Posts tonen met het label 1812. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1812. Alle posts tonen

maandag 15 februari 2016

Principiële kapelaan belandt in het gevang

...bidprentje van Arnoldus Moors...
Zijn bidprentje laat zien hoe bewogen zijn leven is geweest. Kapelaan Arnoldus Moors overlijdt in 1826 op 43-jarige leeftijd in Lith. Zijn beroep heeft ervoor gezorgd dat hij dan menig cel van binnen heeft gezien. Waaronder ook in onze eigen Citadel.

Veel heeft Arnoldus Moors overigens niet op zijn kerfstok. Niets eigenlijk, maar daar denken de Franse bezetters in Nederland anders over. Net als veel andere priesters weigert Moors voor de door de paus geëxcommuniceerde keizer Napoleon het lied Domine salvum fac imperatorem Napoleonem (Heer, zegen onze keizer Napoleon) te zingen. En dat komt hem duur te staan.Want op 16 maart 1810 wordt Noord-Brabant bij het Franse keizerrijk ingelijfd. Franse troepen bezetten Den Bosch zelfs al vanaf 2 februari. En dat brengt met zich mee dat er andere regels gelden, vinden de Fransen (en hun aanhangers).

De apostolisch-vicarus Van Alphen - die overigens ook principieel weigert dit lied ten gehore te brengen - tekent in zijn dagboek hierover op: "De 15de april 1810, op Palmzondag, was kapelaan Moors aan de beurt voor de mis voor de militairen op te dragen, in de St-Cathrien. Hij was bijna gekleed, toen de militaire commandant kwam zeggen: 'Nu wij verenigd zijn met Frank, moet U het Domine salvum fac imperatorem zingen'. Hierop zei Kapelaan Moors dat hij hierover niet was ingelicht door de geestelijke overheid. 'Er is groot verschil tussen een particulier en publiek gebed. Voor dat laatste heb ik permissie nodig van m'n geestelijke overheid. Dat is de wet van de kerk.'"


...fragment uit kaart van een gedeelte van de Meierij van Den Bosch, 1741, met daarop de Papenbril...
Zijn weigering komt hem duur te staan. Na de mis wordt hij opgewacht door twee officieren en via achterstraatjes naar het gevang in de Papenbril (Citadel) gebracht. Van daar gaat hij naar Parijs en wordt zonder verhoor vastgezet in een 'klein kamerke van de gardiëns, met alleen een stoel.' Later wordt hij drie weken alleen gezet in een dergelijk vertrek, later weer gevolgd door een gezamenlijk opsluiting in het kleine kotje, zonder gelucht te worden. "Er was geen wc. De stoelgang werd eensdaags uitgedragen." Zonder ooit verhoord te zijn, wordt eerst Van Alphen op 20 december 1810 ontslagen. "Heel alleen moest ik achterblijven, honderd uren bijna van huis", schrijft Moors. Maar op 1 januari 1811 wordt ook hij ontslagen.

Maar dat betekent niet het eind van zijn gang langs gevangenissen. Want hoewel Moors eerst zijn werk hervat bij een schuilkerk in Den Bosch, moet hij op 13 augustus 1812 opnieuw gedwongen de stad verlaten. Nu wordt hij eerst naar Antwerpen gebracht, vervolgens naar Mechelen om daar twee maanden te worden vastgehouden. Op 10 januari 1813 moet Moors - samen met andere geestelijken - naar Dijon. Moors wordt daar bij particulieren ingekwartierd en heeft een redelijk goed leven met een vaste dagorde: mis opdragen, studeren, lesgeven aan huisgenoten of een kaartje leggen. Na een jaar mag hij weer naar huis. Vanwege de militaire situatie moet dat via Zwitserland en Duitsland. Bij thuiskomst in Den Bosch op 19 februari 1814 treft hij geen Fransman meer aan.

Als kapelaan van de St. Janskerk kan Moors zijn werk hervatten. In 1818 wordt hij benoemd tot pastoor van Lith maar lang kan hij niet genieten van zijn redelijk rustige bestaan want daar overlijdt hij op 30 augustus 1826, twee weken voor zijn 44ste verjaardag.

Met zeer veel dank aan onderzoeker Wim Jaegers die ons wees op het bijzondere bidprentje van deze bijzondere man!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Beziet U Selve!
- Burgemeester van de Citadellaan

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 2 februari 2015

Naar het 'velt', naar den Rus!

Ploeteren door de sneeuw rond Moskou. De meesten zouden de tocht niet overleven...
De arme Johannes Ermers is via Den Bosch, Amiens en Mainz terechtgekomen in een lange mars door Duitsland en Polen. Als soldaat in het leger van Napoleon trok hij in oktober 1812 samen met bijna 700.000 man naar Rusland. Inmiddels heeft hij Warschau bereikt en daar vandaan schrijft hij  zijn laatste brief die zijn geliefden heeft bereikt. Ga mee op het laatste stukje van deze hachelijke onderneming...

'Een ongeloovig lant'
Johannes laat gelukkig als eerste weten dat hij nog 'vris en gesont' is en dat hij in een goede staat verkeert. De tocht door Duitsland is de zeer gelovige katholiek echter wel zwaar tegengevallen, want het blijkt een 'ongeloovig lant' te zijn: alleen maar Luthersen en bijna geen heiligenbeeld te vinden! Met weemoed denkt hij terug aan Mainz, waar hij altijd tijdens zijn wandelingen door de straten omhoog keek 'wie dat het moijsten beldeken (mooiste beeldje) voor de deur had staan.'

'Poolen, een aardig lant'
In Berlijn heeft Ermers een dag 'stilgelegen, met de Sint Hubertse kermis' (!), maar toen moesten ze toch echt verder, op naar Polen. Gelukkig een 'aardig lant' volgens Johannes. 

Gekerm in de kerk
Het leger trok een hele dag door een groot bosgebied tussen Pruisen en Polen, waar bijna geen huizen te zien waren. Zodra ze het bos uitstapten, was alles plots veranderd: 'het eerste dorp waar wij kwaamen daar vont ik weer een schoon beelt en een kruijs op den tooren,' meldt Johannes tevreden.

De kerken in Poolen zijn zó mooi: 'den schoonsten altaar bij ons, zoo is daar den lelijksten.' Bovendien is het volk daar zeer eerbiedig, want zij vallen bij iedere mis 'met het aangesigt plat op den gront' en de hele kerk is vol van het 'gekerm', dat bij de gebeden opstijgt.

Deze brief werd in Warschau geschreven, maar liefst 325 uur verwijderd van Sint Hubert!
Ermers schrijft ook over de vreemde Poolse gebruiken, die hij tegenkomt rond Warschau. Zo lopen alle kinderen 'schier naakent' rond en eten de varkens gewoon mee in huis! Volgens hem is het daar al net zo 'kout' als thuis. Waarschijnlijk waren de Nederlandse winters begin 19e eeuw kouder dan nu het geval is...

Oefenen met 'kruijt'
Maar er moest ook gewerkt worden in het koude Polen: 'Wij hebben vandaag den 31 gevuurt met kruijt, dat het so krakte, dat was om te leeren,' zo schrijft Ermers. Napoleon liet er dus geen gras over groeien en zorgde ervoor dat zijn rekruten gedrild werden in voorbereiding op een zware veldslag in Rusland. Ondertussen waren Johannes en zijn geliefden in Sint Hubert maar liefst 'drie hondert en 25 uuren' van elkaar verwijderd...

Oefening baart kunst...
Vermiste soldaten
Van Johannes Ermers ontbreekt na deze laatste brief ieder spoor. Hij duikt nergens op in onze genealogische bronnen, maar er is ook niets bekend over zijn dood. Johannes was niet de enige. Waarschijnlijk hebben ruim duizend jongemannen uit Noord-Brabant de veldtocht naar Rusland meegemaakt en slechts een enkeling is teruggekeerd. Honderden families hebben dus lange tijd tussen hoop en vrees geleefd, maar de meesten hebben nooit meer iets gehoord van hun zoon of broer. Ook de familie Ermers uit Sint Hubert heeft dit grote verlies moeten verwerken. Johannes Ermers is waarschijnlijk nooit uit Rusland teruggekeerd...

'Tot in der eeuwigheijt'
Johannes zelf was niet bang voor de dood, integendeel. Hij heeft er namelijk nog 'geen verdriet' van gehad dat hij daar zal moeten sterven, want dan 'verbleijt sig den geest.' Mocht hij toch thuiskomen, dan 'verbleijt sig den natuer.' De jonge soldaat accepteerde dus heel nuchter de kans dat hij de veldtocht niet zou overleven en hij zag er naar uit zijn geliefden terug te zien in de hemel.
Johannes neemt misschien wel voor eeuwig afscheid en gaat 'na het velt na den Rus'!
Tot slot neemt hij afscheid van zijn geliefden: 'Nu vrindelijk gegroet, lieve susters en zwaager en alle bekende en vriende, misschien tot in der eeuwigheijt (...) Ik ga nu na het velt, na den Rus (...)' Op dit Russische 'velt' heeft Johannes Ermers hoogstwaarschijnlijk zijn laatste adem uitgeblazen...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Op oorlogspad naar Rusland!
'Een dal der traanen'

 

vrijdag 15 juli 2011

Eikenprocessierups kriebelde in 1812 al

...deel uit het besluit van 1812...
Je zou het door het herfstachtige weer van de afgelopen dagen wellicht niet denken maar dit zijn de topmaanden voor de eikenprocessierups. Nadat in eind april, begin mei de eitjes zijn uitgekomen, waaien de haartjes van de rups vooral in juni en juli in grote getalen rond. Wie denkt dat dit iets is van de laatste tijd, komt bedrogen uit. Ook in 1812 werden er al maatregelen genomen.

Een trouwe bezoeker wees ons op een besluit uit 1812 van de prefecture des Bouches du Rhin (toegangsnummer 16, inventarisnummer 1588). Deze zogeheten rijksbaron Fremin de Beaumont heeft het over de "dringende noodzaakelijkheid van het zuiveren der rupsen uit alle de boomen; dat de beste tijd voor die verrigting het oogenblik is waar in die insekten zich nog in hare gewebben bevindende."

Er volgt een lijst met zes artikelen waaraan mensen moeten voldoen om de rupsen te verwijderen. Doen ze dat niet, dan wacht ze een boete van vijf francs.


Maken we een sprongetje in de tijd. Op de foto hierboven zijn we beland in de jaren veertig van de vorige eeuw. Op de weg van Sint Anthonis naar Elsendorp, om precies te zijn. Vooraan links staat kantonnier Piet Lucassen die aan het snoeien is in verband met een rupsenplaag. Grote kans dat het ook om de eikenprocessierups gaat. De familie Hendriks (dochters Nel en Dina, moeder en vader Willem) kijken van een afstandje toe.

Ook wel eens de eikenprocessierups in het archief tegengekomen? Laat het ons weten! Ook voor andere opmerkelijke of herkenbare zaken zijn we te porren...

zaterdag 21 november 2009

Eerste Twitteraar: soldaat Ermers uit Mill

Historisch openluchtspel in Erp

Hij zit aan het front in Warschau in Polen in 1812 en schrijft brieven aan het thuisfront in Mill. Dat mòet haast wel spannende verhalen opleveren, zou je denken. Maar nee hoor, soldaat Ermers schrijft bijna uitsluitend over zijn dagelijkse beslommeringen. Berichten die niet zouden hebben misstaan op het hedendaagse Twitter.

Wat te denken van de prijs van zijn reis naar Warschau (vier gulden en vijf stuivers)? Of hoeveel borstels hij heeft moeten kopen voor het onderhoud van zijn kostuum? "Daar heb ik voor moeten koopen 3 borstels, eenen voor de schoenen die is van twee kanten, om droog af te doen en om te smeeren, en eenen voor de kleer, en eenen om de knoopen te schoenen en een smeerdoos en twee kammen en vet en zwartsel." Oké, hij houdt zich niet aan de 140 tekens die bij Twitter als limiet zijn gesteld maar ondanks het feit dat hij per brief vier kantjes volkrabbelt, lijken zijn mededelingen op huis-tuin-en-keuken geneuzel.

Tussen de regels wordt het duidelijk dat Ermers vrijwillig het leger is ingegaan en vervolgens via het Franse Amiens naar Warschau is vertrokken. De Millse soldaat blijkt vooral een vroom man die hoopt dat "gij lieden veel voor mij bidden", het over de schoonheid van de kerken heeft en de manier van bidden in Polen. "Dan bidden zij den heer kermende, zo dat het een geheel gekerm in de kerk is."

En net als je denkt dat Ermers niets inhoudelijks gaat melden, komt het dan toch; als hij Polen beschrijft. "Dat is een aardig land, daar zijn geen stoelen en niet als houteren lepels, geen klompen, geen schoenen, daar is niet als laarsen, het loopt daar nog barrevoets. De kleijne kinderen nog schier naakent en het is daar al zoo kout als bij ons. En ik ben van huijs af driehonderd en 25 uuren."

Foto: Historisch openluchtspel in Erp waarbij 150 jaar Koninkrijk werd gevierd, 1963