Posts tonen met het label 1648. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1648. Alle posts tonen

vrijdag 22 januari 2016

Een eeuw resoluties van Raad van State: Tussen Munster en Aken [1648-1748]

...Henk Beijers aan het werk...
Als vrijwilliger bij het BHIC heb ik onlangs een mooie mijlpaal bereikt door over de hele periode 1648-1748 alle resoluties van de Raad van Statemet betrekking tot de historie van stad en meierij van ’s-Hertogenbosch via samenvattingen digitaal te bewerken, zodat vele onderzoekers, van allerlei pluimage, daar hun voordeel mee kunnen doen. 

Historisch geïnteresseerden zijn niet direct genegen om allerlei overheidsarchieven te gaan raadplegen omdat die vaak of niet of onvoldoende zijn geïndiceerd. Toch is het verrassend hoeveel boeiende informatie daar vaak in aangetroffen wordt. Ik heb dat persoonlijk mogen ondervinden tijdens de bewerking van deze resoluties te beginnen bij inv.nr.190 en te eindigen bij inv.nr.359, met andere woorden 169 kloeke delen van een gemiddelde dikte van 10-18 cm en een enkel resolutieboek nog een graadje dikker zelfs. Per deel een gemiddeld aantal van rond de 50 pagina’s hetgeen in concreto betekent dat het hier gaat om ca. 8500 folio’s historische informatie.

Wie niet binnen het gebied van de Meierij van ’s-Hertogenbosch woont in een van de vier Meierijse kwartieren Peelland, Kempenland, Oisterwijk en Maasland zal met deze sterk streekgebonden digitale bewerkingen misschien niet veel [kunnen] doen en deze ‘Resoluties van de Raad van State’ niet zo snel raadplegen, maar het is goed om te weten dat het hier gaat om overheidsarchieven die de hele Republiek der Verenigde Nederlanden bestrijken, vooral toegespitst op de generaliteitslanden en de Zuidelijke Nederlanden, dus ook boeiende informatie m.b.t. de Baronie van Breda, het land van Cuijk, het markiezaat van Bergen op Zoom e.d.

Men vindt er o.a. informatie over bv. alle vestingsteden met forten en schansen in den lande van noord naar zuid van Bourtange naar Sluis in Zeeuws Vlaanderen of Maastricht in het Limburgse, militaire functionarissen van soldaat tot generaal, ingenieurs, aannemers en opzichters van vestingwerken, kerkelijke functionarissen als predikanten en roomse geestelijken uit die periode en hun aanstellingen, rekesten van regenten of individuele inwoners van de afzonderlijke plaatsen, pachters van allerlei imposten, buitenlandse betrekkingen en functionarissen, activiteiten van rentmeesters van geestelijke goederen of rentmeesters van bepaalde geestelijke instellingen als gasthuizen, fundaties e.d., schoolmeesters.

Maar ook bouw en reparatie van water- en windmolens molenhuizen en pachthoeven die sinds 1648 aan het land toebehoorden, oude kapellen die als schoolhuis werden ingericht, tijdens oorlogsjaren sowieso allerhande militaire informatie m.b.t. munitie, artillerie, zeeslagen, regimenten, compagnieën, garnizoenen, kruitmagazijnen, commandanten, gouverneurs, verplaatsingen van troepen, militaire hospitalen, rapporten van de landsadvocaten rond bepaalde processen, aanleg van wegen en andere infrastructurele projecten, grensconflicten tussen gemeenten en noem maar op. Het is dus historisch gezien een uitzonderlijk interessante bron!

Ze zijn allemaal te raadplegen op mijn eigen website www.henkbeijersarchiefcollectie.nl  onder de bhic-bestanden, maar ook op de BHIC-site zijn ze te raadplegen en op plaatsnaam en/of trefwoord te doorzoeken.

Geschreven door: 
Henk Beijers

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Neem een kijkje in een veldhospitaal in 1746
- Feest in Den Bosch in 1744 valt letterlijk in het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 31 mei 2013

Mag ik alsjeblief naar huis?


Stad en Meierij van Den Bosch waren na de verovering van Den Bosch in 1629 frontgebied in de strijd van de Republiek tegen Spanje. De plakkaten van de Staten Generaal werden steeds grimmiger, vooral in de periode 1636 tot 1648, de retorsieperiode. Alles werd in het werk gesteld om de uitoefening van de katholieke eredienst onmogelijk te maken.

Eén van die maatregelen was dat priesters die hier niet geboren waren, Stad en  Meierij moesten verlaten. En priesters mochten niet zomaar vrij rondreizen. Daarvoor moest bij de Raad van State verlof worden aangevraagd. Zo treffen we bij de resoluties diverse 'verblijfsvergunningen' en 'reisdocumenten' aan. Deze werden alleen afgegeven onder voorwaarde dat de priesters zich stipt zouden houden aan de landsplakkaten. Hier een keur aan argumenten. Niets menselijks was hen vreemd.

...Johan van Boxmeer wil zijn 'oude moeder' bijstaan...
Zo blijkt de zorg voor een oude moeder met enige regelmaat te worden ingezet om te mogen reizen. Dat zien we bij de priesters Godefridus de Weer (1651) en Johan van Schindel. Ook priester Johan van Boxmeer vraagt in 1663 verlof om te reizen om zijn oude moeder bij te staan. Dan is er ook het verzoek van N. van Schendel, al over de 70 jaar; zij vraagt of haar zoon priester Johan van Scheijndel in haar ouderdom tot troost en hulp zou mogen zijn. Hij krijgt in 1669 permissie om voor vier weken in Stad en Meierij te vertoeven. Ook het regelen van een erfenis is aanleiding permissie aan te vragen, zoals bij priester Arnoldus Kuijsten die in Aalsmeer woont maar de erfenis van zijn vader in Den Bosch wil regelen (voor een periode van drie maanden) in 1656.  

...schone lucht...
Ook gezondheid blijkt een reden om op pad te gaan. Bosschenaar Priester Ludowichus van der Putten vraagt een paspoort omdat hij vanwege zijn gezondheid van lucht moet veranderen en daarom graag in het generaliteitsdistrict (Staats-Brabant) wil verblijven. Hij krijgt hiervoor drie maanden (9 december 1662). Blijkbaar bleef Ludovicus last houden van zijn luchtwegen want bijna een jaar later vraagt hij om van lucht te mogen veranderen omdat de lucht van de stad schadelijk is voor zijn gezondheid, zodat zijn ‘quade dispositie’ verbeterd kan worden. Bijgevoegd was een attest van doctor Ransecremer, die adviseert om van der Putten naar gebieden te laten gaan met een voor hem ‘verdraechlycker locht’.  
 
...op zoek naar schone lucht...
Ook Godert van Gorcum, priester en beneficitaat van Oisterwijk is tachtig jaar en continu ziekelijk. Doktoren hebben hem geadviseerd om gezondheidsredenen terug te keren naar Oisterwijk. Hij belooft daar verder geen dienst te doen maar in alle stilte de weinige dagen van zijn leven aldaar te laten passeren en om daarna bij zijn voorouders begraven te mogen worden. Het wordt hem ‘gracieuselijk’ toegestaan (15 maart 1646). De Osse priester Matheus Lamberts is bijna 100 jaar en zegt dat hij zijn inkomsten uit twee beneficies (het ene in de kerk van Heesch en het andere in de kerk van OSS) al  jaren niet heeft gekregen. Maar dat geld heeft hij nu hard nodig heeft voor zijn levensonderhoud. De Raad van State draagt de rentmeester op hem dit inkomen uit te keren (16 mei 1659).

Priester en doctor medicinae Adriaen Janse van Thienen, geboren te ’s-Hertogenbosch verklaart dat hij ongeveer anderhalf jaar in Sint-Oedenrode verblijft ‘sonder eenigen pauselijcken dienst aldaer te hebben geexeceert,  maer wel crancke persoonen van sware sieckten genesen ende gecureert, sulcx dat niet alleen de voors. Vrijheijt van St. Oedenrode maer oock ’t geheele quartier merckelijck door hem vertoonder wert gedient’. Daar zat zelfs een verklaring van de predikant en kerkenraad van de gereformeerde gemeente van Sint-Oedenrode bij en ook door veel menen werd zijn verblijf aldaar op prijs gesteld. Hij vraag dan ook of hij in St. Oedenrode ‘in alle stillicheijt vermach te blijven woonen’. Tot nader orde mag hij in Sint-Oedenrode blijven, 7 februari 1664.
 
 
...verzoek geweigerd...
Maar niet alle verzoeken worden ingewilligd. De 87-jarige priester Leonart Plas vraagt om in Vught te mogen blijven wonen. Hij had hiervoor zelfs toestemming gekregen van ‘Sijnne Excellentie’ (stadhouder Frederik Hendrik) in 1629. Dit verzoek werd geweigerd omdat het in strijd was met het ‘PLAKKAAT VANRETORSIE’, 7 februari 1637.  

vrijdag 10 september 2010

Eeuwige vrede?!


Op 10 juni 1648 hebben alle inwoners van de Verenigde Nederlanden een vrije dag. Wie liever werkt, loopt de kans beboet te worden met drie gulden, want het is de bedoeling dat zoveel mogelijk mensen naar de kerk gaan om God te danken voor de Eeuwige Vrede die in Munster gesloten is met de koning van Spanje. De tiende juni is namelijk uitgeroepen tot algemene ‘Danck-, Vast- ende Bedendagh’.

Of de kerken in Brabant volgezeten hebben, is maar de vraag. Kennelijk ook voor de Hoog-Mogende Heren Staten-Generaal, want op diezelfde tiende juni ontvangen de ‘goede vrienden schepenen ende andere Regeerders alomme inde quartiere van Oisterwyck’ een strenge brief van schout Blanckaert. Die laat daarin weten dat de Hoog-Mogenden ter ore is gekomen dat de ‘papen’, zodra het vredesaccoord gepubliceerd was, ervan uit zouden gaan dat alle oude wetten en regels zouden komen te vervallen en zij de katholieke godsdienst weer zouden kunnen uitoefenen. Maar dat was nou net niet de bedoeling. Dus drukt Blanckaert de bestuurders van het Kwartier van Oisterwijk op het hart dat ‘de paepschen dienst in geenderley manieren aldaer gepleeght oft gedooght’ mag worden. En of ze dat maar luid en duidelijk willen meedelen in alle dorpen en plaatsen. De brief bevindt zich in het archief van het Kwartier van Oisterwijk en vermeldt in de marge dat de bestuurders op 12 juni besluiten gehoor te geven aan de oproep. Hoe konden ze ook anders!

Foto: Tekening van de beëdiging van het Verdrag door de Spaanse en Nederlandse onderhandelaars door de Nederlandse kunstschilder Gerard Terborch (1617 – 1681). Het boek met de oproep tot de algemene ‘Danck-, Vast- ende Bedendagh’ is te vinden in onze bibliotheek.