelijk in aanraking komen met de zeventiende-eeuwse justitie...

Afpersingen
Ludolph de Quaij wordt op zijn gedenkteken 'Collonel van de Burgerye' van Grave, of in hedendaagse termen 'burgemeester', genoemd. In 1728 sterft hij en wordt hij in het graf van de familie De Quaij in de Sint Elisabethskerk bijgezet. Het keurige opschrift geeft echter niets prijs over zijn schimmige verleden.

Ondanks zijn (mis)daden kreeg hij tóch een eigen grafkelder
Het 'strafblad' van Ludolph de Quaij begint namelijk al flink vol te raken in het jaar 1683. De Graafse bakkers en brouwers klagen steen en been sinds De Quaij de molens en het gemaal in pacht had genomen. Een bakker op leeftijd verklaart dat hij al ruim 43 zijn broden in Grave bakt en dat de situatie nog nooit zo slecht is geweest als nu. Er volgt een vrij ingewikkeld relaas over afpersingen en over vervallen molens die niet werden gerepareerd.

Heethoofd
Niet alleen op financieel gebied maakte Ludolph de Quaij er een potje van. Ook zijn handen kon hij soms maar moeilijk thuis houden. Het eerste voorval vindt plaats op 29 juni 1683. Een zekere Theodorus van Bemmel maakte een wandelingetje aan de overkant van de Maas. Zijn oog viel op een groepje ruziënde mannen.

Werd hier nu een stok gebruikt of niet?
Van Bemmel verklaart dat Busson en Noorbeek 'vegtende' waren en dat heethoofd De Quaij hierop af wilde vliegen. Uit alle macht probeerde ene Jacob Martens de burgemeester tegen te houden. Onduidelijk blijft wel hóe dat Martens uiteindelijk is gelukt.

De bijzin 'een stok of riem in de hand hebbende' is namelijk doorgestreept! Daarna lezen we dat Martens hem belette om bij de anderen te komen, met deselve stok. Ook dit laatste stukje is geschrapt. Nog verder in deze notarisakte staat een doorgestreept gedeelte over Martens, die zelfs een mes zou hebben gehad, dat hij schielijk weer in zijn zak zou hebben gestopt. Een typisch gevalletje van doofpot politiek?

Op de vuist!
Jacob Martens was in juni nog de redder in nood, maar twee maandjes later was er geen houden meer aan. Opnieuw een verklaring van Theodorus van Bemmel, die op een zomermiddag gezellig zat te kletsen in de keuken van Johan Bussij.

De Quaij vecht en scheldt erop los!
Plotseling stormt De Quaij binnen samen met controleur Noorbeek, die in bovenstaand geval al een vechtjas bleek. Noorbeek begint met een onschuldige vraag: 'Heb je je neusdoek niet achter gelaten?' Verwonderd zal Bussij hebben opgekeken, maar voor hij het weet, wordt hij twee of drie keer door De Quaij met een stok afgeranseld!

Volgens de echtgenote van Bussij schold de burgemeester haar man ook nog uit voor een 'schelm'. Enigszins van de schrik bekomen probeerde de arme stakker zich te verweren, maar Noorbeek vloog direct op hem af. Het leek dus te gaan om een vooropgezet plan, aldus de 'huijsvrouw.'

Ik bid u, De Quaij...
Ondanks de beschuldigingen van vele afpersingen en vechtpartijen heeft dit heethoofd zijn vooraanstaande functies weten te behouden. Bovendien liet hij een aanzienlijke erfenis na (onder andere 5000 gulden voor elk van zijn vijf kinderen) en kreeg hij een eigen grafkelder in de Graafse kerk.

'Ik bid u De Quaij, blijft daer af!'
Wie weet hoe vaak mensen zoals Jacob Martens Ludolph de Quaij hebben moeten kalmeren? De kreet van Martens in het heetst van de strijd is misschien wel heel illustratief voor het karakter van De Quaij: 'Ik bid u De Quaij, blijft daer af!'

Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Herrie in de herberg!
Geheimzinnige Graafse graftombe

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 

Geen opmerkingen: