Posts tonen met het label serviesrekeningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label serviesrekeningen. Alle posts tonen

maandag 7 april 2014

Opmerkelijke Graafse archiefstukken

 
Ook de huidige Varia portefeuilles zijn niet altijd even geordend...

De afgelopen weken zijn verschillende hoofdstukken uit mijn scriptie over het Graafse stadsarchief in het kort behandeld. In deze laatste aflevering zal ik de belangrijkste conclusies van mijn scriptie weergeven. Tot slot zal ik nog enkele opvallende en bijzondere vondsten laten zien, die ik in de loop van de maanden heb opgedoken, variërend van het onderkomen van soldaten en kapiteins tot de kosten van begrafenissen van voorname 'Gravenaren.'

Conclusie: pragmatisme!
Mijn onderzoek in de Graafse inventarissen uit de 17e en 18e eeuw heeft uitgewezen dat er in die tijd verschillende ordeningsprincipes door elkaar werden gebruikt, zoals ordeningen op onderwerp en op  redactionele vorm. Soms lijken de secretarissen zelfs volkomen willekeurig te werk zijn gegaan en kon het ordeningsprincipe helemaal niet achterhaald worden!
Gedurende de eeuwen is het Graafse archief meerdere malen verplaatst en van een nieuwe ordening voorzien. Vrijwel nergens worden de gemaakte keuzes verantwoord en ook wordt er niet verwezen naar de oude ordening of structuur.

 
Laatste pagina uit de Smit-inventaris van 1914
Bijna alle Graafse secretarissen en archivarissen lijken dus pragmatisch te werk zijn gegaan; wanneer een archiefkast uit begon te puilen, werden de stukken verplaatst en moest na verloop van tijd ook weer een nieuwe inventaris worden gemaakt. In deze nieuwe inventaris werd dan helemaal niet verwezen naar de oude ordening. Rijksarchivarissen Ebell, Bondam en Smit moeten hierbij wel als uitzonderingen worden genoemd, aangezien zij na de brand van 1902 wél geprobeerd hebben de 'oorspronkelijke orde' van de stukken te herstellen. Bovendien hebben zij het archief ingericht op taakgebied, naar voorbeeld van de Handleiding van Muller, Feith en Fruin.

Oorspronkelijke orde?
Tot slot heb ik geconcludeerd dat er niet zoiets bestaat als één 'oorspronkelijke orde' die hersteld zou kunnen worden. Het Graafse archief was namelijk continu aan verandering onderhevig; naarmate het takenpakket van het stadsbestuur groeide, breidde de documentatie zich ook steeds meer uit en dit zorgde weer voor grote veranderingen in het archief. Wel is het, ook voor huidige archivarissen, van belang om te verwijzen naar de verschillende oude structuren en verbanden die het archief heeft gehad.

Luxe voor kapiteins in Grave
Tijdens mijn zoektocht door het Graafse archief ben ik zeer veel stukken tegenkomen, die de moeite waard zijn om eruit te lichten. Een voorbeeld hiervan is onderstaand Reglement van de Raad van State voor het Graafse stadsbestuur met betrekking tot alle handelingen rond de logies- en serviesgelden:

Reglement van de Raad van State betreffende logies- en serviesgelden (16e en 17e eeuw)
In dit document, origineel uit 1595 met een aanvulling uit 1626, worden netjes alle vergoedingen opgesomd die voor officieren, ruiters en soldaten moesten worden betaald, maar ook alle faciliteiten die hun moesten worden geboden door de burgers. Zo had een kapitein de beschikking over een kamer, twee bedden en zelfs een keuken, terwijl de soldaten met zijn vieren of zessen in één kamer werden ondergebracht en een dus veel minder riant onderkomen hadden. Dit document is voor mij heel waardevol geweest om het werkproces rond de logiesgelden in kaart te brengen.

Prijzige begrafenissen
Verder kwam ik tijdens mijn onderzoek in de stadsrekeningen twee bijzondere rekeningen tegen van begrafenissen uit de 18e eeuw. In 1754 overleed Francoise Cremer, echtgenote van de bekende Graafse secretaris en schepen David Ragaij, die zelf in 1757 kwam te overlijden. Deze voorname personen verdienden een uitgebreide begrafenis, zo blijkt uit onderstaande rekeningen. Zo werd voor Francoise de 'geheele stad' uitgenodigd en de dood van secretaris Ragaij werd zelfs officieel bekendgemaakt aan alle militairen en politiek belangrijke personen. De overige kosten bestonden bijvoorbeeld uit het 'versetten der gestoeltens', 'twee uren geluij' van de kerkklokken en voor het doodskleed. Voor de begrafenis van Ragaij moest overigens net iets meer worden neergeteld, omdat bij zijn dood onder andere ook het salaris van de koster moest worden betaald.

Rekening van de begrafenis van Francoise Cremer

...en eentje van de (iets duurdere) begrafenis van haar man, secretaris David  Ragaij


Restauratie
Na de brand op het Graafse gemeentehuis waren grote gedeeltes van het archief nodig aan restauratie toe. Natuurlijk kwam niet alles daarvoor meteen in aanmerking, zoals te zien is op de eerste foto van een huidige Varia portefeuille. Toch werden grote series voornamelijk in de jaren tachtig vakkundig hersteld, zoals vele stadsrekeningen en resoluties. Hieronder is een voorbeeld te vinden van dergelijke gerestaureerde resoluties. Ook nu nog worden trouwens jaarlijks stukken uit het Graafse archief naar het restauratieatelier in Helmond gestuurd voor een grondige opknapbeurt.

Prachtig voorbeeld van gerestaureerde resoluties


Vind je dit interessant?  Lees dan ook:
- Graafse logies- en serviesgelden
- 'Slordige' Graafse secretarissen

maandag 17 maart 2014

Graafse logies- en serviesgelden

Eerste pagina van de serviesrekening uit 1629

Vorige week heb je kunnen lezen over mijn onderzoek in de stadsrekeningen van Grave in het kader van mijn afstudeerscriptie Archiefwetenschap. Dit keer duiken we nogmaals het Graafse stadsarchief in, maar nu kijken we naar de documenten die iets te maken hebben met de militaire  taken van het vestingstadje.

In de scriptie stond de vergelijking van alle inventarissen van het Graafse stadsarchief centraal. Maar hoe doe je dat? Eén manier was het analyseren van alle documenten van één werkproces, om vervolgens te kijken op welke manier latere archivarissen om zijn gegaan met deze documenten. Hoe hebben zij de stukken beschreven en geordend? Hieronder volgt een aantal voorbeelden van stukken die uit dit militaire werkproces zijn voortgekomen.

Servies- en logiesgelden?
De officiële naam van het proces is 'de ontvangsten en distributie van logies- en serviesgelden.' In modern Nederlands betekent het dat er wordt gekeken naar de ontvangsten en verspreiding van de vergoedingen die burgers ontvingen voor het onderbrengen van soldaten (logiesgelden) en de lonen die officieren en soldaten betaald kregen (serviesgelden).

Deze handelingen zijn onder meer vastgelegd in een serie serviesrekeningen, die in Grave in 1602 begint. Hieronder zie je twee voorbeelden van dergelijke rekeningen, één uit de periode 1627-1629 en één uit 1662-1665. Het verschil in omvang van de rekeningen is te verklaren door de toename van het aantal oorlogshandelingen tijdens de  Tachtigjarige Oorlog en de afname daarvan na de Vrede van Münster in 1648. 

De omvangrijke serviesrekeningen uit 1627-1629

De compacte rekeningen uit de periode 1662-1665 na de Vrede van Münster

Inkwartiering
Tot en met begin 19e eeuw gingen de Graafse burgers gebukt onder de last van de aanwezigheid van vele militairen. De meeste burgers werden namelijk gedwongen slaapplaatsen aan de soldaten aan te bieden. Hiervoor kregen zij uiteraard een vergoeding, de zogenaamde logiesgelden, van de Raad van State. Deze logiesgelden werden door het stadsbestuur namens de Raad uitgekeerd en dit resulteerde vaak in onenigheid over achterstallige betalingen.

Om de vergoedingen te ontvangen, werd per gezin bijgehouden hoeveel soldaten er waren ondergebracht op zogenaamde logiesbriefjes. Hieronder een voorbeeld van dergelijke briefjes, waarbij ook duidelijk de schade te zien is, veroorzaakt door de brand op het gemeentehuis in 1902.

Een verzameling logiesbriefjes uit begin 19e eeuw

Eindelijk: kazernes!
De burgers begonnen steeds meer te klagen over de vele militairen die de stad moest herbergen. Op een gegeven moment, in 1629, waren er maar liefst 4000 militairen in Grave gelegerd, terwijl het vestingstadje zelf slechts 2000 inwoners telde! Steeds meer stemmen gingen op voor het bouwen van kazernes. Onderstaande notitie van het stadsbestuur laat het overschot aan militairen goed zien. Hiermee wilden de bestuurders aan de hogere autoriteiten de penibele situatie duidelijk maken en zo toestemming vragen voor de bouw van kazernes. Uiteindelijk werd deze toestemming in 1743 door de  Raad van State verleend. Helaas was de capaciteit van de kazernes niet altijd groot genoeg, waardoor sommige burgers opnieuw tot inkwartiering van soldaten werden gedwongen.

Notitie van het stadsbestuur in 1742 met een opsomming van het aantal huizen (309) en het aantal gelegerde militairen (rond de 1500) in Grave

Volgende week: de oudste inventarissen
Bovenstaande documenten zijn beschreven en geordend in verschillende inventarissen. Volgende week zal ik de oudste inventarissen bespreken. Hoe gingen de Graafse secretarissen uit de 17e en 18e eeuw om met deze archiefstukken? Niet altijd even zorgvuldig, zoals zal blijken...

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Alarm aan de Maas
Ton bier en 'n gevangen schout: cloveniers in Grave