Posts tonen met het label Napoleon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Napoleon. Alle posts tonen

maandag 29 februari 2016

Marcheerde jouw opa’s opa in 't leger van Napoleon?

...treinsoldaten tijdens Franse tijd...
Ben je benieuwd of de opa van jouw opa ook in het leger van Napoleon heeft gediend? Met een beetje geluk kun je dat nu achterhalen. Bart van Helvoort is druk bezig met het opzetten van een overzicht van alle jongens die hebben gediend in het 14de bataljon. 

“De opa van mijn opa van moederszijde was Hermanus van den Brand uit Nieuwkuijk. In het voorjaar van 1812 moest hij naar de loting voor de verplicht gestelde militaire dienst. In die loting werd uitgemaakt of hij al dan niet in Franse militaire dienst moest. Hij trok nummer 14. Dit lage nummer zorgde ervoor dat hij moest ‘marcheren”, vertelt Van Helvoort.

De jongens van dit 14de bataljon artillerietrein moest ervoor zorgen dat de artilleristen altijd op de juiste plaats hun kanonnen hadden staan en dat er de juiste munitie en uitrustingsmateriaal bij aanwezig was. Tegenwoordig zouden we zeggen: de aan- en afvoertroepen bij de artillerie.

Hermanus is op een gegeven moment in het Oostenrijkse leger terecht gekomen. Daar werd hij in 1814 ontslagen. Een flinke tijd later werd hij burgemeester van Nieuwkuijk. Maar het gaat Bart van Helvoort nu om zijn periode in het Franse leger.

“In de literatuur over de Napoleontische legers is er slechts zeer sporadisch geschreven over het 14e bataljon artillerietrein. Ook in de Franse literatuur is er amper iets over te vinden. Zeker niet als het gaat over de belevenissen van de ‘gewone’ jongens. Daarom probeer ik op deze manier iets meer te weten te komen van hetgeen deze jongens hebben meegemaakt in de jaren 1812 en verder.”

Ongeveer zeventig Brabantse jongens staan genoteerd in de lijsten van het Franse stamboek van dit 14e bataljon. “Hun namen heb ik op volgorde gezet. Als u over een of meerdere van hen iets weet, hou ik me zeer aanbevolen voor die informatie". Dat kan via bvhelvoort@gmail.com

Download de namenlijst

Redactie: tot slot deze korte handleiding voor het zoeken naar Nederlanders in Franse dienst, met voorbeelden en handige websites. Let op, op dit moment gaat het nog slechts om een beperkt aantal regimenten waarvan de stamboeken online staan.

Geschreven door: Bart van Helvoort

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Hermanus van den Brand en andere Brabanders marcheren onder Napoleon
- Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 15 februari 2016

Principiële kapelaan belandt in het gevang

...bidprentje van Arnoldus Moors...
Zijn bidprentje laat zien hoe bewogen zijn leven is geweest. Kapelaan Arnoldus Moors overlijdt in 1826 op 43-jarige leeftijd in Lith. Zijn beroep heeft ervoor gezorgd dat hij dan menig cel van binnen heeft gezien. Waaronder ook in onze eigen Citadel.

Veel heeft Arnoldus Moors overigens niet op zijn kerfstok. Niets eigenlijk, maar daar denken de Franse bezetters in Nederland anders over. Net als veel andere priesters weigert Moors voor de door de paus geëxcommuniceerde keizer Napoleon het lied Domine salvum fac imperatorem Napoleonem (Heer, zegen onze keizer Napoleon) te zingen. En dat komt hem duur te staan.Want op 16 maart 1810 wordt Noord-Brabant bij het Franse keizerrijk ingelijfd. Franse troepen bezetten Den Bosch zelfs al vanaf 2 februari. En dat brengt met zich mee dat er andere regels gelden, vinden de Fransen (en hun aanhangers).

De apostolisch-vicarus Van Alphen - die overigens ook principieel weigert dit lied ten gehore te brengen - tekent in zijn dagboek hierover op: "De 15de april 1810, op Palmzondag, was kapelaan Moors aan de beurt voor de mis voor de militairen op te dragen, in de St-Cathrien. Hij was bijna gekleed, toen de militaire commandant kwam zeggen: 'Nu wij verenigd zijn met Frank, moet U het Domine salvum fac imperatorem zingen'. Hierop zei Kapelaan Moors dat hij hierover niet was ingelicht door de geestelijke overheid. 'Er is groot verschil tussen een particulier en publiek gebed. Voor dat laatste heb ik permissie nodig van m'n geestelijke overheid. Dat is de wet van de kerk.'"


...fragment uit kaart van een gedeelte van de Meierij van Den Bosch, 1741, met daarop de Papenbril...
Zijn weigering komt hem duur te staan. Na de mis wordt hij opgewacht door twee officieren en via achterstraatjes naar het gevang in de Papenbril (Citadel) gebracht. Van daar gaat hij naar Parijs en wordt zonder verhoor vastgezet in een 'klein kamerke van de gardiëns, met alleen een stoel.' Later wordt hij drie weken alleen gezet in een dergelijk vertrek, later weer gevolgd door een gezamenlijk opsluiting in het kleine kotje, zonder gelucht te worden. "Er was geen wc. De stoelgang werd eensdaags uitgedragen." Zonder ooit verhoord te zijn, wordt eerst Van Alphen op 20 december 1810 ontslagen. "Heel alleen moest ik achterblijven, honderd uren bijna van huis", schrijft Moors. Maar op 1 januari 1811 wordt ook hij ontslagen.

Maar dat betekent niet het eind van zijn gang langs gevangenissen. Want hoewel Moors eerst zijn werk hervat bij een schuilkerk in Den Bosch, moet hij op 13 augustus 1812 opnieuw gedwongen de stad verlaten. Nu wordt hij eerst naar Antwerpen gebracht, vervolgens naar Mechelen om daar twee maanden te worden vastgehouden. Op 10 januari 1813 moet Moors - samen met andere geestelijken - naar Dijon. Moors wordt daar bij particulieren ingekwartierd en heeft een redelijk goed leven met een vaste dagorde: mis opdragen, studeren, lesgeven aan huisgenoten of een kaartje leggen. Na een jaar mag hij weer naar huis. Vanwege de militaire situatie moet dat via Zwitserland en Duitsland. Bij thuiskomst in Den Bosch op 19 februari 1814 treft hij geen Fransman meer aan.

Als kapelaan van de St. Janskerk kan Moors zijn werk hervatten. In 1818 wordt hij benoemd tot pastoor van Lith maar lang kan hij niet genieten van zijn redelijk rustige bestaan want daar overlijdt hij op 30 augustus 1826, twee weken voor zijn 44ste verjaardag.

Met zeer veel dank aan onderzoeker Wim Jaegers die ons wees op het bijzondere bidprentje van deze bijzondere man!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Beziet U Selve!
- Burgemeester van de Citadellaan

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 11 mei 2015

Het 'Konijn van Olland'

Koning Lodewijk Napoleon met zijn zoontje
'Iek ben Konijn van Olland.' Met deze woorden stelde Lodewijk Napoleon Bonaparte zich als koning voor aan de Nederlandse bevolking. Zijn regeringsperiode duurde slechts vier jaar, maar Lodewijk toonde zich in die korte periode zeer betrokken bij de Nederlandse bevolking, vertelt onze gastblogger Miny Vroegindewey: 'Hij was beslist geen domkop, maar juist zeer begaafd!'

Lodewijk (Louis) Bonaparte werd op 2 september 1778 geboren als Luigi Bonaparte op Corsica en hij was 9 jaar jonger dan zijn roemruchte broer Napoleon. Vader Carlo Bonaparte overleed toen Lodewijk zeven jaar oud was. Dat was voor 'grote broer' Napoleon de reden om Lodewijk op dertienjarige leeftijd mee te nemen naar Frankrijk voor zijn verdere opvoeding en scholing.

De intellectueel vs. de strateeg
In Frankrijk deelden de broers een eenvoudige kamer en gedurende deze periode werd Lodewijk 'klaargestoomd' door broer Napoleon voor een militaire loopbaan. Napoleon benoemde zijn broertje als adjudant en Lodewijk ging als negentienjarige jongeman mee op veldtocht in Italië. Alle inspanningen van Napoleon ten spijt was Lodewijk geen militair in hart en nieren en had hij een grote afschuw van oorlogvoeren en geweld.

Bovendien had Lodewijk lichamelijke klachten zoals een wervelbeschadiging als gevolg van een val van zijn paard en reuma aan zijn rechterhand. De grote karakterverschillen tussen beide broers werden steeds zichtbaarder en zouden later ook leiden tot grote conflicten. Napoleon was veel meer de militaire strateeg terwijl Lodewijk een uitgesproken intellectueel was. Wat de twee Bonaparte broers wel gemeen hadden, was hun hoge intelligentie.

Het was geen gelukkig huwelijk met Hortense de Beauharnais...
In 1802 trouwde Lodewijk Napoleon met Hortense de Beauharnais, de dochter van Napoleons echtgenote Joséphine de Beauharnais. Uit dit gearrangeerde huwelijk werden drie zoons geboren. Het huwelijk was vanaf het begin zeer ongelukkig; het jonge echtpaar hield totaal niet van elkaar.

Afscheid van de Hollanders
Lodewijk was beslist geen willoze marionet en vazal van zijn broer en hij ging een eigen weg als koning van Nederland. Op 5 juni 1806 werd Lodewijk Napoleon Bonaparte door zijn 'grote' broer Napoleon Bonaparte aangesteld tot koning van Holland.
De steeds hoger oplopende conflicten tussen Napoleon en Lodewijk Napoleon leidden uiteindelijk tot Lodewijks troonsafstand in 1810. Met de woorden 'Hollanders, nimmer zal ik een goed en deugdzaam Volk vergeten, zooals gy zyt: Myne laatste gedachte, zoowel als myne laatste zugt, zullen voor uw geluk zyn,' nam Lodewijk Napoleon in 1810 afscheid van de Nederlandse bevolking.

Beslist geen domkop!
En wat vindt Miny Vroegindewey zelf van Lodewijk? "Persoonlijk vind ik Lodewijk Napoleon de meest sympathieke en bekwame Bonaparte. Lodewijk zette zich voor de volle 100% in voor zijn koninkrijk Holland en deed alle moeite om de Nederlandse bevolking en cultuur te leren kennen.
Op St. Helena betitelde Napoleon zijn familieleden schamper als 'dieven, domkoppen en hoeren.' Allesbehalve vleiend, en zeker in het geval van Lodewijk Napoleon allesbehalve terecht. Lodewijk was beslist geen 'domkop', maar juist zeer begaafd. Hij was een Bonaparte die veel meer verdiende dan een bescheiden vermelding in de Nederlandse geschiedenis."

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Digitaal op bezoek bij Napoleon en Joséphine
- Naar het 'velt', naar den Rus!
 
Gastblogger Miny Vroegindewey

De komende maandagen verschijnt deze gastblog van de hand van Miny Vroegindewey. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang (rond de 250 à 350woorden), illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-)


maandag 2 februari 2015

Naar het 'velt', naar den Rus!

Ploeteren door de sneeuw rond Moskou. De meesten zouden de tocht niet overleven...
De arme Johannes Ermers is via Den Bosch, Amiens en Mainz terechtgekomen in een lange mars door Duitsland en Polen. Als soldaat in het leger van Napoleon trok hij in oktober 1812 samen met bijna 700.000 man naar Rusland. Inmiddels heeft hij Warschau bereikt en daar vandaan schrijft hij  zijn laatste brief die zijn geliefden heeft bereikt. Ga mee op het laatste stukje van deze hachelijke onderneming...

'Een ongeloovig lant'
Johannes laat gelukkig als eerste weten dat hij nog 'vris en gesont' is en dat hij in een goede staat verkeert. De tocht door Duitsland is de zeer gelovige katholiek echter wel zwaar tegengevallen, want het blijkt een 'ongeloovig lant' te zijn: alleen maar Luthersen en bijna geen heiligenbeeld te vinden! Met weemoed denkt hij terug aan Mainz, waar hij altijd tijdens zijn wandelingen door de straten omhoog keek 'wie dat het moijsten beldeken (mooiste beeldje) voor de deur had staan.'

'Poolen, een aardig lant'
In Berlijn heeft Ermers een dag 'stilgelegen, met de Sint Hubertse kermis' (!), maar toen moesten ze toch echt verder, op naar Polen. Gelukkig een 'aardig lant' volgens Johannes. 

Gekerm in de kerk
Het leger trok een hele dag door een groot bosgebied tussen Pruisen en Polen, waar bijna geen huizen te zien waren. Zodra ze het bos uitstapten, was alles plots veranderd: 'het eerste dorp waar wij kwaamen daar vont ik weer een schoon beelt en een kruijs op den tooren,' meldt Johannes tevreden.

De kerken in Poolen zijn zó mooi: 'den schoonsten altaar bij ons, zoo is daar den lelijksten.' Bovendien is het volk daar zeer eerbiedig, want zij vallen bij iedere mis 'met het aangesigt plat op den gront' en de hele kerk is vol van het 'gekerm', dat bij de gebeden opstijgt.

Deze brief werd in Warschau geschreven, maar liefst 325 uur verwijderd van Sint Hubert!
Ermers schrijft ook over de vreemde Poolse gebruiken, die hij tegenkomt rond Warschau. Zo lopen alle kinderen 'schier naakent' rond en eten de varkens gewoon mee in huis! Volgens hem is het daar al net zo 'kout' als thuis. Waarschijnlijk waren de Nederlandse winters begin 19e eeuw kouder dan nu het geval is...

Oefenen met 'kruijt'
Maar er moest ook gewerkt worden in het koude Polen: 'Wij hebben vandaag den 31 gevuurt met kruijt, dat het so krakte, dat was om te leeren,' zo schrijft Ermers. Napoleon liet er dus geen gras over groeien en zorgde ervoor dat zijn rekruten gedrild werden in voorbereiding op een zware veldslag in Rusland. Ondertussen waren Johannes en zijn geliefden in Sint Hubert maar liefst 'drie hondert en 25 uuren' van elkaar verwijderd...

Oefening baart kunst...
Vermiste soldaten
Van Johannes Ermers ontbreekt na deze laatste brief ieder spoor. Hij duikt nergens op in onze genealogische bronnen, maar er is ook niets bekend over zijn dood. Johannes was niet de enige. Waarschijnlijk hebben ruim duizend jongemannen uit Noord-Brabant de veldtocht naar Rusland meegemaakt en slechts een enkeling is teruggekeerd. Honderden families hebben dus lange tijd tussen hoop en vrees geleefd, maar de meesten hebben nooit meer iets gehoord van hun zoon of broer. Ook de familie Ermers uit Sint Hubert heeft dit grote verlies moeten verwerken. Johannes Ermers is waarschijnlijk nooit uit Rusland teruggekeerd...

'Tot in der eeuwigheijt'
Johannes zelf was niet bang voor de dood, integendeel. Hij heeft er namelijk nog 'geen verdriet' van gehad dat hij daar zal moeten sterven, want dan 'verbleijt sig den geest.' Mocht hij toch thuiskomen, dan 'verbleijt sig den natuer.' De jonge soldaat accepteerde dus heel nuchter de kans dat hij de veldtocht niet zou overleven en hij zag er naar uit zijn geliefden terug te zien in de hemel.
Johannes neemt misschien wel voor eeuwig afscheid en gaat 'na het velt na den Rus'!
Tot slot neemt hij afscheid van zijn geliefden: 'Nu vrindelijk gegroet, lieve susters en zwaager en alle bekende en vriende, misschien tot in der eeuwigheijt (...) Ik ga nu na het velt, na den Rus (...)' Op dit Russische 'velt' heeft Johannes Ermers hoogstwaarschijnlijk zijn laatste adem uitgeblazen...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Op oorlogspad naar Rusland!
'Een dal der traanen'

 

maandag 26 januari 2015

'Een dal der traanen'

Johannes Ermers uit Sint Hubert diende als voltigeur in het leger van Napoleon
Vorige week kon je lezen hoe de 22-jarige Johannes Ermers uit Sint Hubert in 1812 werd opgetrommeld voor het leger van Napoleon en hoe hij in Amiens terechtkwam. Inmiddels is het enkele maanden later en doet hij aan de pastoor verslag van zijn belevenissen op zijn tocht van Frankrijk naar Duitsland, die hem heeft gevoerd naar 'heijlige plaatsen' maar ook naar een waar 'dal der traanen...'

Gewapend naar de kerk!
Zoals we van Johannes gewend zijn, begint hij zijn brief, die deze keer aan de pastoor van Wanroij gericht is, met een opsomming van prachtige kerken en missen die hij heeft bijgewoond, met name in de Duitse stad Mens (waarschijnlijk het huidige Mainz). 

Johannes verwondert zich over vele missen, 'schoone kerken' en...het 'hooft van Johannes Babtist'!
Na een lange voettocht is soldaat Ermers aangekomen in Mens en wonder boven wonder vindt hij daar een biechtvader. Bovendien mag hij met Pinksteren een processie meemaken, waar hij 'gewaapent' en stokstijf in de kerk moest staan, met zijn 'hoet over de oogen' en het geweer in de hand. Dit heeft hem jammer genoeg wel belet om de mis goed te kunnen horen!

In de 'schoone Biskopskerk' heeft hij zelfs het 'hooft van Johannes Babtist' kunnen aanschouwen, 'jaa zijn eijgen hooft!' roept Ermers uit. Verder bewondert hij de vele heiligenbeelden die op elke hoek van de straat te vinden zijn.

'Dal der traanen'
Toch heeft Johannes het ook zwaar. Hij heeft 85 uur moeten marcheren voor hij 'Vrankrijk' uiteindelijk achter zich kon laten en nog eens 40 uur voor hij de Duitse stad Mens bereikte. Tot zijn grote schrik heeft hij hoogstwaarschijnlijk nóg eens 200 uur stevig doorwandelen voor de boeg. Men zegt namelijk dat ze naar 'Barlin' gestuurd zullen worden!

Een loodzware tocht...
Ermers komt niets te kort schrijft hij, maar hij wil toch uit het 'dal der traanen ontslaagen worden'. Ze krijgen niets van de 'luij van dit lant' en moeten dus voor hun eigen eten zorgen. Ze exerceren maar liefst zes uur per dag en de lange tocht naar Rusland moet ook niet aanlokkelijk geweest zijn. Toch zat er niets anders op...

Makkers voor het leven!
Er zullen vele tranen zijn weggepinkt, vast ook door Johannes Ermers en zijn strijdmakkers. Slechts 20.000 van de bijna 700.000 soldaten die in 1812 met Napoleon naar Rusland trokken, overleefden de barre tocht. In de eerste brief beschreef hij het eerste sterfgeval uit Sint Hubert al, namelijk Hendrikus Eijbers: 'Nu zal Drik niet meer schrijven, voor dat hij stil ligt.'

Nog één strijdmakker overgebleven...
Gelukkig heeft Johannes in zijn tweede brief nog één lotgenoot bij zich, die met hem 'uijt den bos' (Den Bosch) was gegaan, namelijk Derk Ruskens. 'Wij zijn als gebroeders bij malkaar', zo schrijft Ermers en in Mainz zijn zij alletwee ingekwartierd als 'voltisuurs', ook wel voltigeurs genoemd. Dit waren lichte infanteristen, vaak wat klein van gestalte, die werden ingezicht als schutters. Johannes en zijn makker Derk zouden snel moeten vertrekken, richting Berlijn, op naar Polen en uiteindelijk Rusland.

Volgende week: Naar het veld, naar de Rus!
Er is nog één brief over van Johannes. Ben je benieuwd naar zijn ontberingen in Polen, vlak vóór de Russiche veldtocht? Lees dan volgende week weer met ons mee!

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Op oorlogspad naar Rusland!
- Elselina Versfelt uit Lith: avonturierster onder Napoleon


maandag 19 januari 2015

Op oorlogspad naar Rusland!

Ploeterde soldaat Ermers met dit tenue door de sneeuw van Warschau?
Wie denkt dat de Tweede Wereldoorlog de enige oorlog was, die grote impact heeft gehad op ons land, heeft het mis. Ook begin 19e eeuw moesten vele Hollandse jongemannen het ontzien. Zij werden zonder pardon ingelijfd bij het grote Napoleontische leger, dat in 1812 bestond uit ruim 600.000 man! Ga mee op een barre veldtocht naar het koude Rusland met één van die soldaten, van wie drie unieke brieven bewaard zijn gebleven...

De plicht roept!
In 1810 werd Nederland onderdeel van het Franse Keizerrijk en Napoleon vond het welletjes: de Hollanders hadden lang genoeg genoten van hun vrijheid! Meteen voerde hij de dienstplicht in en tienduizenden jongemannen werden opgeroepen om in de Franse legers te dienen.

De eerste brief van Ermers, nog geschreven vanuit Amiens
Eén van die arme soldaten was Johannes Ermers, afkomstig uit Sint Hubert en daar geboren in 1790. Hij was dus pas 22 jaar oud toen hij op 6 maart 1812 vanuit Den Bosch vertrok naar Amiens. In de eerste brief beschrijft hij zijn belevenissen tijdens deze tocht door België.

Een vrome soldaat
Soldaten roepen vaak het beeld op van brassende dronkenlappen, wiens taalgebruik op zijn zachtst gezegd nogal grof genoemd mag worden. Misschien geldt dit voor de meeste infanteristen, maar zeker niet voor Johannes Ermers!

Oei, oei...een mis gemist!
Zo begint hij zijn brief niet met het klagen over zijn lange reis of over de eindeloze militaire oefeningen, maar spreekt hij zijn zussen en zwagers als volgt toe: 'Wilt over mij niet meer weenen, maar weent over uwe ende mijne zonde en oover de zonde van de geheele weereld, die zeer veel zijn.'

Het slot van de brief: groetjes aan alle pastoors!
In het grootste gedeelte van zijn brief beschrijft hij de 'schoone' kerken van België en de missen die hij heeft bijgewoond. Op 19 april werd hij echter gedwongen om met zijn geweer op onderzoek uit te gaan voor de 'groot mayoor, hetwelk mij heeft belet mis te hooren, het was sondig, het welk mij heeft verdriet aangedaan.' Verder spreekt hij in zijn brief ook de pastoor aan en klaagt hij over het feit dat hij 'soo wijt' van de kerk af is, wel een kwartier! Bovendien moet hij 's ochtends eerst 'erpel' (aardappels) schillen en exercieren, voor hij zich eindelijk aan het gebed kon wijden.

Een 'duer leven'
Naast alle missen die Johannes heeft bijgewoond, doet hij ook uitgebreid verslag van alle uitgaven die hij heeft gedaan. Hij klaagt steen en been over het 'duere leven'; hij moet zelf zijn boter en eieren kopen of hij moet droog brood eten! Bovendien was er een 'kurperaal' die het geld van zijn soldaten in zijn eigen zak hield!

Volgende week: massieren en exercieren door Duitsland!
Soldaat Ermers sluit zijn brief af door de groetenis over te brengen aan 'alle goede vrinden en bekende, voor namentlijk aan mijnheer pastoors' van Sint Hubert, Mill en Wanroij! Maar wier naam prijkt ook onderaan dit lijstje? De 'meijt van mijn heer pastoor'! Zou hij misschien toch een vriendinnetje in Sint Hubert hebben achtergelaten? Volgende week volgen we Johannes verder op zijn tocht van Frankrijk naar Duitsland...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Napoleon verlaat Nederland via Grave
- Graafse logies- en serviesgelden

Het vervolg:
- 'Een dal der traanen' 
- Naar het 'velt', naar den Rus! 

maandag 3 september 2012

Napoleon staat op ontploffen!

Er wordt hard gewerkt maar desalniettemin begint het geduld van Napoleon aardig op te raken... Geen idee waarover het gaat? De Brabantstrip natuurlijk! Nog zes pagina's en dan is het boek klaar. Het eerste exemplaar wordt in oktober gepresenteerd in de Citadel. En daar zijn we reuzetrots op.
...Megen nog in zwart-wit...
...en hier de ingekleurde versie...
In de strip wandelen we aan de hand van de kinderen Maarten en Eefje door 2000 jaar geschiedenis. Op een aansprekende manier komt de Brabantse historie weer tot leven. Het duo Henk Wittenberg en Danker Jan Oreel zijn de drijvende krachten achter deze productie. Medewerkers van het BHIC en van Stichting Erfgoed Brabant hebben als klankbord gefungeerd bij het maken van de strip.

Wil je op de hoogte blijven van het reilen en zeilen van de strip? Hou dan ook hun Facebookpagina in de gaten. Want de laatste loodjes schijnen niet zonder slag of stoot te verlopen...



vrijdag 25 november 2011

Het spannende leven van Brabantse Mata Hari

Is het terecht om Elselina Versfelt te omschrijven als een Brabantse Mata Hari? De ingrediënten van haar leven lijken daar alle reden toe te geven. Want deze dame uit Lith is de geschiedenis ingegaan onder een aantal namen, zoals Ida Saint-Elme, Elzélina van Aylde Jonghe, en vooral onder haar pseudoniem La Contemporaine. Ze was schrijfster, toneelspeelster, avonturierster en maitresse van een aantal bekende Franse generaals en wellicht zelfs ook spionne...
Ze werd geboren als jongste van de zeven kinderen van de Lithse predikant Gerrit Versfelt (1735-1781) en Alida de Jongh (1738-1828). Toen haar vader overleed, was Elselina vijf jaar. Het gezin verhuisde naar Amsterdam en daar trouwde Elselina in 1792 met de Amsterdamse koopman Jan Ringeling Claasz. Ze was toen net vijftien jaar, maar ze had gedaan alsof ze zeventien was.

Het echtpaar kreeg een zoon en een dochter, maar het huwelijk liep binnen vier jaar uit op een scheiding. Tussen 1795 en 1799 had Elselina een verhouding met Jean-Victor Moreau (1763-1813), Frans generaal, en tussen ca. 1800 en 1815 met Michel Ney (1769-1815), een andere Franse generaal. Voor Moreau verliet ze man en kinderen. Zij reisde in 1796-1797 - voor het gemak in mannenkleren - mee met generaal Moreau en zijn leger door Zuid-Duitsland. In 1797-1798 woonde zij enige tijd met hem samen in Parijs.

In die periode ook poseerde zij vrijwel naakt voor de beeldhouwer François-Frédéric Lemot. Toen haar minnaar in september 1798 tot inspecteur-generaal van het Franse leger in Italië werd benoemd, volgde zij hem naar Milaan, waar zij ‘Madame Moreau’ genoemd werd. Eind 1799 kwam er een eind aan haar relatie met Moreau (Hij ging trouwen. Met een ander).
Vanaf begin 1800 nam zij als artiestennaam de naam Ida Saint-Elme aan en sloot zich aan bij een troep reizende toneelspelers. In 1809 bevond ze zich - op voorspraak van Napoleon zelf - als voorlezeres in Florence aan het hof van Napoleons oudste zuster Elisa Bacciocchi, groothertogin van Toscane. Maar blijkbaar was zo’n baantje te mak.

Versfelt verliet Italië om opnieuw Ney achterna te reizen. Zo arriveerde zij in september 1812 in Moskou, nog net voordat de Russen de stad zouden platbranden. In 1827 maakte zij naam met haar Mémoires d’une Contemporaine (8 delen, 1827-1828), die een groot succes waren. Haar laatste jaren bracht zij door in Brussel in het hospitium van het Ursulinenklooster. Daar stond zij ingeschreven, met die typerende mengeling van echte en fictieve gegevens, als Elselina Versfelt de Jong, geboren op 20 september 1778 in Toscane, bijgenaamd ‘La Contemporaine’, weduwe van Saint-Elme, graaf van het keizerrijk, en van ‘Rienglin’ (Ringeling). Zij stierf in 1845 in Brussel, 68 jaar oud.

Bron: het uitgebreide verhaal over deze wilde dame is van Gé Ostendorf-Reinders en is te vinden in het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland.

maandag 31 oktober 2011

Napoleon verlaat Nederland via Grave

...Napoleon in Nederland...
De reis van Napoleon door Nederland begon in 1811 op 24 september in Zeeland en eindigde op 31 oktober - dus vandaag precies 200 jaar geleden - in Grave. Napoleon deed dit niet zomaar; hij wilde laten zien wie de baas in de Nederlandse gewesten was. Grave nam daarin geen belangrijke positie; het was vooral een doorgangsplaats, op weg van Nijmegen naar het Duitse Wesel.


...aanhef van de akte...

Omdat dit laatste blog is in het kader van 200 jaar rechterlijke macht - uiteraard ingevoerd door Napoleon - staan we stil bij het volgende stuk. Het komt uit de rechtbank van eerste aanleg, arrondissement Nijmegen (1811).

...Franse zegel op akte...
"Napoleon par la grace de dieu", begint deze akte  voorzien van mooie Franse zegels. Het gaat om de benoeming van een toeziend voogd. Mathieu Rietveld Brand, in garnizoen te Maagdenburg, veldheer in dienst van Zijne Majesteit de Keizer en Koning, zoo van Adriaan Brand uit het eerste huwelijk, wordt toeziend voogd over zijn halfzus Anetta.

Voogd wordt haar eigen moeder, de weduwe Brand-van Motz. De akte moet worden opgemaakt na het overlijden van Adrien Brand, oud-commies, op 7 oktober 1811 te... Grave

vrijdag 30 september 2011

Onafhankelijke rechtspraak, dankzij Napoleon


Reden voor een feestje want de rechterlijke macht bestaat tweehonderd jaar. Napoleon voert de Franse wetgeving in 1811 in Nederland in. Hoe zeer tijden ook veranderen; conflicten zijn er altijd geweest. In die gevallen zoeken mensen naar iemand die recht kan spreken.

Hanneke
Nadat Napoleon Nederland heeft ingelijfd, wordt op 1 maart 1811 de Franse wetgeving ingevoerd. Een essentieel onderdeel daarvan is de scheiding der machten. De rechtspraak moet onafhankelijk en onpartijdig zijn. De wetgever, de bestuurder en de rechter hebben vanaf dat moment allemaal een aparte taak.

Annemarie
In oktober staan we op ons blog op verschillende manieren stil bij het jubileum van de rechterlijke macht. Het BHIC heeft namelijk dozen vol strafdossiers en faillissementen en allerlei andere zaken waarbij de rechterlijke macht een rol speelt.

Mariët
Onze collega's van de studiezaal - Annemarie, Hanneke en Mariët - laten deze stukken bijna dagelijks door hun handen gaan. Een selectie van de meest opvallende, leukste of opmerkelijkste gevallen komen in oktober aan bod in Brabant Bekijken. Van onschuldige schaapsherder tot koelbloedige moordenaar: drie keer in de week een ander intrigerend verhaal... Hou ons in de gaten!

vrijdag 2 juli 2010

Met de kennis van nu...


"Met de kennis van nu" had Nout Wellink toch anders gehandeld ten aanzien van de DSB Bank. De president van De Nederlandse Bank (DNB) bood - na het verschijnen van het onderzoeksrapport - excuses aan aan mensen die gedupeerd zijn door het omvallen van de Bank. Sorry zeggen is vaak lastig maar even zo vaak onontkoombaar.

Stel dat je een ander bestuur krijgt maar je zit daar helemaal niet op te wachten. Dan heb je - zeker als je burgemeester bent - een flink probleem. Burgemeester van Thielen van Grave zit in 1814 in die situatie. De Franse troepen trekken zich na de nederlaag van Napoleon terug maar daar zit het Graafs stadsbestuur niet op te wachten.

Tot grote ergernis van kolonel Ferdinand D'Hauw die het schande vindt dat de burgemeester geen oranjestrik- of lint draagt. Aan zijn superieuren schrijft de kolonel: "Ik maak er geen geheim van dat het mij aangenaam zou zijn wanneer hij [burgemeester Van Thielen] order zou krijgen om mij zijn excuses te maken en om mij met zijn stadsbestuur welkom te komen heten."

Weten wat de kolonel nog meer schrijft aan zijn superieuren? Of dat de burgemeester tegen de kolonel zegt: "Met de kennis van nu..."? Lees meer op onze site!

Foto: Oeffelt, het feestcomité voor onafhankelijkheidsfeest 1813-1913 na Napoleon, 1913.