Posts tonen met het label Henk Beijers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Henk Beijers. Alle posts tonen

maandag 22 februari 2016

Lieropse schoolmeester hardhandig aangepakt

...tekening van schoolmeester in 18de eeuw...
Het zal er niet zachtzinnig aan toe zijn gegaan: schoolmeester Pieter Franken verliest zelfs zijn oog bij het handgemeen met Francois van den Boomen. Maar Van den Boomen heeft zo zijn redenen om de Lieropse schoolmeester naar het leven te staan... Lees maar mee!

Op 12 januari 1749 schrijft de hoog- en laagschout van stad en meierij van ’s-Hertogenbosch, die op dat moment in Den Haag vertoeft, een brief als reactie op een rekest van een zekere Pieter Franken, schoolmeester en koster van Lierop. Die beweert in zijn rekest dat hij op 20 augustus 1747 een bezoek heeft gebracht aan de roomse priester Staijakkers [1]. Op dat moment treft hij aldaar ook de president-schepen Francois van den Boomen aan, die daar aanwezig is namens de secretaris van het dorp.

Francois of Francis, op 29 april 1699 gedoopt als zoon van Nicolaas van den Boomen en Maria Wilbers, in 1738 gehuwd met Anna Voermans, is vier jaren na dit venijnige voorval gestorven op 52-jarige leeftijd. Uit genealogische informatie is af te leiden dat hij en de schoolmeester bepaald geen vrienden waren. [2]  Het bleek nl. dat tijdens de Oostenrijkse Successie-oorlog [1740-1748] de schoolmeester heulde met de vijand en dat schoot bij Van den Boomen, wiens hoeve door de militie was geplunderd, totaal in het verkeerde keelgat.

Wat er allemaal besproken is bij Staijakkers blijft in nevelen gehuld. Feit is wel dat Van den Boomen het huis geïrriteerd moet hebben verlaten. Als Franken, uiteraard van gereformeerde huize, ’s avonds terug wil gaan naar het schoolmeestershuis wordt hij op de voet gevolgd door de president-schepen die hem inhaalt en ineens naast hem loopt. Plotsklaps haalt hij een of ander instrument te voorschijn en slaat de schoolmeester ongenadig hard op diens hoofd en raakt daarbij ongelukkigerwijs ook een van diens ogen.


Terwijl de schoolmeester bijna bewusteloos ter aarde valt, schreeuwt Van den Boomen hem toe: “Daar donder, gij hebt nog geen vacantie gehouden, gij kunt nu vacantie houden!’ De resolutie suggereert dat de schoolmeester meer dan een uur heeft liggen ‘spartelen’ en lag er ‘voor dood bij’, maar dat deert Van den Boomen niet, want hij gaat finaal door het lint en brengt voor die bedreigende schreeuw zijn slachtoffer nog eens twee stevige slagen toe.

Ruim twintig weken heeft de schoolmeester zijn vak niet kunnen uitoefenen en tot overmaat van ramp blijkt na een medische controle dd. 10 juni 1748 dat ‘een oog gansch uit is’. Stadhouder Otto Juijn, de directe vervanger van de hoog- en laagschout, wint de nodige informatie in over het voorval. Beide heren worden voor het ‘officie crimineel’ gedaagd en men stuurt aan op een compromis, maar Van den Boomen weigert elke toelichting.

Toch wordt hem te verstaan gegeven door de stadhouder van kwartier Peelland Gualtheri dat zijn leven niet meer veilig is als hij blijft weigeren. Uiteindelijk komt men tot een akkoord en is de zaak als het ware afgekocht. Slot van het liedje is dat de schoolmeester een ootmoedig verzoek richt aan de Edele Mogenden waarvan hij hoopt dat ze ‘barmhartig gelieven te zijn’ en er zorg voor zullen dragen dat hij, volledig beroofd van zijn kostwinning als onderwijsman, in ieder geval schadeloos wordt gesteld om zijn vrouw en vier kinderen te kunnen onderhouden en dat ze hem in de toekomst in bescherming willen nemen.
 
[1] BHIC toegang 178 inv.nr.360 Resoluties van de Raad van State folio 71v dd. 13 januari 1749; [2] Informatie verkregen via Antoon Vissers uit Deurne die o.a. dataschurk had geraadpleegd en Taxandria jrg. 1938 pag. 82.

Geschreven door:
Henk Beijers

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Fransen geëxecuteerd in Den Bosch
- Veldnamen Vught en Cromvoirt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 22 januari 2016

Een eeuw resoluties van Raad van State: Tussen Munster en Aken [1648-1748]

...Henk Beijers aan het werk...
Als vrijwilliger bij het BHIC heb ik onlangs een mooie mijlpaal bereikt door over de hele periode 1648-1748 alle resoluties van de Raad van Statemet betrekking tot de historie van stad en meierij van ’s-Hertogenbosch via samenvattingen digitaal te bewerken, zodat vele onderzoekers, van allerlei pluimage, daar hun voordeel mee kunnen doen. 

Historisch geïnteresseerden zijn niet direct genegen om allerlei overheidsarchieven te gaan raadplegen omdat die vaak of niet of onvoldoende zijn geïndiceerd. Toch is het verrassend hoeveel boeiende informatie daar vaak in aangetroffen wordt. Ik heb dat persoonlijk mogen ondervinden tijdens de bewerking van deze resoluties te beginnen bij inv.nr.190 en te eindigen bij inv.nr.359, met andere woorden 169 kloeke delen van een gemiddelde dikte van 10-18 cm en een enkel resolutieboek nog een graadje dikker zelfs. Per deel een gemiddeld aantal van rond de 50 pagina’s hetgeen in concreto betekent dat het hier gaat om ca. 8500 folio’s historische informatie.

Wie niet binnen het gebied van de Meierij van ’s-Hertogenbosch woont in een van de vier Meierijse kwartieren Peelland, Kempenland, Oisterwijk en Maasland zal met deze sterk streekgebonden digitale bewerkingen misschien niet veel [kunnen] doen en deze ‘Resoluties van de Raad van State’ niet zo snel raadplegen, maar het is goed om te weten dat het hier gaat om overheidsarchieven die de hele Republiek der Verenigde Nederlanden bestrijken, vooral toegespitst op de generaliteitslanden en de Zuidelijke Nederlanden, dus ook boeiende informatie m.b.t. de Baronie van Breda, het land van Cuijk, het markiezaat van Bergen op Zoom e.d.

Men vindt er o.a. informatie over bv. alle vestingsteden met forten en schansen in den lande van noord naar zuid van Bourtange naar Sluis in Zeeuws Vlaanderen of Maastricht in het Limburgse, militaire functionarissen van soldaat tot generaal, ingenieurs, aannemers en opzichters van vestingwerken, kerkelijke functionarissen als predikanten en roomse geestelijken uit die periode en hun aanstellingen, rekesten van regenten of individuele inwoners van de afzonderlijke plaatsen, pachters van allerlei imposten, buitenlandse betrekkingen en functionarissen, activiteiten van rentmeesters van geestelijke goederen of rentmeesters van bepaalde geestelijke instellingen als gasthuizen, fundaties e.d., schoolmeesters.

Maar ook bouw en reparatie van water- en windmolens molenhuizen en pachthoeven die sinds 1648 aan het land toebehoorden, oude kapellen die als schoolhuis werden ingericht, tijdens oorlogsjaren sowieso allerhande militaire informatie m.b.t. munitie, artillerie, zeeslagen, regimenten, compagnieën, garnizoenen, kruitmagazijnen, commandanten, gouverneurs, verplaatsingen van troepen, militaire hospitalen, rapporten van de landsadvocaten rond bepaalde processen, aanleg van wegen en andere infrastructurele projecten, grensconflicten tussen gemeenten en noem maar op. Het is dus historisch gezien een uitzonderlijk interessante bron!

Ze zijn allemaal te raadplegen op mijn eigen website www.henkbeijersarchiefcollectie.nl  onder de bhic-bestanden, maar ook op de BHIC-site zijn ze te raadplegen en op plaatsnaam en/of trefwoord te doorzoeken.

Geschreven door: 
Henk Beijers

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Neem een kijkje in een veldhospitaal in 1746
- Feest in Den Bosch in 1744 valt letterlijk in het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 23 december 2015

Een losgeslagen bende in Oss

...galg op de Vughter Hei, bron NCRD, Nationaal Gevangenismuseum...
De Bende van Oss klinkt menigeen bekend in de oren. Maar onderzoeker Henk Beijers treft in de resoluties van de Raad van State al in 1748 een bendeleider in Oss aan die aan het hoofd staat van een groep ‘vagebonderende hoogduitsche smousen’. Met een waslijst aan 'ontoelaatbare delicten' ging hij direct naar cachot.

De raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant geeft een reactie op een klacht van Reinhard Burchard Rutger Graaf van Rechteren als hoog- en laagschout van stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch. Het is bekend dat rond 1748 het in de Meierij bepaald niet pluis was. Allerlei gespuis terroriseerde de regio maar de daders werden aardig op de hielen gezeten, totdat in Oss in kwartier Maasland een zekere Jonas Zacharias Pos alias Seuk, een Amsterdammer van geboorte, als bendeleider van een groep ‘vagebonderende hoogduitsche smousen’ in de kraag werd gegrepen, gearresteerd en terstond werd overgebracht naar het cachot.

Hij had al een serie ernstige delicten op zijn naam staan, was al diverse malen op water en brood gezet, maar was kennelijk hardleers. Ook zijn handlangers konden de dans niet ontspringen. Voor de Bossche schepenbank werd Jonas ‘scherpelijk geëxamineert’ naar aanleiding van huisinbraken, diefstal, afpersing en meer ontoelaatbare delicten. Hij moet tijdens dat pittig verhoor tot het besef zijn gekomen dat het de overheden nu menens was, er geen ontkomen aan was en ontdekt hebben dat de schepenen in ’s-Hertogenbosch tot in de kleinste details op de hoogte waren van zijn losbandig en schandelijk gedrag en gruwelijke praktijken.

Eenmaal terug in zijn ‘gevangeniscel’ heeft hij kennelijk diep zitten nadenken over de rigoureuze gevolgen van zijn veroordeling en de akte vermeldt dat hij ‘uit vreeze van geconvinceert te werden en om zijn welverdiende straffe te ontgaan’, uiteindelijk zijn ‘geweldige handen’ aan zichzelf heeft geslagen door zichzelf te verhangen. Zijn dode lichaam werd kort daarop op een kar gelegd en vervoerd tot buiten de stad om begraven te worden in de directe omgeving van de galg. In zijn kielzog trok hij van die ‘swervende bende hoogduitsche smousen’ ook nog een mans- en twee vrouwspersonen mee het ongeluk in. Het betrof een zekere Moses Jacob binnen de bende bekend als Moijses Smaalhaken, ook zijn bijzit genaamd Schoontje Marcus ging een veroordeling tegemoet alsmede Belie Simons, de huisvrouw van wijlen Philip Falk die  inmiddels de strop al had gekregen.

Moses werd veroordeeld en aan een ‘scherpe torture’ blootgesteld, maar die wist hij te doorstaan. Daarna kwamen de beide vrouwen aan de beurt, maar die bleven alles waarvan ze beticht werden hardnekkig ontkennen. Uiteindelijk werden deze drie voor eeuwig en altijd uit de Meierij verbannen. Of ze daarna hun kwalijke praktijken hebben voortgezet is verder niet bekend!

Bron: BHIC toegang 178 inv.nr.357 Resoluties van de Raad van State dienstjaar 1748 folio 884 verso dd. 13 april
     
Geschreven door: 
Henk Beijers

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Neem een kijkje in een veldhospitaal in 1746
- Feest in Den Bosch in 1744 valt letterlijk in het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 13 november 2015

Waar laat je 300 Franse krijgsgevangenen?

...over het transport van Franse krijgsgevangenen...
1747 staat in de geschiedenisboeken met name te boek als het jaar van het Beleg van Bergen op Zoom. Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) wisten de Franse troepen deze Brabantse vestingstad te belegeren, als onderdeel van een veldtocht tegen de Republiek der Verenigde Nederlanden. Maar het verging lang niet alle Franse militairen voorspoedig. Een flink aantal wordt krijgsgevangen genomen maar wat dan?

Waar moeten deze mannen worden ondergebracht? Henk Beijers trof deze kwestie aan in de Raad van State waarbij de Fransen als een hete aardappel van het ene bord naar het andere worden geschoven. De Raad van State was tijdens de Republiek het uitvoerend orgaan van de Staten-Generaal. Alle besluiten die op de zittingen van de Raad van State werden genomen, werden vastgelegd in resoluties. Daarin vinden we ook de zoektocht om de Franse gevangenen onder te brengen. De Citadel in Den Bosch wellicht?

Eén van de mannen die zich over de kwestie buigt is de dan 86-jarige Van Cromstrom, gouverneur van Den Bosch (en bevelhebber bij het beleg van Bergen op Zoom). Uit de stukken blijkt dat ook hij niet goed raad weet met de mannen. Want er is al een aantal naar Zeeland gestuurd maar ook daar geeft men toe dat "men er geen weg mede weet." Ook is het niet betamelijk - zo staat in keurige bewoordingen - om in deze conjunctuur iemand met een grote groep krijgsgevangenen op te zadelen.
 
...klik op het plaatje voor een vergroting...
Dan toch maar naar den Papenbril, "indien geen ander bequamer plaats in de Stad te vinden is" en ze daar op te sluiten op "brood, water en stroo". "En daar van exacte notitie doen houden; En sal hiervan mede bij Extract dezer kennis werden gegeven aan den Generaal Van Cromstrom, om te strekken tot zijn nagisting." Je zou bijna denken aan een soort bed bad brood-regeling maar dan uit de 18de eeuw.

Maar het magazijn "op den Papenbril" (de bijnaam voor de Citadel) is "defectueus" en dan bevindt zich daar ook nog eens "een groote quantiteyt Kruijd van den Engelschen". Het wachthuis (Corps de Guarde) is ook nog eens "Seer Kleijn" dus nee, de Citadel valt af. In de missive van de Raad van State wordt voorgesteld de Franse krijgsgevangenen - tot het getal van drie honderd toe in drie a vier reijsen - "te senden na Naarden in de Provincie van Holland onder een behoorlijk Escorte.”

bron:
BHIC toegang 178 Collectie Rijksarchief inv.nr.355 Resoluties van de Raad van State folio 112v dd. 18.8.1747  en folio 162 dd. 23.8.1747

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Twee fraaie Fords en een bijzondere ambulance
- Niet rijden op zondag!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 2 november 2015

Hou je keurig aan de regels!

...oorlogshandelingen in Den Bosch...
Tijdens de Oostenrijkse Successie-oorlog wemelde het in garnizoen ’s-Hertogenbosch, buiten de eigen Staatse troepen, van militairen van allerlei pluimage, regimenten en bataljons Zwitserse, Schotse, Engelse, Hannoveraanse troepen, om er enkele te noemen. In de hele Zuidelijke Nederlanden is destijds hard gevochten, zijn er veel soldaten van de hoogste tot de laagste rang krijgsgevangen gemaakt en zijn duizenden zieken en gewonden vanaf het slagveld verscheept, vaak liggend op strozakken, of over land op karren getransporteerd naar diverse hospitalen, waarvan ’s-Hertogenbosch er ook een had.

De resoluties van de Raad van State, vooral van de jaren 1746-1748 onthullen legio berichten over deze oorlogvoering. Het Bossche militaire hospitaal, onder toezicht van een zekere Arnout Walraven, heeft zoveel gewonden en zieken moeten opvangen dat de situatie op een bepaald moment nijpend werd voor de stad en men naarstig moest zoeken naar allerlei opvangplekken, omdat het vaste hospitaal overvol raakte.

Discipline was van belang, vandaar dat door Zijne Hoogheid de Prins van Oranje Nassau destijds een reglement was opgesteld voor alle militaire hospitalen in den lande.
De onderstaande 14 artikelen zijn omgezet in ons huidige taalgebruik en luidden toentertijd als volgt:

In de hospitalen zullen geen andere dan militaire patiënten worden toegelaten en geen vrouwen of kinderen [1]. Zonder permissie mogen er geen vreemden in- en uit gelaten worden [2]. Bij binnenkomst wordt iedereen nader onderzocht want men wil graag weten of er geen sterke drank of verboden fruit mee naar binnen wordt gebracht en zo ja, dan moet dit onmiddellijk afgepakt worden [3]. Het is eenieder verboden eten of drinken buiten het hospitaal te vervoeren hetgeen betekent dat iedereen die zich buiten het hospitaal begeeft zich moet laten visiteren en zal het eten en drinken dat wordt aangetroffen direct afgenomen worden [4]. 
Het is eenieder tevens verboden om hemden lakens etc. als andere landsgoederen te vervreemden, te versnijden of kapot te maken op straffe van een arbitraire correctie [5]. 
Men zal Gods H.Naam niet misbruiken, niet vloeken, niet zweren of enige muiterijen of enig geraas veroorzaken [6].
Niemand mag het hospitaal verlaten zonder verlof van de directeur onder welk voorwendsel dan ook en mocht de directeur afwezig zijn dan wende men zich tot diens gekwalificeerde vervanger [7].

Bij het uitgaan als reconvaliscent [herstelde zieke] zal ieder gehouden zijn aan te tonen dat hij noch aan zijn lijf noch in zijn haverzak enige goederen heeft die het land toebehoren [8].
Ook zal men niet vermogen enige vuiligheid op de vloeren te werpen of de vloer te bemorsen maar ordentelijk naar de gemakken moeten gaan, doch daartoe niet in staat zijnde door ziekte of zwakheid, zal eenieder zich door de oppassers moeten laten helpen; ook zijn bedden of lakens en bedsteden niet te bespuwen, maar in alles zich ordentelijk te gedragen [9].
Men zal ook geen goederen of eten of drinken uit het hospitaal mogen brengen verkopen of vervreemden [10].
Geen herstelde zieke zal uit het hospitaal mogen gaan dan louter naar zijn eigen regiment een  hospitaalbriefje meenemend [11].
De reiniging van het hospitaal zal door de oppassers moeten geschieden voor dat de doctor of chirurgijn zijn functie komt uitoefenen [12].
De poort of deur van het hospitaal zal afhankelijk van het seizoen ‘s avonds tijdig gesloten en ’s  morgens weer tijdig geopend worden en wel in de winter ’s morgens om 8 uur en ’s avonds om 5 uur en zo naar proportie ’s zomers [13].
Men zal ook geen tabak mogen roken bij de zieken of in de ziekenkamer zowel door zieken als oppassers 14].

bron:
BHIC toegang 178 inv.nr. 355 Resoluties van de Raad van State dienstjaar 1747 deel 3 folio 634 verso dd. 10 oktober 1747

Geschreven door:
Henk Beijers

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Fransen geëxecuteerd in Den Bosch
- Veldnamen Vught en Cromvoirt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 7 oktober 2015

Zware kost, die resolutieboeken...

...welke boeken zijn er nu zó dik?...
Wie tijdens Open Monumentendag of Den Bosch Maritiem naar de Citadel is gekomen, kan het haast niet hebben gemist: een vitrinekast in de centrale hal met daarin drie énorm dikke boeken. Wie het juiste aantal bladzijden wist te raden, kon een drone in de wacht slepen. Maar om welke boeken ging het nu precies? 

Die zware kost die daar zo mooi werd geëxposeerd (met veel dank aan Helioz!) waren resolutieboeken van de Raad van State van de jaren 1748, 1749 en 1752 (van onder naar boven gezien). De Raad van State was tijdens de Republiek het uitvoerend orgaan van de Staten-Generaal. Onze provincie was namelijk geen zelfstandig gewest binnen de Republiek maar viel als generaliteitsland direct onder het bestuur van de Staten-Generaal. Alle besluiten die op de zittingen van de Raad van State werden genomen, werden vastgelegd in resoluties. Dus in deze 'Haagse' boeken vind je dus veel informatie over 'ons' Brabant. Het BHIC beschikt over een bijna complete serie in het net geschreven resoluties van de Raad van State (1584-1795, toegangsnr. 178).

De resolutieboeken van de Raad van State vormen een rijke bron voor onderzoekers. Ze geven veel informatie over bijvoorbeeld alle vestingsteden met forten en schansen in den lande van noord naar zuid van Bourtange naar Sluis in Zeeuws-Vlaanderen, militaire functionarissen van soldaat tot generaal, ingenieurs, aannemers en opzichters van vestingwerken, kerkelijke functionarissen als predikanten en roomse geestelijken uit die periode. Maar ook rekesten van regenten van afzonderlijke plaatsen, buitenlandse betrekkingen, allerhande militaire informatie, rapporten van de landsadvocaten rond bepaalde processen en noem maar op.

Vanaf het begin van de 18e eeuw zie het aantal militaire zaken enorm toenemen. Logisch, want vanaf 1702 woedde de Spaanse Successieoorlog, die zich deels in de Zuidelijke Nederlanden afspeelde. Tijdens deze oorlog bereikte het Staatse leger van de Nederlandse Republiek met 120.000 man zijn grootste omvang ooit.

Overigens zijn de samenvattingen van de resoluties over de jaren 1629-1713 te doorzoeken op onze website. Het gaat daarbij om een selectie, namelijk alleen om resoluties die de Meierij van 's-Hertogenbosch betreffen. Maar over de jaren 1704-1713 is wel een eenvoudige index op persoons-, plaats- en zaaknamen te doorzoeken die álle resoluties betreft, dus níet alleen resoluties die de Meierij betreffen.

De doorzoekbaarheid van deze prachtige bron hebben we te danken aan archiefonderzoeker Henk Beijers, die vrijwel dagelijks op de studiezaal van het BHIC is te vinden om interessante archieven voor het publiek makkelijk toegankelijk te maken. Henk ontdekte zo dat er in Den Bosch tijdens de Oostenrijkse Successie-oorlog [1740-1748] een militair hopsitaal in gebruik was.

“Men ontdekte in de stad een groot huis van drie verdiepingen. Eigendom van een zekere Gerbade, één van de Bossche schepenen met aan de kant van de Dieze nog een galerij, die overdekt zou moeten worden. Metselaarsbaas Van Wapperom werd erheen gestuurd om een oculaire inspectie te verrichten en volgens hem zou een ingrijpende verbouwing nodig zijn om er circa 800 zieke of gewonde manschappen te kunnen opvangen. Alleen al op de verbouwde derde verdieping werden 120 zieken ondergebracht.” Benieuwd naar de huurprijs van het ziekenhuis of hoeveel kribben (bedden) gemaakt moesten worden? Lees dan hier verder.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Frauduleuze notaris loopt tegen de lamp
- Feest valt letterlijk in het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






woensdag 19 augustus 2015

In en in triest...

Gezicht op Vlijmen rond 1700, vóór de rampspoed. Bron: Streekarchief Langstraat Heusden Altena
Historisch onderzoek doen is een pracht hobby, maar soms heb je te doen met de man en de vrouw in de straat, als je de gebeurtenissen leest. Het zal je anno 1746 maar overkomen, denk je dan. Bij legio huisgezinnen in Vlijmen en Nieuwkuijk moet op dat moment hun hele wereld compleet ingestort zijn...

Het zal wel niet de eerste keer zijn dat dit historisch relaas ergens is gepubliceerd. Henk Beijers laat hieronder een lezing zien van de dramatische gebeurtenissen vanuit de resoluties van de toenmalige Raad van State. Lees mee hoe een gigantische brand de twee dorpen compleet op zijn kop zette.

In zak en as...
Op 2 juni 1746 staat een huis bij de Schutsboom te Vlijmen in lichterlaaie. Het wordt volledig in de as gelegd. Maar wat wil het geval...op dat moment waait er een sterke alles overheersende oostenwind en wordt de bevolking geteisterd door extreme droogte.

Ook andere huizen ontspringen de dans niet. De vonkenregen verspreidt zich pijlsnel en bereikt zelfs ook het naburige dorp Nieuwkuijk. In totaal worden binnen de twee dorpen zo'n 200 huizen met hun schuren en stallen in de as gelegd en komen ook inboedels en vee in de vlammenzee om.

De twee getroffen dorpen op een kaart uit 1896

In Nieuwkuijk blijven nog 46 wat kleinere huizen gespaard en de bevolking zit plotsklaps in zak en as. Vanuit 's-Hertogenbosch had men wel twee brandspuiten met de nodige manschappen laten aanrukken, maar alles tevergeefs. Er hielp geen moedertje lief aan. De ingezetenen verkeerden binnen enkele uren in 'de meest deplorabele en bedroefste staat des werelds' zoals in het rekest stond verwoord.

Echte pechvogels!
Tot overmaat van ramp was de bevolking in 1740 overvallen door een geweldige overstroming met alle gevolgen van dien en in 1744 en 1745 waren de dorpen het slachtoffer geworden van een besmettelijke ziekte onder het rundvee. Beroerder kon het niet zijn voor een uitgesproken agrarische gemeenschap. Probeer de draad dan maar weer op te pakken...

De inwoners van Vlijmen hadden net een dijkdoorbraak achter de rug...
Nadat de vlammenzee zijn verwoestende werk had gedaan waren zo'n 600 tot 700 zielen genoodzaakt of eigenlijk door de omstandigheden gedwongen in het open veld tussen heggen en struiken, zonder graan of brood of voedsel een onderkomen te zoeken. Ze hadden ook geen kans gezien om het een en ander nog te redden, zo vermeldt het relaas. Ze hadden immers allereerst de zorg voor hun hevig geschrokken kinderen voor wie een veilig onderkomen gezocht moest worden!

Smeekbede
Geloof maar dat die gebeurtenis impact heeft gehad op de hele dorpsgemeenschap. Ze richtten ten slotte een emotioneel getinte smeekbede richting Den Haag in de hoop dat hen op een of andere manier schadevergoeding zou worden aangeboden, zodat ze voorlopig in staat werden gesteld om, mede in het zicht van de komende winter, in ieder geval hout te kunnen inkopen waarmee eenvoudige hutten gebouwd konden worden. Bittere armoede beheerste hun leven en onvoorstelbaar leed en verdriet.

Prent van Vlijmen rond 1787. Bron: Streekarchief Langstraat Heusden Altena
Ze herinnerden de Staten Generaal eraan dat negen jaar eerder (1737) zich in Loon op Zand eenzelfde situatie had voorgedaan waar toen 40 huizen in de as waren gelegd. De ingezetenen kregen toen een vergoeding van f8000,-. Dat gaf hun nog enige hoop. Van hogerhand werd de raad en rentmeester generaal der domeinen De Schmeling aangeschreven om zich nader te informeren over wat er was voorgevallen en hem werd verzocht daarover nader te rapporteren.

Bon: BHIC toegang 178, inventarisnummer 351- Resoluties van de Raad van State dienstjaar 1746, folio 488 verso - donderdag 30 juni. Wie overigens over de periode 1648-1746 deze resoluties m.b.t. de Meierij van 's-Hertogenbosch wil nalezen kan bewerkingen vinden via www.henkbeijersarchiefcollectie.nl. Dit project wordt in principe gecontinueerd tot 1795 als de auteur de tijd wordt gegeven om het te voltooien!

Geschreven door: 
Henk Beijers

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Neem een kijkje in een veldhospitaal in 1746
- Feest in Den Bosch in 1744 valt letterlijk in het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 5 augustus 2015

Neem een kijkje in een veldhospitaal in 1746

...een hospitaal te midden van het strijdgewoel...
Wat kwam er allemaal kijken bij oorlogsvoering anno 1746? Dankzij de archieven kunnen we ons daar een aardig beeld van vormen. Afgaande op de inventaris moet het een imposant schouwspel zijn geweest als een legereenheid een willekeurig dorp passeerde. In deze blog lichten we het veldhospitaal er uit. Stap maar even mee naar binnen...

In een missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling, geschreven tijdens de Oostenrijkse Successie-oorlog, werd melding gemaakt van een rekest van o.a. Gijsbert van Doorn, Jan de Groot, Godefridus Cox en Godefridus Buschman, allen aannemers der tocht- en pontpaarden als ook van de munitie- en hospitaalwagens, karretjes en paarden van de staat. Verbluffend en tegelijkertijd indrukwekkend hoeveel paardenkracht werd ingezet om, naast de infanteristen, de verdediging van het land veilig te stellen.

Uit bovengenoemde missive valt enigszins af te leiden hoe al die edele viervoeters een essentieel onderdeel vormden van een militaire opmars. De Schmeling heeft het hier over 443 kanonpaarden, 240 munitiewagen bespannen met drie paarden, 50 karretjes bespannen met twee paarden en 13 hospitaalwagens bespannen met drie paarden. Vooral het laatst genoemde militair materieel trok onze aandacht nl. die mobiele ziekenhuisjes of veldhospitaaltjes die op het slagveld werden gebruikt. Als je de onderstaande opsomming langs loopt, krijg je een goed beeld: alsof we fictief een 18de eeuws veldhospitaal binnenstappen...

Het veldhospitaal in detail:

[1] lijst van tenten tafels en stoelen voor ’t veldhospitaal: 2 groote saal-tenten, 5 collonels-tenten, 3 capiteins-tenten, 1 keuken-tent, 1 keldermr.-tent, 4 knegt-tenten alles met sijn toebehoren, 12 toeslaande leger-stoelen, 5 tafels en schragen

[2] lijste van sulke utensilia, die tot bereijdinge van spijse en tot de tafel, en het speijsigen der sieken en gequesten, als ook de officieren van het hospitaal en hare en andere bediendens nodig sijn:
ijserwerk – 2 staande bokken, 2 speeten, 2 koekepannen, 7 speeten in soort, 1 braadpan, 2 roosters, 2 vlijs-gaffels, 3 heugel-kettingen, 2 hakmessen, 2 keukenmessen, 12 staale vorken, 12 tafel-messen, 1 asschop, 2 vuur-tangen, 2 consoorten, 1 tonne-boor, 1 fret, 1 nijp-tang, 2 klaauw-hamers, 2 wiggens, 5 snuyters, 1 groote saag, 2 schuymspaanen, 2 strijkijsers, 4 lampjes, 3 drie draads candelaars, 2 bijlen, 2 grote treesten met 3 pooten, 1 spaaij of schop, 6 id. spijkers in soort koperwerk – 2 pannen met drie pooten sonder deksels, 2 dito met deksels, 2 grote vertinde keetels met deksels, 1 marmit en deksel, 3 casarolle met deksels, 1 vergiettest, 1 taartpan met een deksel, 3 pot-lepels, 2 kraanen, 1 theekeetel, 1 bel, 1 rasp, 1 schuimspaan, 1vijsel en stamper


blikwerk: 1 kruyd-doos, 1 rasp, 12 veld-maten in soort, 6 lantaarns met hare lampjes, 1 blaaker, 2 tregters, 2 tontel-doosen met staal en steenen, 1 salaat-emmer, 1 blikke hospitaal-vlag en ijsere spil
tin: 16 bakken of schootels, 1 plaat met gaatjes, 30 borden, 80 leepels, 1 potage-lepel, 2 peeper-bossen, 4 soutvaten, 1 mosterpot, 6 kommen in soort, 4 beekers, 4 waterpotten, 2 potage-kommen of terrairis, 4 inkt-kookers, 3 ondersteeken, 1 bierkan, 1 laafkannetie, 6 candelaars, 1 scheerbekke en kan
houtwerk: 150 houte nappen, 150 dito lepels, 150 dito ronde borden, 2 platte bakken om ’t eeten rond te dragen, 1 bierkit, 1 draag-boom, 2 water-emmers, 2 schaften, 1 was-tobben, 2 kleer-bennen, 7 draag-zeelen, houte kisten, 1 rolstok, swavelstok, 1 doos daarin band garen sayet etc.
lijwat en wat daartoe behoord: 8 tafellakens, 48 servetten in soort, 18 hand-doeken, 12 pot-doeken, 4 stukken gekeepert lint, 1 stuk swart smal lint, 2 pond ruw drie draads-garen, ¼ lb. wit garen, 4 lb. driederleij touw om te binden, ½ lb. carmosijne sijde, 4 brieven groote knopspelden, 6 dito wat klijnder, 100 naay-naaldens diverse groote, 1 sak met werk, 1 pond vlas, 1 lb. katoen

[3] lijst van schrijfbehoeften: 1 riem schrijf-papier, 1 slegter riem exdie, ½ riem post-papier, 2 pond lak, 1 doos ouwels, 12 bospennen, 1 kruik met inkt, 2 lb. was-ligt, diverse gebonde boeken en wel agt in ’t getal, om rekening etc. te houden

[4] lijst van sulke goederen die tot legginge en verpleeginge der sieken en gequesten voor het veld-hospitaal nodig sijn, als ook van de lijwaten tot het verband etc. en wat verder daartoe behoord of specteert: 200 goede lakens, 200 hemden, 200 wolle mutsen, 100 pailliassen en peuluwen, 150 dekens, 30 pailliasjes voor gebroke beenen, 600 scheur-lakens, 600 servetten tot pluksel, 3 mond-sakken voor de paarden

Dan is er in de loop van de eeuwen wel wat veranderd als we dit vergelijken met onze moderne mobiele veldhospitalen...
 
bron: BHIC toegang 178 inv.nr.349 folio 247 e.v.

Geschreven door:
Henk Beijers

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Fransen geëxecuteerd in Den Bosch
- Veldnamen Vught en Cromvoirt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?








woensdag 22 juli 2015

Een militair hospitaal in ’s-Hertogenbosch

...oorlogshandelingen in en rond Den Bosch...
In de Resoluties van de Raad van State zijn legio historische nieuwtjes te lezen over de stad ’s-Hertogenbosch en de hele Meierij, maar enigszins onverwacht was het bericht om in de stad een militair hospitaal in te richten tijdens de Oostenrijkse Successie-oorlog [1740-1748]. In dit blog lees je een resumé van de belangrijkste informatie.  Wie het hele verhaal wil lezen kan dit doen aan de hand van de bronvermelding over de jaren 1745/1746. 

Men ontdekte in de stad een groot huis van drie verdiepingen. Eigendom van een zekere Gerbade, één van de Bossche schepenen met aan de kant van de Dieze nog een galerij, die overdekt zou moeten worden. Metselaarsbaas Van Wapperom werd erheen gestuurd om een oculaire inspectie te verrichten en volgens hem zou een ingrijpende verbouwing nodig zijn om er circa 800 zieke of gewonde manschappen te kunnen opvangen. Alleen al op de verbouwde derde verdieping werden 120 zieken ondergebracht. De verbouwing staat in de onderscheiden akten in extenso uitgewerkt. De huurprijs werd gesteld op 1000 gl. voor een periode van 6 jaren. Nadat de overeenkomst was gesloten meldde zich de Bossche apotheker Walraven die de zorg en supervisie over het nieuwe hospitaal op zich wilde nemen. Een timmerman werd benaderd om de nodige ‘kribben’ te maken, zowel 100 eenpersoons als 200 tweepersoons bedden.

Aankomst van zieken en gewonden
Hospitaalmeester Raven stuurde een bericht de wereld in over het arriveren van zieken uit Duitsland en hun goederen o.a. vanuit Stokstad en Nuijs, die aan de zorgen van Walraven zouden worden toevertrouwd, later gevolgd door gewonden en zieken vanuit Brussel onder leiding van chirurgijn Beverleij en frater Helleij en veel later ook nog een groep vanuit Antwerpen.

Als we ons realiseren dat de patiënten destijds per schip werden vervoerd en soms dagen onderweg waren, dan komt de reactie van de Raad van State in een geheel ander daglicht te staan. Men was namelijk bevreesd voor en tevens nieuwsgierig naar het aantal soldaten dat tijdens die overtochten gestorven was en of iedereen wel goed verzorgd werd. De Bossche professor Mobachius Quaat kreeg opdracht het hospitaal regelmatig te bezoeken en over al zijn ervaringen te rapporteren en bovendien overleg te voeren met de beide ‘fraters’ Abbenius en Huijs die als ziekenbroeders actief waren.

...door al het oorlogsgeweld was er behoefte aan een militair hospitaal...
Andere zorgen voor Walraven
Een bijkomend probleem voor Arnout Walraven was het feit dat met de zieken en gewonden uit Duitsland ook enkele ouderloze jongens en ’n meisje waren ingescheept als ook zes vrouwen. Bovendien moest een goed plan worden ontvouwd waarin de geestelijke zorg door een predikant en een rooms pastoor perfect geregeld was met name voor hen ‘die op het uiterste lagen’. Walraven vroeg de Raad van State hoe hij met de aanwezigheid van die kinderen moest omgaan.

Het bleek te gaan om Johan Frederik Schoonhem [14] in Maastricht geboren als zoon van Anthony Schoonhem wiens moeder al enige jaren overleden was, Joseph Decker [14] geboortig van Zutphen zoon van wijlen Caspar Deckers, als ook Anna Maria Hofman [14] geboren te Oxdorff in het Saxishe Gothasche dochter van Johan Christoffel Hofman en en ten slotte een 4e kind, niet ouderloos, genaamd Jan Willemse [15] zoon van wijlen Willem Willemse die ziek uit Duitsland is meegekomen wiens vader nu ziek en blind in het hospitaal lag; bovendien bevonden zich in het hospitaal 6 vrouwspersonen die allen ziek vanuit Duitsland hierheen waren gekomen en wier mannen reeds overleden waren of hier in het hospitaal lagen.

De vrouwen herstelden en vertrokken in de loop van 1746 uit het hospitaal en de kinderen zouden uiteindelijk met het reguliere beurtschip ’s-Hertogenbosch-’s-Gravenhage vice versa overgebracht worden naar een Haags weeshuis. Aan een zekere Pieter Chataigne werden deze jeugdigen toevertrouwd en ook het geld dat zij na het overlijden van hun ouders was overgebleven, werd meegenomen om aan de regenten van het weeshuis over te dragen.
   
Wie het ware verhaal tot in detail wil lezen verwijs ik graag naar de originele bronnen nl. BHIC toegang 178 inv.nr. 348 dienstjaar 1745 dd. 22 oktober, 29 oktober, 17 november, 29 november, 7 december, 8 december, 13 december, 17 december, 20 december, 30 december en inv.nr.349 dd. 3 januari en 11 februari 1746 – voor degenen die kennis willen maken met de inhoud van de Resoluties van de Raad van State vanaf 1648 zie www.henkbeijersarchiefcollectie.nl


Geschreven door:
Henk Beijers

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Fransen geëxecuteerd in Den Bosch
- Veldnamen Vught en Cromvoirt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?





woensdag 1 april 2015

Feest in Den Bosch in 1744 valt letterlijk in het water

...illustratie uit de Europische Mercurius... 
Alles is in kannen en kruiken. De huwelijksreis van aartshertogin Maria Anne en haar gemaal Prins Karel van Lotharingen in 1744 – beiden gouvernante en gouverneur der Nederlanden – zou gaan via Praag, Dresden en Leipzig en uiteindelijk - via het land van Kleef - ook Noord-Brabant aan doen. Ook ’s-Hertogenbosch staat op de route en daar begint men al snel aan de voorbereiding.

Want in het kielzog van het kersverse echtpaar komt een stoet van 27 zadelpaarden, 178 transport- of trekpaarden met karren voor de bagage en 25 à 30 losse paarden (voor het geval dat er paarden zouden uitvallen wegens ziekte of overmatige vermoeidheid). Dat zijn 230 viervoeters in totaal! De voorbereiding van dit hele gezelschap heeft dan ook de nodige voeten in aarde.

Want let wel: de reis vindt plaats halverwege de 18de eeuw dus te paard (al dan niet in rijtuig), deels over kasseiwegen of zandbanen of per schip. De vorstin kiest voor het eerste alternatief. De boden van de Staten Generaal krijgen het druk want alle gouverneurs, commandanten en commanderende officieren van diverse garnizoenssteden worden aangeschreven. Er moeten brieven met beschrijvingen bezorgd worden bij de heren Staten van Gelderland, de ambtman van Grave, de hoogschout van stad en meierij van ’s-Hertogenbosch, de drosten van Loon op Zand en Breda en zij op hun beurt dienen andere belanghebbenden in hun district van de juiste informatie te voorzien.

Een kostbare operatie: de Staten van Brabant in Brussel – die hun goedkeuring aan die reis hebben gegeven – verleent een subsidie van maar liefst 1.200.000 florijnen waarvan  500.000 als huwelijksgift voor het majesteitelijk echtpaar.
 
...illustratie uit de Europische Mercurius... 
In de resoluties van de Raad van State staat het relaas over deze reis vermeld. In de brief van de gezant staat dat het prinselijk paar op 16 maart in Grave zou arriveren, om de volgende dag naar ’s-Hertogenbosch te gaan en op de 18de van ’s-Hertogenbosch via Loon op Zand (waar de paarden werden gewisseld) naar Breda te trekken. Volgens het voorlopige routeschema zou de dag daarna koers gezet worden richting Brussel.

Maar dan stijgt het water van de Maas, en wel tot zó’n hoogte dat stadhouder Juin laat weten dat de route van Grave naar ’s-Hertogenbosch te gevaarlijk is. Terwijl de Bosschenaren nog eens langs alle voorbereidingen lopen – kanonschoten afvuren, klokken luiden, vreugdevuren, inwoners in twee rijen langs de straten en grootse ontvangst in het stadhuis –  wordt besloten verder te reizen via Nistelrode, Vorstenbosch, Veghel, Schijndel naar Boxtel, om van daaruit via Tilburg garnizoensstad Breda te kunnen bereiken. Indrukwekkend voor de inwoners van deze dorpen en een grote domper voor ’s-Hertogenbosch. Een feest dat letterlijk in het water valt.

bronvermelding:
BHIC toegang 178 inv.nr.341 Resoluties van de Raad van State dienstjaar 1744 1e kwartaal – folio 310 dd. 6 maart 1744 en folio 383 verso dd. 13 maart 1744
Mr. Johan Hendrik van Heurn Historie der Stad en Meyerye van ’s-Hertogenbosch vierde deel [1729-1766] Utrecht 1778 – heruitgave Adr. Heinen [1974] pagina 72 e.v.
Nederlandsch Gedenkboek of Europische Mercurius 1744 1e deel [University of Michigan – General Library

Deze gastblog is van de hand van Henk Beijers. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang (rond de 250 à 350woorden), illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-) 


Vind je dit interessant? Lees dan ook: 


vrijdag 31 mei 2013

Mag ik alsjeblief naar huis?


Stad en Meierij van Den Bosch waren na de verovering van Den Bosch in 1629 frontgebied in de strijd van de Republiek tegen Spanje. De plakkaten van de Staten Generaal werden steeds grimmiger, vooral in de periode 1636 tot 1648, de retorsieperiode. Alles werd in het werk gesteld om de uitoefening van de katholieke eredienst onmogelijk te maken.

Eén van die maatregelen was dat priesters die hier niet geboren waren, Stad en  Meierij moesten verlaten. En priesters mochten niet zomaar vrij rondreizen. Daarvoor moest bij de Raad van State verlof worden aangevraagd. Zo treffen we bij de resoluties diverse 'verblijfsvergunningen' en 'reisdocumenten' aan. Deze werden alleen afgegeven onder voorwaarde dat de priesters zich stipt zouden houden aan de landsplakkaten. Hier een keur aan argumenten. Niets menselijks was hen vreemd.

...Johan van Boxmeer wil zijn 'oude moeder' bijstaan...
Zo blijkt de zorg voor een oude moeder met enige regelmaat te worden ingezet om te mogen reizen. Dat zien we bij de priesters Godefridus de Weer (1651) en Johan van Schindel. Ook priester Johan van Boxmeer vraagt in 1663 verlof om te reizen om zijn oude moeder bij te staan. Dan is er ook het verzoek van N. van Schendel, al over de 70 jaar; zij vraagt of haar zoon priester Johan van Scheijndel in haar ouderdom tot troost en hulp zou mogen zijn. Hij krijgt in 1669 permissie om voor vier weken in Stad en Meierij te vertoeven. Ook het regelen van een erfenis is aanleiding permissie aan te vragen, zoals bij priester Arnoldus Kuijsten die in Aalsmeer woont maar de erfenis van zijn vader in Den Bosch wil regelen (voor een periode van drie maanden) in 1656.  

...schone lucht...
Ook gezondheid blijkt een reden om op pad te gaan. Bosschenaar Priester Ludowichus van der Putten vraagt een paspoort omdat hij vanwege zijn gezondheid van lucht moet veranderen en daarom graag in het generaliteitsdistrict (Staats-Brabant) wil verblijven. Hij krijgt hiervoor drie maanden (9 december 1662). Blijkbaar bleef Ludovicus last houden van zijn luchtwegen want bijna een jaar later vraagt hij om van lucht te mogen veranderen omdat de lucht van de stad schadelijk is voor zijn gezondheid, zodat zijn ‘quade dispositie’ verbeterd kan worden. Bijgevoegd was een attest van doctor Ransecremer, die adviseert om van der Putten naar gebieden te laten gaan met een voor hem ‘verdraechlycker locht’.  
 
...op zoek naar schone lucht...
Ook Godert van Gorcum, priester en beneficitaat van Oisterwijk is tachtig jaar en continu ziekelijk. Doktoren hebben hem geadviseerd om gezondheidsredenen terug te keren naar Oisterwijk. Hij belooft daar verder geen dienst te doen maar in alle stilte de weinige dagen van zijn leven aldaar te laten passeren en om daarna bij zijn voorouders begraven te mogen worden. Het wordt hem ‘gracieuselijk’ toegestaan (15 maart 1646). De Osse priester Matheus Lamberts is bijna 100 jaar en zegt dat hij zijn inkomsten uit twee beneficies (het ene in de kerk van Heesch en het andere in de kerk van OSS) al  jaren niet heeft gekregen. Maar dat geld heeft hij nu hard nodig heeft voor zijn levensonderhoud. De Raad van State draagt de rentmeester op hem dit inkomen uit te keren (16 mei 1659).

Priester en doctor medicinae Adriaen Janse van Thienen, geboren te ’s-Hertogenbosch verklaart dat hij ongeveer anderhalf jaar in Sint-Oedenrode verblijft ‘sonder eenigen pauselijcken dienst aldaer te hebben geexeceert,  maer wel crancke persoonen van sware sieckten genesen ende gecureert, sulcx dat niet alleen de voors. Vrijheijt van St. Oedenrode maer oock ’t geheele quartier merckelijck door hem vertoonder wert gedient’. Daar zat zelfs een verklaring van de predikant en kerkenraad van de gereformeerde gemeente van Sint-Oedenrode bij en ook door veel menen werd zijn verblijf aldaar op prijs gesteld. Hij vraag dan ook of hij in St. Oedenrode ‘in alle stillicheijt vermach te blijven woonen’. Tot nader orde mag hij in Sint-Oedenrode blijven, 7 februari 1664.
 
 
...verzoek geweigerd...
Maar niet alle verzoeken worden ingewilligd. De 87-jarige priester Leonart Plas vraagt om in Vught te mogen blijven wonen. Hij had hiervoor zelfs toestemming gekregen van ‘Sijnne Excellentie’ (stadhouder Frederik Hendrik) in 1629. Dit verzoek werd geweigerd omdat het in strijd was met het ‘PLAKKAAT VANRETORSIE’, 7 februari 1637.  

vrijdag 24 mei 2013

Provocerende papen in de Brabantse Kempen


...klagten over paapse kerk...
Ook al waren in 1718 de scherpste kantjes van protestantiseringsproces van de Meijerij af, katholieken moesten nog altijd verplicht hun missen houden in schuilkerken. Op het platteland waren dat meestal lage lemen boerenschuren die achteraf lagen Maar in het grensgebied van de Brabantse Kempen trotseerden de pastoors het strenge toezicht van de predikanten en de classis en bouwden zonder schroom schuilkerken op A-locaties. 


Het was de classis van Peel- en Kempenland een doorn in het oog dat in Duizel, Riethoven, Westerhoven, Oerle en Lommel op goed zichtbare locaties langs de doorgaande dorpswegen ‘nieuwe paapse kerken met hoog opgetrokken muuren, groote dubbelde deuren, portaalen, glaasen en ovalen’ gebouwd waren. Maar nu had ook de pastoor van Middelbeers had het in z’n hoofd gehaald om op een prominente plek een nieuwe bakstenen kerk te bouwen. De predikant, die er nota bene elke zondag verplicht langs moest lopen om bij zijn eigen kerk te komen, vatte het als een provocatie tegen het heersende protestantse geloof op. De kerk van de predikant was de Sint Willibrorduskerk uit begin 15e eeuw die de katholieken in 1648 aan de protestanten hadden moeten afstaan.

...fragment uit de resolutie over de bouw van de kerk...
Er was een mooie constructie bedacht in Middelbeers. De nieuwe roomse kerk werd gebouwd op grond naast de herberg, eigendom van Peternel Vissers. Zou Peternel er in haar achterhoofd al de kerfjes op de kerfstokken zien voor borreltjes die de boeren na de heilige mis in haar herberg achterover zouden slaan? Eerst had de predikant via de vorster het plaatselijk dorpsbestuur op 30 augustus aan de tand gevoeld of die nieuwe kerk aan de doorgaande weg in hun opdracht gebouwd werd. Maar de burgemeesters hielden hem aan het lijntje. Alsof er niets aan de hand was werd er gewoon doorgebouwd. De predikant moest dit met eigen ogen op 26 september constateren. Daarop richtte hij zich tot de regionale classis en wist gedaan te krijgen dat de classis bij de Raad van State een klacht zou indienen als de bouw zou worden voortgezet. 

Na een korte bouwstop van 8 dagen werd tot grote ergernis van de predikant werd de bouw gewoon hervat.De kerk was al bijna klaar. Maar toen het de predikant en de classis ter ore kwam dat 'de paap tot Middelbeers' op zondag 13 november 1718 van plan was de kerk in te wijden, was de maat vol! In allerijl ging er op zaterdag 5 november een verzoekschrift van de Classis Peel- en Kempenland naar de Raad van State om opdracht te geven de bijna voltooide roomse kerk af te breken.

...De nooit gebouwde schuurkerk uit Netersel
bron beeldbank www.rhce.nl...
De nieuwe kerk van de katholieken hoefde niet te worden afgebroken van de Raad van State, maar er mocht in de nieuwe kerk geen eredienst worden gehouden .. En hoe zouden die nieuwe bakstenen schuurkerken er uit hebben gezien? Misschien als de nooit gebouwde schuurkerk van Netersel, waarvan nog een ontwerp uit 1794 bewaard is gebleven?

Schutjes - kenner van de geschiedenis van het bisdom Den Bosch eind 19e eeuw -  heeft een iets andere versie over de nieuwe kerk van Middelbeers. Volgens hem was de oude schuurkerk in 1698 afgebrand. Daar vlak in de buurt lag een stuk grond, waarvan priester Joannes Vennix te Abcoude de eigenaar was. Een gedreven priester met een missie, namelijk dat op die grond een nieuwe kerk zou verrijzen! Daarom droeg hij die grond over aan de tweede echtgenoot van Petronilla Vissers, de weduwe van zijn broer Cornelis Vennix. Petronilla en haar herberg kennen we al uit de resolutie van de Raad van State. Een smeekschrift voor de bouw van de kerk werd gehonoreerd. Volgens Schutjes is er later in die schuurkerk een pakhuis gevestigd, waarin een gebrandschilderd raam aanwezig was met de naam van pastoor de Roy en het jaartal 1721.

Nu rest natuurlijk de vraag of de nieuwe kerk waarin op bevel van de Raad van State van 5 november 1718 geen missen mochten worden opgedragen, jarenlang ook echt niet in gebruik is geweest. En dat deze kerk  pas in 1721 door pastoor de Roy is ingewijd? Wie gaat er op zoek naar de datum van overdracht van de grond door priester Vennix aan zijn schoonzus Petronilla Vissers en haar tweede man Lambert Brock? Dan komen we misschien meer aan de weet …


Met dank aan archiefonderzoek Henk Beijers voor de tip en het spitwerk in 80 jaar resoluties van de Raad van State, nu online.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Toren met geschiedenis
Besluiten van een dorpsbestuur