Posts tonen met het label artsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label artsen. Alle posts tonen

woensdag 28 oktober 2015

Advocaat van de heksen

Johannes Wier (1515-1588), de trots van Grave
Precies vijfhonderd jaar geleden werd in Grave een jongetje geboren, dat later uit zou groeien tot een fanatieke tegenstander van de 'heksenwaan.' Johannes (Jan) Wier (1515-1588) sprong in de bres voor vele arme vrouwen, die zonder zijn hulp op de brandstapel zouden belanden. 

Bolleboos
Johannes Wier, ook wel Jan genoemd, werd in 1515 geboren in een voorname Graafse familie. Zijn vader was handelaar in hop en deed goede zaken. Jan was meer een bolleboos en ging op jeugdige leeftijd in de leer bij humanist Agrippa. In 1535 promoveerde hij in de medicijnen en drie jaar later vestigde hij zich als arts in zijn geboorteplaats Grave.

Monument op de Rabobank in Grave
Samen met zijn vrouw Judith kreeg hij vier zonen en één dochter, Sophie. In 1545 verliet hij Grave weer en werd aangesteld als stadsarts in Arnhem. Tot slot vertrok hij naar het hof van Willem de Rijke, hertog van Gulik, Kleef en Berg. Hier kreeg Wier de ruimte om zijn opvattingen over hekserij in daden om te zetten. Hij wilde de geneeskunde namelijk zuiveren van allerlei bijgelovige en onwetenschappelijke elementen. Voor die tijd waren zijn ideeën erg revolutionair en niet zonder gevaar...

Brandstapel
Jan Wier werd geboren in een roerige tijd. In 1487 werd de Malleus Maleficarum (Heksenhamer) gepubliceerd en dit werk luidde een golf van heksenvervolgingen in. In 1517 maakte Maarten Luther zijn stellingen bekend en braken de godsdienstoorlogen uit.

Heksen op de brandstapel uit de Heksenhamer
Te midden van dit alles probeerde Jan Wier de arme 'heksen' in bescherming te nemen. Hij ontkende niet het bestaan van demonen (hij meende zelfs dat er maar liefst 7.405.926 duivels rondzwierven), maar hij pleitte voor medische onderzoeken en behandelingen in plaats van martelingen en de brandstapel. Die waren volgens Wier nutteloos en wreed, 'want hun ziekte doet al pijn genoeg.'

Jan Wier publiceerde zijn ideeën voor het eerst in zijn boek 'De Prestigiis Daemonum' (over duivelse bezetenheid)  in 1564. Hoewel het boek door meerdere vorsten is verboden en in Schotland zelfs op de brandstapel belandde, is Wier zelf nooit zo'n vreselijk lot beschoren. Mede door zijn goede connectie met hertog Willem ontsprong hij de dans.

Leren etuitje
Over het leven van Wier in Grave is weinig bekend. Wel weten we dat hij samen met zijn vrouw Judith en dochter Sophie een huisje bezat in Ravenstein. Daar speelde zich op een dag een bizar tafereel af...

Er was eens een meisje, dat door een boze geest bezeten zou zijn. Om haar hals hing daarom een leren etuitje, waarin een briefje zat genaaid. De pastoor meende dat dit de geest zou uitdrijven. Judith fronste haar wenkbrauwen toen zij hiervan hoorde en zij besloot het arme meisje op te nemen in huize Wier. De vrouw des huizes drukte haar op het hart dat de woorden van meneer de pastoor klinkklare onzin waren.
Typische afbeelding van heksen, 1510
Het meisje werd vervolgens aan tafel uitgenodigd. Op een gegeven moment trok Judith het etuitje van de hals van het meisje af. Alle aanwezigen waren hevig geschrokken en verlieten de kamer, behalve Judith, Sophie en het meisje. Ze genoten verder rustig van de maaltijd en het meisje heeft nooit meer last gehad van de boze geest.

Natuurlijk zijn we allemaal heel nieuwsgierig naar de inhoud van het etuitje. Wat had de pastoor opgeschreven? Bijbelteksten, spreuken of Latijnse teksten? Niets van dit alles! Er zat een vergeeld, blanco stukje papier in, dat samen met het etuitje in het vuur werd gegooid. Zo toonden Wier en zijn vrouw weer een stukje 'onzinnig' bijgeloof aan. 

Trots
Tijdens zijn leven deed Jan Wier vele onderzoeken naar bijgeloof, hekserij en het bestaan van allerlei ziekten. Uiteindelijk overleed hij in 1588 in het Duitse Tecklenburg. Daar is op 3 oktober jl. een uitgebreide herdenking geweest, waarbij een Graafs koor ook hun muzikale bijdrage heeft geleverd. 

Feestelijke herdenking in Duitsland
In Grave zelf houdt een plaquette op de Rabobank de herinnering aan deze vooruitstrevende arts levend, maar in Tecklenburg is er in 1884 zelfs een complete toren voor hem opgericht! Daar zijn dit jaar dus ook allerlei festiviteiten geweest. Grave zou ook best wat trotser mogen zijn op deze held; ten slotte is hij hier geboren en getogen en hij heeft er zelfs gewoond. En hij heeft minstens één arm meisje uit deze omgeving van de ondergang gered...

Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Een weldenkend en humaan mens: Johannes Wier (1515-1588)
- Hanneke kiest: Heksenproef #stukvanhetjaar2014

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 

maandag 12 mei 2014

Eigenaardige artsen in het 'Dorp aan de Rivier'

Roman van Antoon Coolen, waarop het openluchttheater in Lith is gebaseerd

Theaterliefhebbers kunnen in juni hun hart weer ophalen aan de Veerweg van het Brabantse Lith. Dit dorpje vormt namelijk het decor van het openluchttheaterspektakel 'Dorp aan de Rivier', waarin het leven van verschillende Lithse bewoners uit de periode van het Interbellum wordt nagespeeld. Centraal staat hierin de persoon van de eigenzinnige dokter Tjerk van Taeke, die niet alleen bekend stond om zijn heldhaftige optreden bij bevallingen en ziekten, maar ook om zijn vijandelijkheid jegens burgemeesters, pastoors en enkele Lithse boeren...

Het toneelstuk is gebaseerd op de gelijknamige roman van Antoon Coolen (1897-1961), die in 1934 verscheen en waarvan inmiddels 41 drukken zijn verschenen. Bovendien is het boek in acht talen vertaald en in 1958 is het verhaal verfilmd door Fons Rademakers. 'Dorp aan de Rivier' werd de eerste Nederlandse speelfilm en is bekroond met een Gouden Kalf en de film was zelfs genomineerd voor een Oscar. In juni van dit jaar wordt de roman opnieuw tot leven gewekt door Lithse inwoners aan de Maas.

De Wiegersma's: eigenzinnige artsen
Romanschrijver Antoon Coolen heeft zijn roman niet helemaal uit zijn duim gezogen. Grote gedeeltes van het verhaal zijn waar gebeurd en de hoofdpersoon van het boek, dokter Tjerk van Taeke, is gebaseerd op een echte arts, namelijk Jacob Wiegersma. Deze Jacob kwam oorspronkelijke uit Friesland en was van 1889 tot en met 1929 huisarts in Lith.
Huisarts Jacob Wiegersma (1863-1931) bij zijn 40-jarig jubileum in 1929
Coolen kreeg alle pikante details over deze arts te horen van zijn zoon, Hendrik Wiegersma, met wie hij innig bevriend was. Hendrik volgde het voorbeeld van zijn vader en vanaf 1917 runde hij een eigen huisartsenpraktijk in Deurne. Dit was een groot succes, want op drukke dagen werden op het station van Deurne volgnummertjes uitgereikt voor zijn praktijk. Naast dokter was Hendrik ook een bekende schilder en tekenaar en hij voorzag de roman van Antoon Coolen dan ook van tientallen houtsnedes en tekeningen. 
Coolen heeft goed geluisterd naar alle verhalen die Hendrik over zijn vader wist te vertellen, maar hij heeft ook gekeken naar de persoon van Hendrik zelf, die tevens bekend stond om zijn onorthodoxe behandelingsmethoden en ongebruikelijke medicijnvoorschriften. Al die eigenaardigheden hebben geleid tot het personage van Tjerk van Taeke.

Heldhaftige bevallingen en krankzinnige boeren
Dokter Van Taeke stak de bevroren Maas over om te helpen bij een bevalling
De Lithse dokter was beroemd om zijn hulp bij bevallingen. Zo ondernam hij eens een barre tocht over de bevroren Maas om een vrouw in barensnood te helpen. De 'nonnekes' van het dorp snelden naar de veerdam toe en begonnen vurig voor de arts en de vrouw te bidden. Bij terugkomst zegt hij tegen de nonnen dat ze niet moeten denken dat hun gebeden geholpen hebben bij het slagen van de bevalling. Hij stuurt ze meteen terug naar het klooster, 'want anders hebt ge morgen allemaal bronchitis.' Van Taeke moest niet veel hebben van pastoors en nonnen, maar ook de burgemeester had hij niet hoog staan en sommige boeren moesten het tevens ontgelden.

Zo was er boer Piet van den Oudendijk, die de vrouw van de arts lastig had gevallen. Uit wraak reed de dokter elke dag langs zijn boerderij en richtte zijn dubbelloops jachtgeweer op de boer. De trekker overhalen doet Van Taeke echter niet. Hij zorgde ervoor dat boer Piet iedere dag een beetje doodsangst had, 'want hij heeft mij in mijn liefde voor mijn vrouw beleedigd.' Volgens de verhalen werd deze boer uiteindelijk krankzinnig van angst door het dagelijkse optreden van Van Taeke.

1000 gulden in het vuur!
Het 40-jarig jubileum van dokter Wiegersma in 1929
Uiteindelijk leidden klachten over deze krankzinnig geworden boer en een andere boer, die door toedoen van Van Taeke zou zijn overleden, tot discussie in de gemeenteraad. Besloten werd om hem 1000 gulden te geven bij zijn zilveren jubileum en hem eervol ontslag te geven. Van Taeke kwam achter deze plannen en vlak na de toespraak van de burgemeester nam hij de envelop met het geld aan en verbrandde deze. Hij sprak de burgemeester woedend toe, pakte zijn spullen en vertrok uit het dorp aan de rivier de Maas...

Vind je dit interssant? Lees dan ook: