Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

maandag 29 september 2014

Boxmeer uitvinder van het Nederlandse carnaval

Het boek van Peer Meurkens, waarin hij stelt dat de eerste carnavalsoptocht in Boxmeer plaatsvond
Wie aan carnaval denkt, zal onmiddellijk denken aan steden als Maastricht of Den Bosch. Maar in Oeteldonk is de oorsprong van het carnaval niet te vinden, aldus antropoloog Peer Meurkens. In zijn boek ‘De GEKKEKAR komt uit Den Haag’ legt hij haarfijn uit dat de huidige carnavalstraditie haar oorsprong in het 19e eeuwse Boxmeer vindt.

De eerste carnavalsoptocht
De allereerste carnavalsoptocht van Nederland startte op maandag 27 februari 1854 in Boxmeer. Bedenker en initiator was jonkheer Louis van Sasse van Ysselt, tevens lid van de Eerste Kamer. Hij reorganiseerde het aloude Metworst rennen naar de ‘belaste hoeve’ in Vortum tot een echte carnavalsoptocht in een nieuw scenario vol satire en bespotting. Dat element was nog nooit vertoond. Op het Vortums Veld wordt sindsdien op elke carnavalsmaandag een heuse paardenwedren gehouden. Optocht en wedren zijn volgens Meurkens de oudste carnavalstraditie van Nederland – zonder concurrentie.

De uitvinder van de huidige carnavalstraditie: jonkheer Van Sasse van Ysselt
Volgens de overlevering stammen de Metworstrennen in elk geval uit 1740 en verwijzen mogelijk zelfs naar een Oud-Germaans vruchtbaarheidsritueel. Elk jaar organiseert de Boxmeerse vereniging  ‘De Metworst’ een paardenrace, waarin jonge vrijgezelle ruiters strijden om de schenking van een metworst. In de 15e eeuw heeft ene ‘Freule Aleida’ één van haar hoeves namelijk belast met de jaarlijkse schenking van een metworst, een wegge, een brood en een halve varkenskop, nadat Boxmeerse ruiters haar te hulp waren geschoten.

Politieke strijd
Deze Metworstrennen werden gebruikt door Eerste Kamerlid Boxmerenaar Van Sasse van Ysselt om zijn standpunt in de nationale politiek te verduidelijken. Zijn tegenstander, mr. J.B. Hengst, burgemeester van Boxmeer en ook lid van de Staten-Generaal, werd namelijk belachelijk gemaakt in de optocht.

Mr. Hengst was een vertegenwoordiger van de oude feodale rechten; de tienden, cijnsen en erfbelastingen, die uiteindelijk in 1872 werden afgeschaft. Ten tijde van de eerste carnavalsoptocht was deze kwestie echter nog lang niet opgelost en vaak onderdeel van uitvoerige debatten.

Strijd om de Tweede Kamerzetel van het Hoofdkiesdistrict Boxmeer was voor Jonkheer Van Sasse van Ysselt de directe aanleiding om Mr. J.B. Hengst in een carnavaleske afrekening aan te pakken. Van Sasse kon in parlementaire debatten waarin in 1850 de vraag aan de orde kwam of onder de nieuwe Grondwet een burgemeester lid kon zijn van de Tweede Kamer niet een meerderheid krijgen. Ook politieke kwesties als over de bevoegdheden van een burgemeester en het gemeentebestuur kon de jonkheer niet in zijn voordeel beslissen. Bij elke verkiezing voor de Tweede Kamerzetel (1850, 1853, 1856) moest Van Sasse van Ysselt het onderspit delven tegen plaatsgenoot mr. J.B. Hengst.
Als laatste middel om zijn rivaal onderuit te halen, nam jonkheer Van Sasse van Ysselt zijn toevlucht tot een carnavaleske optocht die droop van satire. Hij zette daarbij de aloude vrijgezellencompagnie in met het traditionele paardenrennen naar Vortum. Volgens Meurkens had deze strategie ten slotte succes. Mr. J.B. Hengst wilde in 1860 geen kandidaat meer zijn voor de Tweede Kamer - om vervolgens vanaf 1863 tot 1890 lid van Eerste Kamer te zijn, waar hij (de Eerste Kamer had slechts 39 leden!) nog 27 jaar op zijn zetel zou aanschuiven naast of dichtbij de zetel die tot 1883 door de andere Senator uit Boxmeer, Jonkheer Louis van Sasse van Ysselt werd ingenomen.

De GEKKEKAR
De route van de Metworstrennen
Een belangrijk onderdeel van de Boxmeerse optocht vormde de GEKKEKAR en juist hiermee werd Hengst voor het blok gezet. In deze kar werd namelijk de persoon die als een verliezer werd uitgebeeld vervoerd en op deze kar stond de spreuk: ‘Wij handhaven het recht onzer vaderen.’ Dit was een verwijzing naar Hengst, die in de Staten-Generaal hardnekkig de oude rechten had verdedigd, maar ten slotte een politieke nederlaag had geleden. De gek in het ‘theaterstuk’ van Van Sasse van Ysselt was ongetwijfeld zijn plaatsgenoot J.B. Hengst en hij werd volgens Meurkens zelfs  ‘gevloerd’ door de Metworst.

Plagiaat door Den Bosch!
Peer Meurkens laat ten slotte in zijn boek zien dat Boxmeer de oorsprong is van het moderne Nederlandse carnaval. Volgens hem werd de Boxmeerse optocht in 1882 door Den Bosch gekopieerd, omdat nogal wat leden van voorname Bossche families, die lid van de sociëteit waren, sterke familiale banden hadden met Boxmeer. De schrijver wijst ook op de opvallende gelijkenissen tussen de Oeteldonkse optocht van 1882 met het Boxmeerse prototype van 1854. Carnavalssteden als Den Bosch en Maastricht worden dus door Boxmeer afgetroefd: ‘De optocht is het alibi voor de massale viering van carnaval. In 1854 is het zo in Boxmeer begonnen en in 2014 gaat het nog altijd op deze wijze overal in carnavalvierend Nederland verder.’

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Saaie carnavalsfeesten in het Roomse Zuiden...
- Het ontstaan van carnaval in Haps




woensdag 17 juli 2013

Boekentip: Wonen in Dammen en Mijnen

...Thuiswerkende schoenmakers in de zogenoemde Goudmijn (foto GAW)...
Waalwijk was vroeger bekend om haar schoen- en lederindustrie. Schoenmakers en looiersknechten werden er vanaf de tweede helft van de 19e eeuw met hun dikwijls grote gezinnen in kleine huisjes ondergebracht. Deze 'werkmanswoningen' stonden in de achtertuinen van de grote huizen aan de straat. Ze werden ontsloten door smalle paden die tussen de panden aan straat door liepen. Die paden werden 'dam' genoemd, soms kregen ze de naam 'mijn'.

Er zijn ruim 600 van deze werkmanswoningen geweest. En dat terwijl de hele gemeente Waalwijk in het jaar 1900 (toen nog zonder Baardwijk en Besoijen) zo'n 1.000 woningen telde.

Ad J. van Liempt, oud-Waalwijker en stedenbouwkundige, heeft onderzoek gedaan naar deze woonvorm en er een kloek boek over geschreven: Wonen in Dammen en Mijnen. Komen, bewoning en het weer verdwijnen van de 19e-eeuwse werkmanswoningen in Waalwijk. Daarin komen alle arbeidershuisjes aan bod, compleet met hun locaties, namen van bouwers en eigenaren, bouwjaar en tijdstip van verdwijnen. Per groepje huisjes worden bijzonderheden ervan, gevonden in openbare en particuliere archieven, beschreven.

Het boek is verlucht met meer dan 800 situatietekeningen, plattegronden en foto's. De gegevens van alle huisjes samen geven een beeld van hun ontwikkeling in relatie tot de economische activiteit en verandering van woonomstandigheden in de tijd. Na de komst van de Woningwet van 1901 was het niet meer mogelijk dit soort slechte en achteraf gelegen woningen te bouwen. Van de ruim 600 die er ooit waren, resten er nu nog slechts een tiental.

Dit boek vertelt over het wel en wee van deze nagenoeg verdwenen woonvorm en hoe er werd gewoond en gewerkt. Beslist niet alleen interessant voor liefhebbers van de Waalwijkse geschiedenis, maar ook voor onderzoekers van huizengeschiedenis, sociale en economische ontwikkelingen en woningbouw. Ad heeft voor de archiefmedewerkers van het BHIC een lezing gegeven over zijn onderzoek. Inmiddels is hij aan vervolgonderzoek bezig, naar de werkmanswoningen in Besoijen en Baardwijk.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Noodwoningen
- Streetwise op de Wildse Dijk

woensdag 12 september 2012

Dood en doodgezwegen: dubbel-dood

Op 17 september 1944 startte de bevrijding van Nederland, maar niet voor alle Nederlanders waren de zorgen daarna voorbij. Sterker nog, voor veel mensen begonnen ze pas. Bijvoorbeeld voor NSB'ers, die voor en tijdens de oorlog de kant van de Duitse bezetter hadden gekozen.

En voor hun familie. Want die "foute keuze" speelt zelfs in het leven van kinderen en kleinkinderen vaak nog een grote rol. Dat dit onderwerp nog altijd gevoelig ligt, bewijst alle ophef bijvoorbeeld die vorig jaar ontstond rond het gedicht Foute Keuze, dat een scholier zou voorlezen tijdens de Nationale Herdenking.

Bettina Drion
Porselein
Schrijfster Bettina Drion schreef een roman over ditzelfde thema. Zij is de kleindochter van een NSB’er die op 3 mei 1945 werd geëxecuteerd in Kamp Vught. Pas op latere leeftijd ontdekte Bettina wie haar grootvader was en las ze ook de afscheidsbrieven die hij aan haar grootmoeder had geschreven, en die haar vader al die tijd had bewaard. Niet alleen was haar grootvader dood, maar ook nog eens doodgezwegen. Dubbel-dood, zoals Bettina het zelf noemt.

Haar boek, met als titel Porselein, is geen waargebeurd verhaal, maar is wel mede gebaseerd op waargebeurde feiten. Feiten die onder andere blijken uit archieven die Bettina in het BHIC heeft geraadpleegd. Over haar boek en het archiefonderzoek dat daaraan voorafging, spraken we met haar. Dit korte interview (ongeveer 5 minuten) kun je hieronder bekijken.

Wil je meer informatie over Bettina en haar roman Porselein? Kijk dan op www.bettinadrion.nl