Posts tonen met het label Rien Wols. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rien Wols. Alle posts tonen

maandag 20 juli 2015

Op ontdekkingsreis door de wondere wereld van auto’s en motoren

...op De auto van mn opa vind je prachtige foto's, zoals dit Bossche exemplaar...
Sinds een aantal weken is de website De auto van m’n opa in de lucht en in die tijd hebben al heel veel mensen foto’s en verhalen ingestuurd over de motorvoertuigen in hun familie van zo’n 65 jaar of langer geleden. Zelf heb ik auto’s altijd wel leuk gevonden, maar dan ging het toch vooral om de merken en modellen uit de jaren ’50 en ’60 (daarna is het nooit meer echt interessant geworden). Van auto’s van vóór die tijd had ik eigenlijk geen idee. Ze leken me vooral erg ouderwets.

Maar inmiddels zijn mijn ogen wel opengegaan voor de wereld die schuil gaat achter die vroegere periode van het gemotoriseerde voortbewegen. Ik ben vooral onder de indruk geraakt van de ondernemingsgeest die uit tal van foto’s en verhalen blijkt. Via motor en auto ben ik bovendien over veel iets te weten gekomen, waarvan ik geen flauw idee had. Om maar een voorbeeld te noemen: het fenomeen autoloze zondagen behoort voor mij vooral tot de oliecrisis uit begin jaren ’70. Maar nu leerde ik uit een ingezonden verhaal over “de auto’s van mijn pa”  dat ook eind jaren ’40 vanwege brandstoftekorten het rijden op zondagen alleen maar met een speciale ontheffing mogelijk was. En dat dat opnieuw gebeurde tijdens de Suez-crisis in 1956.

En tijdens de Tweede Wereldoorlog was men vanwege de brandstofschaarste ook best bereid om het paard voor de wagen te spannen, of anders gezegd, om terug te vallen op 1 PK (N-3148 bijvoorbeeld) en zelfs een luxe Buick geheel te verzagen.

Wat betreft die ondernemingsgeest: het blijkt dat Brabant heel wat pioniers heeft gekend op het gebied van auto’s en motoren. Zo kwam de eerste autobezitter in Nederland uit Tilburg: Jos Bogaers, die al in 1895 rondtoerde.  Ook als het ging om het bouwen van auto’s en motoren zien we al heel vroeg intiatiefnemers in onze provincie. Iemand als Marius Entrop uit ’s Gravenmoer t mag gerust de eerste Brabantse autofabrikant genoemd worden. Hij adverteert al in 1909 in de ANWB-Kampioen, met ook nog eens drie modellen. Of de gebroeders Otten in Breda: vanaf 1901 bouwen ze motorfietsen van het merk Otten’s Motor Breda. Meer nog: ze bouwden waarschijnlijk het eerste damesmodel ter wereld (voor hun zus Petra)!

...Bert Manders op de eigen gemaakte creatie (foto via HKK Erthepe)...
Natuurlijk steekt op dit gebied Huib van Doorne met zijn DAF boven alles en iedereen uit, maar je moet toch ook bewondering hebben voor mensen als de gebroeders Musters uit Erp die nog in de jaren ’50 op commerciële schaal tractoren produceerden onder de merknaam MCE (Munsters Constructie Erp). Oké, ze zagen er niet uit (ze werden niet voor niets ook wel “gemotoriseerde erdkar” genoemd), maar al met al zijn er toch zo’n 75 van gebouwd tot 1957. Kijk maar eens hier. Kortom, er valt bij De auto van m’n opa veel te ontdekken. En je kunt daar ook wat van jezelf aan toevoegen, zodat je anderen de ogen weer opent voor nieuwe dingen!

Geschreven door:
Rien Wols

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Twee fraaie Fords en een bijzondere ambulance
- Niet rijden op zondag!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 17 november 2014

Een Spitfire in de West-Brabantse klei

...onthulling van het informatiebord...
Afgelopen maandag 3 november was ik uitgenodigd om de onthulling bij te wonen van het eerste informatiebord van een serie van zes over neergestorte vliegtuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Westelijk Noord-Brabant. Het was een initiatief van de Heemkundekring ‘Fijnaart en Heijningen’, in samenwerking met andere kringen uit de buurt. De onthulling zou rond 13.00 uur plaatsvinden, min of meer op de minuut af exact 70 jaar nadat een Belgische piloot zijn Spitfire zo’n 200 meter verderop aan de grond had moeten zetten, nadat hij was geraakt door Duits luchtafweergeschut.

Het was een grijze dag, met laaghangende wolken die langs de hemel voortgejaagd werden door een stevige wind. Regen dreigde en je was blij als je een jas aanhad. Precies dezelfde weersomstandigheden als 70 jaar daarvoor, bleek uit het stukje War Diary van piloot Paul Decroix dat Willem van Dranen voorlas. Willem (zelf ex-luchtmachtman) is de grote inspirator  van het onderzoeksproject naar neergestorte vliegtuigen in de Westhoek waar een aantal leden van de heemkundekring mee bezig is.

Daar stonden we aan de Oostdijk bij Willemstad te wachten op het moment van de onthulling. Naast een aantal mannen van de heemkundekringen, waren er twee officieren aanwezig van de Belgische luchtmacht, om preciezer te zijn, van hetzelfde 349 squadron waartoe in 1944 de Spitfire van Paul Decroix had behoord; een luchtmachtofficier van de RAF; iemand van de Britse ambassade; iemand in een authentiek ogend pilotenjack (die later een van de directe collega’s van Decroix bleek te zijn geweest, de inmiddels 91-jarige André Kicq) en de kleinzoon van Decroix met zijn vrouw en kinderen. Alleen, die laatsten waren nog niet gearriveerd.
...dreigende wolken boven het gezelschap, hetzelfde weer als 70 jaar geleden... 
Terwijl ik even met Willem stond te praten, kwam de RAF-man (“I am Joe”) naar ons toe met de vraag of het gepast zou zijn straks de meegebrachte krans te plaatsen. En inderdaad hield de man van de ambassade een kleine krans van “poppies” (klaprozen) achter zijn rug. Willem was even van zijn stuk: Decroix had alleen maar een noodlanding gemaakt, hij was pas in 1974 overleden. O, geen probleem, dan leggen we de krans weer terug achterin de auto…

Even later was het zover: onder applaus haalden de burgemeester van Moerdijk en de inmiddels gearriveerde kleinzoon (allebei manhaftig keurig in pak, zónder jas) de Belgische vlag weg voor het informatiebord. Daarmee werd in drie talen het verhaal zichtbaar over dit moment, zoals er vele van zijn geweest tijdens de oorlog. Déze piloot had het overleefd (al moest hij het wel met krijgsgevangenschap bekopen), maar er zijn in die jaren tussen ’40 en ’45 talloze andere vliegeniers gevallen in de strijd om de vrijheid. In Brabant alleen al gaat het om honderden doden in de luchtoorlog. En daarom is het goed, zoals burgemeester Klijs zei, dat we de herinnering aan hen blijven koesteren. Een mooi initiatief van de Fijnaartse heemkundekring, die informatieborden met daaraan gekoppeld een fietsroute “in het spoor van de bevrijders”!

Rien Wols

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

maandag 20 oktober 2014

Javanen in de polder

...Feest ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan Bejaardenoord Nieuw Beekvliet, 1993. Fotoarchief Woon- en Zorgcentrum Nieuw Beekvliet....
In november 2015 zal het veertig jaar geleden zijn dat een vliegtuig met 398, meest oudere, Javanen vanuit Paramaribo naar Nederland vertrok. Het was tien dagen voor de onafhankelijkheid van Suriname, en het was eigenlijk de bedoeling dat men door zou reizen naar Indonesië, ooit het land van herkomst. Dat gebeurde echter niet en de groep werd inderhaast opgevangen in het oud-seminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel.

In de maanden daarvoor waren al duizenden andere Surinamers naar Nederland gekomen, omdat men de toekomst in Suriname somber inzag. Voor de vele Javanen onder hen was het niet de eerste verhuizing van het ene continent naar het andere. In 1890 hadden de eersten als contractarbeider voet aan wal gezet in Suriname, rechtstreeks vanuit wat toen nog Nederlandsch Indië heette. Zij werden geacht het plantagewerk van de voormalige slaven over te nemen.

Na de afschaffing van de slavernij in Suriname in 1863 gingen de plantage-eigenaren op zoek naar nieuwe (goedkope) arbeidskrachten. Vanaf 1873 vonden zij die met name in India (de Hindoestanen) en vanaf 1890 ook op Java, omdat de Britse regering de werving in India steeds meer tegenwerkte en vanaf 1916 zelfs helemaal verbood.

Tussen 1890 en 1939 groeide de groep Javanen in Suriname naar ruim 32.000 mensen. De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan deze immigratie. Direct na de oorlog, in 1945, riep Indonesië de onafhankelijkheid uit. Dat raakte ook de Javanen in Suriname: in 1949 kregen zij twee jaar de tijd om te beslissen of ze de Nederlandse dan wel de Indonesische nationaliteit wilden aannemen. Een poging van een groep van ruim 1.000 mensen om een nieuw bestaan op te bouwen in Indonesië liep door allerlei omstandigheden op niets uit.
...Start bouw ‘Bejaardenoord Nieuw Beekvliet’, november 1986. Fotoarchief Woon- en Zorgcentrum Nieuw Beekvliet...
Begin jaren zeventig dwong het dekolonisatieproces de Javaanse Surinamers opnieuw tot het maken van keuzes, nu in het zicht van de naderende onafhankelijkheid van Suriname. Op dit moment wonen er zo’n 35.000 Javaanse Surinamers in Nederland, met concentraties in Noord-Nederland (Delfzijl, Hoogezand-Sappemeer, Groningen), in de Randstad en in Noord-Brabant (Den Bosch, Sint-Michielsgestel en Tilburg).

De Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie doet haar best de Javaans-Surinaamse cultuur in al haar aspecten vast te leggen, onder andere via een erfgoedproject “Javanen in de Polder”, dat zich in eerste instantie concentreert op Noord-Brabant en Den Haag. Voor Noord-Brabant is het BHIC partner, in die zin, dat wij het verzamelde materiaal (foto’s, interviews, andere documenten) zullen opnemen, bewaren en in der toekomst blijvend beschikbaar stellen aan het publiek, zoals de foto’s bij deze post.

In 1975 legde de fotograaf Hans van den Bogaard de uitvaartrituelen van de groep Javanen in Beekvliet vast. Zijn foto’s zitten nu in de collectie van het Rijksmuseum.

Rien Wols

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- De missionaris vertelt
- Van "Hallo Bandoeng" naar skypen met Parijs

dinsdag 25 juni 2013

Rien kiest: Italiaanse oplichter in Boxtel #stukvanhetjaar

...Rien met de stukken van zijn Italiaanse oplichter...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en dit keer is dat Rien.

Geld inzamelen voor een goed doel en dat dan in eigen zak steken. Het is van alle tijden. Dit dossier documenteert heel mooi zo’n geval uit het midden van de achttiende eeuw. En het laat nog veel meer zien, maar daar kom ik straks nog op terug. Eerst de feiten.

Op een koude decemberochtend in 1749 arresteert de drossaard in Boxtel een verdacht persoon, die langs de huizen scharrelt. Hij blijkt in het bezit van indrukwekkende documenten, maar na een nacht in de cel en enig doorvragen door de autoriteiten komt al snel de waarheid boven: het gaat om een vernuftige oplichterstruc.De man heette Botta. Ik laat hem even zelf aan het woord (via het proces-verbaal):

“Ofschoon ik gisteren heb opgegeven dat mijn naam Antoni Molinari was, heb ik dat alleen maar gezegd, omdat die naam vermeld staat in de documenten die ik bij me draag. Mijn echte naam is Anse Maria Botta en ik ben geboren in Parma. Ik ben ongeveer 40 jaar oud. Ruim drie jaar geleden ben ik gedeserteerd uit de Sardijnse troepen, nadat ik daar tweeëneenhalf jaar als soldaat bij had gediend. Ik heb daarna dienst genomen bij de Franse Zwitserse Garde, waar ik zo’n vijf maanden ben gebleven. Toen de Fransen opmarcheerden naar Bergen op Zoom, ben ik vanuit Brussel via Bergen op Zoom naar Amsterdam gegaan, met de bedoeling aan te monsteren op een schip of opnieuw dienst te nemen. In Amsterdam heb ik kennis gemaakt met een zekere “Dominico”. Die bood mij een paar schoenen aan en iedere dag acht stuivers, als ik bereid was met hem uit bedelen te gaan, met gebruikmaking van de oorkonde die in mijn bezit is aangetroffen, gedateerd Livorno, 4 januari 1748. Dat aanbod heb ik aangenomen.”
...sporen die de oplichter in het archief heeft achtergelaten...
In die oorkonde staat dat Antoni Molinari en Dominico Grenelli zich bij een Florentijns edelman hadden gemeld met bewijzen dat hun respectievelijke broers in handen gevallen waren van Turkse zeerovers en nu gevangen zaten in Tunis. Als losgeld moesten Antoni en Dominico binnen drie jaar 400 dukaten betalen. En de oorkonde roept alle christenen die dit lezen op om geld te geven. Vandaar ook een in groen leer gebonden collecteboekje, zodat er een schijn van boekhouding wordt opgehouden. En waarin de goede gevers dan dingen schrijven als “uit lievede geeft voor de slaaf de somme van 4 gulden vier stuivers.”

Zo “collecteerden” ze in Holland, Utrecht, Gelderland en in de Meierij van Den Bosch. Hier gingen ze vooral bij de predikanten en armmeesters langs. Na verloop van tijd besloot Dominico dat zijn gezicht overal te bekend was geworden en dat hij daarom naar Oost-Indië wilde gaan. Hij gaf het collecteboekje waarin de ontvangsten stonden genoteerd aan Anse, samen met de oorkonde in het Latijn en de vertaling daarvan in het Nederlands, plus nog wat los geld. Anse zwierf zo al bedelend nog een tijdje door Zeeland, tot hij, terug in Brabant, in Boxtel werd opgepakt.

Wat ik zo mooi vind aan dit stuk, of liever aan dit dossier, is dat er zoveel in samenkomt. Om te beginnen is er de schoonheid van een mooi opgezette oplichterstruc, met veel aandacht voor de details (denk aan de aantrekkelijkheid van een film als Ocean Eleven). Dan is er de sociale context. We weten dat Brabant in de tweede helft van de achttiende eeuw veel te lijden had van rondzwervende ex-soldaten en andere paupers. En hier krijg je een wel heel bijzonder inkijkje in het leven van zo’n deserteur: de mobiliteit (hij doorkruiste in korte tijd half Nederland), het jezelf kunnen redden (blijkbaar sprak hij als Italiaan inmiddels een mondje Nederlands), en de (misschien wel typisch Nederlandse) manier om dingen te reguleren, zoals blijkt uit de “vergunningen” in dit dossier (niet meer een paar regeltjes op een stukje papier) om in een bepaalde plaats enkele uren “langs de huizen” te mogen gaan.
Grote geschiedenis in een notendop. Geweldig!

Rien Wols
Projectenbureau BHIC

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Hanneke kiest: de brief van Van Gogh
- Marilou kiest: het schriftje van de pastoor