Posts tonen met het label stamboomonderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stamboomonderzoek. Alle posts tonen

maandag 12 oktober 2015

Opnieuw een genealogisch slagveld

Adellijke 'slagboom' uit de 18e eeuw
Vorige keer heb je misschien wel een traantje weggepinkt bij het verhaal van Jean Baptiste Barbou, die vele kinderen verloor. Zijn zoon Octavio Leon gaat het niet veel beter. Ook hij krijgt te maken met ziektes en sterfgevallen. Naast zijn eigen besognes heeft hij ook oog voor het ingewikkelde leven van zijn voorouders.

Kindersiektes
Octavio trouwt in 1766 met Alexandrina van der Vrecken en enkele maanden later beviel zijn vrouw al van 'een frisse Jonge'. Ook de geboorte van het tweede kind, Octavius Franciscus, verloopt voorspoedig. Uiteindelijk bestaat het gezin uit drie kinderen, die in 1772 allemaal getroffen worden door twee 'kindersiektes', namelijk de mazelen en kinkhoest. Wonderbaarlijk genoeg herstellen ze alle drie.

De kinderen van Octavio hebben in 1772 nog geluk...
Maar helaas, in 1781 treft het noodlot ook het gezin van Octavio en moet hij zijn tweede zoon begraven:

Den 10 augustus 1781, Laurentius dag, heeft het den Hemel behaegd deeze lieve jonge in den ouderdom van 12 jaer en 4 m(aanden) tot zig te roepen. Den 9e dag zijner siekte van de Roode Loop.'

Overhaaste doop
Veertien jaar na de geboorte van hun laatste dochter raakt Alexandrina plots wéér zwanger, op 44-jarige leeftijd. In 1784 bevalt zij in Roermond van 'eene frisse jonge,' die, hoe sterk hij ook scheen te zijn, na twee uur toch overleed.

Titelblad van het dagboek. Let op het toegevoegde 'my' bij zijn eigen naam!
Het vrome katholieke gezin probeerde uit alle macht nog een doop te regelen voor hun kindje, maar dit had nogal wat voeten in de aarde. Lees maar mee:

'De Heer pastoor (...) wijgerde dit (de doop) aen mijn knecht (...). Na vele cromme sprongen en excuses dat sulkx niet buijten permissie van den bisschop mocht geschieden, zoo kwam zijn eerwaarde meede maer te laet, 't kind had inmiddels van dat getalm den geest gegeeven.' 

Gelukkig gaf de vroedvrouw aan het kind nét op tijd gedoopt te hebben, waardoor ook dit kind een 'Engel in den Hemel' zou zijn, aldus Octavio.

Snuffelen
Ondanks alle zorgen om zijn eigen familie heeft Octavio vele papieren 'doorgesnuffeld', zo laat hij aan zijn neef weten. Eén van die resultaten is de bijzondere 'slagboom' die hij heeft opgesteld.

Detail van de ingewikkelde slagboom
Je ziet dat ook toen nog lang niet alle gegevens beschikbaar waren. Bovendien woonde een gedeelte van zijn familie in Boxmeer, een andere tak in Amsterdam en sommigen zelfs in Spanje! Octavio's oom en tante hebben overigens pech gehad: zij konden niet zorgen voor verder nageslacht, ondanks hun vijf (!) kinderen. Octavio geeft de reden aan: 'vier geestelijcken en eene ooverblijvende ongeluckige dochter.'

Voorkant van het dagboekje
Dit dagboekje heeft ons een beeld gegeven van de tragische lotgevallen van een achttiende-eeuwse adellijke familie. Deze persoonlijke archiefstukken kunnen nu weer helpen bij het puzzelen van onze eigen 'slagbomen', parentelen of kwartierstaten...

Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Genealogisch slagveld
- Familiedrama in Boxmeer

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 

maandag 5 oktober 2015

Genealogisch slagveld

Een waar slagveld, deze genealogische 'slagboom'
Genealogie een luxe hobby van de laatste decennia? Absoluut niet! Ook in de vroege 18e eeuw snuffelden (vooral adellijke) mensen in stokoude papieren op zoek naar hun roots. Jean Baptiste Barbou en zijn zoon hebben zelfs een genealogisch dagboek bijgehouden. Hierin geven ze ook een uniek inkijkje in hun eigen, soms tragische levensloop.

Persoonlijke tragedies
De adellijke familie Barbou woonde begin 18e eeuw in Amsterdam, verhuisde later naar Roermond en een aantal kwam later in Boxmeer terecht. Vandaar dat het unieke dagboek in ons archief in de collectie Hengst terecht is gekomen.

Voorkant van het dagboekje van de familie Barbou, begonnen in 1718

Jean Baptiste (1702-1758) pakt voor het eerst de pen op in 1718 en later neemt zoon Octavio Leon het stokje van hem over. De vader, die duidelijk een netter handschrift had dan zijn zoon, begint met een keurige opsomming van overleden familieleden, onder wie zijn ouders, broer en zus.

Naarmate je verder komt in het dagboek wordt het verhaal steeds persoonlijker en tragischer. Aanvankelijk meldt Jean in 1728 dolblij de geboorte van zijn eerste kind, Anna Maria Catharina. Daaronder heeft zijn zoon 37 jaar later geschreven dat zij 'vol deugden en verstand' aan de 'teering' is overleden.

De eerste van vele sterfgevallen...

Dit was helaas niet het enige sterfgeval dat de familie Barbou heeft moeten betreuren. De tweede dochter van Jean en zijn vrouw Theresia Maria de Kesschietre van Havre heeft wel geluk en trouwt zelfs tweemaal. Helaas gold dit niet voor haar vele broertjes. De één na de ander werd in het familiegraf van de Amsterdamse oude kerk bijgezet...

'Lief kint' 
Er zullen heel wat tranen zijn gelaten, daar aan de Keizersgracht in Amsterdam. De tweede zoon van Jean overleed als tweejarige peuter. Je houdt het zelf bijna niet droog als je verder leest. Ook zijn derde zoon Josephus, geboren op 22 juni 1737, sterft enkele jaren later. Zijn aantekening van 22 juni 1741 gaat door merg en been:

Ooverleeden 22 juni 1741 denselve dagh van zijn geboorte (...) in d'ouderdom van vier jaer (...) 
NB: dit was een lief en aenvalligh kind van groote verwagting' 

Let op de laatste zin van een door verdriet verscheurde vader
'Koopere spijkerties' 
De volgende zoon overleeft zijn kindertijd, maar overlijdt op een oorlogsschip in 1760.  Het zevende kind werd geboren na een zwangerschap van slechts zeven maanden. Het heeft enkele maanden gevochten voor zijn leven, maar redt het uiteindelijk niet.

Elk kind wordt zorgvuldig begraven in het familiegraf en wordt gelegd in 'het kissie met koopere spijkerties.' Gelukkig viel dit lot niet ten deel aan het laatste kind van Jean en Theresia Maria. Dochter Maria Elisabeth is een langer leven gegund en is zelfs getrouwd in 1774.

Volgende keer:
Een gedeelte van deze familiegeschiedenis kun je hierboven terugvinden in de zogenaamde 'slagboom', gemaakt door Octavio Leon Barbou. Volgende week lezen we over zijn genealogische speurwerk én over zijn eigen tragedies...

Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Bastaard sluipt in adellijk wapen
- Familiedrama in Boxmeer

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 

maandag 3 juni 2013

Over piepkeswater en knupkeslicht in Oijen

...het verhaal over de boerderij aan de Oijense Benedendijk...



Op 10 november 1955 ben ik op deze boerderij geboren. In Oijen werd ons pap Lee Verhoeven genoemd maar voor de oudere Oijenaren heette hij Lee van Janus van Pauwe. Lee (Leo), zoon van Adrianus (Janus) en kleinzoon van Pauwe (Paulus). Dus tot ver in de twintigste eeuw was het gebruik van achternamen nog niet geheel  ingeburgerd in Oijen. 

Janus en Liza Verhoeven-Lagarde hebben als eerste Verhoeven in dit huis gewoond met hun gezin van vier kinderen. Zoals dat toen gebruikelijk woonden daarnaast ook diverse knechten en dienstmeiden in. Ze sliepen op de open zolder waar met zachtboard een paar kamers getimmerd waren. In de winter lag je onder een stapel gestikte dekens terwijl je onder de dakpannen rechtstreeks de sterrenhemel zag. Je adem condenseerde als ijs op de dekens en je moest eerst moed verzamelen om uit het bed te stappen en de confrontatie aan te gaan met het koude zeil aan je voeten. Vervolgens griste je je kleren van de stoel en rende je over de zolder via de trap naar de warme kolenkachel beneden die ons mam gelukkig al had aangestoken. Even bijkomen, aankleden en flink eten want je moest een eind fietsen voordat je op school was. Rauwe eieren werden geklutst en met suiker opgedronken samen met twee gebakken eieren op brood. Heerlijk smaakte dat. Gelukkig wisten we toen nog niet dat eieren cholesterolverhogend waren. 

Ons pap kon prachtige verhalen vertellen over de oorlog. Onderduikers waren altijd welkom in huize Verhoeven en diverse zogenaamde 'neven en nichten' die op het platteland moesten aansterken, vonden hier een tijdelijk thuis. Mijnheer en mevrouw Verberk uit Amsterdam zijn blijven komen, ook ná de oorlog. Maar er werden ook Duitsers ingekwartierd. Zij aten gezamenlijk met de onderduikers. Dat leverde meestal geen problemen op terwijl ze natuurlijk goed in de gaten hadden wat er zich onder hun ogen afspeelden. Volgens de verhalen hebben de acteurs Ton en Pieter Lutz ook ergens in Oijen ondergedoken gezeten.

Toen kwamen de Engelsen waarover ons pap de volgende anekdote vertelde. Jannes kwam langs om een kist appels op te halen en hij vroeg hoe laat het was want hij had staan buurten maar moest botturhamme gaan eten. Een Engelsman antwoordde: "It’s half past 12" waarop Jannus antwoordde: "Hij kent de klok nie, tis half een."

...Stamboom van de familie Verhoeven...
Leo Verhoeven trouwde in 1948 met Dina Merkus en zij gingen trokken in bij Janus en Liza. Kinderen werden geboren en inmiddels had heel Oijen piepkeswater (water uit de kraan) en knupkeslicht (elektriciteit). Ook het paard voor de ploeg werd vervangen door de tractor en de veestapel groeide. Oijen ontwikkelde en kinderen vlogen uit. Maar die meidoornhaag stond er, staat er en zal hopelijk altijd blijven staan. Deze heg, met een zee van prachtige witte bloemen in mei, is reeds zeer hoog bejaard en heeft veel gezien, heeft beschutting geboden aan het vee tegen de koude wind vanaf de dijk. Maar deze heg bood bovenal  beschutting en troost bij tegenwind aan de bewoners van de Oijense Benedendijk 14 / 46.

Deze tekst is geschreven door gastblogger Helma Verhoeven. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang (rond de 250 woorden), illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-)

woensdag 6 februari 2013

En leefden ze nog lang en gelukkig?

Klik op de afbeelding om hem te vergroten (bron: DTB Veghel 26)

Als je oude trouwregisters doorbladert, dan springt je vaak toch slechts geluk in het oog. Lange opsommingen van stelletjes die elkaar hebben gevonden en samen het leven willen delen. Maar in het najaar van 1638 werd in het trouwregister van Veghel door de pastoor toch een trouwerij zónder lang en gelukkig einde ingeschreven: het feest ging namelijk niet door...

De inschrijving (zie boven) die deels in het Nederlands en deels in het Latijn - zoals in kerkelijke registers gebruikelijk - is opgeschreven, leest letterlijk:

Peter Dircx Heesackers ende Maria Hendriks,
ondertrouwt tot Boeckel door den Eerwaardige heer
pastoor van Erp. Ende zijn ongetrouwt gebleven.
Sij heeft eenen anderen getrouwt, ende hij sit bij zijn
voorgaende vrouwe suster in incaestu ut opinatur pro dolere
Et citatus non comparet; vereor sequetur fratrem suum
Arnoldum qui se ipsum laqueo ex arbore suspendit.

Het Latijn naar het Nederlands vertaald...

Peter Dircx Heesackers ende Maria Hendriks, ondertrouwt tot Boeckel door den Eerwaardige heer pastoor van Erp. Ende zijn ongetrouwt gebleven. Sij heeft eenen anderen getrouwt, ende hij sit bij zijn voorgaende vrouwe zuster in incest, zoals het gerucht gaat, o wat erg, wat een verdriet! En hij zal wel niet verschijnen als hij opgeroepen wordt; ik [de pastoor] vrees dat hij zijn broer Arnoldus, die zich zelf met een strop aan een boom opgehangen heeft, achterna zal gaan.

Misschien dat de pastoor Peter Dircx Heesackers aan de tand wilde voelen over de incest-relatie met zijn zuster? Maar toen deze, 'citatus' door de pastoor opgeroepen (bij de rechtbank zou het gedagvaard betekenen), niet kwam opdagen, vreesde de pastoor dat hij het lot van zijn broer, die zichzelf met een strop aan een boom had opgehangen, zou achternagaan!

In deze trouwinschrijving zitten verschillende werkwoordvormen in het Latijn in coniunctivus of aanvoegende wijs. Dat betekent dan zoveel als: 'het zou wel eens kunnen zijn dat...' De pastoor wist het dus ook niet precies, maar dacht er duidelijk het zijne van.

(Met dank aan vrijwilliger Antoon Vissers voor de tip, en aan archivaris Annemarie van Geloven voor het bestuderen van deze bijzondere inschrijving.)

Dit vind je vast ook interessant
- Geboren als Willems, sterven als Van den Broek
- Het is niet mijn broer...

vrijdag 2 maart 2012

Marc-Marie vindt het BHIC leuk...

...De kleine Marc-Marie kijkt al heel zelfbewust in de camera....
Nog niet zo heel lang geleden was hij in het BHIC: Marc-Marie Huijbregts. Dit Brabants gezelligheidsdier en deze veelzijdige Brabantse cabaretier, zanger en presentator is één van de prominente Nederlanders die in de populaire televisieserie van NTR, Verborgen Verleden, op zoek gaan naar hun familiegeschiedenis.

Marc-Marie heeft het in zijn theaterprogramma’s of op televisie dikwijls over zijn familie. Zijn ouders, ooms en tantes hebben hem veel mooie en humoristische verhalen en anekdotes opgeleverd. Maar wat weet hij eigenlijk over de generaties daarvóór? Waren dat ook zulke opmerkelijke mensen?

“Het liefst ontdek ik straks onder mijn voorouders een paar bijzondere types”, zo vertrouwde hij ons glimlachend toe. Als hij op zoek gaat in de Brabantse archieven vindt hij inderdaad bijzondere voorouders. Er zijn komische, maar ook boeiende verhalen over oplichting, bedrog en prostitutie. Zelfs moord blijft de familie niet bespaard. Al moet hij voor die moord helemaal terug naar het jaar 1599.
Dus sowieso kijken op 28 april!

De serie bestaat uit acht uitzendingen, te beginnen met:

10 maart: Joost Prinsen

17 maart: Peter van der Vorst

24 maart: Jetty Mathurin

31 maart: Cees Geel

7 april: Sophie Hilbrand

14 april: Bennie Jolink

21 april: Lenny Kuhr

28 april: Marc-Marie Huijbregts

'Verborgen Verleden' is vanaf zaterdag 10 maart elke zaterdag te zien om 20.15 uur op Nederland 2.


Een prachtig YouTube-filmpje van Marc-Marie Huijbregts zoals de meesten hem wellicht niet kennen...

dinsdag 9 maart 2010

Koninklijk stamboomonderzoek


Al tijden bezig om je stamboom enigszins vorm te geven? De nieuwe tv-serie De Troon - naar de geschiedenis van koning Willem I, II en III - laat op haar website een mooie stamboom van de Oranjes zien.

Een beetje verwarrend omdat niet de echte portretten maar die van de acteurs zijn gebruikt. En die acteurs lijken in verweg de meeste gevallen helemaal niet op de koningen zoals wij ze van de schilderijen kennen (het blijft natuurlijk wel een televisieserie, met alle voor- en nadelen vandien).

Wie toch bij het BHIC is om zijn eigen stamboom uit te zoeken, kan zelf ook uitpluizen hoe het nu met de voorvaderen van onze huidige koningin zat. Want in onze archieven komen de diverse "Willemen" op allerlei manieren aan bod.

Ben je bijvoorbeeld benieuwd wat Willem I in 1928 in Veghel deed? Neem eens een duik in het volgende archiefstuk: uit het gemeentebestuur Veghel, 1811-1936 2449 Stukken betreffende het bezoek van Koning Willem I aan de gemeente. En je weet zeker dat het echt zo is gebeurd...

Illustratie: Stamboom AVRO-serie De Troon