Posts tonen met het label Met de regiohistoricus op pad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Met de regiohistoricus op pad. Alle posts tonen

woensdag 6 november 2013

Gered door Sint-Willibrord!

Regiohistoricus Henk Buijks op pad...
...terechtstelling van een zwerver, beticht van diefstal...
Hamerslagen weerklinken in de bossen van Geijsteren, vlakbij de Willibrorduskapel, op de grens van Limburg en Brabant. Twee mannen leggen de laatste hand aan een galg. Op zaterdag 2 november 2013 zal daar een terechtstelling plaatsvinden. De zwerver die het zilveren kruisbeeld uit de kapel zou hebben gestolen, is eindelijk opgepakt en ter dood veroordeeld. Op dezelfde dag onderhandelen de wethouders van de gemeenten Boxmeer, Sint Anthonis en Venray in de kapel over het precieze verloop van de grens. Dan zal eindelijk duidelijk zijn wat Brabants is en wat Limburgs. 

De druilerige regen die de hele ochtend viel, is opgehouden, wanneer een grote groep mensen over de zandweg naar de kapel loopt. De stoet wordt aangevoerd door de schout van Geijsteren. Twee dienaren van de wet sleuren de tegenstribbelende verdachte mee. Na aankomst bij de kapel en de galg spreekt de schout de menigte toe. Daarna probeert hij voor het laatst de zwerver tot een bekentenis te dwingen. Deze blijft, alle pijnigingen ten spijt, volhouden dat hij onschuldig is.

Mogelijk is de schout nu niet meer zo zeker van zijn zaak. Hij nodigt iedereen uit de kapel binnen te gaan. De landloper ligt geknield voor het altaar, zijn ogen gericht op de beeltenis van Sint-Willibrord boven het altaar. “Deze onverlaat zal hangen, tenzij de heilige Willibrord een teken geeft!” brult de schout. Meteen is het doodstil, en dan rinkelt er iets: het kruisje dat tegen het Willibrordbeeldje was bevestigd, is naar beneden gevallen! De spanning ontlaadt zich, zowel bij de zwerver als bij de samengepakte menigte in de kerkbanken. Sint-Willibrord zelf heeft ingegrepen – er zal deze middag niemand worden gehangen!
 
...applaus na de vendelgroet, met rechts de kapel...
De kapel stroomt leeg; alleen de drie onderhandelaars blijven achter. Zij zijn er al na vijf minuten uit en komen lachend naar buiten. Het Gilde van Geijsteren brengt de vendelgroet en daarna mogen de drie wethouders de zwarte doek wegtrekken die de hardstenen grenspaal uit 1553 omhult. Pas nu wordt het precieze verloop van de grens duidelijk. Aan de ene kant van de paal is het wapen van het (Brabantse) Land van Cuijk bevestigd, aan de andere kant dat van het (Limburgse) Land van Kessel. Houten paaltjes met tekstvlaggetjes, geplaatst op twee lijnen die vanaf de stenen paal het bos inlopen, markeren de ‘taartpunt’, het segment Land van Cuijk dat hier het Land van Kessel insteekt.

Daarna is ‘t hoog tijd voor een borrel en voor Bernard Ploegmakers uit De Rips. Hij vertelt over de grenspalen in deze streek, al vanaf 1200. Die markeerden niet alleen de grenzen van dorpen, heerlijkheden en provincies, maar ook van landen. Bijvoorbeeld van 1648 tot 1713 van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en van de Spaanse Nederlanden. Samen met een ploeg geïnteresseerden, afkomstig uit beide provincies, plaatste Ploegmakers weer palen op de oude grenzen: van Deurne tot de Vredepeel en van de Vredepeel tot de Willibrorduskapel bij Geijsteren.  
...folder over de grenspalen...
Om half 5 keert de menigte huiswaarts. Sommigen kijken nog even om. Zij zien de kapel, de grenspaal en de galg langzaam oplossen in een nevelige herfstregen. 

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 

vrijdag 30 november 2012

Foto's van veranderend Oss (1947-1966)

Regiohistoricus op pad...

 

Hierboven zie je van links naar rechts: de weduwe van Daan Scholte, Nicolette Bartelink (directeur van Museum Jan Cunen en het Stadsarchief), John van Zuijlen (die in 1983 de collectie 'binnenhaalde') en Hans Diks (samensteller van het boek). Foto BHIC.

Wanneer ’n Brabander wordt gevraagd welke stad in de naoorlogse decennia bijna onherkenbaar is veranderd, dan is de kans groot dat hij Tilburg noemt. Meteen daarachter aan komt dan de naam van burgemeester Becht, “Cees de Sloper”. In Noordoost-Brabant echter staat Oss met ruime voorsprong op de eerste plaats. Het veranderingsproces in en rondom deze stad werd op de voet gevolgd door fotograaf Daan Scholte.

Tijdens de mobilisatie in 1939 kwam Rotterdammer Daan Scholte (1907-1973) voor het eerst naar de Brabantse Maaskant en na de oorlog vestigde hij zich hier definitief met zijn echtgenote. Scholte verdiende de kost als fotograaf, zowel freelance als voor de regionale pers. Voor zijn lens verschenen dus bruidsparen, maar hij legde ook sportwedstrijden en vele andere dagelijkse gebeurtenissen in stad en streek vast. Een en ander resulteerde in een erfenis van bijna 50.000 negatieven, die in 1983 in het bezit kwam van het toenmalige Jan Cunencentrum. Helaas ontbraken de beschrijvingen, zodat er pas in 2012 een eerste fotoboek kon verschijnen.

In de tussenliggende jaren werkte een groep van enkele tientallen vrijwilligers onder leiding van Hans Diks aan de beschrijving van de foto’s. Deze ‘Daan Scholtegroep’ kwam aanvankelijk bijeen in het Museum Jan Cunen, later in het Streekarchief en vanaf 2007 in het Stadsarchief. Dankzij dit monnikenwerk kon op donderdag 22 november het boek 'Oss - de stad / Daan Scholte - de foto's / 1947 - 1966 - de tijd'  ten doop worden gehouden.

Voor het boek werden 160 foto’s geselecteerd. Ze vertellen het verhaal van de Wederopbouw. Ademen de eerste naoorlogse foto’s nog de sfeer van Oss-vóór-1940, spoedig slaan de slopers en wegenbouwers toe. Tekenend is het onderwerp van de laatste foto: de sloop van het hervormd kerkje, dat samen met de monumentale pastorie moest wijken voor de smakeloze platte doos waarin het warenhuis V&D werd gevestigd.

Het boek over Daan Scholte (foto: BHIC)
Het boek is voor 22,50 euro te koop bij het Stadsarchief Oss, maar ook bij Boekhandel Derijks aan de Walstraat. Tot 1 maart 2013 exposeert het Stadsarchief bovendien een aantal foto’s van Scholte.

woensdag 15 augustus 2012

De tijd heelt (bijna?) alle wonden


Met de Regiohistoricus op pad...

 
Schijf van een eik die tot 1994 in Kasteel Elverdinge stond, nabij Ieper

We zien hier een schijf, afkomstig van een eik die tot 1994 in Kasteelpark Elverdinge stond. Dit park ligt nabij de Westvlaamse stad Ieper. Op de schijf zijn de jaarringen zichtbaar en wanneer je ze telt, blijkt dat de eik maar liefst 235 jaar oud is geworden.

Ook de donkere vlekken op het hout springen in het oog. Het zijn de sporen van zware beschietingen en branden in de winter van 1917/1918. Deze boom was dus een stille getuige van een dramatische fase in de Eerste Wereldoorlog en kan nu zijn verhaal aan ons kwijt. Een verhaal van dood en verderf, maar ook van nieuw leven, want de boom heeft zich daarna kunnen herstellen.

De eiken schijf is te zien in het Museum ‘In Flanders Fields’ te Ieper waar geen middel onbeproefd is gelaten om een groot publiek te doordringen van de verschrikkingen en de zinloosheid van de totale oorlog.

In Ieper bleef bijna geen enkele steen op de andere staan, maar wie daar nu rondkijkt, waant zich in een middeleeuwse stad waar alles al honderden jaren hetzelfde is. Grote gebouwen zoals de Lakenhal en de kathedraal zijn na 1919 in hun geheel herbouwd en de huizen in het centrum werden opgetrokken in historiserende trant. Blijkbaar heeft de tijd veel, zo niet alle wonden geheeld.

De kathedraal van Ieper
Ook in het werkgebied van het BHIC zijn er sporen van de oorlog, en dan met name van de bevrijdingsweken in het najaar van 1944. Dorpen zoals Schijndel en Nuland werden zwaar getroffen, maar konden na 1945 weer op dezelfde plaats worden opgebouwd. Empel, Maren en Kessel zijn op een andere plek herbouwd, maar gelukkig zijn Oud-Empel, Oud-Maren en Oud-Kessel niet van de kaart verdwenen. De komende septembermaand zal her en der worden teruggedacht aan het oorlogsgeweld van toen, maar evenals in Ieper heelde ook in Brabant de tijd (bijna?) alle wonden.

Kerkplein in Maren-Kessel